|
Werkwoorden geven uitdrukking aan een actie (lopen), een toestand (zijn) of een gebeurtenis
(sterven).
Werkwoorden nemen verschillende vormen aan, afhankelijk van hun betekenis of functie in
een zin.
Het zetten van deze werkwoorden in die verschillende vormen noemt men vervoeging
van werkwoorden of werkwoordspelling.
Het werkwoord verandert van vorm naar gelang:
- de persoon (eerste, tweede of derde persoon)
- het getal (enkelvoud of meervoud) van het onderwerp
- naar gelang de tijd die in de zin uitgedrukt wordt (heden of verleden)
De oefeningen op werkwoordspelling op deze website behandelt de volgende
moeilijkheden
- Onvoltooid tegenwoordige tijd (O.T.T.)
- Onvoltooid verleden tijd (O.V.T)
- Voltooid tegenwoordige tijd (V.T.T.)
- Bijvoeglijke naamwoorden
Als de leerlingen een fout maken zijn ze verplicht het werkwoordschema
correct te overlopen voordat ze een volgende oefening krijgen.
Surftip: zinsontleding
Veel succes en oefenplezier.
Meester Kris
|