Een deformerend elektronenmodel brengt relativiteit en kwantum dichter bij elkaar:


“NAAR DE BRONNEN VAN DE FYSICA”


Een elektron dat niet meer voorgesteld wordt als een puntlading maar als een vervorming van ruimte en tijd op kwantumniveau: het begrip lading in de fysica krijgt een nieuwe inhoud wat een ander licht kan laten schijnen op tal van onopgeloste vragen. Sommige tegenstellingen tussen de relativiteitstheorie en de kwantummechanica kunnen overbrugd worden.
Nadat Maxwell in 1873 aan de ruimte een elektrische permittiviteit en een magnetische permeabiliteit toekende, wees Einstein in 1915 op de elastische vervormbaarheid van het ruimte-kontiniüm: de eigenschappen van de ruimte werden zeer belangrijk in de interpretatie van fysische verschijnselen. Het deformerend elektronenmodel past wonderwel in deze ontwikkeling omdat materie, bekeken vanuit een ruimte-tijd-perspectief, ook een ander antwoord kan bieden op het vraagstuk van de gravitatie.
In de moderne fysica blijft het Bohr-atoommodel bestaan maar worden nieuwe accenten gelegd omdat naast het aangepaste elektronenmodel, ook een “analoog” protonmodel opduikt: samen kunnen ze dan onder bepaalde voorwaarden een neutron vormen. Dit neutron veroorzaakt geen veld op macro-schaal maar verliest zijn neutraliteit op micro-schaal,waardoor het in belangrijke mate bijdraagt tot de stabiliserende krachten in de atoomkernen.
Als de vervormde ruimte en tijd betrokken worden in de verschijnselen van de kwantummechanica, blijkt ook de dualiteit van deeltje en golf een vanzelfsprekend resultaat. De interactie van deeltjes op kwantumschaal kunnen vertaald worden naar het macro-niveau en dit levert een interessante verklaring voor o.a. het verschijnsel inertie en het relativisme van de elektrische stroom.
Lading (en in minder mate massa) vervormt de ruimte tot een energiedragend continuüm: deze blijkt dan ook een voorname actor te zijn in energieopslag en energie-uitwisseling. De snelheid van een energetische golf in de ruimte brengt het element tijd in de fysica, waardoor tijd en energie(-uitwisseling) nauw verbonden worden. Als de vervorming van de ruimte lineair is met de betrokken energie, en dus geen verzadigings- of hysteresiseffecten vertoont dan is de golfsnelheid constant.

De deformatie van de ruimte die aanleiding geeft tot de vorming van elektronen en positronen zou kunnen ontstaan door interferentie van deformerende golven in de ruimte die enorme energieconcentraties kunnen veroorzaken. De ongelijke deformaties van elektronen en positronen in ruimte en tijd geeft aanleiding tot het ontstaan van asymmetrie in de gevormde materie. Een oerknal met zijn deformerende golven blijft als oorzaak aan te wijzen voor de wording van de materie, maar de “oersoep” bevatte wellicht andere ingrediënten.

René Slegers
15.01.2006