De dipladenia
Geschiedenis:
De Dipladenia behoort tot de familie van de Apocynaceae of Maagdenpalmfamilie.
De plant komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika. Het is een klimplant die afkomstig is van Mandevilla.
De Mandevilla is een geslacht met meer dan 100 soorten heesters uit TropischAmerika,
heeft tegenoverstaande bladeren en grote bloemen in een gevorkt scherm.
Dipladenia (de minder klimmende soorten) wordt al sinds 1970 als kamerplant in onze streken gekweekt
maar is pas sinds een paar jaar ook als tuinplant te verkrijgen. Van Dipladenia zijn er vier kleuren in productie,
nl: wit, roze, rood en een de boliviensis geel.
Het geslacht Dipladenia omvat een 30-tal soorten gewassen.
Aanvankelijk groeien ze struikachtig, maar in een later stadium worden het meer slinger- of klimplanten.
De Dipladenia werd in 2006 uitgeroepen tot terrasplant van het jaar.
Soorten:
- Dipladenia Sanderi
- Dipladenia Boliviensis
- Dipladenia Eximia
- Dipladenia Atropurpurea
- Dipladenia Crassinoda
- Dipladenia Splendens
Vermeerderen:
De Dipladenia wordt vermeerderd via stek. De stekken zijn de licht verhoute tussenstekken met 1 bladpaar.
Per moederplant kunnen 10-15 stekken gesneden worden.Bij het stek snijden kan er wit melksap uit de wonden lopen.
Daarom worden de stekken in lauw water gedompeld.
Verzorging:
De planten bloeien ongeveer vanaf half april tot en met eind september.
- Een Dipladenia verwacht een constante vochtigheid in de potgrond.
- Geef de plant af en toe meststof, dit in de vorm van vloeibare meststof of mestkorrels.
- Men kan de Dipladenia overwinteren door hem te overwinteren met een temperatuur tussen de 10 en 16 graden.
Geef de plant weinig water maar laat de aarde niet volledig uitdrogen.
Ziekten:
Om ziekten te voorkomen is het best om de afgevallen en aangetaste bladeren te verwijderen tijdens de stekfase.
Op de Dipladenia kunnen volgende parasieten voorkomen: witte vlieg, spint, bladluizen, schilluis en wolluis.