Hathuwas ann kusjam loguns (oudste Nederlandse zin! [rond 450])

Vlaamse makelijVL

: viewport

Hierboven verschijnt in Chrome huidige datum/uur indien dit bestand niet op internet staat!!!!!

© Wees gegroet ©

, bezoeker, vol van verwachting, het geluk zij met jou, welkom ben jij onder alle bezoekers: indien je mij respecteert, zal ik jou ook respecteren

Mijn RSS-kanaal met Nederlandse taalkunde en mijn pagina Nuttige gegevens taalkunde

Al mijn eigen RSS-kanalen

We bouwen langzaam op:

  1. Zin (ca. 450) Het woord 'ann' (de verleden tijd van unnan 'gunnen') wordt beschouwd als oudste Nederlands.  Nu dus eigenlijk oudste Nederlandse zin!
    "Hathuwas ann kusjam loguns"bergakkerrunen: 'ha[u]thurs ann kusjam loguns', 'Ik ben (eigendom) van Hathur; ik bied zwaardklingen onderdak.'
  2. Tweede zin (begin zesde eeuw) Een zin uit de Lex salica (de 'Salische wet') is als het oudste Nederlands te beschouwen: "maltho thi afrio lito" ('ik zeg je: ik maak je vrij, halfvrije').  De formule werd uitgesproken bij het vrij verklaren van een laat, d.w.z. een halfvrij persoon.  http://www.onzetaal.nl/kalender/records/r2308.html#1

    Manuscript van de Lex SalicaLex Salica (eind 8e eeuw; rest is latijn [voor mij])

  3. Tekst  Utrechtse doopgelofte uit de achtste eeuw:
  4. Uitgebreide (onvolledige) tekst (rond 950; volgens Justus Lipsius, aangehaald door Jozef Vercoullie, rond de Straatsburgse eden, 842).  Wachtendonkse psalmen

    http://nl.wikipedia.org/wiki/Wachtendonckse_Psalmen: Karolingische of Wachtendonkse psalmen

    Irlôsin sol an frithe sêla mîna fan thên thia ginâcont mi, wanda under managon he was mit mi.

    Verdam heeft deze zin aldus in het Middelnederlands weergegeven:

    Erlosen sal [hi] an (in) vrede siele mine van dien die genaken mi, want onder menegen hi was mit (of met) mi

    Ander stuk van die psalmen http://users.telenet.be/gaston.d.haese/bakermat.html

    An âuont in an morgan in an mitdon dage tellon sal ic in kundon,
    in he gehôron sal.

    's Avonds en 's morgens en 's middags zal ik vertellen en verkondigen,
    en hij zal luisteren.

    Nog een ander stuk van die psalmen uit 'De Taal der Vlamingen', Jozef Vercoullie, 'Vlaanderen door de eeuwen heen', deel 1, pagina 205:

    Ziehier overschrift en vertaling van blz. 5 van het handschrift Von Diez (afgebeeld op blz. 206):

    LVI, 2....
    in an scado fetheraco thinro sal ic
    gitruon untes farliet unreht.
    3. Ruopen sal ik te gode hoista got
    thia uuala dida mi.
    4. Sanda fan himele in ginereda mi, gaf an bis-
    mere tetradon mi.
    5. Santa got ginatha sina in uuarheit sina,
    in generida sela mina fan mitton uuel-
    po leono.slip ik gidruouit.
    Kint manno tende iro geuuepene in
    sceifte, in tunga iro suert scerp.
    6. Irheui thi ouir himila got, in an alleri
    irthon guolihheide thine.
    7. Stric macodon fuoti mina,
    in boigedon sela mina.
    Gruouon furi antsceine min gruoua
    in fielon an thia.
    8. Garo herta min got garo her-
    ta min, singin sal ik in lof quethan.
    9. Upsta guolihheide mina upsta psaltare
    in  cithara; up sal ik stan adro.
    10. Bigian sal ik thi an folkon herro,
    Lof sal ik quethan thi an thiadi.
    11. Uuanda gimikilot  ist untes te himelon

    en in de schaduw dijner vederen zal ik
    betrouwen tot dat verlijdt het onrecht.
    Roepen zal ik tot god den hoogsten, god
    die wel dede mij.
    Hij zond van den hemel en redde mij, gaf aan
    schande (die) vertraden mij.
    god zond zijne genade en zijne waarheid,
    en redde mijn ziel van het midden der wel-
    pen der leeuwen.  Ik sliep bedroefd.
    De kinderen der menschen hunne tanden (zijn) wapenen en
    schichten, en hun tong (een) scherp zwaard.
    Verhef dij boven de hemelen, god, en in al
    de aarde (zij) dijn roem.
    (Een) strik maakten zij voor mijn voeten,
    en bukten naar mijn ziel.
    Zij groeven voor mijn aanschijn (een) groeve
    en vielen in die.
    Bereid (is) mijn hart, god, bereid mijn
    hart; zingen zal ik en lof spreken.
    Sta op, mijn roem; sta op, harp
    en luit; op zal ik staan in den dageraad.
    Bekennen zal ik dij onder de volken, heer;
    lof zal ik dij spreken onder de natiën.
    Omdat groot is tot aan de hemelen

    Wachtendonckse psalmen

  5. Boek (circa 1100) Leidse Willeram (Egmondse Williram of Leidse Williram): oudste bewaard gebleven boek in het Nederlands
  6. Officiële documenten:
    1. 1236 (dus reeds Middelnederlands).  Statuten van de Leprozerie van Gent.
    2. 1 mei 1249Schepenbrief van Boekhoute (Bochoute, nu gehucht van Velzeke).  Uit 'De Taal der Vlamingen', Jozef Vercoullie in (deel 1, pagina 214) 'Vlaanderen door de eeuwen heen', door Frans Van Cauwelaert, Alfons De Cock, Jan Denucé, Lodewijk Dosfel, Paul Fredericq, Niko Gunzburg, Pol De Mont, Lodewijk De Raet, Maurits Sabbe, Stijn Streuvels, Herman Teirlinck, Jozef Vercoullie, Prosper Verheyden, August Vermeylen, Max Rooses; Amsterdam, Uitgeversmaatschappij "Elsevier" 1912 (1e deel) en 1913 (2e deel):
      Brief Bochoute
      Descepenen van bochouta quedden alle degene die dese lettren  sien  selen  in onsen here. Si  maken bekent
      die nu sien ende die wesen selen, Ende den scepenen van velseke te voirst,  dat der boidin molniser  van  dallem
      vercochte den hare henricke van den putte, portere van ghint,  ii½  bunre land, de rode met xx voe
      ten. Dat lant leit tuschen den ghintwege ende sinen us op, soe welc ende met derhenric kisen wille
      Dat lant wercochte hii te vulre wet, bi meier ende bi  scepenen. dat  lant heft hij geloft te quitene
      met i halster evenen ende IX d. bunre van alre quorelen sonder de godestinde, chegen alle dieghe-
      ne die te dage ende te rechte willen comen. Dat selve lant,  dat hijr genomen es,  dat heft hii  boidine Mo!en-
      isere weder gegeven terfleken pachte ombe i  mudde tarwen ende ombe ii capone siars,  die tarwe teghint
      bennen den iiii porten te leverne, dar derhenric wille, bennen  ii d., debeste ende bi der mate van ghint.  Dese tar
      we es hi sculdech alrehelegermesse ende ont hir ende metwintre vergouden te sine ; gebrake hem hir af,  soe sloge
      der Henric sin hant ane lant ende hilt alse sin herve. Dese rente, die ute desen lande gaet, die moet quiten der Boidin ende
      sin afcome;/de ofte so wie so la?/t houdende es over den hare henricke soe dast der henric negene scade enebbe no sin
      afcomende. Wi en hebben selve negenen segel. Scepenen van velseke van onsen ovede, bidi dat wit vor hem bekenden
      hebben si ons haren segel gelenet, war si ne donre nemmeer toe. Dese vorworde was gemaket anno Domini M°CC°XL°IX°
      in maio
      .

      Oudste Vlaamsche oorkonde van   1249.

      De Schepenen van Bochoute spreken allen die deze brief zullen zien, voor bij onze heer.  Zij maken bekend aan hen die nu zijn en zullen zijn, en in de eerste plaats (tevoorst) aan de schepenen van Velzeke dat de heer Boudewijn Molenijzer van Dallem verkocht aan de heer Hendrik van de Putte, poorter van Gent, 2,5 bunder lands (lans), gemeten met de roede van 20 voet.  Dat land ligt tussen de Gentweg en zijn huis, welk stuk de heer Hendrik daar kiezen mag.  Dat land verkocht hij voor de voltallige bank van burgemeester en schepenen.  Dat land heeft hij beloofd te vrijwaren met 1 halster zwarte haven en 9 penningen per bunder (de zogenaamde jaarlijkse heerlijke cijns) van alle aanspraken, behalve de kerkelijke tiend, tegen al wie wil dagen en rechtspraak zou vragen.  Datzelfde land dat hij genomen (gekocht) heeft, heeft hij Boudewijn Molenijzer teruggegeven in erfelijke pacht voor (om) 1 mud tarwe en 2 kapoenen 's jaars.  Die tarwe te Gent binnen de 4 poorten te leveren waar Hendrik het wil.  Binnen (met maximale afwijking van) 2 penningen de beste en met de Gentse maat (gemeten).  Deze tarwe is hij schuldig tussen (ont hir: tot) allerheiligen en het midwinterfeest verguld te zijn.  Zou hij hier in gebreke blijven, slaat heer Hendrik zijn hand aan het land en houdt het als zijn erf.  De rente die van dit land uitgaat, moet B(oudewijn) en zijn nakomelingen of wie dat land houdt (gebruikt) kwijten aan Hendrik, zodat die geen schade heeft, noch zijn nakomelingen.  Wij hebben zelf geen zegel.  De schepenen van Velzeke, van onze oversten (ovede: hoofd), bij wie we dit bekenden (verklaarden) hebben ons hun zegel geleend, wat hen tot niets verder verplicht (niet geeft meer toe).  Dit contract werd gemaakt in het jaar des heren 1249 in mei.
      Herdenkingssteen (blader naar SCHEPENBRIEF VAN BOCHOUTE, bijna halfweg) Dikkelvenne (wijk Bochoute: hoek Boechoutestraat-Kouterstraat; arduinplaat met oorkonde nu [2007-8-12] weg; tekst licht aangetast); Ver de schepenbrief (de O is weggevallen)

      In het gehucht Bochoute werd in 1249 een kouter, een stuk geprivilegieerde grond verkocht (als renteverkoop) door een Dikkelvense boer, Boudewijn Meulenijzer, aan een Gentse poorter. Een bewijsstuk voor de lokale schepenen werd opgemaakt door de naburige schepenbank van Velzeke.
      De wijk Bochoute strekte zich uit over de huidige gemeenten DIKKELVENNE (GAVERE), VELZEKE (ZOTTEGEM), SCHELDEWINDEKE (OOSTERZELE), en DIKKELE (ZWALM)Bochoute

Hebban olla uogala nestas hagunnan (rond 1100)

Mooiste uogala

Op 10 januari 2005 hoorde ik buiten voor 't eerst dit jaar meesjes fluiten.  Misschien hebben ze ook 'olla uogala' gelezen en zijn ze wat in de war door de te hoge temperaturen?

"De taal van de versregel 'hebban olla vogala nestas hagunnan ...' is geen Oudnederlands, maar Oudengels. Dat beweert de Gentse hoogleraar Luc De Grauwe.

Onder meer de Wachtendonkse Psalmen zijn ouder.

De werkwoordsvorm hebban zou een conjunctief zijn. Daarom is De Grauwes vertaling ook anders dan wat doorgaans wordt gegeven: 'Laten nu nog alle vogels nesten gebouwd hebben, behalve ik en jij - wat verwachten jullie nu?'"

(Mijn vertaling: 'Have all vogels nests built, except me and you; what expect you now?' Er moet trouwens 'uogala' staan.)

http://taalunieversum.org/cultuur/vragen/antwoord/3/:

Doorgaans wordt aangenomen dat het oudste zinnetje dat in zijn oorspronkelijke vorm is bewaard, luidt: 'hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic enda thu, uuat unbidan uue nu'. Het lijkt op West-Vlaams en het is waarschijnlijk een regel uit een liefdesgedicht, want het betekent: 'hebben alle vogels hun nesten al begonnen behalve ik en jij, waarop wachten we dan nog?' Het manuscript dateert van rond 1100, het behoort tot het Oudnederlands.  (Ook hier moet dus 'uogala' staan.)

Maar we hebben oudere aan het Nederlands verwante teksten.  Bijvoorbeeld de Wachtendonkse Psalmen, een vertaling in het Westnederfrankisch (zal wel Oostnederfrankisch moeten zijn!!!). Die werden geschreven rond het jaar 950. Van het einde van de negende eeuw dateert een zogenaamde paarden- en wormbezwering met daarin: 'visc flot aftar themo uuatare' (een vis zwom in het water).  En in een Utrechtse doopgelofte uit de achtste eeuw lezen we...

De eerste complete Nederlandse tekst (ze bedoelen officiële tekst) die we bezitten, is de schepenbrief van Boekhoute van 1249.

Zie verder voor uitgebreide behandeling olla uogala.

Lofvers uit 1130, http://boekenrijk.web-log.nl/boekenrijk/2004/08/minnedichtje.html:

'Tesi samanunga was edele unde scona'
Deze 'gemeenschap' was edel en schoon'
Dit welluidend lofvers werd neergeschreven in 1 130 in het prachtig bewaarde 9e-eeuwse Evangeliarium van Munsterbilzen.

Verdere uitleg olla uogala

http://nl.wikipedia.org/wiki/Hebban_olla_vogala: (eigenlijk 'uogala', dus)

Quid expectamus nu[nc]1

Abent omnes uolucres nidos inceptos nisi ego & tu

Hebban olla uogala nestas hagunnan2 hinase hi[c]3

[e]nda4 thu uu[at] unbida[t]5 g[h]e nu.

noten

  1. nc uitgesleten, alleen het stipje waarmee de n aanzette duidelijk.
  2. h onderaan uitgesleten, zou ook b kunnen zijn.
  3. c uitgesleten.
  4. e uitgesleten, zou ook a kunnen zijn.
  5. Unbada[t] waarin eerste a geëxpungeerd en i bovengeschreven, eind-t evenals at in voorafgaand woord uitgesleten; in het volgend woord schemert de g nog lichtjes door en is van de buik van de h nog een boogje zichtbaar.

Alle vogels in Leiden(Olla uogala aangebracht in het vroegere gebouw van de universiteitsbibliotheek aan het Rapenburg te Leiden)

hinase behalve, eig. het-en-zij, vgl. hit hesi in een Brugs stuk uit 1290 (in Corpus I, p. 962). Volgens Gysseling (t.a.p.) is de vorm hit in plaats van het zuidwestelijk, volgens Schönfeld (1933, p. 5) is deze vorm ingvaeoons, te vergelijken met oofri.  hit ne sē.  Een oude vorm hit in plaats van het is in het dertiende-eeuwse West-Vlaams bekend. De assimilatie van de t voor de volgende n komt in het dertiende-eeuwse Brugge voor. Het tweede lid na, met ogm. ai, moet de versterkte ontkenning zijn, die met de ingvaeoonse a uit het ags. en ofri. bekend is. Het derde lid (ags. , síe) is alleen in het ofri. overgeleverd.

nestas nesten. De meervoudsvorm nestas is volgens Gysseling (Corpus II, 1, p. 128) te vergelijken met de talrijke relicten van de uitgang -s bij mannelijke eenlettergrepige woorden, waarbij zich ook onzijdige woorden hebben aangesloten, in het West-Vlaams, vooral het ouder West-Vlaams (b.v. dycs, pits, broods, zwyns). Naar het zuidwesten toe lijken deze woorden in aantal toe te nemen (b.v. te Calais: aels, houcs, vagts (Corpus I, p. 1915-1921). Volgens Quack (1997, p. 48) was het s-meervoud in het Oudnederlands zeldzaam, maar "Hier verschijnt dus de uitgang zelfs bij het onzijdige zelfstandig naamwoord!" schreef hij, maar het s-meervoud van nestas kan verklaard worden omdat nest in het West-Vlaams ook als mannelijk woord voorkomt. Schönfeld (1933, p. 2) vond bij Mansion (Oud-Gentsche Naamkunde, p. 281) enkele meervoudsvormen op -as in het oud-Gents: geldindas (lees: *geldingas) en Grifningas, overigens naast -a, zoals Sclota. De vorm -s is Ingweoons, die op -a is oonfrk. De -s was kennelijk "in de alleroudste tijden" al in de Zuid-Nederlandse dialecten verspreid en die vaststelling "is een goede steun voor hen, die menen, dat de ndl. pluralis op -s van germ. oorsprong is".

unbida[t] wacht. Caron (1954, p. 66) stelt een reconstructie voor naar umbidan, event. unbidan, Mnl. ombiden (onbiden) 'wachten, verwachten, toeven, wachten op' . De u van unbidan is ouder dan het Middelnederlands (Caron 1963, p. 256).

vogala vogels. Gysseling (t.a.p.) wijst hier naar de bijnaam Vogal te Oudenburg. De eerste svarabhaktische a is volgens Schönfeld (1933, p. 3) niet vreemd, want in het oud-Gents zijn er meer van die vormen te vinden, zoals Sumaringahem. Hij meent dat de meervoudsuitgang -a van vogala onder invloed staat van de -a van olla, wat een reden is dat hier de -a als meervoudsuitgang werd gebezigd, en niet de -as.  (Moet dus 'uogala' zijn.)

Oorspronkelijk

http://www.xs4all.nl/~ace/vogala.html: (eigenlijk 'uogala', dus)

Hebban olla vogalan nestas higonan
Hinase hic ande tua?

Hebban olla uogala

quid expectamus nunc

abent omnes uolucres nidos inceptos nisi ego et tu

"uogala", "bigunnan" kan ook "hagunnan" zijn

http://www.xs4all.nl/~ace/arthurvk-100997.html

In H.M. de Blauws 'Nederlandse Letterkunde 1' staat:

"hebban olla uogala nestas higunnan hinase hic anda thu uuat unbidan uue nu"

Terwijl Komrij's bloemlezing komt met:

"hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic enda thu wat unbidan we nu"

Webstek van mij, beheerder van deze webstek
© Auteursrecht Frans mijn voeten n H2O(s)   rommelmoc.liaMG@sjiNsnarF
Vlaanderen onafhankelijkTen laatste -07-11 Vlaanderen onafhankelijk!  © © © © © © © © © © © © © © Houzee © © © © © © © © © © © © © ©

Vlaams

Naar mijn beginpagina

Naar mijn OneDriveOnedrive voor zaken die bij Telenet er niet meer bij konden

Naar mijn Facebookpagina's: hoofdpagina, hobby's
Naar mijn Google+pagina

foxyform

Creative Commons-Licentie
Frans Nijs startpagina met persoonlijke hobby's van Frans Nijs is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen 4.0 Internationaal-licentie.
Gebaseerd op een werk op http://users.telenet.be/FransNijs/.