Eerste ijzertijd: -750 ..
-400 hallstattcultuur (Kelten in Bohemen, Beieren en Hallstättersee,
Salzkammergut); typisch: oppida (versterkte hoogtesites, zoals op
Kemmelberg)
-57: Julius
Caesar komt, ziet, schrijft en overwint(ert) Menapiërs,
Nerviërs
(tussen Schelde en Dijle; gekeltiseerd), Eburonen
(tussen Scheldedelta, Rupel, Dijle, Ardennen, Rijn), Aduatieken
(Atuatukers, tussen Samber en Maas, tussen Nerviërs en Eburonen), Friezen
(sterk gekeltiseerde Germanen)
Caesar schrijft dat Gallië
(Keltenland: huidige Nederland, Vlaanderen,
Wallonië, Frankrijk) bewoond werd door:
belgen
in het noorden
Die belgen
waren dus geen Kelten, volgens Caesar. Dat ze de dappersten
(eigenlijk dus minst beschaafd) waren van die drie groepen, schreef hij
toe aan het feit dat ze niet gewoon waren handel te drijven en dus ook
niet gewoon waren te onderhandelen: ze streden tot de laatste dood
neerviel.
zijn bekend sinds het midden van de 13e eeuw: in goud, gewende,
klimmende leeuw van sabel (Wikipedia)
slechts vanaf midden de 14de eeuw [Wapenboek
Gelre] was de leeuw soms getongd en genageld van
keel. Bij Wikipedia
stellen ze onnozel dat het Wapenboek Wijnbergen
(einde 13de eeuw) misschien door onnauwkeurigheid de rode kleur niet
weergaf. Je kunt evengoed zeggen dat het Wapenboek Gelre
onnauwkeurig was. Dat boek is overigens nog onnauwkeurig door
details weer te geven die later nog nauwelijks weergegeven werden: witte
boventand (getand van zilver). Die witte boventand
toont het boek ook bij het wapen
van Lodewijk II Van Male
(alsook andere details, zoals haaromlijning van goud), maar bij Robrecht
I de Fries is het een ondertand
(op één na onderste schild)! Het lijkt er eerder op dat Gerle
leuke tekeningen kon maken en zeker geen nauwkeurigheid nastreefde.
'Philippus Austrius Pulcher 30 Comes', Filips van
Oostenrijk, de Schone, 30ste graaf
'Carolus Quintus Romanor. Imperator 31 Comes Flandriae', Keizer Karel V,
31ste graaf van Vlaanderen
27 graven van Vlaanderen
zonder meer
waarvan 3 enkel gelijktijdig met andere
waarvan 20 enkel Vlaanderen
hebben
waarvan
15 van het huis van Vlaanderen
4 van het huis van Elzas
3 van het huis van DAMPIERRE
3 van het huis van Nevers
1 van het huis van Skioldung
1 van het huis van Normandië
4 graven die ook hertog zijn en dus Vlaanderen
niet als voornaamste bezit hebben
5 graven die een koninkrijk of keizerrijk (mede)regeren
1 graaf als lolbroek
Boudewijn
I met de IJzeren Arm (863 .. 879; * 837 of 840); allemaal huis
vanVlaanderen,
tenzij anders vermeld; Balduinus Ferreus, Primus Comes Flandriae
Boudewijn
II de Kale (879 .. 918; * ~864) zoon van Boudewijn I;
Balduinus Secundus Calvus, 2 Comes
Boudewijn VIII,
van Henegouwen (of de Moedige) (1191 .. 1194; * ~1150) (ook
graaf Boudewijn V van Henegouwen en markgraaf van Namen)
schoonbroer van Filips van de Elzas
__________________________________________________
Boudewijn
IX van CONSTANTINOPEL (1194 .. 1205; * 1171) (ook graaf
Boudewijn VI van Henegouwen en keizer
Boudewijn I van CONSTANTINOPEL) vanaf hier: opnieuw huis vanVlaanderen; zoon van
Boudewijn VIII;
Balduinus Constantinopolitanus, 18 Comes
Jo(h)anna
I van CONSTANTINOPEL (1205 .. 1244; * ~1200) (eerst onder
regentschap oom Filips van Namen; ook gravin van Henegouwen)
dochter van Boudewijn IX
(sommigen noemen haar mannen Ferrand van Portugal, van 1212 tot 1227,
en Thomas van Savoje, van 1237 ook graven van Vlaanderen);
Ioanna Constantinopolitana, 19 Com. (Comitissa)
Margaretha II
van CONSTANTINOPEL (Zwarte Griet) (1244 .. 1278; * 1202) (ook
gravin van Henegouwen) dochter van Boudewijn
IX; Margareta 2 Constantinopolitana, 20 Com.
(Comitissa)
Lodewijk I (van Nevers)
(of: van Crécy, Zuid-Vlaanderen)
(1322 .. 1346; * ~1304) (graaf van Nevers en Réthel)
vanaf hier: huis van Nevers, kleinzoon van Robrecht III;
Ludovicus Cressiacus, 23 Comes
Lodewijk II van Male
(1346 .. 1384; * 1330) (graaf van Nevers, Réthel, Artois
[uitspraak artoos, want i diende voor lange klinker!] en
Franche-Comté) zoon van Lodewijk I;
Ludovicus 2 Maleanus, 24 Comes
Margaretha
III van Male (1383 of 1384 .. 1404; * 1350) dochter van Lodewijk II;
Margereta Tertia, 25 Comitissa
__________________________________________________
Filips II de Stoute (of: van
Bourgondië); vanaf hier: huis van Bourgondië en hertog
(hoger dan graaf) van Bourgondië; blijkbaar worden
ze hierna (zuiver huis van Bourgondië en Oostenrijks) nieuw genummerd
vanaf I: Filips en Karel! (1383 of 1384 ..
1404; * 1342) zoon van koning Jan II van frankrijk
Jan
I zonder Vrees (1404 .. 1419; * 1371) (hertog van Bourgondië
en graaf van Artois, Réthel, Charolais en Franche-Comté)
zoon van Margaretha III;
Ioanes Burgundus Intrepidus, 26 Comes
Filips
I de Goede (1419 .. 1467; * 1396) (hertog van Bourgondië,
waaronder tevens viel Vlaanderen,
Artois en Franche-Comté) zoon van Jan I
zonder Vrees; Philippus Bonus, 27 Comes
Karel
I de Stoute (1467 .. 1477; * 1433) (hertog van Bourgondië,
Brabant, Limburg en Luxemburg en graaf
Karel I van Holland,
Zeeland en Henegouwen) zoon van Filips
I; Carolus secundus Bellicosus, 28 Comes
-------------------------------------------------------------------
scheiding middeleeuwen en nieuwe tijd
__________________________________________________
Maximiliaan
I; Oostenrijks huis (Habsburgers)
tot einde (1477? of 1482 .. 1494 en 1506 .. 1515; *
1459) regent (voogd over zoon Filips II de Schone)
1493 keizer Maximiliaan I van Duitsland; zoon van
keizer Frederik III van Duitsland; Maximilianus Imperator, 29
Comes
De Karolingische koning Arnulf van Kärnten trok in 891
vanuit Maastricht met een leger over de toenmalige Geul en stootte in
een villula = dorp, op de vijand. ( Pastoor Kengen schrijft in " Uit
Geul's verleden " dat dit mogelijk GEULLE geweest is, anderen menen dat
hier GEULHEM bij VALKENBURG bedoeld wordt ). Bij deze veldslag werd het
leger van koning Arnulf verslagen. Deze gaf echter de moed niet op. Hij
vulde zijn leger met nieuwe troepen aan en verdreef de Noormannen over
de Maas en door de belgische Kempen tot bij LEUVEN, waar een nieuwe
veldslag plaatsvond. Ondanks hun tartende geschreeuw "Geul Geul "
werden de Noormannen daar verslagen.
(LEUVEN lag toen nog niet in Vlaanderen.)
Vanaf Boudewijn II de Kale
voert Vlaanderen een onafhankelijke koers
tegenover frankrijk, waar het officieel van afhangt. Germanen
waren vrijheid gewoon, zonder slaven en met democratische structuren;
Franken waren sterk geromaniseerd en hadden graag knechten.
Als de graven burchten (steden) bouwden ter verdediging tegen de
vriendelijke Noormannen, kregen de poorters slechts bescherming mits
vrijheden in te leveren. Hun rechten en plichten werden
vastgelegd in allerlei oorkonden der steden. Ze waren dus
minder vrij dan de Kerels (buiten de stad in huidig West-Vlaanderen)
Karel I de Goede
was tegen
de wil van deVlamingen
tot graaf gemaakt, ondanks Willem van Loo, wettige erfgenaam,
maar met een Kerlinne, een echte stevige kloeke West-Vlaamse boerendochter, als
moeder(!) Kareltje werd vermoord in BRUGGE in 1127 door de
Erembalden (Erembouden), Kerels van Vlaanderen
(dus afkomstig van het West-Vlaamse
platteland, vooral de kuststreek: Veurne-Ambacht). Die kerels
werden door de wal(l)en [fransen] en hun medestanders in Vlaanderen, Blauwvoeten
(vervorming familienaam Blavot van Veurne-Ambacht) genoemd.
De blauwvoet is de Noordse
stormvogel (Fulmaris glacialis; ijsmeeuw, mallemok, vuilaard,
zeepaard), die bij storm tegen de wind in vliegt: tegen de
verfransing! De medestanders der wallen
in Vlaanderen werden
zelf isegrims
(vervorming familienaam Ingrekin), dus wolven (uit Van
den Vos Reynaerde; tekst met
uitleg) genoemd. De Kerels in Zuid-Vlaanderen zijn echter niet
vrij: mogen geen wapens dragen tenzij een houten kolf als ze er tol
voor betalen, ...) De Kerels werden door verraad (voor veel
geld), meineed, hulp van de katholieke kerk, ... in BRUGGE verslagen en
vreselijk mishandeld en gemarteld. Dit had de eerste
overwinning van de Vlamingen
moeten zijn!
Doedele,
bommele, romdomdom
Houd u recht en sie niet om!
Gi, rudders, dwingers, maect u van cant,
Hier sijn de Kerels van Vlanderlant!
Gi, isegrims, hoedt u vor den Blauvoet,
Of gi selt voelen wat sine clau doet.
Onse vaderen (vorderen?) waren vri,
En vri so bliven wi,
So lanc een hert, dat lafheid haet,
In enen Keerlenboesem slaet.
Doedele, bommele, romdomdom
Houd u recht en sie niet om!
Dit lijkt (van opzet, en eenvoud: zie laatste versie) erg op het lied
van SINT-NIKLAAS:
Ramparalam paralam pampam
één, twee, drie vier vijf
Ramparalam paralam pampam
één, twee, drie vier vijf
En SINT-NIKLAAS, En SINT-NIKLAAS
En SINT-NIKLAAS dat mag er zijn
En SINT-NIKLAAS, En SINT-NIKLAAS
En SINT-NIKLAAS dat moet er zijn
Of anders:
En als de kerels te garen zijn
fiedererompompompompom
wat liedje moet er gezongen zijn
fied...... Kerelslied,
Kerelslied
fied...... Kerelslied,
Kerelslied
fiedererompompom.
Ze dragen een pilose broek
en om hun hals een rode doek.
Ze klimmen in de hoogste boom.
En zwemmen over de breedste stroom.
Ze koken hun potje al op het vuur
en zingen een liedje dat is niet duur.
Ze klimmen in de beddekwast
en slaan de duivel op zijn bast.
Ze bidden tot slot een vader ons
en geven de duivel de grootste bons.
Of nog anders (op internet gevonden bij franstaligen!): ALS DE KERELS TE GARE ZIJN
Als de kerels te gare zijn,
Doedle bomle rom dom dom,
Wat liedje moet er gezongen zijn?
Doedle rom dom dom.
't Kerelslied, 't kerelslied,
Doedle bomle rom dom dom,
't Kerelslied, 't kerelslied,
Doedle rom dom dom.
Zij renden met zessen langs de baan,
Doedle bomle rom dom dom,
Zij hadden stalen kleren aan,
Doedle rom dom dom!
Isegrims, Isegrims,
Doedle bomle rom dom dom,
Isegrims, Isegrims,
Doedle rom dom dom!
Zij hadden waaiend' helmen aan,
Zij renden zingend langs de baan.
Wat zongen zij?
Van edele ridders en heren groot,
Van nijdige kerels en galgedood.
Isegrims, Isegrims,
De kerels kennen een schon'ren zang,
De zang der kerels is niet lang.
Maar zegt veel.
En als de kerel aan 't zingen valt,
Zijn liedje vromer als d' and're schalt.
Storm op zee!
Vliegt de Blauwvoet? Storm op zee!
Vliegt de Blauwvoet? Storm op zee!
Storm op zee!
Dit lijkt een antwoord op het Kerelslied
door een franse ridder in (Kerels)gevangenschap gemaakt (hieronder)
Kies eventueel een
geluid: een midi, wav, mp3,... van je eigen computer... of vul gewoon
een adres in met kopiëren en plakken (en veld verlaten):
Ik wil van de Keerle zingen
Al met dienen langen baard
...
WI willen van
den kerels zinghen
Si sijn van quader aert
Si willen de ruters dwinghen
Si draghen enen langhen baert
Haer cleedren die zijn al ontnait
Een hoedekijn vp haer hooft ghecapt
Tcaproen staet al uerdrayt
Haer cousen ende haer scoen ghelapt
Wronglen wey broot ende caes
Dat heit hi al den dach
Daer omme es de kerel so daes
Hi hetes meer dan hijs mach
Henen groten rucghinen cant
Es arde wel sijn gheuouch
Dien neimt hi in sijn hant
Als hi wil gaen ter plouch
Dan comt tot hem sijn wijf de vule
Spinnende met enen rocke
Een sleter omtrent haer mule
Ende gaet sijn scuetle brocken
Wronghele ende wey et cetera
Ter kermesse wille hi gaen
Hem dinct datti es een graue
Daer wilhijt al omme slaen
Met sinen verroesten staue
Dan gaet hi drincken van den wine
Stappans es hi versmoort
Dan es al de werelt zine
Stede lant ende poort
Wronghele ende wey et cetera
Met eenen zeeuschen kniue
So gaet hi duer sijn tassche
Hi comt tote zinen wiue
Al vul brinct hi sine flassche
Dan gheift soe hem vele quader vlouke
Als haer de kerel ghenaect
Dan gheift hi haer een stic van den lijfcouke
Dan es de pays ghemaect
Wrongle ende wey et cetera
Dan comt de grote cornemuse
Ende pijpt hem turelurureleruut
Ay hoor van desen abuze
Dan maecsi groot gheluut
Dan sprincsi alle al ouer hoop
Dan waecht haer langhe baert
Si maken groot gheloop
god gheue hem quade vaert
Wrongle ende wey et cetera
Wi willen de kerels doen greinsen
Al drauende ouer tuelt
Hets al quaet dat zi peinsen
Ic weetze wel bestelt
Me salze slepen ende hanghen
Haer baert es alte lanc
Sine connens niet ontganghen
Sine dochten niet sonder bedwanc
Wrongle ende wey et cetera
Nog een ander Kerelslied uit 'Vlaenderen
die Leu' van F. R. Boschvogel in de reeks Reinaert Junior (p 39)
De ridder heeft alles genomen
men kruipt als hij gebied
bij duinen en moeren en stromen
dat doet de Kerel niet
wij willen
van de kerels zingen
zij zijn van kwader aard
zij willen de ruiters dwingen
zij dragen een langen baard
ter kermisse wil hij gaan
hij denkt dat hij is een graaf
daar wil hij het al omme slaan
met zijne verroesten staaf
dan gaat hij drinken van den wijn
stappans is hij versmoord
dan is de wereld 't zijn
stede, land ende poort
met ene zeeuwse knive
zo gaat hij deur zijn tas
hij komt tot zijne wive
al vul bringt hij zijn flas
dan geeft zij hem veel kwader vloeken
als haar de kerel genaakt
dan geeft hij haar van de lijfkoeke
dan is de pays gemaakt
men zal ze slepen en hangen
hun baard is al te lang
zij kunnen het niet ontgangen
zij dochten niet zonder bedwang
Dirk van de Elzas:
keuze van het
volk boven Karel en Clito. Versloeg (1128) Willem
met steun der steden die hiermee voorgoed de ridders
overwonnen. Verleende steden eerste geschreven voorrechten
(keuren) De Kerels verkregen dat die keuren en stadsschriften
in het Vlaams werden
opgesteld!!!! Onze worsten zijn dat blijkbaar
vergeten! (Onze wetten worden altijd in het frans opgesteld
en enkel die tekst is bindend; niet de Nederlandse vertaling!)
Machteld, weduwe van Filips II Augustus van
frankrijk, die als bijleving (duwarie) een groot deel van Kerlingaland
bezat, verliest in 1204 in VEURNE een slag (ze wou
die streek helemaal verwoesten) tegen de Kerels
onder Herbert van Wulveringhem (ze waren nog niet allemaal uitgemoord
door de fransen). Dit was de tweede overwinning van
de Vlamingen tegen de
fransen!
Gwijde van Dampierrezegt
in 1297 koning Filips IV van frankrijk de
leentrouw op. (Vlaandereneenzijdig onafhankelijk.) De problemen
ontstaan vooral doordat de fransen nog achterlijk zijn en blijven
hangen in het vreselijk middeleeuws (beide betekenissen) leenroerig
stelsel met vreselijke onderdrukking door de adel (met vuil blauw
bloed). De Vlamingen
zijn door hun verschrikkelijk grote werklust steeds rijker en mondiger
geworden en hebben reeds een burgermaatschappij met burgerraden
opgericht. Dat zint de franse adel niet, want zij moeten alle
macht in handen hebben. De fransen vinden, zoals steeds (zie
ook Boerenkrijg)
dat ze hun wil mogen opdringen aan anderen. Wij vinden van
niet! Ook het feit dat Vlaanderen
nogal moeilijk toegankelijk was wegens de grote wateroverlast, zal wel
gemaakt hebben dat de fransen ons minder konden beïnvloeden.
met eventueel %20 (procent-twee-nul) in plaats
van de spatie
(stop geluid eventueel met de Escape-toets)
Vlaanderen
opnieuw ingelijfd in 1300 en Gwijde
met zoon Robrecht (en vele
andere edelen) gevangen in frankrijk
Goede Vrijdag
of Brugse Metten
(met "schild ende vriend", door fransen waarschijnlijk als 'eskielt
ende vRient' uitgesproken; door West-Vlamingen: 'skhilt ende vrient')
op vrijdag 18mei
1302: franse bezetters uitgeroeid door Liebaards
(leliaards
werden niet vermoord, maar wel vernederd en uitgelachen).
Aanloop tot tweede overwinning der Vlamingen
tegen de fransen! (Mochten we daarom als kind op vrijdag geen
vlees eten?)
Guldensporenslag
bij KORTRIJK op woensdag
11juli 1302: fransen
als gehakt in pan en grond gehakt (20000
doden, waaronder 700 franse ridders met een gulden spoor van
hoogmoed). Ook hier vochten de Kerels mee. De
franse opperbevelhebber, Robrecht van Artois,
noemde trouwens alle Vlaamse
strijders, Kerels: hoe sprak hij dat uit met zijn walse muil?
Dit was dus de tweede grote overwinning der Vlamingen tegen de fransen!
(Is er daarom op woensdagnamiddag vrij in de lagere en middelbare
scholen?)
4 april 1303 derde grote
overwinning der Vlamingen
tegen de fransen bij ARKE
(buurt SINT-OMAARS)
april-mei 1303 Vlaamssucces in Zeeland
18 augustus 1304 Onbesliste
(http://nl.wikipedia.org/wiki/Guldensporenslag,
Verschueren, ...; meeste geschiedschrijvers geven frankrijk gewonnen,
maar dat lijkt op de Romeinen die de anderen Barbaren noemden:
frankrijk had praktisch een monopolie in zo goed als alles, dus ook in
geschiedschrijven; Hendrik
Conscience (een van oorsprong frans, Vlaams
geweten) geeft Vlaanderen
gewonnen in zijn historische afsluiter van zijn
roman De Leeuw Van Vlaanderen;
hij bedoelt dat de hoogmoedige fransen dat klusje niet konden afmaken) strijd
bij PEVELENBERG
(Zuid-Vlaanderen) in 1304
en onderhandeling leidend tot verdrag. (Beide strijdende
partijen hadden schrik nog veel levens te verliezen en zullen dus snel
gestopt zijn met strijden)
Vredesverdrag 1305 maakt
inlijving van 1300 ongedaan
1310 opstand van boeren in
Waasland (zie ook Boerenkrijg);
ook problemen in BRUGGE, GENT, AARDENBURG, DAMME
Zuid-Vlaamse
RIJSEL, DOWAAI en BÉTUN bij frankrijk in 1312
Kerels, met Bruggelingen, onder Niklaas
Zannekin van LAMPERNISSE,
veroveren (1322) Sluis en nemen Jan van Namen gevangen.
Jarenlang oorlog, en in 1325 leveren Kortrijkzanen Lodewijk
I van Nevers als gevangene aan Kerels.
Een leeuw
is geen luipaard en een iris is geen lelie...
In het woord liebaard (liebaert, lupard)
bemerk je het woord luipaard en vroeger zagen de mensen uit onze
streken geen verschil: het waren wilde dieren (katachtigen).
Een liebaard betekent in de huidige
heraldiek een (gaande of) aanziende leeuw. Rond
1300 noemden de Vlaamsgezinden,
graaf van Vlaanderengezinden,
zich Liebaards (tegenwoordig ook Liebaarden) omwille van de (weliswaar
klimmende en dus klauwende) leeuw in het wapenschild van de
graaf. De fransgezinden (meestal meer begoeden) noemde men isegrims
of leliaards: naar de zogenaamde
franse lelie op het schild van de franse, Vlaminghatende,
koning. Het franse 'lys' is eigenlijk de verwarrende
heraldische naam voor de gele
lis: Iris pseudacorus, die op de het
schild en de vlag der fransen staat! Dat is dus niet de 'lys'
in de normale betekenis, namelijk lelie:
Lilium candidum. De Vlaamsgezinden zouden dus beter
Klauwaards (hun latere naam) en de fransgezinden Irisaards genoemd
worden. De naam Klauwaards wordt pas gebruikt sinds ongeveer
1323 bij de opstand der Kerels onder leiding van Niklaas
Zannekin.
De opstandige Gentenaars (tegen graaf en koning) die in BRUGGE op
woensdag 30 mei 1380 verslagen werden door de Bruggelingen, hadden 3
klauwen op de mouwen en noemden zich Klauwaards. Die klauwen
verwezen echter naar de (staande, dus niet klauwende!)
leeuw op het schild en de vlag van de Engelse koning. Jan
Yoens, de leider der Gentenaars, had op zijn linker mouw zwarte lopende
leeuwen op witte achtergrond: dus van de Engelsen in die tijd (met
andere kleuren): ¯¯
[brullende Vlaamse
Leeuw]. De Gentenaars noemden de Bruggelingen leliaards,
vermoedelijk om zichzelf en medestanders op te juinen, en natuurlijk
verwijzend naar het feit dat BRUGGE de (franstalige!) graaf en dus
onrechtstreeks de franse koning steunde.
Kerels uiteindelijk verslagen door frans leger en Vlaamse legers: Vlaamse boeren verslagen op de Kasselberg,
23 augustus 1328; Vlaanderen
niet ingelijfd, maar veel harde repressie.
Jacob
van Artevelde (<ERTVELDE),
de Wijzen Man, strijdt voor onafhankelijk Vlaanderen
en brengt het tot grote bloei (1338 .. 1345)
1407 Raad van Vlaanderen
(hooggerechtshof) zetelt in GENT en de voertal is Nederlands (gehoord
worst?)
14?? Kerels, onder Hanne Mettenbaerde en Arnold
Kieken, verslaan Filips de Goede (als
spotnaam hem gegeven) bij KASSEL:
derde overwinning derVlamingen,
maar moeten zich later definitief gewonnen geven tegen te groot frans
leger
1451 .. 1453 Grote Gentse Opstand (waar lazen we
dat nog?) tegen Filips, de zogenaamde Goede. Gentenaars
uiteindelijk verslagen bij GAVERE
In
't Wonderjaer, 1566: beeldenstorm (begonnen in STEENVOORDE;
was ik er maar bij) en ander verzet tegen overheersing van de
(verschrikkelijk katholieke en dus onverdraagzame) Spanjaarden.
Vlaanderenonafhankelijk
van 1598 tot 1621 (zelfstandige
Zuidelijke Nederlanden) onder Albrecht
en Isabella (Spaans huis) Na
dood Albrecht (1621) was Isabella landvoogdes onder koning Filips IV
(ook koning Filips
IV van Spanje). Isabella gaf haar naam aan de kleur
izabel (zie ook
Isabeltapuit en Isabelklauwier)
door bij het beleg van Oostende te zweren dat ze geen proper hemd zou
aandoen voordat de stad veroverd werd. De belegering duurde erg lang
(1 172
dagen volgens Wikipedia, maar dat is fout). Het was
natuurlijk weer een godsdienststrijd.
Kleine ijstijd, met dieptepunt voor onze gewesten tussen 1645
en 1715.
Frans
Anneessens verdedigt vrijheden der Ambachten
(Kerels) tegen Oostenrijkers en wordt dus simpel onthoofd, 1719
Vlaanderen
onafhankelijk in 1789 tot 1795.
Op 22 november 1789 roept de Staten van Vlaanderen,
in het stadhuis van Gent, de Vlaamse
onafhankelijkheid uit. Joseph De Graeve wordt benoemd tot
raadspensionaris van de Staten van Vlaanderen.
Op 4 januari 1790 wordt op de Vrijdagmarkt het Manifest
van de provintie van Vlaenderen
plechtig voorgelezen.
Boerenkrijg: 12oktober
1798, OVERMERE
tot 5december 1798,
HASSELT. Opstand van vooral buitenmensen (in de steden hadden
de fransen alles al in hun vuile, vernietigende handen en daar kon men
dus niet meer in opstand komen) tegen franse onderdrukking van Vlaanderens cultuur; dus voor Vlaanderen, Vrijheid en godsdienst.
De opstandelingen werden door de 'fransen zonder kniebroek',
struikrovers genoemd. Voor outer (altaar) en heerd (eigen
haard, cultuur): sterk gesteund door kerk met geld, levensmiddelen en
wapens. (Net zoals in 1830, en later in 1940..1945, sprong de
kerk dus graag op de kar om haar macht te behouden; in 1830 tegen de
protestanten, die volgens de kerk geen recht hadden op
bestaan.) De fransen vonden dat hun ideeën maar door iedereen
moesten aanvaard worden of men werd gedood of verbannen. De
revolutionaire fransen ageerden nog driester dan degenen die ze van de
macht verdreven hadden. Niet verwonderlijk: als je zomaar alle
gevangenen (moordenaars, inbrekers, verkrachters, afpersers, ...)
vrijlaat. Deze arrogante houding van de fransen zagen we
doorheen heel de geschiedenis en nog steeds!
Geen roekeloze wagers:
stil volk dat zich beraadt
Aleer het zijn belagers
manhaft te lijve gaat.
Zij wisten wat zij wilden,
toen zij tot stout verweer
De pik of zeis optilden
of grepen naar 't geweer.
Keerzang:
Voor vrijheid en recht. Ongeknecht,
onverveerd voor outer en heerd! (bis)
Zij steunden op Oranje's:
de Nederlanden één!
En juichten toen Brittannië's
beloofde vloot verscheen.
Kloekmoedig in de gouwen
van Diets Zuid-Nederland,
Zijn allen sterk en trouwe
gesprongen in de brand.
Rolliers, Corbeels, Van Gansen,
bevochten onverveerd,
Met wisselende kansen,
de vijand van hun heerd.
Zij kampten koen als leeuwen,
en werden z'overmand,
hun namen staan voor eeuwen
in 't hart van 't volk gebrand
Kies eventueel een geluid: een midi, wav, mp3,... van
je eigen computer... of vul gewoon een adres in met kopiëren en plakken
(en veld verlaten):
Franse ratten, rolt uw matten,
wil naar huis toe keren.
Zegt: "die vrienden, die ons minden",
of men zal u leren
op de pijpen dansen,
nu hebt gij goê kansen:
Weg gascon, wie de bon, bon, bon,
door 't Keizers schoon kanon.
Wilt nu lopen met heel hopen,
zegt: adieu schoon landen.
Pruisen koning, g'hebt uw loning,
Fransen vlucht met schande
van d'Hollandse palen.
't Land zal u betalen
met de zon, wie de bon, bon, bon,
door 't Pruisen schoon kanon.
Fransgezinden, diep verblinden,
die hun taal verguizen.
Maakt uw paksken, neemt uw zaksken,
want gij moet verhuizen.
't Vlaams volk in dez'
landen,
krijgt haar op zijn tanden:
Weg gascon, biribon, bon, bon,
het land uit, franskiljon
1847Hippoliet
Van Peene (1811, KAPRIJKE
- 1864, GENT),
arts, schrijft De Vlaamse Leeuw en
componist Karel Miry (1823, GENT - 1899, GENT), zijn neef, zet de
toon. Beiden waren actief in de Gentse
amateurtoneelmaatschappij Broedermin en Taelyver.
Het lied ontstond in juli, blijkbaar naar aanleiding van een discussie
onder de leden van Broedermin en Taelyver over volks - en nationale
liederen. Ook Hippoliet Van Peene was daarbij aanwezig en het was voor
hem de aanleiding om De Vlaamse
Leeuw te dichten. Daarbij heeft hij zich duidelijk laten
inspireren door het ook in Vlaanderen
populaire strijdgedicht van de Duitser Nikolaus Beckers "Der deutschen
Rhein (Sie sollen ihn nicht haben...)". Muzikaal is er
beïnvloeding van de melodie van Robert Schumans "Sonntags am Rhein".
De historische context heeft ook een rol gespeeld, met name de
politieke omwenteling van februari 1848 in Frankrijk, die de Tweede
Republiek in het leven riep, en de vrees in belgië deed
aanwakkeren voor een mogelijke annexatie. Dat schiep een
klimaat waarin de bevolking psychologisch behoefte had aan een
strijdlied. Rond 1900 was De Vlaamse
Leeuw reeds algemeen als nationaal lied van de Vlamingen
ingeburgerd.
Bij het decreet van 6 juli 1973 van de voormalige Cultuurraad voor de
Nederlandse Cultuurgemeenschap werden de eerste twee strofen van De Vlaamse Leeuw uitgeroepen tot
eigen volkslied.
Zij zullen hem niet temmen, de fiere Vlaamse Leeuw,
Al dreigen zij zijn vrijheid met kluisters en geschreeuw.
Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming
leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.
Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming
leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.
De tijd verslindt de steden, geen tronen blijven staan:
De legerbenden sneven, een volk zal nooit vergaan.
De vijand trekt te velde, omringd van doodsgevaar.
Wij lachen met zijn woede, de Vlaamse
Leeuw is daar
Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming
leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.
Hij strijdt nu duizend jaren voor vrijheid, land en god;
En nog zijn zijne krachten in al haar jeugdgenot.
Als zij hem machteloos denken en tergen met een schop,
Dan richt hij zich bedreigend en vrees'lijk voor hen op.
Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming
leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.
Wee hem, de onbezonnen', die vals en vol verraad,
De Vlaamse Leeuw komt
strelen en trouweloos hem slaat.
Geen enkle handbeweging die hij uit 't oog verliest:
En voelt hij zich getroffen, hij stelt zijn maan en briest.
Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming
leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.
Het wraaksein is gegeven, hij is hun tergen moe;
Met vuur in't oog, met woede springt hij den vijand toe.
Hij scheurt, vernielt, verplettert, bedekt met bloed en slijk
En zegepralend grijnst hij op's vijands trillend lijk.
Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming
leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.
Kies eventueel een geluid: een
midi, wav, mp3,... van je eigen computer... of vul gewoon een adres in
met kopiëren en plakken (en veld verlaten):
Dat Rodenbach met zijn "Blauwvoet" de zanger van de
studentenkamp werd, is – in oorsprong – eerder te wijden aan een
toevallige samenloop van omstandigheden dan aan een doelbewuste
intentie van Rodenbach zelf. De eerste versie van "Het lied
der Vlaamse zonen" was
niét als strijdlied bedoeld. Het was een lofzang op superior
Delbar van het Klein-Seminarie omdat hij eerder dat schooljaar de Vlaamse dichter De Koninck, als
Waal, in het Vlaams had
toegesproken. Het zou, samen met "Het lied der dichters", gezongen
worden door de studenten tijdens het jaarlijks feest ter ere van de
superior. Op 24 juli 1875 echter komt surveillant Barbe, namens de
superior, aan de studenten vertellen dat één van de twee Vlaamse liederen vervangen zou
moeten worden door een Frans lied en dat Rodenbach zijn eerste versie
van "Het lied der Vlaamse
zonen" zou moeten wijzigen; ook al was het een dank- en lofrede op de
superior. Deze domper op de feestvreugde zorgde er, samen met
talloze andere kleinere en grotere incidenten tussen de studenten en de
superior, voor dat de frustraties die leefden onder de Vlaamse scholieren op het
Klein-Seminarie zich zouden uiten in wat "De Groote Stooringe" genoemd
zou worden. Een dag later, op 25 juli 1875, beraadslagen 19
van de 26 leerlingen uit de poësisklas onder leiding van Rodenbach over
wat ze zullen doen: 16 van hen stemmen tegen het zingen van om het even
welk Frans lied.
Op 27 juli, de dag van het superiorsfeest, houdt Rodenbach een
rede ter ere van Delbar waarin elke zinsspeling op de gespannen
toestand in het Klein-Seminarie of het Vlaams
verzet verwijderd was. Ondertussen had Rodenbach een tweede en veel
strijdkrachtiger versie van zijn "Lied der Vlaamse
zonen" geschreven. Die tweede versie werd, alle inspanningen
van de surveillanten om de circulerende kopietjes van de tekst te
onderscheppen of te vernietigen, op de tweede dag van de feesten, samen
met de "Vlaamse Leeuw"
door de studenten gezongen tijdens de namiddagactiviteiten.
Tijdens het souper, waarbij leraren en leerlingen samen aan tafel
zaten, vroeg de superior een van zijn leraren om het Franse liedje "Les
Curassiers" aan te heffen. De studenten vielen wel in, zoals
van hen verwacht werd en ondanks de stemming om niets in het Frans te
zingen, maar pasten de tekst aan om hun ongenoegen te uiten.
Superior Delbar merkte dat op en schorste het feest, daarop weerklonk
de strijdkreet "Vliegt de Blauwvoet? – Storm op zee!". Julius
(Jules) Devos, zoon van zeer eenvoudige mensen, die de trompet speelde
bij het protestlied, werd van school gestuurd, terwijl rijkemanszoontje
Rodenbach, de leider van de opstand, mocht blijven.
Het is vanaf deze "Groote Stooringe" dat Rodenbach
studentenliederen gaat schrijven met een bijbedoeling en het is pas
vanaf dan dat de leuze "Vliegt de Blauwvoet? Storm op zee!", die al
eerder, maar zonder revolutionaire bijklank, gekend was uit het werk
"De kerels van Vlaanderen"
van Conscience ook een echte strijdkreet werd. Zoals Van Puyvelde het
al meldde:
Die studentenliederen dat was de opwekking tot den strijd
[...] Op 't gemoed der jeugd moest dus in de eerste plaats indruk
gemaakt worden [...] En hoe kon Rodenbach dat beter doen dan door over
de studentenhoofden liederen te laten galmen.
De werken van Rodenbach en ook heel veel van zijn vroege
studentenliederen zijn doorspekt met de Kerelsthematiek die zij kenden
uit Consciences werk. Ferdinand Rodenbach schrijft hierover :
De waarheid over hunne (en hij bedoelt dan "de Kerels" [AW])
geschiedenis diende dus gekend te zijn, en daarop legde Albrecht zich
toe, bracht nota's op nota's bijeen en bezat algauw een hele
verzameling oorkonden waarop hij steunen en werken mocht. Rodenbach
schreef ook het werk "De Kerels" en verscheidene Kerelsliederen
waardoor de studentenkamp zich vrij snel uitbreidde onder de naam
"Blauwvoeterij" en de Vlaamse
studenten "verkereld" werden.
Rodenbachs liederen waren als het ware propagandaliederen voor
de idealen van de Blauwvoeterij en voor de idealen van de Vlaamse studentenkamp. Ze
moesten zijn medestudenten werven voor zijn strijd. Daarom dat hij ook
in zijn plannen voor de inrichting van de Studentenbond telkens weer
hamert op het belang van studentenliedjes, liedbundels voor de
studenten en de spelersgilden. En daarom ook dat hij op talloze
vergaderingen van de studentenbond blijft herhalen dat alle middelen –
waaronder hij steevast spelen en liedjes vernoemt – ingezet moeten
worden.
Maar Rodenbach wilde niet enkel de studenten winnen voor de Vlaamse kamp. Ook het gewone
volk wilde hij achter zich krijgen.
In "Kroniek van Albrecht Rodenbach" lezen we op 25 januari
1877 – Rodenbach studeert dan al in Leuven – het volgende:
Zang en toneel werden door Rodenbach beschouwd als
belangrijke middelen die de studenten ter beschikking stonden om de Vlaamse bewustwording bij het
volk te stimuleren.
En uit zijn nagelaten notities weten we dat hij voor de
propaganda door middel van het Vlaamse
lied, ook buiten de studentenwereld, overwogen heeft om "Liedekens voor
het volk" – meestal aanpassingen van bestaande liedjes of nieuwe
teksten op bekende melodieën – te laten verspreiden door marktzangers.
Het belang van een eigen studentenliedschat kende Rodenbach
vanuit het Duitse studentenleven. In een artikel in de "Vlaamse Vlagge", dat Rodenbach
ondertekende met het pseudoniem François Quillon – een duidelijke
zinspeling op de term 'franskiljon' – blijkt duidelijk naar het
voorbeeld van welke voorgangers Rodenbach de werfkracht van het lied in
een volksstrijd heeft leren schatten. Hij schrijft, met toch enige vorm
van kritiek voor zijn voorbeelden, het volgende:
Beziet de Duitsche studenten!
Deze zijn iets, hebben hun eigen leven, niet altijd
in den rechten regel, neen, maar eigen, en zoo eigen, dat zij een type
geworden zijn. En onder andere hebben zij hunnen liedjes,
waar heel hun leven in leeft, hunnen helen cyclus liedjes, van aan de
middeleeuwse sage tot aan het dansend en springend drinkliedje, van aan
"Es war ein König in Thule" tot aan het "Urbummellied".
Nu, die liedjes en zijn juist altijd niet puik. Daar
zijn er prachtige, daar zijn er die ik noch gij en zouden willen
zingen. Zij zijn Duitsers, Duitse studenten, en hun liedje drukt hun
wezen en leven uit. Wij zijn Vlaamse
jongens, Vlaamse
studenten: wij moeten onze liedjes hebben, drukkende ons wezen en ons
leven uit.
In deze tekst benadrukte hij op heel duidelijke wijze
tegelijkertijd de Germaanse verwantschap én de Vlaamse
eigenheid van wat hij voor ogen had.
herdicht om te akkoord te staan met het huidig slaan
sommiger piano's (lijkt eerder een versie voor West-Vlaamse jongeren)
Nu het lied der Vlaamsche zonen,
nu een dreunend Kerelslied,
dat in wilde noordertonen
uit het diepste ons herten schiet.
Ei! het lied der Vlaamsche
zonen
met zijn wilde noordertonen,
met het oude Vlaamsch
Hoezee:
Vliegt de Blauwvoet -- storm op zee!
Priester, gij waardeert ons herten
minnend 't oude Kerelsland;
priester, gij waardeert ons smerten
over 't oude Vlaanderland.
Herhaal.
Daarom nu een lied gezongen, Vlaamsche herten, Vlaamsche tongen,
met het oude Vlaamsch
Hoezee:
Vliegt de Blauwvoet -- storm op zee!
Gij waardeert den zucht der zonen
van het vrije Kerelsvolk,
toen ze elkander Vlaandren
toonen
in der oude tijden wolk.
Gij waardeert ons woelig blaken,
onzer herten sombren spijt,
gij waardeert ons brandend haken
naar het deelen in den Strijd.
Gij waardeert ons. 't Is gebleken
als gij voor den Dichter stondt
en ons tale wildet spreken
en zulke eedle woorden vondt.
Priester, wil den dank ontvangen
van het dankbaar Vlaamsche
kind
in zijn wilde en woeste zangen,
omdat gij zijn Vlaamsch-zijn
mint.
Herhaal. Dat is 't lied der Vlaamsche
zonen, 't dankbaar lied der Vlaamsche
zonen,
met het oude Vlaamsch
Hoezee:
Vliegt de Blauwvoet -- storm op zee!
Dit
liedje wierd trouwens gedicht om gezongen te worden op de
naamfeest van den E. H. H. Delbar, kan. sup. van het klein-seminarie
van Rouselare, nevens een ander dat hiet het lied der Dichters.
Te weten, E. H.
H. Delbar, kan. sup. van het kl.-s., had Vlaamsch
gesproken waneer Lodewijk De Coninck naar het gesticht
gekomen was.
Nu het lied der Vlaamsche
zonen,
nu een dreunend Kerelslied,
dat in wilde noordertonen
uit het diepste ons herten schiet.
Herhaal
Ei! het lied der Vlaamsche
zonen,
met zijn wilde noordertonen,
met het oude Vlaamsch
Hoezee:
Vliegt de Blauwvoet -- storm op zee!
't Wierd gezeid dat Vlaandren
groot was,
groot scheen in der tijden wolk,
maar dat Vlaanderland
nu dood was
en het vrije Kerelsvolk.
Maar dan klonk een stemme krachtig
over 't oude noordzeestrand,
en het stormde grootsch en machtig
in dat doode Vlaanderland
En hier staan wij 't hoofd omhooge,
vuisten siddrend, kokend bloed,
vlamme in 't herte, vlamme in de ooge,
en ons naam ons trillen doet.
Van de blonde noordsche stranden,
dwang en buigen ongewend,
onze vaders herwaarts landden,
leden, streden ongetemd.
Ja wij zijn der Vlamen
zonen,
sterk van lijve, sterk van ziel,
en wij zoûn nog kunnen tonen
hoe de klauw des Klauwaards viel.
Op ons vane vliegt de Blauwvoet
die voorspelt het zeegedruisch,
en de Leeuw er met zijn klauw hoedt
't zegepralend Christi Kruis.
Weg de bastaards, weg de lauwaards!
Ons behoort het noorderstrand,
ons, den Kerels, ons, den Klauwaards.
Leve god
en Vlaanderland! (Zie hieronder voor de nieuwe spelling)
Hoort een lied vanVlaamsche zonen, hoort het West-Vlaamsch
Kerelslied, de oude vrije noordertonen
uit den mond van 't jeugdig diet.
Herhaal
Ei! wi siin dier Keerlensonen, singen 't in die oude tonen, roepen naer elkaer: "Hou'see!
Vliegt die Blauwvoet -- storm op see!"
Vlaandrenja was aan 't Bewegen, edoch dat Bewegen liep wijd uiteen al duizend wegen, en West-Vlaandren
sliep -- zeer diep.
Al met eens weêrklonken stemmen,
't waaide een Vlagge, 't leefde alhier,
en die poogden ons te temmen...
stortten olie op het vier.
En hier staan wij 't hoofd omhooge,
vuisten siddrend, kokend bloed,
vlamme in 't herte, vlamme in de ooge,
en ons name ons trillen doet.
Wikings naamden eerst onze Oudren,
Kerels, Klauwaards naderhand;
nooit en knelde een jok hun schoudren,
dwingers plette hun kolf in 't zand.
Kerelskamp en Gilde baarde
Nering, Burg, Gemeenebest,
't schoonste en grootste volk der aarde,
wijd geëerd in Oost en West.
Zulker vaadren zijn wij zonen,
sterk van lijve, sterk van ziel,
g'reed, als 't nood deed, eens te tonen
hoe gepast hun knotse viel.
Spijts al die ons temmen wilden,
ei, Studenten, rond de vaan!
In 't gelid, verboden Gilden,
en de Skalden voorenaan!
Hoog in wind de Klauwaardsvane,
't alverwinnend Kruis in top,
en, spijts gaais en franschen Hane,
met een blauwen Blauwvoet op.
Steekt den hoorn en zwaait de vanen!
Allen hier die Vlaandren
mint!
Laat pedanten staan vermanen!
Slaat den Bardit in den wind!
Horkt! het lied uit Vlaandrens
gouwen
antwoordt op het Kerelslied:
ziet alom de vane ontvouwen,
scharen 't Vlaamsch
Studentendiet.
't Kerelslied wekt Vlaandrens
krachten:
't heir groeit aan, zijn hoop, zijn deugd!
Ziet, zij grijnzen reeds die lachten: Vlaandrens
Toekomst hoort der jeugd!
Volk met averechtsche plichten,
zonder u zal 't ook wel gaan.
Zucht nu wat, doch wilt u zwichten
nog in onzen weg te staan.
Gijnder daar die 't volk woudt paaien
met uw helden -- landverraârs,
g'hebt bij god!
gedaan met zaaien,
uitgekochte leugenaars!
Gij die ons hebt uitgezogen,
fransch gebroed alhier gemest,
g'hebt genoeg op ons gespogen!
Ziet: ons zweep! -- en ginds, uw nest!
Blonde Skalden, dicht ons koren,
zingt ze vooren weer in hand, Vlaandren stijgt,
herkwikt, herboren,
uit het oud Kerlingaland!
20 September, 1875.
25 September, 1875.
Nu het
lied der Vlaamse
zonen,
Nu een dreunend kerelslied,
Dat in wilde noordertonen
Uit het diepste ons herten schiet. Keerzang:
Ei! het lied der Vlaamse
zonen,
Met zijn wilde noordertonen,
Met het oude Vlaams
Hoezee
Vliegt de blauwvoet? Storm op zee!
2.
't Wierd gezeid dat Vlaanderen
groot was,
Groot scheen in der tijden wolk,
Maar dat Vlaanderland
nu dood was,
En het vrije kerelsvolk.
3.
Maar dan klonk een stemme krachtig
Over 't oude noordzeestrand
En het stormde groots en machtig,
In dat dode Vlaanderland.
4.
En hier staan wij, 't hoofd omhoge,
Vuisten siddrend, kokend bloed;
Vlam in 't herte, vlam
in de oge,
En ons naam ons trillen doet!
5.
Van de blonde noordse stranden,
Dwang en buigen ongewend,
Onze vaders herwaarts landden,
Leden, streden, ongetemd.
6.
Ja wij zijn der Vlamen
zonen,
Sterk van lijve, sterk van ziel,
En wij zoun nog kunnen tonen,
Hoe de klauw der Klauwaards viel.
7.
Op ons vane vliegt de Blauwvoet,
Die voorspelt het zeegedruis,
En de Leeuw er met zijn klauw hoedt
't Lieve dierbaar Christi kruis.
8.
Weg de bastaards, weg de lauwaards.
Ons behoort het noorderstrand,
Ons de kerels, ons de
Klauwaards,
Leve god
en Vlaanderland!
Kies eventueel een geluid: een midi, wav, mp3,... van
je eigen computer... of vul gewoon een adres in met kopiëren en plakken
(en veld verlaten):
Voorzang. Boven Gent
rijst,
Eenzaam en grijsd,
't Oud Belfort, zinbeeld van 't verleden;
Somber en grootsch,
Steeds stom en doodsch,
Treurt de oude held op 't Gent van heden;
Maar soms hij rilt,
En eensklaps gilt
Zijn bronzen stemme door de stede.
Toezang.
Trilt in uw graf, trilt, Gentse helden,
Gij, Jan Hyoens, gij, Artevelden;
Mijn naam is Roeland, 'k kleppe brand,
En luide storm in Vlaanderland.
Voorzang.
Een bont verschiet
Schept 't bronzen lied,
Prachtig weêr toovrend mij voor de oogen;
Mijn ziel erkent
Het oude Gent;
't Volk komt gewapend toegevlogen.
't Land is in nood,
"Vrijheid of dood!"
De gilden komen aangetogen.
Toezang.
'k Zie Jan Hyoens, 'k zie de Artevelden,
En stormend roept Roeland den helden:
Mijn name is Roeland, 'k kleppe brand
En luide storm in Vlaanderland.
Voorzang.
O heldentolk,
O reuzenvolk
O pracht en macht van vroeger dagen!
O bronzen lied,
'k Wete uw bedied,
En ik versta 't verwijtend klagen;
Doch wees getroost:
Zie 't Oosten bloost
En Vlaandrens zonne
gaat aan 't dagen.
Toezang. Vlaanderenden
Leeuw! Trilt oude toren.
En paart het lied met onze koren:
Zingt: Ik ben Roeland, 'k kleppe brand,
Luide triomfe in Vlaanderland.
Kies eventueel een
geluid: een midi, wav, mp3,... van je eigen computer... of vul gewoon
een adres in met kopiëren en plakken (en veld verlaten):
met eventueel %20 (procent-twee-nul) in plaats van
de spatie
(stop geluid eventueel met de Escape-toets)
René
De Clercq (ook)
(bij verstek veroordeeld omdat hij
durfde Vlaamsgezind
te zijn); schreef nogal wat liederen:
Vlaamse kermis
(melodie: Emiel
Hullebroeck, ook)
1. Bezem uit! ’t Is kermis!
Knechten, meiden, vrouwen, mans,
Heel de bonte zwerm is
Lustig aan den dans.
Een ander groep aan tafel
Eet vis en warst en wafel
Oud wijfje schinkt, oud ventje drinkt
Oud liedje dreunt en klinkt:
Ha! Niets zo leutig, fraai en fris
Als bezemboerekerremis!
Niets zo leutig, fraai en fris
Als ’t Vlaamse leven is!
2. Zonder wufte poeders,
Zonder valse lok in ’t haar
Schoon gelijk uw moeders
Over dertig jaar.
Mijn blonde, ronde deernen,
Blauwe ogen lijk lanteernen,
Een mond beroosd, een wang die bloost,
Een borst die zuchtjes loost
3. Kerels, kloek als eiken,
Rode guit en bruine kwant,
Treden voor en reiken
Kluchtig u de hand
Nu draven lijk de veulens,
Nu draaien lijk de meulens
Totdat ge hijgt, terneder zijgt
En warme kussen krijgt.
4. Trouwt en kweekt ge kindren,
Wordt ge van den ouden tijd
Komt geen jonkheid hind’ren
Als ze speelt en vrijt.
Oud moederke, oud manneke,
Kruipt dichter bij het kanneke
En drinkt verheugd op al wat deugt,
Op oude en jonge jeugd!
Daar is maar één Vlaanderen
(melodie: Jef Van Hoof)
1. Daar is maar één land, dat mijn land kan zijn,
Daar rukt niet de Rhône, daar stroomt niet de Rijn,
Daar vloeit maar de Leie en de Schelde die brandt,
Daar is maar één Vlaandren, 't is mijn land!
2. Daar is maar één land, dat mijn land kan zijn,
Daar is maar één vreugd, daar is maar één pijn,
Daar is maar één liefde, daar is maar één haat,
Daar is maar één Vlaandren en 't vergaat...
3. Daar is maar één land, dat mijn land kan zijn,
Het groeit naar de daad, en die daad is mijn,
Het wordt in de wereld veel of niets,
Daar is maar één Vlaandren, en 't is Diets!
Het lied der Vlaamse
meisjes
Als met hun Leeuwenvlaggen fris-op ons broeders gaan,
De sterke tocht voor Vlaand'ren naar wekkende levensdaên,
Wij, meisjes, willen zeegnen de zwarte klauwende blom,
Wij hebben zo lang vergeten, maar keren tot Vlaand'ren weerom.
Wijl koen de mannen strijden en bouwen Vlaand'ren groot,
Wij, vrouwen, willen breken ons zielen als honingbrood !
En rijst het Huis van Vlaand'ren in opene luchten vrij,
Wij zullen de tinnen kronen met eeuwige, bloeiende mei.
Wij dragen het mild ontfarmen als rozen in onze schoot;
Sint Liezebet komt wand'len door Vlaanderens wee en nood:
Want meisjes willen zeegnen de zwarte, klauwende blom.
Zij hebben zo lang vergeten maar keren tot Vlaand'ren weerom
Renaat De Rudder, tijdens WO I doodgeschoten door
een belgische
schildwacht.
Joe
English, bij gebrek aan behoorlijke medische zorgen
gecrepeerd in fronthospitaal "De Oceaan" (maar dan in 't frans).
Maarten Rudelsheim, in 1920 bezweken in een belgische
repressiegevangenis.
Berten Fermont, dienstweigeraar, bezweken
in 1933 aan de in de belgische
gevangenis doorstane ontberingen.
Vincent Loyens, Vlaams-nationaal
propagandist, in datzelfde jaar in VLIJTINGENvermoord door de veldwachter.
Joris
Van Severen en Jan Rijckoort, in 1940 op bevel van
de belgische
staatsveiligheid gedeporteerd naar frankrijk en tien dagen later door
franse soldaten afgemaakt in ABBÉVILLE.
Dom Modest Van Assche, abt van de abdij van STEENBRUGGE,
in 1945 bezweken aan de gevolgen van martelingen in de
gevangenis van BRUGGE.
(Echte misdadigers worden daar verwend!)
Frans Ketels, Vlaams-nationaal
jeugdleider en lid van de anti-nazigroep "Nederlanden één", doodgemarteld
tijdens de repressie in de Witte Nonnenkazerne te HASSELT.
Jeroom Leuridan, oud-VNV-volksvertegenwoordiger, in 1945 'omgekomen'(!!!!)
in de gevangenis van IEPER.
Felix
Timmermans en Ernest Van Der Hallen, beiden auteurs, gestorven
aan de gevolgen van de repressie.
Leo
Vindevogel, burgemeester van RONSE en kamerlid, op
25 september 1945 geëxecuteerd te GENT.
Irma
Laplasse, Theo Brouns,
Karel de Feyter, Herman de Vos, Lode Sleurs, Stefaan Laureys, Jan de
Grootte, enzovoort, enzovoort.
'Ik zag naar de plaats des gerichts: daar was de boosheid.'
Prediker III:16
'Al uwe minnaars hebben u vergeten.'
Jeremia XXX:14
Gij zijt mij vreemd geweest, vermetele oude vriend,
maar dat gij Neerlands vaan manmoedig hebt gediend
dát weet ik niettemin zoals 't een ieder weet
die nu, in dit ons Land, zijn brood in schaamte eet.
Voor rechters-soldeniers, beroepen door de Staat,
is het u dan vergaan zoals het dapperen gaat.
En de Regent keek toe, stilzwijgend, onverstoord,
maar nam zijn pen niet op voor 't schrijven van één woord.
Uw gratie lag gereed voor 't buigen van uw nek,
voor 't beven van uw lip, voor 't eten van uw drek. goddank,
gij hebt dat tuig misprijzend genegeerd
en noch uw dierbaar volk noch uwe naam onteerd.
Dat kon, dat wilde of dorst men niet verstaan.
Men riep het peloton en 't peloton trad aan.
Maar dat het salvo, dat finaal is losgebrand,
ons allen heeft geraakt, dat voelt heel Vlaanderland.
En dat geen enkele stem tot u is opgegaan
toen ieder in zijn geest u voor die muur zag staan.
De Paus heeft niet geroerd, wij allen zwegen stil
als was die snode daad des Heren eigen wil.
Een ieder zwoer bij god:
'Ik heb hem niet gekend,
die oude, door de pest geslagen krukkenvent.'
O lafheid ongehoord, o niet te delgen schand,
waarvan 't infame merk ons op het voorhoofd brandt.
Nog glom een laatste sprank: Oranje's vrome telg
verheft des Zwijgers stem en schut die stoere belg.
Uw nood, helaas, drong niet tot in de troonzaal door:
wie eenmaal is gedoemd vindt nergens meer gehoor.
Al werd uw oude romp in allerijl vermoord,
de echo van uw stem wordt door geen schot gesmoord.
En wat van u resteert wordt eenmaal, naar de Wet
van Vlaanderens
eergevoel, met staatsie bijgezet.
Voorop de Kardinaal, gedost in vol ornaat.
Herzegend en verkist zijt gij zijn kameraad.
Hij zal, na 't eersaluut, liturgisch henengaan:
en zo heeft dan het Land postuum zijn plicht gedaan.
Opdracht:
Gij dacht, o lijdzaam volk, dat 't gruwelijk getij
der oude tyrannie voor immer was voorbij.
Weet nu dan dat uw stem door niemand wordt aanhoord,
zolang gij stamelend bidt of bedelt bij de poort.
Antwerpen 1947
De Schele Vanderlinde, dat was ne man
Die aardig aan zijn einde kwam.
De Schele Vanderlinde die liep wat mank,
Zijne prul was wel ne meter lank.
Verdomd die prul was nooit niet koud,
Zo zwaar als lood, zo hard als hout.
Zijn kloten waren vreselijk heet:
Hij maakte er zijn eten op gereed.
Als hij koelte wilde voor zijn fluit,
Dan hing hij hem maar 't venster uit.
Als de Schele Vanderlinde zat in moeders buik,
Dan speelde hij met zijn vaders fluit.
Als de Schele Vanderlinde was een jaar of vier,
Dan ging hij met al de wijven op zwier.
Als de Schele Vanderlinde ging naar de school,
Dan speelde hij op zijn fluit viool.
Als de Schele Vanderlinde zat in de klas,
Dan poepte hij in een lampeglas
Als Schele Vanderlinde ne poepslag dee,
Dan poepten al de geburen mee.
Wat niet wou protten, klein of groot,
Die sloeg hij met zijn prullenman dood.
En veertig wijven in zijn bestaan
Zijn door zijne lul naar 't graf gegaan.
Als de Schele Vanderlinde 't schavot op ging,
Was het den eerste keer dat zijne charel hing.
Maar zijne kop was nog niet van zijn lijf,
Of zijne meter stond weeral stijf.
Als hij gekist was, dood en koud,
Boorde zijne zot nog gaten in 't hout.
Voor al het goede door hem gedaan,
Is de schele recht naar den hemel gegaan.
Hij vloog den hemel uit van god,
Want hij maakte er een echt hoerenkot.
In d'hel had hij weer heel veel lol,
Hij stak er al de verdoemden vol.
Ook satan wist met hem geen raad
En gooide hem met zijne prul op straat.
Nu dwaalt zijne geest hier nog altijd rond,
En blaast het vuur in de wijven hun kont.
(Mijn toevoegingen:
Schele Vanderlinde ging naar Engeland
Daar speelde hij hem af met zijn linkerhand
Schele Vanderlinde was een jaar of drei
Dan lag hij al te poepen in de wei
Schele Vanderlinde was een jaar of vijf
Dan lag hij al te poepen met een wijf
Schele Vanderlinde was een jaar of zes
Dan zat hij al te poepen op een fles
Schele Vanderlinde was een jaar of acht
Dan lag hij al te poepen in de gracht
Schele Vanderlinde was een jaar of tien
Dan had hij de kont van veel wijven gezien
Schele Vanderlinde was een jaar of elf
Dan poepte hij soms zichzelf
Schele Vanderlinde was een jaar of twaalf
Dan poepte hij tegelijk met een wijf op twaalf)
Ode aan Vlaanderen: Ik hou van Vlaanderen,
Ik hou van Vlaanderen,
Ik hou van Vlaanderen
Geef me een bees, geef me een bees voor de laatstebelgische sjees
(rijtuig)
Geef me een kus, geef me een kus voor de laatstebelgische bus
(autobus)
Geef me een lik, geef me een lik voor de laatstebelgische brik;
snik (zeilvaartuig, rijtuig; schuit)
Geef me een pieper, geef me een pieper voor de laatstebelgische kieper
(wagen)
Geef me een smak, geef me een smak voor de laatstebelgische bak
(rijtuig)
Geef me een smok, geef me een smok voor de laatstebelgische bok
(vaartuig)
Geef me een toot, geef me een toot voor de laatstebelgische boot
(vaartuig)
Geef me een tuit, geef me een tuit voor de laatstebelgische schuit
(vaartuig)
Zie ook Ode aan Vlaanderen,
diavoorstelling te bekijken met de gratis PowerPoint
Viewer 2007
garrul.us
ADJ 1 1 NOM S M POS
garrulus, garrula, garrulum ADJ [XXXBO]: praatziek; kletserig; zijn
mond voorbijpratend (hoor je met muis over beeldhttp://users.telenet.be/FransNijs/Geluid/Vlaamse gaai.mp3)
Kies eventueel een ander geluid: een midi, wav, mp3,... van je eigen
computer... of vul gewoon een adres in met kopiëren en plakken (en veld
verlaten):
Jouw!
radio kiest voor Vlaams:
Een nieuwe Vlaamse
radiozender die enkel muziekproducties van eigen bodem brengt.
Voor het eerst is er in Vlaanderen
een radiozender die voornamelijk muziek van eigen bodem brengt en dit
24 uur per dag. Met jouw! krijgt Vlaanderen
het langverwachte platform voor haar eigen producties van zowel
startende als gerenommeerde artiesten. jouw! zendt
een bonte mix van Vlaamsemuziek in alle talen uit, zowel
Nederlandstalige liedjes als anderstalig gezongen producties. Bart
Kaël, Garry Hagger, Will Tura en Clouseau maken deel uit van het
repertoire, net als Belle Perez, Dinky Toys, Jan Leyers en Novastar.
Maar uiteraard ontbreken ook onze Noorderburen niet op jouw radio. Denk
maar aan Frans Bauer, Marco Borsato en het Goede Doel. Met gesproken
programs. jouw! zal verspreid worden via diverse
digitale kanalen en is nu al te beluisteren via het internet. Via de
verscheidene muziekspelers op de gebruiksvriendelijke website 'www.jouwradio.be'
kan iedereen naar jouw! luisteren. Aan de hand van
een uitgebreide keuzelijst is het mogelijk verzoeknummers aan te
vragen, want de keuze van de luisteraar staat centraal bij jouw!
luidt de
klok !
wie
vlaanderen liefheeft
------
geeft niet toe
en weet wel hoe
hij in 't verleden werd belogen
gefusilleerd of bedrogen
en hoe de
Waal ook lult
wij hebben al jaren geduld
en wat de Waal ook zegt
eigen bestuur is ons recht
waalse
politiekers hebben weer gesproken
de dolk wat verder in ons hart gestoken
maar de vlaming is een taaie soort
die toch nog altijd voelt of hoort
dat in zijn gezapig slavenleven
de spot met hem wordt gedreven
toch zal
Klokke Roeland nog eens luiden
tot angst en wanhoop van het Zuiden
dan laten we ons niet meer bedriegen
en zal de Blauwvoet weer eens vliegen
Voor het Nationaal Instituut voor de Statistiek is Vlaanderen
nog altijd (ongeveer) 1.352.000 hectare groot. Voor de Vlaamse regering
is dat ondertussen 1.359.500
hectare geworden
Vlaamse
kermis
17e eeuw
door Pieter Paul Rubens: schilderij
(Flemish Kermis)