Gemeentenamen die ook met kleine letter kunnen

Vlaamse makelijVL

: viewport

Hierboven verschijnt in Chrome huidige datum/uur indien dit bestand niet op internet staat!!!!!

© Wees gegroet ©

, bezoeker, vol van verwachting, het geluk zij met jou, welkom ben jij onder alle bezoekers: indien je mij respecteert, zal ik jou ook respecteren

Mijn RSS-kanaal met Nederlandse taalkunde

Al mijn eigen RSS-kanalen

aalst bittere plant in Oost-Vlaanderen (absint, amerb, anijsb, b, benzoëb, bergb, borstb, canadab, cederb, copaïvab, haarb, hoofdb, kloosterb, levensb, lippenb, maafb, marjoleinb, mekkab, mirreb, muskaatb, paardenb, parab, perub, rigab, rozenb, spijkerb, storaxb, tepelb, terpentijnb, torub, tuinb, tijgerb, wondb, wonderb, zee, zwavelb)alsem
achel achtste inhoudsmaat van Limburg (accumulatork, autok, combik, convectiek, faiencek, fornuisk, gasgevelk, gask, gesj, gevelk, haardk, heteluchtk, houtk, huishoudk, k, kanonk, keukenk, kolomk, kookk, kuikenk, mantelk, miniatuurk, noodk, oliek, petroleumk, plattebuisk, potk, r, radiatork, salamanderk, sj, sleek, sn, soldeerk, spaark, straalk, strijkk, tegelk, toek, turfk, valeriusk, ventilatork, verwarmingsk, vulk, wonderk)achel(s, tje, tjes);
(brandzw, cambriczw, gipszw, k, onderzw, sp, spalkzw, w, zw)achtel(s, tje, tjes);
achtel(en, tje, tjes)
(afsnee in nieuwe niet meer? (Gent) afsnede(n)
alken Limburgse waadvogels (.., b, k, v, w, ...)alk(en, je, jes); talk
appels fruit in beroep in Dendermonde (p, r, t)appel(s, tje, tjes), appelen; sappel
as draaiende rest van Limburg (b, d, g, j, k, l, p, r, s, t, w)as(sen, je, jes ), asses!  cas (tje, tjes); aas, azen; zie ook asse, assen
asse de Pajot neme verbrandingsrest af of doe ze toenemen [aanb, aanbr, aaneenl, aaneenp, aanl, aanp, aanw, afb, afbr, afd, afkr, afl, afp, afpl, aft, afw, b, bekr, bew, br, bijbr, bijp, canv, d, doorbr, doorj, doorkr, doorl, doorw, g, grapj, gr, grim, haarw, harn, hasseb, inbr, ineenp, ineenw, inj, ink, inkr, inl, inp, inw, j, jon, jud, kab, k, kisk, kl, klaverj, kram, kr, kriskr, kruisj, l, nakr, n, naw, neerpl, nijd, ombr, omp, omw, onderkr, ontg, ontw, opbr, opeenl, opeent, opkr, opp, opt, opvl, opw, overkl, overp, overpl, overw, p, pl, plispl, poesp, puntl, rammel, rammen, ramp, roll, s, schoonw, schutj, smeedl, smousj, t, tegenbr, toep, toew, tr, uitg, uitj, uitkr, uitw, vastl, ver, verbr, verd, verg, vergr, verk, vermoer, verp, verpl, verr, vers, vert, verw, vl, volbr, volkr, w, waterp, wegw, wildpl, witw]assen(d...);
[aardappelj-, afsmeltl-, bedpl-, bloedpl-, boogl-, dekw-, drukl-, hoekl-, kaartp-, kabell-, lorej-, naadl-, nokl-, opl-, plaatl-, pijpl-, rondp-, sagow-, schotelw-, sigmal-, smeltl-, spuitl-, stompl-, stuikl-, vaatw-, vatenw-, verkeerdj-, vingerl-, vuurl-, weerstandlassen]; zie ook as, assen
baal hoeveelheid Vlaams-Brabantse jute of tabak (barri, cim, gras, graten, hofka, hooi, ka, kanni, katoen, koffie, kwa, le, meel, peper, proces-ver, rijst, sne, straatka, stro, suiker, thee, tim, vodden, wol)baal(tje, tjes, ...balen);
baäl(s, tje, tjes);
lorrenbaal; zie ook balen
balen jute of tabak hebben van Vlaams-Brabant balen(d...); zie ook baal
bazel vertel onzin in Oost-Vlaanderen bazelen(d...)
beek gemeentelijk waadwater in Limburg (berg, bos, boven, gletsjer, maal, molen, onder, regen, schiet, stort, tranen, vlot, woud)beek(je, jes), (...)beken
beerst (koe) biest en bijst in West-Vlaamse weide beerzen(d...)
beert schijt en begiert op krediet in Vlaams-Brabant? [absor, adsor, afleb, afsab, afslib, afslob, appro, bedib, beslab, bib, blub, bob, bom, brom, colla, dab, desappro, dib, dob, engo, enjam, enro, exhi, flab, flam, gab, gib, glib, hydrofo, inbi, incu, inhi, inscri, inslib, inslob, intu, kandela, ku, kwab, lab, leb, liefheb, lob, lub, mastur, meedob, o, om, omdob, ont, ontslib, opdob, opleb, opslab, opslob, opzwab, or, plom, prescri, pro, prola, pu, resor, rob, ronddob, sab, schob, slab, slib, slob, sloe, snab, sneb, somb, subscri, succum, transcri, uitglib, uitleb, uitlub, uitpro, uitslib, uitlsob, uitzwab, veror, verso, versom, verzwab, wab, wie, ijs, zwab](aan)beren(d...)
berg red hoog gesneden gemeentelijk varken (afval, bieten, boerenher, boter, brij, buitenher, calvarie, dievenher, dorpsher, galgen, getuigen, golf, goud, hals, her, hooi, ijs, jeugdher, kaak, kap, kegel, klok, koepel, konijnen, koren, krijt, kronkel, lood, maan, matrozenher, molen, olie, olijf, paas, rest, schuur, slakken, sneeuw, stadsher, steen, stel, stoot, stort, tafel, tafelijs, tempel, tin, venus, vlees, vlied, vlucht, voedsel, vogel, vuur, wagen, wal, water, wijn, wim, zaad, zand, zang, zilver, zout)berg(en, je/jes);
bekkeneel-, kanne-, louterings-, muzen-, rijstebrij-, underberg;
[her, ver](op, weg)bergen(d...)
beringen kussenblok voorzien van ring in Limburg [ont-, schrob-, versobering(en, etje, etjes)];
slobbering(en, etje, etjes);
bering(s), berinkje(s);
beringen(d...)
bevel geboden gezag in Antwerpen (aanhoudings, arrestatie, betalings, dienst, dwang, evacuatie, huiszoekings, inkwartierings, kabinets, krijgs, mars, mobilisatie, ontruimings, opsporings, overheids, politie, regerings, stakings, stop, tegen, uitvoerings, uitwijzings, uitzettings)bevel(en, letje/letjes); opperbevel
bever Vlaams-Brabants knagend, zwemmend, bang bont (moeras, ratten)bever(s, tje, tjes)
beverst haalt zout uit Zeeland naar Limburg beversen(d...)
bogaarden Vlaams-Brabantse picknicktuinen boomgaard(en, je, jes); bosschage(s, tje, tjes); bogaard(en, je, jes); bogerd(en, je, jes)
boom duw plots stijgende Antwerpse bodemplant voort (aardbei, abrikozen, acacia, acajou, achter, advocaat, affuit, afsluit, afstoot, afzelia, ahorn, althea, amandel, amber, anatto, annapaulowna, anijs, apen, apenbrood, appel, artsenij, assegaai, awara, azijn, baby, balsem, banaan, bananen, baniaan, baniane, behennoten, bel, benzoë, bergamot, berken, berrie, beslis, beuken, bezaans, bier, bijen, binnen, blaas, bloed, bloesem, boletri, bonen, booghout, boon, borstbezie, borst, bos, boter, boven, braaknoten, breuk, brood, broodvrucht, buik, buks, bus, buskruit, cacao, cachou, cactus, campêche, canada, carobe, ceder, cederhout, cipressen, citroen, citrus, coca, cultuur, dadap, dadel, dennen, dissel, dividivi, djati, doek, dol, doodsbeender, doorn, draad, draag, draaghef, draai, drakenbloed, drek, druil, druiven, duivels, duiven, duw, dwars, dwerg, ebben, eier, eiken, elsbessen, elzen, espen, essen, evenwichts, flessen, fluweel, frambozen, fruit, gaffel, galnoten, gareel, garen, gelei, geleidings, geslachts, gewei, gier, gif, glas, gom, gracht, granaatappel, granaat, gras, grendel, grenen, grens, groeneamandel, groenhart, grond, guajak, guave, haagappel, haal, haar, hand, hang, harp, hars, haven, hazelnoten, hef, hemel, hoek, honds, honing, hooi, hulst, hulze, ieben, iepen, ijven, ijzer, indigo, inkt, jager, jasmijn, jenever, johannesbrood, judas, juk, kaarsen, kabel, kaffer, kajapoet, kalebas, kamfer, kanarie, kaneel, kantbast, kant, kapok, karren, kasjoe, kassie, kastanje, katoen, keep, kennis, kerkhof, kersen, kerst, ketting, keur, kiespijn, kina, kinder, klapbessen, klap, klapper, klappertjes, klaver, klim, kluiver, knie, kniehef, knot, knots, koe, koffie, kogel, kokos, kokosnoten, kola, koorts, kop, koraal, kornoelje, korren, kraal, kraan, krabbelgom, kralen, krallen, krap, krieken, kroon, kruidnagel, kruisbessen, kruis, kuis, kunst, kurk, kwak, kwartier, kwassie, kweeappel, kwee, kweepeer, kweeperen, laad, laadhef, laan, ladder, lade, lak, laken, lamoen, lang, lantier, lariks, lataan, lat, latier, laurier, leder, lei, lepel, letterhout, levens, leverworst, licht, lierhef, lijsterbessen, limoen, linde, linnen, linzen, loef, lokus, lood, loof, looiers, lorken, lotus, luchtwortel, luik, luiten, luizen, maal, macadamia, magnolia, mahok, mahonie, mammoet, mammoets, mandarijn, mango, manna, mannagom, manzenille, massooi, mast, mastiek, meel, mei, melk, meloen, meranti, mirre, mirten, mispel, mistel, mizerie, model, moeder, moerbei, molen, morellen, mozes, muskaat, naald, nagel, nectarine, nest, netel, nootmuskaat, noten, oepas, oerwoud, okkernoten, olijf, onder, ooft, oranje, orleaan, overweg, paarden, paardenstaart, paas, pagode, palissander, palm, palmyra, pantoffelhout, papaja, papier, paradijs, parasol, park, paternoster, peper, peren, perkel, pers, perubalsem, perzik, perziken, pijl, pijn, pijp, pik, piment, pimpernoten, pinang, pionier, piramide, pisang, pistache, plataan, ploeg, pluim, pokhout, pomerans, ponder, popel, populier, pot, pruiken, pruimen, purperhout, rabauwen, rand, regen, renetten, repel, reuzen, reuzenpijn, ricinus, rinkel, roest, rol, rozemarijn, rozen, rozenkrans, rozijn, rubber, rupsen, saffraan, sandel, sapgroen, sapotille, sappanhout, sassafras, saus, sauzen, schaduw, schakelhef, schellen, schippers, schrank, schroef, schroeven, schrooi, schroot, schub, schuts, seringen, seringenhout, sier, sinaasappel, sint-jansbrood, slaap, slag, slagers, slangen, slangenhout, slee, sleep, sleutel, sluit, sneeuw, sneeuwklokjes, sneeuwvlok, sneeuwvlokken, snoer, sorben, spalier, spanker, sparren, sper, spijk, spijker, spil, spint, spoor, sporke, spriet, spuit, staal, staart, stal, stam, steek, steranijs, stinkappel, stink, stoet, stof, stoot, storax, straat, strijk, stuip, stuk, stuur, stuurhef, stuw, suiker, tabaks, tafel, tagua, talk, tamarisk, tandpijn, taxus, teak, teen, terpentijn, thee, tol, tonka, toorts, tover, trap, trek, treur, trommel, trommelstok, trompet, tronk, troskersen, tuimel, tulpen, vaantjes, vaar, val, vang, vanille, varkenspruimen, venijn, venster, verfmoerbei, vernis, vijgen, vilt, violen, violier, viool, vis, vlaarde, vlees, vliegen, vlier, vlinder, vlot, vlothout, voelhef, voet, voor, vorm, vredes, vrijheids, vrucht, vuchten, vuil, waai, waaier, waard, wagen, walnoten, wandel, was, water, watervlier, weeg, wees, weichsel, wel, wendel, wereld, wespen, wevers, wiel, wierook, wijnpalm, wildeling, wilgen, wind, wit, wol, wonder, woon, worg, worsten, wortel, zaad, zadel, zakdoeken, zand, zandkoker, zavel, zeep, zeepijn, zegel, zeil, zeis, zeven, zilver, zuring, zuur, zuurzak, zweef, zweep, zwelken)boom(pje, pjes, ...bomen);
boôm(pje, pjes, s);
[dwars](aan, af, door, in)bomen(d...)
bost maakt Vlaams-Brabantse plantenrijkdom vuil [be, em, herbe, hosse, ont](in, op, over)bossen(d...)
bouwel gouden werktuig in Antwerpen bouwel(s, tje, tjes)
brakel bengel uit Vlaamse Ardennen in Gelderland brakel(s, tje, tjes)
brielen zeurend huilen in Iepers Zeeland brielen(d...)
brugge boterhamgemeente aan 't Zwin brugge(n, tje, tjes), brogge(n, tje, tjes)
burcht hoog slot in Antwerpen (bever, dassen, dwang, hamster, konings, konijnen, ridder, ring, ringwal, rots, rovers, vlucht, volks, voor, vossen, val, water, zee)burcht(en, je, jes)
damme sluite een spel af in 't Zwin [a, be, ma](aan, af, blind, door, in, om, op, toe)dammen(d...); [computer-, sneldammen]
deerlijk doodzwak West-Vlaams deerlijk(e/en/er/ere/eren/ers/s/st/ste/sten)
deinze wijke in Oost-Vlaanderen (achteruit, af, terug)deinzen(d...)
doel mik op achterste in Beveren-Waas (burger, bij, eind, gevechts, grond, hoofd, kantel, kern, koers, levens, lucht, neven, ontwikkelings, reis, streef)doel(en, tje, tjes);
[be]doelen(d...)
donk drassige hoogte in (Antwerpen en) Limburg (oetel)donk(en, je, jes)
drongen drukten zedelijk in Gent [ver](aan, af, binnen, door, n, ineen, om, op, opeen, open, samen, tegen, terug, uit, voorbij, voor, voort, weg)dringen(d...)
duffel pak in zware winterjas in Antwerpen duffel(s, je, jes); induffelen(d...)
eke ontschorse de eik bij Nazareth [aanbl, aanbo, aanbr, aaneenko, aanko, aankw, aanpr, aansm, aanspr, aanst, aanzo, achteruitst, afbo, afbr, afpr, afsm, afspr, afst, afto, afvlo, afw, afzi, afzo, banvlo, bedo, bepr, bespr, best, bezo, bijbo, bijeenst, bijeenzo, bijst, binnenbr, bl, blinddo, bo, br, bro, di, do, doodst, doorbr, doorspr, doorst, doorw, doorzi, doorzo, drieho, eierzo, fi, gelijkst, geri, goedspr, heronderzo, ho, inbo, inbr, ineenst, inho, inpr, inspr, inst, inw, kapotbr, k, ki, klapwi, kli, klo, ko, kortwi, kri, kwaadspr, kw, ledebr, leebr, leewi, l, lo, losbr, losw, masti, meespr, misspr, misst, molenwi, nabespr, napr, nast, navlo, nazo, neerho, neerst, negenho, o, ombo, omhoogst, omst, omzo, onderbr, onderspr, onderst, onderzo, ontbr, ontho, ontst, opbl, opbr, opdo, openbr, openst, opkw, opspr, opst, opvl, opwi, opzo, overbl, overbo, overhoopst, overkw, overpr, overspr, overst, overzo, pani, p, pi, plasti, pr, pri, proefpr, rechtspr, r, ri, roeko, rondspr, rondzo, samenkli, samenspr, sji, sm, sno, sp, spi, spr, st, sti, stijfvlo, streepst, stukbr, tegenspr, tegenst, terugbo, terugspr, terugst, terugzo, thuiszo, tjo, toespr, toest, toevlo, uitbl, uitbo, uitbr, uitho, uitkw, uitpr, uitspr, uitst, uitverzo, uitvlo, uitw, uitzi, uitzo, vastko, vastst, verbl, verbo, verbr, verdo, verklo, verpoliti, verspr, verst, vervlo, verw, verzi, verzo, vlo, voorbijst, voorspr, voorst, voortkw, vooruitst, vrijspr, w, weerspr, wegbr, wegst, wegvlo, wi, wr, z, zi, zo]eken(d...);
[beeldst-, botst-, buikspr-, draakst-, echtbr-, fabri-, handopst-, kruisspr-, kuipjest-, pachtbr, palmst, ringst, spoorzo, staarst, turfst, vaatjest, vlagbr, zedenpreken]
elen leen in wanorde van Limburgse adellijke personen (g, r, v)eel(s/st/ste/sten);
heel(s), hele, helen;
feel; meel;
ele(n/r/re/ren/rs);
èle(s);
c-, d-, g-, k-, p-, r-, t-, v-, w-, zeel (...elen)
elst Brakelse priemboom dubbel in Nederland (allerindividue, alleronnoz, midd)elst(en, je, jes)
essen Antwerpse vlagzalmboomnoten (b, c, d, f, g, h, l, m, n)es(sen, je, jes);
tes(se, sen, ser, sere, seren, sers, t, te, ten);
res, wes, yes
geel geef dat werpnet een lege kleur in de Kempen gele(n/r/re/ren/rs);
geel(s/st/ste/sten/tje/tjes);
amber-, bleek-, boter-, bruin-, citroen-, dof-, donker-, ei-, fel-, goud-, grauw-, groen-, grijs-, hard-, helder-, hel-, honing-, ijzeroxide-, kanarie-, knal-, licht-, mais-, maïs-, mat-, mosterd-, nanking-, oker-, onder-, oranje-, paille-, purper-, rood-, ros-, saffraan-, schijt-, stro-, topaas-, vaal-, vuil-, was-, wit-, zacht-, zand-, zwart-, zwart--, zwavelgeel (s, ...gele, ...gelen), aniline-, azo-, bariet-, berg-, blad-, boter-, cadmium-, chromaat-, chroom-, ei-, keizer-, kobalt-, konings-, krap-, lood-, mars-, messing-, metanil-, mineraal-, muur-, patent-, permanent-, ruis-, rus-, saffraan-, schijt-, stal-, ultramarijn-, zilver-, zinkgeel;
[aaneenna, aanna, aansin, aanze, aanzwen, afha, afhen, afke, afman, afna, afpin, afprie, afre, afsin, afspie, aftrog, aftrug, afwag, afwie, bag, beatjug, bebeu, beha, beko, bemer, bena, ben, besin, bespie, bete, beten, beteu, betin, beu, bevleu, beze, bie, big, bijre, bijze, brag, bun, dag, doorna, doorstren, fig, fijnre, gag, ger, goo, gor, ha, hen, ineenstren, inha, inke, inna, inre, inteu, invle, jen, jog, jug, ke, klin, klun, knun, ko, kortvleu, kren, krin, mag, man, men, mer, mie, mig, mog, na, nag, nawag, neerbig, neerha, neerke, neerko, omhoogkrin, omke, omklun, omsin, omstren, omverke, onderha, ont, ontna, ontre, ontspie, onttrog, ontvleu, ontze, opdig, opkrin, opsmer, or, overha, overke, overman, overna, overvleu, overwag, pag, pe, pin, pren, prie, pun, re, rin, rug, schon, sin, slun, smer, smoe, spie, steg, stofha, stren, tan, te, ten, teu, tin, tjin, toena, toespie, toeze, tog, trin, trog, trug, uitha, uitmer, uitvo, vastna, veren, ver, verha, verke, verklun, verman, verna, vernog, verslun, verstren, verwig, verze, verzen, veu, vig, vle, vlug, vo, voorafspie, voorspie, voortwag, voortwie, wag, weerspie, wegke, wegtrog, wie, wig, wre, wrig, wrij, wron, ze, zen, zwen, zwin]gelen(d...);
[oogspie-, postze-, vlöggelen]
geluwe West-Vlaams Geel geluw(en/er/ere/eren/ers/s/st/ste/sten)
gent zwemmend mannetje in Oost-Vlaanderen (a, assurantiea, averija, banka, beursa, bevolkingsa, bevrachtingsa, bitan, bondscontin, bouwcontin, chef-diri, concerta, contin, deter, diri, disper, dubbela, exporta, fanfarediri, filma, gastdiri, generaala, handelsa, harmoniediri, hofdiri, hoofda, hulpa, immigratiecontin, inklaringsa, inkoopa, insur, intransi, invoercontin, koordiri, loka, medere, motora, nachta, narcotica-a, nepa, operadiri, oproera, orkestdiri, passagea, persa, politiea, posta, prins-re, rayona, rederija, re, reinigingsa, reisa, repetitiediri, rijksa, rijwiela, scheepsa, stuwa, suba, subre, tan, teelta, theatera, transporta, troepencontin, undercovera, veiligheidsa, verkeersa, verkiezingsa, verkoopa, verzekeringsa, voeta, vrachta, werfa, wijka, wissela, wrevela)gent(en, je, jes);
jan-van-gent(en, s, je, jes)
gestel Antwerps raamwerk voor gemoedsaard (achter, beender, bloem, boor, boven, hoofd, landings, lichaams, magneet, raam, takel, vaat, zenuw)gestel(len, letje, letjes)
grazen foppen met Limburgse vlaktemaat van gras graas(je/jes), gras(je/jes); [be, ver](af)grazen(d...); [stripgrazen]
halen Limburgse nageboorte van de haak trekken (aanbodsc, aanloopsc, aardappelsc, aardbeiensc, achtergrondver, afstemsc, avondmaalssc, avonturenver, babyweegsc, barometersc, beeldver, betingsc, bewolkingssc, bezoldigingssc, binnenver, bittertafelver, bodever, boerenver, broodjeaapver, broodsc, brugsc, buitensc, collectesc, communiesc, compotesc, cowboyver, dagver, david-en-goliathver, decibelsc, deksc, dessertsc, detectivever, diensc, dierenver, differentiaalpeilsc, doksc, door, dorpsver, drinksc, durtoonsc, eiersc, eikensc, eisc, fakever, familiesc, famille-vertesc, fijnsc, fixeersc, fruitsc, garensorteersc, gebaksc, geboortever, geldsc, geschiedver, getuigenver, godenver, goudsc, gradensc, griezelver, groentesc, gruwelver, haard, hangkloksc, hangsc, hardheidssc, haringsc, heidesc, herdersver, hoogtesc, horrorver, hors-d'oeuvresc, hostiesc, huishoudsc, huishoudweegsc, humaninterestver, hyparsc, ijksc, ik-ver, indianenver, instelsc, jachtver, jagersver, jeugdver, kabouterver, kaderver, kalksc, kerstver, keursc, kinderver, kinderweegsc, kindsheidsver, klanksc, kletsver, kleurensc, klokweegsc, kolderver, kopsc, kortver, kreeftensc, kristalliseersc, kruistochtver, kwadrantweegsc, lastensc, leerlingensc, lengtesc, leugenver, levensver, liefdesver, lijdensver, lijstver, loonsc, luisterver, majeurtoonsc, mastsc, meetsc, microsc, middensc, mijlsc, millimetersc, mineurtoonsc, misdaadver, mohssc, moltoonsc, muntsc, muzieksc, naver, neer, nepver, nestsc, nonsensver, offersc, ogensc, om, omslagver, ont, ooggetuigenver, op, ovensc, over, paasver, pachtsc, palmsc, paradijsver, peilsc, pensioenver, personenweegsc, petrisc, pleinsc, poolsc, prozaver, puddingsc, puntensc, reductiesc, reisver, richtersc, richtsc, ridderver, rijsc, roomsc, roostsc, roversver, salarissc, sambalsc, sc, schelmenver, scheppingsver, scherptedieptesc, schoorsteen, sciencefictionver, sensatiever, siersc, sjabloonver, slijpsc, speurdersver, spiegelsc, spionagever, spookver, sprookver, stootsc, streekver, stripver, succesver, suspensever, taartensc, taartsc, tekenver, tekstver, telsc, temperatuursc, thermometersc, tijdsc, tik-op-de-schaal, titelver, toekomstver, tonnensc, tonsc, toonsc, toverver, uitdampsc, uit, verdeelsc, vereffeningssc, vergelijkingssc, ver, vervolgver, vleessc, vlindersc, vlotterpeilsc, volksver, voor, voorleesver, vouwsc, vraagsc, vruchtensc, waagsc, waardesc, weddesc, weegsc, wierooksc, wildwestver, wonderver, zaaiver, zeemansver, zeeroversver, zichtsc, zijsc, zondvloedver)haal(tje, tjes);
baumésc-, beaufortsc-, schadever-, steensc-, teleont-, wereldschaal;
[afsc, be, her, insc, kiel, ont, ontsc, opsc, sc, ver, versc](aan, achter, achterom, achterover, achteruit, adem, af, bijeen, bij, binnen, boven, dicht, dooreen, door, in, leeg, los, na, neer, om, omhoog, omlaag, omver, onder, onderuit, open, op, over, overhoop, rond, samen, terug, thuis, toe, uiteen, uit, voor, weg)halen(d...)
halle slijte, ponde (uit) in Vlaams-Brabant uithallen(d...)
ham dij als nageboorte op Limburgse griend (achter, avondboter, bayonne, been, blaas, boeren, boter, in, kaasboter, kinderboter, kinnebaks, koekeboter, krentenboter, menistenboter, middagboter, parma, plaat, roggeboter, rol, sc, schouder, serrano, smouter, staart, uit, vierurenboter, york)ham(men, metje, metjes);
abra-, dirham(s, pje, pjes); brougham, (achter, achterlic, advieslic, antilic, astraallic, atletenlic, baanlic, bedelaarslic, bestuurslic, bodemlic, bos, bovenlic, cellic, danserslic, draaglic, drijflic, glaslic, gloeilic, grondwaterlic, handelslic, hemellic, hondenlic, insectenlic, jongenslic, kattenlic, kinderlic, koellic, koningslic, lic, mannenlic, meisjeslic, muizenlic, oever, omwentelingslic, onder, onderlic, over, paarden, polderlic, priemlic, regeringslic, reuzenlic, slag, staatslic, steek, strijk, toplic, vetlic, vlotlic, vossenlic, vrieslic, vrouwenlic, vruchtlic, vullic, weglic, wervellic, zandlic, zinklic, zwellic)haam(pje/pjes, hamen);
aardlic-, dijklic-, ertslichaam;
haal(zie halen)
handzame niet ruwe, handige, West-Vlaamse? handzaam(s), handzame(n)
haren hoofdbedekking scherpen in Zuid-Limburg en Groningen (aalsc, achtersc, afschraapsc, afsnijsc, alfabetsc, angora, apen, artiesten, baard, banksc, beatle, bebop, betonijzersc, betonsc, bever, blaas, bliksc, bloemensc, bloksc, bokken, boomsc, bootsc, bordsc, borstel, borst, brand, buik, burgersc, cirkelsc, couponsc, curvesc, dagsc, daksc, darmsc, dassen, dieren, disco, distelsc, dons, draadsc, drenkelingen, druivensc, duivels, dunningssc, ebsc, effileersc, engelen, flessensc, geiten, gemzen, gezichts, gipssc, glas, goud, graskantsc, grassc, guillotinesc, haagsc, handsc, hapsc, hazen, heersc, hefboomsc, heggensc, heksen, heldensc, honden, hoofd, huid, ijzerdraadsc, ijzersc, jongens, judas, kaaksc, kabelsc, kandijsc, kartelsc, kartonsc, kat, katten, kemels, kindersc, kin, klier, knevel, kniesc, knipsc, knoopsgatensc, knopensc, koe, koeien, konijnen, koot, kort, krabbensc, kreeftensc, kreeftsc, krentsc, kroes, kroezel, kroon, kruin, krul, lakensc, lama, lampensc, lang, legersc, lichaams, lijf, maagdensc, marter, melkboerenhonden, melk, mensen, metaalsc, muizen, nagelsc, nek, nest, neus, nimfensc, nopsc, oksel, oog, ossen, otter, paarden, paards, paco, padden, palingsc, papiersc, piek, pijpsc, pink, plaatsc, planten, platensc, platina, ploegsc, plooisc, pluis, polka, pony, prepareersc, prijssc, prikkel, punk, rafelsc, rasta, ratten, reddingsc, reddingssc, rendier, reuk, ribbensc, roffelsc, rolsc, roodsc, ros, rug, ruitersc, runder, rupsensc, salamander, schaam, sc, schacht, schapensc, sinus, slagsc, slangen, snoeisc, snor, staart, stangsc, steensc, steil, stekel, stieren, stoksc, stop, stoppel, streuvel, stroopsc, suikersc, tafelsc, takkensc, tast, telefoonsc, topsc, tornsc, torsiesc, tril, tuinsc, uitdunningssc, vacht, vangsc, varkens, veeg, veersc, veesc, vellus, verzamel, viersc, vilt, vissc, vlas, vloedsc, vlok, voedings, vol, voorsc, vossen, vriendensc, vrijsc, vrouwen, vul, wald, walk, wildsc, wimper, wind, winter, wolfs, wolsc, wortel, zilver, zinksc, zomer, zweep, zwijnen, zwijns)haar(tje/tjes);
afro-, dek-, geel-, hooisc-, kameel-, kamelen-, kam-, lanugo-, mot-, netel-, onder-, peen-, peperkorrel-, vang-, venus-, voor-, voorhoofds-, weduwe-, wol-, zeehaar;
[be, besc, insc, ont, ontsc, pluk, sc, s, uitsc, ver](af, uit)haren(d...)
heers regeer hees over de Limburgse gierst heers(e/en/er/ers/ere/eren/t/te/ten/je/jes);
cheers;
heerze(n);
[be, over]heersen(d...)
hees je zoop je schor in Limburg hees(t/te/ten);
manichees (...ese, ...esen), hese(n/r/re/ren/rs);
(af, omhoog, op, uit)hijsen(d...)
heffen brei dat uitvaagsel omhoog in Mechelen heffe(n); [ont, sc, ver](aan, af, na, omhoog, over, uit)heffen(d...); [gewicht-, knie, machtsverheffen]
heks schalkse, feministische Zuid-Limburgse fee (tover)heks(en, je, jes)
herten driftige geweidieren in Zuid-Limburg (atlas, axis, berber, blaf, dam, dwerg, edel, eilanden, eland, ezels, gaffel, hoorn, kuif, lier, manen, mannetjes, moeras, muildier, muskus, paard, pampa, park, plaats, ree, reuzen, sneeuw, spies, spit, tak, tiener, vecht, wapiti, water, witstaart, zwartstaart, zwijns)hert(je/jes); chert
heule knikkere gemeen in Kortrijk (mee)heulen(d...); zie ook heultje
hoeke geve een haakse stoot bij Damme [drie, negen, ont](in, neer, uit)hoeken(d...)
houtem van West-Vlaams (of Vlaams-Brabants) Gierigem (hij is van) houtem
hove huize feestend in Antwerpen [sc]hoven(d...)
jeuk 'subjectief' kriebelgevoel en Limburgse drang jeuken(d...)
kalken pleistergesteente overschrijven in Laarne kalk(en, je/jes);
berg-, bitter-, bleek-, boeren-, cement-, chloor-, ets-, flodder-, gas-, gips-, goud-, grof-, kluit-, kobalt-, kolen-, kool-, koraal-, kunst-, landbouw-, lias-, looiers-, lucht-, maas-, marmer-, meel-, mergel-, metsel-, mortel-, muschel-, muur-, natron-, oester-, overgangs-, pleister-, poeder-, poeier-, polijst-, raap-, rif-, rimpel-, schelp-, silica-, sinter-, sirih-, smeer-, spaar-, steen-, stink-, stof-, stop-, strijk-, stuif-, stukadoors-, stuk-, suiker-, tin-, tras-, vezel-, voeg-, water-, wit-, zwavelkalk;
[be, ont, ver](aan, af, op, over)kalken(d...)
kapellen Antwerpse wufte, religieuze dagvlinders stuiken ook in Vlaams-Brabant (apsis, argus, bedevaart, begijnhof, bid, blaas, boerenblaas, boeren, boet, boter, boven, dag, dak, dames, doop, gedachtenis, genade, graf, harmonie, hof, huis, kerkhof, klooster, koor, krocht, mariniers, muziek, nacht, paarlemoer, parelmoer, politie, purper, ridder, rouw, schildpad, schip, slot, straal, toren, trans, veld, week, weg, zee, zij)kapel(len, letje;etjes);
kapellen(d...)
kermt klaagt in die Limburgse plaats (aan, uit)kermen(d...)
klerken West-Vlaamse intellectuele schrijvers van late kersen (advocaten, bank, boom, gemeente, kantoor, koopsmans, loon, notaris, procureurs, rijks, scheeps, stadhuis, stads, stations, tally, telegrafist-, water)klerk(je/jes)
kluizen onstuimig alleen in brandvrije cellen in Oost-Vlaanderen (afroom, anker, bagage, bank, bewaar, brand, diepvries, fiets, gewelf, helm, muur, nacht, tros, trossen, vaa, verhaal, vrucht wand)kluis(je/jes);
[be](in, over)kluizen(d...)
knokke wissele vechten en slaan aan chique West-Vlaamse kust (af, uit)knokken(d...)
kozen opteerden voor strelend vrijen in Limburg (lief, minne)kozen(d...);
[her, uitver, ver](door, in, uit)kiezen(d...)
laar vlotgraszode in open plaats in Vlaams-Brabants bos (...b, ...)laar(tje, tjes), laren; klaar
laken bloedzuiger in beek op Brussels bed afkeuren (ame, amme, baar, bad, bank, bedden, biljart, boven, dames, doods, goud, half, hoes, jacht, kap, lijk, nopjes, onder, ontbijt, pij, reeuw, scheur, schippers, schut, slaap, sluit, span, split, steek, stof, strijk, tafel, voering, voer, wiegen, zift, zilver)laken(s, tje, tjes);
poort-, scharlaken;
[b, onts, s](uitb)laken(d...)
landen rijken aan de Vlaams-Brabantse grond zetten (aardappel, achteraf, achter, afnemers, afvalei, akker, anker, apen, asiel, beneden, berg, bieten, biezen, binnendijks, binnen, blauwgras, blok, boeren, boezem, bol, bonds, bonen, boorei, bos, boter, bountyei, bouw, boven, braak, broeder, broek, bron, bronnen, buffetei, buiten, buur, centrum, christen, coalitie, cohesie, concentratie, conflict, crisis, cultuur, dal, debiteur, delta-ei, derdewereld, diamant, dichter, dijk, distributie, dollar, dominees, donor, doorvoer, dras, drempel, dries, drijf, dromen, droomei, droom, druip, duivelsei, dwinge, ei, e, emigratie, erf, erwten, et, euro, export, flessenei, garf, gast, geboorte, geest, gerst, gevangenisei, gids, glamour, goedkoopte-ei, gors, goud, gouvernements, graan, gras, grens, griend, groede, groei, groen, haver, hefei, heiden, hei, heuvel, hinter, hoep, hof, honger, hoofdinge, hoog, hooi, hop, hout, hoveniers, immigratie, industrie, inge, invoer, kaas, kabouter, kalkgras, kandidaat-, keerkrings, kern, kikker, kikvorsen, kinder, klaver, klei, klompen, klooster, knollen, koffie, kookei, kool, koper, koraalei, koren, kraanei, krijt, krocht, kustei, kust, kweb, kwelder, laag, lagelonen, luilekker, maai, maat, mais, maïs, mars, meerstromen, mie, migratie, missie, moeder, moeras, moer, moes, moffen, nabuur, neger, niemands, oceaanei, oever, olie, omme, omroep, on, onthaal, ontwikkelings, pacht, peeën, peper, pieren, ploeg, polderei, polder, pool, programma, raap, radarei, regen, reuzene, rietei, riet, rijst, risico, rivierei, schapen, scheur, schierei, schor, schorsei, schraal, schulden, slang, slaven, slijk, sprookjes, spurrie, stam, sterren, stoppel, suiker, taalei, tabaks, tafel, tarwe, teel, teen, terras, thee, thuis, tiend, toeristen, tover, tulpen, turf, tweestromen, uiter, uitvoer, unie, vaar, vader, vage, vakantie, vastelandsei, veen, verkeersei, vlas, vliet, vogelei, voor, vorsten, vroon, vrijhandels, waard, waddenei, water, wei, werkei, wijn, wonder, wortel, zaad, zaai, zak, zandei, zee, zonne)land(je/jes);
inter-, oefeninter-, wetland(s);
dixie-, flat-, hart-, mary-, oliekonten-, platte-, poepen-, port-, vasteland;
[aanbe, be, ver](aan)landen(d...); hardelanden
lauw ook met 'krachtig' begin blijft het slapjes in Limburg (anilineb, azuurb, babyb, b, bleekb, bloedl, cyaanb, dennenwolfsk, diepb, dofb, donkerb, f, gentiaanb, gobelinb, grauwb, groenb, grijsb, hard-, helb, helderb, hemelsb, hoogb, ijsb, indigob, kobaltb, korenb, lichtb, lier, loodb, marineb, matb, melkb, menistenb, nachtb, nassaub, opaalb, paarsb, parelb, pastelb, pauwb, pisf, porseleinb, roofvogelk, saffierb, schalieb, staalb, vaalb, vergeet-mij-nietb, violetb, vioolb, viooltjesb, volb, vriesb, vuilb, waterb, wedeb, wierookb, zachtb, zeeb, zilverb, zwartb)lauw(e/en/er/ere/eren/ers/s/st/ste/sten);
aask-, achterk-, akkerleeuwenk-, arendsk-, berenk-, boork-, dievenk-, drakenk-, duivelsk-, enk-, gaffelk-, graafk-, grijpk-, handk-, hanenk-, haviksk-, hubertusk-, kantk-, kattenk-, k-, koek-, leeuwenk-, mengk-, moeraswolfsk-, nagelk-, onderk-, plaatk-, spijkerk-, stalk-, steigerk-, tijgerk-, tuink-, uilenk-, vangk-, wolfs-, zeeltklauw(en, tje, tjes);
anilineb-, azineb-, balletjesb-, bergb-, blauwb-, boezelb-, broomthymolb-, indigob-, kalib-, karmijnb-, katoenb-, kobaltb-, kogeltjesb-, koningsb-, lazuurb-, mangaanb-, methyleenb-, mineraalb-, molybdeenb-, nijlb-, olieb-, opaalb-, oudb-, paardenk-, patentb-, purperb-, smaltb-, staalb-, stijfselb-, stootb-, strooib-, thenardsb-, vierk-, wedeb-, wedeblauw
lauwe West-Vlaamse slappe zie lauw (eerste reeks)
lede onaangename watering bij Aalst lede(n), lee(ë/ën), leed
leest bidt en verzamelt de gestalte in Mechelen leest(je/jes), lezen(d...)
leke ook met 2 k's blijft het doorlaten in West-Vlaanderen leken(d...)
leut koffiedrinkersvermaak in Limburg leut(en)
lier bespeel 't Antwerps dun, hijsend snaarinstrument lier(tje/tjes), lieren(d...)
lierde zong lustig en bespeelde Oost-Vlaams instrument lieren(d...)
lille beve ook met rollend begin in Antwerpen lillen(d...)
linden met beetje bomen, niets zienden in Vlaams-Brabant linde(n/s)
lint Antwerps smal weefsel lint(en)
lommel Limburgse vod lommel(en)
lot zorgeloos takje of kansbriefje in Vlaams-Brabant lot(en), lot(s/st/ste/sten/te/ten/ter/tere/teren/ters)
lummen zo dom als achtersten van 'n Limburgs rund lumme(n)
mal bewerk dwaas naar Limburgs model mal(le/len/ler/lere/leren/s/st/ste/sten), mallen(d...)
malle stoeie en bewerke dwaas naar Antwerps model zie mal
marke oude West-Vlaamse gewestgrond marke(n); zie ook mark en marken
mater Latijnse moeder vóór voorzetsel in Oost-Vlaanderen mater(s)
meer leg vaker in Antwerps merriewater aan meer(tje/tjes), meren(d...)
meerle oud zwart zangvogeltje in Noorderkempen meerle(n), merel(s)
meeuwen zo dronken is een duif 'n Limburgse zeevogel ook in Nederland meeuw(tje/tjes)
meise eigenschap van alle eieren in Vlaams-Brabant meis(e/er/ere/ers/t/te)
melden kondigen ganzenvoet aan in Oudenaarde melde(n), milde(n), melden(d...)
menen we bedoelen 't zuiden van West-Vlaanderen menen(d...)
mere legge een franse moederzuster aan bij Aalst mère(s), meren(d...)
moere jonge, stele in West-Vlaanderen moeren(d...)
mol dood die Kempense gangengraver: hij is blut mol(letje/letjes), mollen(d...)
muizen eigen delen van hand tot hand gooien in Antwerpen muis(je/jes), muizen(d...)
munte sla de onvruchtbare Oost-Vlaamse koe met geld munte(tje/tjes), munten(d...)
olmen grotsalamanders in de Antwerpse iepen olm(pje/pjes), olmen
oostende oriënterende naar West-Vlaamse ochtendzon oosten(d...)
outer oud altaar in Ninove outer(s)
overwinden via veesten naar andere Vlaams-Brabantse klos overwinden(d...)
paal belazer die Limburgse penis paal(tje/tjes), palen(d...)
peer geef die Limburgse lord een oorveeg peer(s), peren(d...)
perk sluit bloemen af in Vlaams-Brabantse grens perk(je/jes), perken(d...)
poppel beef en hakkel in Noorderkempen poppelen(d...)
proven domme, goddelijke inkomsten bij Poperinge prove(n), preuve(n)
pulle trekke en zuipe in Antwerpen pullen(d...)
putte make een Antwerpse hole en begrave erin of in Noord-Brabant putten(d...)
puurs iets precies zuivers in Klein-Brabant puur(der/dere/deren/ders/s/st/ste/sten), pure(n)
ranst Ranzigke naast Lierke Plezierke? rans(e/er/ere/eren/ers/s/t/te/ten), ranze(r/re/ren/rs)
reet root kont bij Boom reet(je/jes), reten(d...)
reppel klauter op de Limburgse staak reppel(s), reppelen(d...)
ronsele werve ruilend in Zomergem ronselen(d...)
ruien grachten verliezen veren in Kluisbergen rui(tje/tjes), ruien(d...)
schaffen opdissen in Vlaams-Brabant schaffen(d...)
schelle roepe met belsignaal op in Antwerpen schellen(d...)
schilde ontdeed van de pel in Antwerpen schillen(d...)
schore stutte goederen en eten in West-Vlaanderen schore(n), schoor, schoure(n), schoren(d...)
schoten knalden Antwerpse loten vagina's en touwen neer schoot(je/jes), schieten(d...)
schriek kwartelkoning, waterral en krekel in Putte schriek(en)
slijpe make glad en scherp voor West-Vlaamse slow slijpen(d...)
sluizen sassen schutten in Zuid-Limburg sluis(je/jes), sluizen(d...)
spiere spieke op zijn West-Vlaams spieren(d...) zie ook spier
stene steune, klage, zuchte hard(e) in Oostende stenen(d...)
tielt West-Vlaamse kokerjuffer tielt(en)
tienen kaarten in Vlaams-Brabant tien(tje/tjes), tienen(d...)
veulen jong bont meisje in Zuid-Limburg veulen(s)
vinkt zet tekens bij een Oost-Vlaamse prostituee vinken(d...)
voeren vrachten vanbinnen eten brengen in Limburg voer(tje/tjes), voeren(d...)
voorde maak voort(e) over die Oost-Vlaamse rivier voorde(n), voord(en)
voort voorziet Limburg van ribbels voort, voren(d...)
vorsen kikkers onderzoeken in Limburg vors(je/jes), vorsen(d...)
vorst onderzoekt royaal vriesweer in de Antwerpse nok vorst(je/jes), vorsen(d...)
vucht pijn van scherpe naalden van Limburgse harsboom vucht(en)
waarloos zonder goederen, zonder toezicht in Antwerpen waarloos, waarloze(r/re/ren/rs)
wakken vochtige gaten in West-Vlaams ijs wak(en), wak(ke/ker/kere/keren/kers/s/st/ste/sten)
wange ete met zijn kake in Vlaams-Brabant wangen(d...)
weelde luxe wellust in overvloed in Antwerpen weelde
weerde verdedigde het uitsluiten in Vlaams-Brabant weren(d...)
weert verdedigt het uitsluiten in Klein-Brabant weren(d...)
welden pakten samen en verhitten in Oudenaarde wellen(d...)
welle pakke samen en verhitte een wal bij Aalst welle(tje/tjes), wellen(d...)
wellen een Limburgse wal samenpakken en verhitten zie welle
werken West-Vlaamse producten maken werk(je/jes), werken(d...)
wijer molenvijver om pijpen te boren in Limburg wijer(s)
wilderen aangetrouwde woesteren in Sint-Truiden wild(e/er/ere/eren/ers/s/st/ste/sten)
woesten erg wilderen in West-Vlaanderen woest(e/er/ere/eren/ers/s)
wortel plantenteen als penis in Antwerpen wortel(en/s)
wulpen vliegende leeuwenjongen in West-Vlaanderen wulp(en)
zande bestrooie met aarde in West-Vlaanderen zanden(d...)
zeveren kwijlen, zaniken, motregenen in Oost-Vlaanderen zeveren(d...)
zolder leg op bovenste verdieping in Limburg zolder(s), zolderen(d...)
zulte legge zeeaster in pekel in Oost-Vlaanderen zulte(tje/tjes), zulten(d...)
zwalm damp, zwaluw in Oost-Vlaanderen zwalm(pje/pjes), zwaalm(en), zwalmen(d...)

Gehuchten, waters

Nederland (ook dorpen)

arkel erkeruitbouw in Zuid-Holland arkel(s, te, tjes); arkelvenster(s, tje, tjes); altaarkelk, barkelner, clarkelement; sparkelen(d...)
achtmaal eethandeling vier keer twee in Noord-Brabant achtmaal; j-, nachtmaal(tje, tjes, ...malen)
assen draaiende resten van Drenthe janklaassen(s, tje, tjes); paperassen; zie ook as, asse
asten    
beek    
bergen Noorse hoogten in de Noord-Holland bergje(s); [her, ver](op, weg)bergen(d...); zie ook berg
best    
blokker    
boekel   s
borger    
born    
buren    
dalen    
dieren    
doorn    
drachten    
dreumel    
delft    
dongen    
duiven    
echt    
ede    
een    
ens    
enter    
etten    
fort    
geleen    
gemonde    
gieten    
goes    
goor    
grave    
groet    
gulpen    
hank    
heel    
heenvliet    
heenweg    
hekelingen    
helden    
heteren    
hoek    
hoeven    
hoorn    
hoornaar    
horst    
houten    
huizen    
ijlst    
kaag    
kampen    
kanis    
kapelle   -n, -tje, -tjes
klundert    
kruisweg    
landgraaf    
laren    
leek    
leiden    
lemmer    
leusden    
lisse    
loenen    
losser    
lunteren    
made    
malden    
marken   zie ook mark, marke
meeuwen    
megen    
moerdijk    
monster    
nagele    
neer    
nes    
nieuwkoop    
nisse    
onderbanken    
onna    
oranje    
peize    
petten    
putten    
rechteren    
rekken    
retranchement    
riel    
rijen    
roden    
rolde    
roosteren    
rotterdam  wereldhaven vol drank rotterdam, rotterdammer(tje/tjes)(geen s!)
ruinen    
schermer    
sloten    
sluis    
sluiskil    
soest    
spanbroek    
spier   zie ook spiere
stampersgat    
steenbergen    
tegelen    
vaals    
veen    
velden    
vijlen    
vledder    
vlijmen    
vogelenzang    
voorhout    
voorschoten    
voorst    
vries    
vuren    
waarde    
waarder meer van 't vorige  
wassenaar    
wateringen    
watergang    
waterland    
weert    
wierden    
wieringen    
winkel    
woerden    
wons    
wouw    
zeeland    
zetten    
zijpe    
zoelen    

Rest van buitenland (ook streken)

aarde verbinde geleidend met de wereldplaneet van klei in Zuid-Vlaanderen aardje(s), [aanv, afb, afk, b, beev, bei, dagv, insch, k, likkeb, ont, ontb, ontsch, ontw, opk, overk, p, rood, sch, uitb, uitk, ver, wolk](aan, op, )aarden(d...)
aat waalse wilde haver in het ootje genomen ate, oot
aberdeen sla je haak uit in Schotland aberdeen(s, tje, tjes)
alle niets uitzonderend waals voornaamwoord in namen alle(e/l/r/s, ...)
amel praat lang vervelend waals (bijeenz, herz, inz, nast, naz, ontz, opz, st, uitst, verz, w, z)amelen(d...)
arke(n) Zuid-Vlaams  
bande te binden waalse balk? [drie, knie, muil](aan)banden(d...), bande(s, tje, tjes)
beffe likkend een waalse slab aandoe beffen(d...)
beieren    
belle Zuid-Vlaams  
bende hoop waalse rommeltroep bende(n/s, tje, tjes)
bern brand en woel Zwitsers bernen(d...), barnen(d...), [selbarnen]
beuken Zuid-Vlaams  
beurs sta zacht van binnen samen zakkerig waals te praten beursje(s), beurzen(d...)
bieren Zuid-Vlaams  
bra Engelse tettenmie voor waalse bemanning bra's, braatje(s)
bras bereid stuk waals tuig brasje(s), [ver](aan, af, bij, door, in, om, op, tegen, vol)brassen(d...)
brouilly franse soort beaujolais  
bure beur geschikt naast elkaar bij de walen (ge)buren(d...)
chablis frans bourgondisch oesterwater  
chevron Luiks streepje chevron(s, -netje, -netjes)
derby Engelse streekwedstrijd derby's ('tje, 'tjes)
enken Zuid-Vlaams  
ere schatte waalse dorsvloer hoog ere(n), eer(tje/tjes), (..., b, d, g, k, l, m, n, p, r, t, v, w, ...)eren(d...)
gellingen mannelijke zaailingen voor touw of zeildoek vol waalse drugs gelling(en), gellinkje(s)
godinne aanbeden niet bestaande waalse vrouw = godin(nen)
graven edelen willen ernstige gracht spitten bij walen graaf(je, jes), grave(s), [be, ont, ver](aan, af, door, in, los, om, onder, op, uit, weg)graven(d...); post-, schat-, veengraven (zie ook grave)
halma geen slag in soort spel in gang voor waalse moeder halma
harre waalse scharnierstijl harre(n)
havanna Cubaanse sigaar voor konijn havanna's, havannaatje(s)
heer waalse waterjuffer in het leger van de vorst heren
heure hare oudere waalse vorm heur(e/en/s)
kaïn nors geweven doek van waalse broedermoordenaar kaïn(s, tje, tjes) (eigenlijk Kain, zonder trema)
kales Zuid-Vlaams -je, -jes, -sen
kluis onstuimig alleen in brandvrije waalse cel; meervoudig in Vlaanderen zie kluizen
komen naderend klaar geraken bij walen [be, her, mis, ont, ver, verwel](aan, achteraan, achterna, achterom, achterop, af, binnen, boven, buiten, bij, door, gelijk, gereed, in, klaar, langs, los, mee, nabij, na, neer, omhoog, om, onder, op, over, overeen, recht, rond, samen, tegemoet, tegen, terecht, terug, thuis, toe, tussen, uit, voor, voorbij, voort, vooruit, vrij, weer, weerom, weg)komen(d...)
konstantinopel oud-Europees-turkse tuinplant konstantinopel(s, tje, tjes) (meestal Constantinopel, oorspronkelijk Konstantinoupolis)
leeds iets spijtigs, verdrietigs, nijdigs veroorzaakt schade in Engeland lee(e; ën, tje, tjes in andere betekenissen), leed, lede, leeds
lens doorsteek met waals slap oogdeel en maak leeg lens(je/jes), luns, [k]lunzen, [f, s, verf, vers]lensen(d...), [f, k, neerp, p](af)lenzen(d...)
lessen waalse cursussen blussen les(je/jes), [aanb, b, f, k](uit)lessen(d...)
liege kaarte en vertelle onwaarheid bij walen [aanv, achternav, achteropv, achteruitv, afv, be, bev, binnenv, buitenv, doodv, dooreenv, doorv, droogv, heenv, inv, losv, meev, nav, neerv, omhoogv, omv, ontv, opeenv, opv, overv, proefv, rondv, tegenv, terugv, testv, toev, uiteenv, uitv, v, verv, voorbijv, voortv, vooruitv, voorv, wegv, zweefv](af, voor)liegen(d...); [delta-, formatie-, instrument-, kunst, laag-, nacht-, rug-, scherm-, ski-, sleep-, sluip-, sport-, spuit-, stunt-, zeilvliegen]; zie ook luik (eigenlijk Liège)
linde Zuid-Vlaams  
luik sterf, Schot, in die waalse vuile vieze stad luik(je/jes), [ont, overs, s](op, toe)luiken(d...)
maçon waalse vrijmetselaar maçon(netje/netjes/s/tje/tjes) (eigenlijk Macon)
maffe slape een gek waals kwartje maf(je/jes), maf(fe/fen/fer/fere/feren/fers/s/st/ste/sten, [ver]maffen(d...)
malen veel keren maal- en melktijden schilderen bij walen maal(tje/tjes), [avond, be, middag, ver](af, dood, droog, fijn, in, leeg, om, op, over, s, toe, uit, weg)malen(d...); [hoog-, koffie-, lucht-, nat-, vlakmalen]
manage leid fiks bij walen managen(d...)
mark merk die speelpenning in dat waals muntgewest, langer in Vlaanderen mark(en, ...); zie ook marke
melen waalse windhalmen met poeders bewerken in een luik mele(n, ...), medel(en, ...), metel(en, ...), [aanrom, aanschim, achterovertui, afkrui, afram, afschom, aftrom, a, bedrem, beduim, begrom, beschim, beschom, besjoem, bezwijm, boe, bom, bijeentrom, bijeenza, dom, doorram, doorwe, dui, fe, fie, fom, friem, from, fij, grom, harm, he, herza, hom, indom, ineenfrom, instom, intui, inza, inzwij, klom, krem, krie, krui, losfrie, lum, mar, meetrom, mom, mum, mur, narom, nasta, naza, neertui, omlum, omschom, omstom, omtrom, omtui, omvertui, omwe, ontza, ophe, opram, opschom, opstom, optrom, opza, overschim, pie, ram, re, rem, rom, rondlum, rondschom, rondwe, rij, sam, sche, schim, schom, sem, sjoe, sta, stom, tom, trom, tui, uitram, uitsta, uittrom, uittui, verboe, verde, verfom, verfrom, verkrui, verkrum, verlum, verrom, verschim, verza, voorttui, wa, wegdom, wegfrom, we, wie, wrie, za, ze, zwij]melen(d...)
milaan wow, wat een plantenvogel in Italië milanen
mortier luikvijzel van waals kanon mortier(en)
naast nationaliseer het intiemst bij walen in henegouwen na(der/ders/dere/deren/ast/aste/asten/s), naast, [be]naasten(d...)
namen walen benoemen tot roem naam, namen, name, naampje(s)
odeur waals luchtje odeur(s, tje, tjes)
on waals oneven on, oneven(e,s)
pauillac franse medoc  
peking Chinese kunstzijde peking (Beijing)
pellen vlekkige kippenschillen als kostbaar weefsel van de harde waalse huid ontluiken pel(letje, letjes); [hers, ka, nas, oms, overs, s, uits, voors](af, uit)pellen(d...); [vingerspellen]
quenast waalse porfier  
rance waalse wit-roodbruine marmer  
recht oordeel niet gebogen Duits-luikse aanspraak recht(je/jes)
rome vorme room en ontrome Italië (Roma)
ronk Zuid-Vlaams  
saint-émilion franse bekende, gecorseerde rode bordeauxwijn van onze Miel  
saint-estèphe franse bekende, gecorseerde rode medoc, aanvankelijk van Estland  
saint-julien franse bekende, gecorseerde rode medoc als basis voor soep  
smyrna turkse tapijtstad  
spa waalse late schop water spa's, spaatje(s), spade(n, r..., s), spaadst...
spijker Zuid-Vlaams  
stapel Zuid-Vlaams  
stave steune en bevestige sterke waalse bewijzen [boek]staven(d...), stavelij(en), stavelier(en)
steenput gemetselde diepte in henegouwen -ten
steenwerk Zuid-Vlaams  
stegers Zuid-Vlaams  
wanne waalse lege lekke mand voor 't scheiden van kaf en koren wan(ner..., s, st...), (af, over, uit)wannen(d...)
wenen huilende wilgenteen in Oostenrijk (Wiens stad is dat?)  
wiers waals walletje trilt in een zweel  
wilder Zuid-Vlaams  
woelingen kolkende waalse touwverbindingen in henegouwen woeling(en), woelinkje(s)
zandgat Zuid-Vlaams  
zoom Zuid-Vlaams  

Webstek van mij, beheerder van deze webstek
© Auteursrecht Frans mijn voeten n H2O(s)   rommel moc.liaMG@sjiNsnarF
Vlaanderen onafhankelijkTen laatste -07-11 Vlaanderen onafhankelijk!  © © © © © © © © © © © © © © Houzee © © © © © © © © © © © © © ©

Vlaams

Naar mijn beginpagina

Naar mijn OneDriveOnedrive voor zaken die bij Telenet er niet meer bij konden

Naar mijn Facebookpagina's: hoofdpagina, hobby's
Naar mijn Google+pagina

foxyform

Creative Commons-Licentie
Frans Nijs startpagina met persoonlijke hobby's van Frans Nijs is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen 4.0 Internationaal-licentie.
Gebaseerd op een werk op http://users.telenet.be/FransNijs/.