4.5 De veiligheid in een elektrische kringloop.

 

Jullie hebben reeds gehoord van het  A.R.E.I.

Een huisinstallatie moet dus volledig voldoen aan deze voorschriften.  Hierna volgen enkele voorschriften die steeds terugkeren bij iedere huisinstallatie, en dit om de veiligheid te verhogen

 

4.5.1 Smeltveiligheden.

 

Een belangrijk element bij een elektrische stroomkring vormt de zekering of smeltveiligheid.

Het principe bestaat erin een zwak punt te voorzien in de kringloop die het eerste begeeft bij kortsluiting of overbelasting.

(Bij een ketting zal de zwakste schakel het eerst breken).

Op die manier worden de geleiders, verbruiker en bron niet beschadigd.

 

De waarde van de stroom waarbij deze smeltdraden doorsmelten is op voorhand bepaald. Wij spreken van zekeringen van 10 - 15 - 20 - 25 - 30 A.

 

Na het doorsmelten mag deze smeltveiligheid niet meer gebruikt worden.

i2i3

Deze zekeringen worden tegenwoordig nog maar zelden gebruikt (alleen in oude installaties).                                                                       

 

 

 

4.5.2 Automatische zekeringen.

 

Tegenwoordig worden smeltveiligheden vervangen door dubbelpolige AUTOMATISCHE ZEKERINGEN.

Deze hebben het voordeel dat ze niet steeds vervangen moeten worden. Nadat de fout opgelost is kan de automatische zekering gewoon terug opgezet worden.

Automatische zekeringen hebben verschillende voordelen t.o.v. de klassieke smeltveiligheid :

1.   ze moeten zelden of nooit vervangen worden.

2.   bij werkzaamheden aan de stroomkring kunnen deze uitgeschakeld worden.

3.   ze kunnen nooit verwisseld worden (verwisselen van zekeringen met verschillende maximum stroomdoorlaatbaarheid is niet mogelijk).

4.   ze kunnen eenvoudig terug ingeschakeld worden.

 

Werking automatische zekering

 

i5i7

De spoel S staat in serie met het stroomnet. Als de stroom te groot wordt zal het plaatje p aantrekken. Daardoor wordt de kring onderbroken.

 

 

i10

TOEPASSING

DRAADOPPERVLAKTE

ZEKERING

Verlichting

1.5 mm²

10 A

Stopcontacten

2.5 mm²

16 A

Oven

4 mm²

20 A

Kookfornuis, laspost

6 mm²

32 A

 

 

 

 

4.5.3 De aarding

 

Doel

 

De aarding is een blijvende elektrische verbinding met de grond, om de mens te beveiligen tegen elektrische schokken.

 

 

Aarding

 

Onder de fundering van het huis ligt een blanke koperen draad met loodmantel

(= zonder pvc-isolatie) met een doorsnede van 35mm². De twee uiteinden van deze lus komen  uit op een aardingsonderbreker. We noemen deze installatie een aardlus.

Het AREI geeft aan hoe een aarding uitgevoerd moet worden.

i13i14i12

 
Beschermingsgeleider

 

Alle stopcontacten hebben een pin die met de beschermingsgeleider verbonden is.

De beschermingsgeleider is verplicht ! Deze draad heeft geelgroene strepen.

 

Deze aansluiting is van levensbelang. Vooral bij toestellen die grotendeels uit metaal bestaan of in vochtige plaatsen staan.

Bij toestellen die met water werken moet je zeker oppassen ! (wasmachine, vaatwasser, strijkijzer, elektrische oven, …enz).

 

 

4.5.4 De verliesstroomschakelaar of differentieelschakelaar.

 

 

De verliesstroomschakelaar ook differentieelschakelaar genoemd, onderbreekt de elektrische stroom zelfs bij een kleine afvloeiing naar de aarde.

Dit kan zich voordoen in de volgende gevallen :

 

·        een toestel met een aardingsfout.

·        rechtstreekse aanraking met een geleider.

·        stroomafvloeiing wegens vochtigheid.

 

i15

Deze schakelaar schakelt alle geleiders tegelijkertijd van het voedingsnet af, en dit binnen een tijd van 0.2 sec. Wanneer er een verliesstroom vloeit die gelijk of groter is aan de ingestelde gevoeligheid (vb. 30mA) dan zal de schakelaar automatisch uitgeschakeld worden.

 

In de tabel op de volgende pagina kan je zien welke gewaarwordingen optreden wanneer een elektrische stroom door handen en armen gaat.

1 mA (milli-Ampère) = 0.001 Ampère ( 1mA = 0.001 A)

 

stroomsterkte in mA

gewaarwording

0.9 tot 1.2

 juist merkbaar in de contactplaatsen

1.2 tot 1.6

gekriebel in de hand

1.6 tot 2.2

slapende hand

2.2 tot 2.8

merkbaar in het handgewricht

2.8 tot 3.5

lichte verstijving aan de hand

3.5 tot 4.5

sterkere verstijving ; loom gevoel in de onderarm

4.5 tot 5

kramp in de onderarm

5 tot 7

lichte kramp in de bovenarm

8

hand kan bijna niet meer loslaten

15

hand kan niets meer loslaten

25

stijfkramp van het bovenlijf maximaal 1 sec. uit te houden

50

door de hartstreek is dodelijk.

 

 

 

4.5.5 Kleurcode van de draden.

 

 

KLEUR

TOEPASSING

Rood

netgeleiders

Blauw

nulgeleider  verplicht ! 

geel-groen

beschermingsgeleider, aardgeleider verplicht ! 

Zwart

schakeldraad

bruin, wit, …

schakeldraden

 

 

4.5.6 Doorsnede van de draden.

 

Doorsnede van de draden , met het juiste vermogen en met de juiste zekering.

 

doorsnede

zekering (x 220V=)

vermogen

1.5 mm²

10 A

2200 W

2.5 mm²

16 A

3520 W

4 mm²

20 A

4400 W

6 mm²

32 A

7040 W

 

 

Hoe kan je dit berekenen ?

 

De wet van ohm :  R = U / I 

 

 

De wet van het vermogen  P = U x I