DE MEETGEREEDSCHAPPEN.

 

1. De meetlat

        

         1.1. Omschrijving.

 

De meetlat is een meetgereedschap om maten te meten of om maten af te tekenen.

Een meetlat is een rechthoekige stalen lat, van geringe dikte waarop een schaalverdeling in millimeters is aangebracht, (soms ook halve millimeters).

                   De lengte van de meetlat kan variëren van 100 tot 1000 mm 

 

 
 

 

 

 

 

 

 


         1.2. Gebruik.

 

Met een meetlat kunnen we natuurlijk niet heel nauwkeurig werken, maar we moeten er wel op letten dat we steeds recht op de meetlat kijken, zoniet maken we een afleesfout. 

Bij het aftekenen met een meetlat maak je steeds gebruik van de kopse kant. Je merkt op dat de schaalverdeling onmiddellijk vanaf nul begint. Dit zorgt ervoor dat je steeds op dezelfde manier kunt aftekenen en alzo aftekenfouten tot een minimum kunt herleiden.

 

        

 

 

 

 

 

1.3. Eigenschappen van een goede meetlat.

        

                           

                            h Ze moet volkomen recht zijn.                    

                            h Ze moeten een geringe dikte hebben.                                 

h Ze worden meestal vervaardigd uit verenstaal. Dit heeft  het  voordeel dat ze na het eventueel buigen in hun oorspronkelijke vorm terugkeren.

h Meetlatten moeten roestvrij en zuiver zijn, anders worden ze onbruikbaar.

h De schaalverdeling moet juist zijn en de lijntjes moeten dun maar  toch goed duidelijk gegraveerd zijn.    

 

 

 

 

2. De schuifmaat.

 

        

 

 

 

 

 

 

 

2.1.Omschrijving

        

De schuifmaat is een meetgereedschap om op een nauwkeurige manier zowel binnen-, buiten-, als dieptematen te meten. De nauwkeurigheid van de schuifmaat varieert tussen 1/20 mm,1/50 mm en 1/100mm.

De schuifmaat stamt reeds uit de zeventiende eeuw en is sindsdien niet meer weg te denken uit de meettechniek. Hij is nog steeds zeer actueel, maar is op enkele gebieden verbeterd. Zo zijn ze nu vervaardigd uit kunststof of roestvrij gelegeerd staal.

 

 

2.2. Onderdelen.

        

 

        

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.Soorten.

 


gewone schuifmaten met nauwkeurigheid van 1/20  (0,05 mm) tot 1/50 mm(0,02 mm)

 

 

 

 

 

 

 

elektronische digitale schuifmaten, nauwkeurigheid van 1/50 mm (0,02mm)

 

klok

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

schuifmaat met meetklok, nauwkeurigheid  1/50 mm ( 0,02 mm )  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.4. Aflezen van een schuifmaat

 

 

 

 

-bepaal de hele millimeters op de maatlat, aangeduid door het streepje direct links boven de nullijn van de nonius.

 


 

                    -bepaal welk streepje van de nonius samenvalt met een deelstreepje van de maatlat.

 

                    -tel nu op de nonius het aantal deeltjes tussen de nullijn en de samenvallende streepjes.

 

                  

 

De schuifmaat is multifunctioneel, want hij laat ons toe om volgende metingen uit te voeren;  binnenmaten, buitenmaten en dieptematen. Wil je nog meer weten, klik dan hier!.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.5. Tolerantie

 

Het is zeer moeilijk om een werkstuk te maken waarvan alle maten gelijk zijn aan de maten die op de werktekening staan. Wij kunnen er wel voor zorgen dat het werkstuk bijna juist is. Er zijn dus kleine afwijkingen met de opgegeven maat. Om deze afwijkingen zo binnen bepaalde grenzen te houden gaat men op de werktekening een maattolerantie aanbrengen. Deze maattolerantie is héél belangrijk bij stukken die in elkaar moeten passen. De werkelijke maat van het werkstuk moet dan ook binnen de tolerantie blijven.

 

De tolerantie is gelijk aan het verschil tussen de grootste en de kleinste grensmaat op een tekening.

 

Wij zullen dit verduidelijken door middel van enkele voorbeeldjes.

 

Voorbeeld 1:

+0,75

 
 


+0,35

 
45            Þ      grootste grensmaat              =       45 + 0,75   =       45,75 mm

                         -         kleinste grensmaat     =       45 + 0,35   =       45,35 mm

                          Tolerantie                              =                                     0,40 mm

 

 

 

 

 

Voorbeeld 2:

-0,34

 
 


-0,42

 
45            Þ      grootste grensmaat              =       45 - 0,34    =       44,66 mm

                          -         kleinste grensmaat     =       45 - 0,42    =       44,58 mm

                          Tolerantie                              =                                      0,08 mm

 

Voorbeeld 3:

+0,35

 
 


  0

 
45            Þ      grootste grensmaat              =       45 + 0,35   =       45,35 mm

                          -         kleinste grensmaat     =       45 + 0        =       45,00 mm

                          Tolerantie                              =                                     0,35 mm

 

Voorbeeld 4:

+0,6

 
 


-0,3

 
45            Þ      grootste grensmaat              =       45 + 0,60   =       45,60 mm

                          -         kleinste grensmaat     =       45 -  0,30   =       44,70 mm

                          Tolerantie                              =                                     0,90 mm