| UITWERKINGEN
Plantenbestand |
Dicht beplante aquaria zijn een lust voor het oog, welke planten er moeten gebruikt worden is niet echt een vraag die te beantwoorden valt aangezien alle inrichtingen anders zijn en planten in de ene bak wel mooi zijn en in andere niet. Als de watercondities goed zijn, zullen de meeste planten goed wassen en bloeien. Naast een goede waterkwaliteit is verlichting van groot belang. De meeste planten hebben de neiging om zo snel mogelijk naar de oppervlakte te groeien en daar hun bloemen te ontvouwen. De lucht boven goed verlichte, niet afgedekte aquaria wordt zeer droog, dit zal niet bijdragen tot goede bloei van bloemen boven het wateroppervlak. Bij goed afgedekte aquaria is de temperatuur tussen dekruit en wateroppervlak een aantal graden warmer dan het water zelf, dus voer een bloem die in het wild een frisse bries krijgt op het hoogste punt van de zon, zal deze er in het aquarium niet zijn. Wie kiest voor een dicht beplant aquarium kan op verschillende manieren te werk gaan. Men kan kiezen voor een voedingsbodem tussen 2 grindlagen in of voor een bodem naar keuze met voederbollen en chemische additieven voor de plantengroei te bevorderen. Er zijn verschillende elementen die er altijd moeten zijn om de planten niet te laten afsterven, waaronder ijzer en spoorelementen, de juiste korrelgrootte enzovoorts. Voor aquariumplanten is het belangrijk dat de bodem niet dichtslibt, er moet altijd voldoende zuurstof en vers water bij de wortels kunnen. Daarom wordt best een laag grovere korrel als benedenlaag gebruikt, daar op die plaats de wortels in alle richtingen zullen groeien. Grovere korrel als toplaag gebruiken heeft als nadeel dat excretieprodukten van vissen en afval onder het oppervlak komt te zitten. Zoals verwacht heeft het gebruik van voedingsbodems zowel nadelen als voordelen. Hoofdvoedingsstoffen zijn goed beschikbaar bij de wortels en de pH bij de bodem wordt verlaagd. Deze bodems kunnen echter op termijn gaan rotten en kunnen doorlekken naar het aquariumwater zelf, waar organische afvalstoffen al ruim aanwezig zijn. Een voedingsbodem is dus best niet te dik. Gebruik nooit tuinmeststoffen want deze bevatten diverse chemische additieven die schadelijk zijn voor plant en dier in een aquarium. De toplaag over de voedingsbodem bestaat uit kleinkorrelig grind. Ikzelf prefereer het gebruik van voedertabletten, kleine bolletjes van leem of klei die meestal ook alle sporenelementen met zich mee hebben en op die manier kan per plant gekeken worden of er meer nodig zijn of niet. Wanneer plantenbladeren gelig worden of geel-bruine vlekken beginnen te vertonen is het een teken dat er voornamelijk te weinig ijzer en ook sporenelementen aanwezig zijn. Als er één spoorelement niet aanwezig is kan de groei al stoppen. Meestal kan dit euvel verholpen worden door tabletten toe te voegen. Er bestaan ook chemische additieven (meestal vloeibaar, ikzelf gebruik HS Floracell elke maand bij waterverversing) die als totaalbemestingspakket of enkel sporenelementenbemestingspakket verkocht worden. Totaalbemesting bevat ook de hoofdvoedingsstoffen kalium en magnesium, eventueel naast groeistimulerende middelen en vitaminen.
Na een goed opgezette bodem kunnnen nu de planten erin. In het beginstadium van een aquarium kan het best gekozen worden voor gewone, snelgroeiende planten. Na verloop van tijd en goede werking van de filtermassa kunnen moeilijkere planten ook ingebracht worden. Gemakkelijke planten zoals hoornblad, vallisneria, javamos en eikebladvaren kunnen goed gebruikt worden, deze planten zullen goed wassen als ze veel licht krijgen en zullen het aquariumwater in regulatie brengen en voor een juist biologisch evenwicht zorgen. Nitraat (-NO³), afkomstig van vissecretie zal dan binnen de grenzen werkzaam worden als plantenbemesting. Planten nemen koolstofdioxide (CO²) op en geven zuurstof (O²) af. Hierop zal nog uitgebreid op terug worden gekomen in de rubriek 'Techniek'. In de winkels zien we dat waterplanten verkocht worden als tros met een loodje of als verzameling stengels in een potje met een soort glaswol er rond. Deze plantjes moeten altijd uit deze potjes gehaald worden en de glaswol er rond uit gepeuterd. Op deze manier kunnen de wortels terug volledig groeien. Het beste is elke stengel apart in te plaatsen, dus niet als tros, dit om slechte stengels achteraf goed te kunnen verwijderen en een mooiere vollere beplanting te krijgen. Met loodjes kunnen we ze verzwaren zodat ze blijven steken, doch zal het ook wel vastgroeien als we het loodje achterwege laten. Verwijder steeds rotte bladeren en bladeren die door de bak zweven. Beplanten gaat van achter naar voor, grote planten als vaantjesplant, cabomba en eikebladvaren worden achteraan geplaatst, kleine planten zoals anubias en dergelijken vooraan. Verdere opvolging volgt
later |