Spreekwoorden Brueghel

Vlaamse makelijVL

: viewport

Hierboven verschijnt in Chrome huidige datum/uur indien dit bestand niet op internet staat!!!!!

© Wees gegroet ©

, bezoeker, vol van verwachting, het geluk zij met jou, welkom ben jij onder alle bezoekers: indien je mij respecteert, zal ik jou ook respecteren

Mijn RSS-kanaal met Nederlandse taalkunde

Al mijn eigen RSS-kanalen

Beelden:

http://www.spreekwoord.nl/pieter_brueghel/brueghel_afbeelding.php

Zeer handig is Literatuurgeschiedenis.nl: Spreekwoorden!

  1. Daar zijn de daken met vlaaien bedekt (er heerst overvloed: 1; 64))
  2. Onder de bezem getrouwd zijn (zonder kerkelijke inzegening, samenleven: 2; 63))
  3. De bezem uitsteken (doen en laten wat je wil, als de baas er niet is: 3; feestvieren)
  4. Iets door de vingers zien (iets oogluikend toestaan, om er zelf voordeel uit te halen: 4; 50))
  5. Daar hangt het mes uit (een uitdaging: 5; 51))
  6. Daar staan klompen (te patijnen staan: tevergeefs wachten: 6; 52))
  7. Elkaar bij de neus nemen (elkaar voor de gek houden: 7)
  8. De teerling is geworpen (het besluit  is gevallen: 8)
  9. De gekken krijgen de beste kaarten (het geluk  helpt de dommen: 9; 41))
  10. Het is maar hoe de kaarten vallen (de toekomst ligt niet vast; hoeveel geluk men heeft?: 10; 42))
  11. Op de wereld schijten (overal maling aan hebben: 11; 40))
  12. De omgekeerde wereld (niets is zoals het zou moeten zijn: 12; 39); zie ook Daar hangt de po uit)
  13. Door het oog van de schaar trekken (afgezet worden: 13; iets zich oneerlijk toe-eigenen)
  14. Een ei in het nest laten (iets achter de hand houden: 14)
  15. Lachen als een boer die kiespijn heeft (gedwongen lachen: 15; hij heeft tandpijn achter zijn oren)
  16. Tegen de maan pissen (iets onmogelijks proberen: 16; 43); volgens volksgeloof brengt dit ongeluk)
  17. Een gat in het dak krijgen (?: 17; 53))
  18. Aan een oud dak moet je veel herstellen (verouderde zaken vergen nu eenmaal onderhoud: 18)
  19. Men heeft daar latten op het dak (er wordt afgeluisterd: 19)
  20. Daar hangt de po uit (het is niet zoals het zou moeten zijn: 20; zie ook De omgekeerde wereld)
  21. Ergens de gek mee scheren (iets of iemand bespotten: 21; 44); de gek [of iemand] zonder zeep scheren)
  22. Uit het raam groeien (niet geheim kunnen blijven: 22; 55))
  23. Twee zotten onder één kaproen (een gek is niet graag alleen: 23; dat zijn twee hoofden onder een kaproen: zij zijn het met elkaar eens)
  24. De ene pijl de andere nazenden (misplaatste hardnekkigheid?: 24; 54))
    1. Zijn pijlen verschieten (te snel handelen of beslissen: 24)
  25. De duivel op het kussen binden (met elke man raad weten: 25; 1); het beste grietje dat men vond, was zij die de duivel op een kussen bond)
  26. Een pilaarbijter (iemand zo schijnheilig dat hij zelfs kerkpilaren omhelst: 26; 2))
    1. Het is onder het hoedje gespeeld (iets in het geniep doen: boven 26)
  27. Die draghen dwater in deene hant ende in dander tfier, geloef hem niet, daer no hier (wees niet lichtgelovig; niet iedereen is je vertrouwen waard: 27; 3); zie ook Onwert dieghene talre stont, die twee tonghen draghen in den mont)
  28. Boter op zijn hoofd hebben (schuldig zijn: 28; een deksel op zijn  hoofd: opdraaien voor de schade?; of koek op het hoofd?)
    1. Den harinck braden om den roge oft kuyt (een kleinigheid opofferen om groot voordeel te halen: 28; 19); roge = hom; klaplopen, zijn geld verkwisten?; zijn haring braadt er niet)
  29. Daar steekt meer in dan een enkele panharing (daar zit meer achter: 29; de haring hangt aan zijn eigen kieuwen?)
  30. Tussen twee stoelen in de as zitten (helemaal niets uitvoeren: 30; geen van twee mogelijkheden of kansen weten te gebruiken en daardoor in een benarde positie komen? 30))
  31. De rook kan het hangerijzer niet deren (zinloze ondernemingen moet men achterwege laten: 31; dit lukt enkel als je op het spreekwoord klikt, omdat men het bij het beeld is vergeten aanmerken; bovendien komt de tekst op het beeld veel te hoog en te ver naar rechts)
  32. De spindel valt in het vuur (de zaak is misgegaan: 32)
  33. De hond in de pot vinden (de laatste zijn en niets meer krijgen: 33)
  34. De zeug loopt met de tap weg (nalatigheid wreekt zich: 34; 20))
  35. Met het hoofd tegen de muur lopen (het onmogelijke proberen: 35; 4))
  36. Bent u een krijger of bent u een boer? (36)
  37. De kat de bel aanbinden (iets al te publiekelijk ondernemen: 37; 21))
  38. In het harnas steken (woedend zijn: 38)
  39. Tot de tanden bewapend zijn (zwaar bewapend zijn: 39; 22); ijzervreter)
  40. De hennentaster (iemand die zich druk maakt om ongelegde eieren [iets wat nog onzeker is, m.n. een belofte of toezegging waar men niet veel aan heeft]: 40; 32) ongelegde eieren zijn onzekere kuikens?; iemand het ei uit zijn gat vragen alles willen weten; onbescheiden vragen stellen)
  41. Aan een been knagen (langdurig vergeefs bezig zijn: 41)
  42. Daar hangt de schaar uit (daar wordt je bedrogen: 42; 31))
  43. Onwert dieghene talre stont, die twee tonghen draghen in den mont (wie twee tongen in hun mond dragen, zijn altijd onoprecht: 43; met twee monden spreken; zie ook Die draghen dwater in deene hant ende in dander tfier, geloef hem niet, daer no hier)
  44. De een scheert schapen, de ander varkens (het is in deze wereld ongelijk verdeeld: 44; de ene heeft voordeel, de andere nadeel; 6))
  45. Veel geschreeuw en weinig wol (veel drukte, maar weinig resultaat: 45)
  46. Men moet de schapen scheren al naar ze wol hebben (niet tegen elke prijs voordeel willen nastreven: 46; 5))
  47. Zo mak als een lammetje (heel gedwee :47; 7))
  48. De een rokkent wat de ander spint (roddel napraten: 48; 23))
    1. Zorg dat daar geen zwarte hond tussen komt: pas op dat het niet misgaat; tussen 45 en 48)
  49. Hij draagt de dag met manden uit (het licht in een mand naar de dag; hij verdoet zijn tijd: 49; 33))
  50. Een kaars voor de duivel branden (met iedereen slijmen: 50; 34))
  51. Bij de duivel te biecht gaan (geheimen aan de vijand verklappen: 51; 35))
  52. Een oorblazer (de kwaadspreker: 52)
  53. De kraan? en de vos hebben elkaar te gast (twee bedriegers zijn steeds op hun voordeel uit; de bedrieger bedrogen?: 53)
  54. Wat heb je aan een mooi bord als het leeg is? (lichamelijke behoeften gaan voor zintuiglijke: 54; 36); wat heb je aan een schone tafel, als deze leeg is?)
  55. Een schuimspaan zijn (zuiplap, klaploper: 55; opschepper?)
  56. Bij iemand in het krijt staan (iemand iets verschuldigd zijn: 56; het is hem aangerekend?)
  57. Als het kalf verdronken is dempt men de put (pas als het kwaad reeds is geschied, wordt er iets ondernomen: 57; 9))
  58. Hij laat de wereld op zijn duim draaien (mensen doen alles wat hij wil: 58; 12))
  59. Een stok in het wiel steken (iemand dwarsbomen: 59)
  60. Men moet zich krommen, wil men door de wereld kommen (wie iets wil bereiken, moet daar wat voor over hebben: 60; 11))
    1. Hij heeft de wereld aan zijn voeten liggen (mensen doen alles wat hij wil; rechts van 60)
  61. gode enen vlassenen baert maken (schijnheilig zijn: 61; 26))
  62. Met moet geen rozen (paarlen) voor de zwijnen werpen (iets verkwisten aan iemand die het niet waard is: 62; 10))
  63. Zij hangt haar man de blauwe huik om (zij bedriegt haar man: 63; 8))
  64. Het varken is door de buik gestoken (alles was afgesproken werk: 64; 24); onherroepelijk?)
  65. Twee honden aen eenen beene, si draghen selden wel overeene (verbitterd om iets vechten: 65; 25))
  66. Op hete kolen zitten ([bang of] ongeduldig zijn: 66; 38))
  67. Het is gezond om in het vuur te pissen (het is goed om hevigheid te kalmeren: 67; het vlees aan het spit moet begoten worden./zijn vuur is uitgeblust?)
  68. Met hem kan men geen spies draaien (met hem valt niet samen te werken: 68)
  69. Hij vangt vissen met zijn handen (hij profiteert van het werk dat door anderen reeds is gedaan; slimmerik: 69; 37))
    1. Schelvis uitwerpen om kabeljauw te vangen (een opoffering waar men niets mee opschiet: naast 69)
  70. Door de mand vallen (doorzien worden: 70; 29))
  71. Tussen hemel en aarde hangen (zich in een lastige situatie bevinden: 71)
  72. Naar het kippenei grijpen en het ganzenei laten lopen (uit gierigheid een verkeerde keuze maken: 72; 27))
  73. Hij probeert wijder te gapen dan de oven (zichzelf overschatten; een grote mond opzetten?: 73; 28))
  74. Niet van het ene brood tot het andere weten te geraken (nauwelijks rondkomen: 74; 17))
  75. Zijn licht ergens op laten schijnen (zeggen wat men ergens van vindt; iets begrijpelijk maken: 75; wie zoekt, die vindt: met vlijt en inspanning bereikt men zijn doel)
    1. Het bijltje zoeken (een uitvlucht verzinnen: tussen 75 en 76; 18))
  76. De bijl naar de steel werpen (de moed geheel opgeven: 76)
  77. Een hark zonder steel (iets onbruikbaars: 77; 16))
  78. Die zijn pap gemorst heeft kan niet alles weer oprapen (schade is nooit meer goed te maken: 78; 14))
  79. Si trecken omt lanxte (zij proberen er alle twee voordeel uit te halen: 79; 13); zij trekken aan het langste eind: zijn het beste af)
  80. Liefde is waar de geldbuidel hangt (liefde is te koop: 80; 15))
  81. Niemant en soeckt de anderen in den oven of hi hefter selver in gewest (alleen wie zelf slecht is, denkt slecht over de anderen; zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten: 81; in zijn eigen licht zitten: zijn eigen zaak doen mislukken)
  82. Hi speelt op die kake (hij stelt zich aan: 82; 56))
  83. Van de os op de ezel springen (wispelturig zijn; slechte zaken doen?: 83; 57))
  84. De ene bedelaar ziet de ander niet graag voor de deur staan (bang zijn voor concurrentie: 84)
  85. Hij kan door een eiken plank zien als er een gat in zit (hij lijkt alleen maar een wonderdokter: 85)
  86. Zijn gat aan de poort vegen (zich nergens druk om maken: 86; 58))
    1. Zijn last dragen (ieder heeft zo zijn problemen; zijn ongeluk meedragen: 86)
  87. Hi cust het rinscken van der deuren (hij is overdreven onderdanig: 87; 68))
  88. Achter het net vissen (een gelegenheid voorbij laten gaan: 88; 45))
  89. De grote vissen eten de kleine (de machtigen verrijken zich ten koste van de armen: 89; 46); toemaatje: [zeer] grote vissen eten de kleine)
  90. De zon niet in het water kunnen zien schijnen (afgunstig zijn: 90; 47))
  91. Zijn geld in het water gooien (zijn geld verkwisten: 91; 60))
  92. Uit hetzelfde gat schijten (onafscheidelijke kameraden: 92; 59))
  93. Dat hangt als een schijthuis boven de gracht (dat is overduidelijk: 93)
  94. Twee vliegen in één klap slaan (twee zaken die men in een moeite kan afdoen: 94; 71))
  95. De ooievaar nakijken (zijn tijd verdoen: 95; 69))
  96. Aan de veren kent men de vogel (kinderen verloochenen hun afkomst niet: 96)
  97. Zijn huik naar de wind hangen (zijn mening aan de omstandigheden aanpassen: 97; 67))
  98. Pluimen in de wind waaien (iets doen zonder nadenken: 98; wannen? 70))
  99. Dune moets niet ute anders mans siden, eneghen breden rieme sniden (het is gemakkelijk met kwistige hand te beschikken over wat een ander toekomt; 99; uit of van [eens] andermans leer is het goed riemen snijden)
  100. De kruik gaat zolang te water tot zij berst (de onvoorzichtige die niet naar goede raad wil luisteren, ondervindt daarvan vroeg of laat de gevolgen: 100)
  101. Een aal bij de staart hebben (een moeilijke zaak die gedoemd is te mislukken: 101; 49))
  102. Tegen de stroom is het kwaad roeien (zwemmen) (tegen algemene opvattingen kan men zich moeilijk verzetten: 102; 48))
  103. De cappe op den thuyn hangen (het voor gezien houden: 103; 61) iets nieuws beginnen zonder te weten wat hen te wachten staat)
  104. De beren zien dansen (erge honger hebben: 104; 62))
    1. Wilde beeren, die sijn by den ander gheeren (soort zoekt soort: 104; hierom en daarom gaan de ganzen barrevoets)
  105. Hij loopt alsof hij het vuur in zijn aars heeft (hij loopt zeer hard: 105; wie vuur eet, schijt vonken? 66) wie iets gevaarlijs onderneemt, mag de gevolgen dragen)
  106. So ras het hecken van de dam is, lopender de verckens in het koren (als er geen toezicht is, springen kinderen of ondergeschikten uit de band: 106; 65); mindert de schoof, zo wast het varken?)
  107. Hem roeckt niet wiens huys dat brant, als hi hem by de colen wermen mach (elk voordeel is meegenomen: 107; 72); hij steekt zijn neus in brand om zich aan de kolen te warmen/als het huis brandt, warmt men zich aan de kolen/goede soldaten vrezen geen vuur/waar rook is, is ook vuur?; terwijl de één zijn huis brandt, warmt de ander zijn handen de één profiteert van het ongeluk van de ander)
  108. Een morse muur is snel afgebroken (een slechte zaak gaat niet lang mee, of: als iets slecht gemaakt/gebouwd wordt, gaat het gemakkelijk kapot: 108; gescheurde muur is saan ontset)
  109. Voor wint ist goet seylen (onder gunstige omstandigheden is het gemakkelijker succes te hebben: 109; 77))
  110. Een oogje in het zeil houden (opletten voor de anderen: 110)
    1. Niemand zo fijn iets spon of het kwam aan het licht der zon (de waarheid komt altijd aan het licht: boven 110)
  111. Wie weet waeromme die ganzen bervoets gaan? (alles heeft zo zijn reden: 111; ik ben niet geroepen om de ganzen te hoeden, laat het ganzekens wezen? 78))
  112. Paardenkeutels zijn geen vijgen (laat je niets wijsmaken [ook dit niet]: 112; 74))
  113. Het (struikel)blok slepen (zich uitsloven om niets: 113; 73))
  114. Nood doet oude quenen draven (angst geeft vleugels: 114; oude vrouwen)
  115. De galg beschijten (nergens bang voor zijn: 115; 79))
  116. Waar aas is, vliegen kraaien (als er iets te halen valt, staat iedereen vooraan: 116; 80))
  117. Als de ene blinde de ander leidt, vallen ze beiden in de gracht (wanneer onbekwamen andere onbekwamen adviseren, gaat het fout: 117; 75))
  118. De reis is nog niet ten einde als men kerk en toren herkent (je hebt je doel pas bereikt als alles gedaan is: 118; 76))

Ook handig:

1 Daar zijn de daken met vlaaien bedekt 2 Onder de bezem getrouwd zijn 3 De bezem uitsteken 4 Iets door de vingers zien 5 Daar hangt het mes uit 6 Daar staan klompen 7 Elkaar bij de neus nemen 8 De teerling is geworpen 9 De gekken krijgen de beste kaarten 10 Het is maar hoe de kaarten vallen 11 Op de wereld schijten 12 De omgekeerde wereld 13 Door het oog van de schaar trekken 14 Een ei in het nest laten 15 Lachen als een boer die kiespijn heeft 16 Tegen de maan pissen 17 Een gat in het dak krijgen 18 Aan een oud dak moet je veel herstellen 19 Men heeft daar latten op het dak 20 Daar hangt de po uit 21 Ergens de gek mee scheren 22 Uit het raam groeien 23 Twee zotten onder één kaproen 24 De ene pijl de andere nazenden 25 De duivel op het kussen binden 26 Een pilaarbijter 27 Die draghen dwater in deene hant ende in dander tfier, geloef hem niet, daer no hier 28 Boter op zijn hoofd hebben 29 Daar steekt meer in dan een enkele panharing 30 Tussen twee stoelen in de as zitten 31 De rook kan het hangerijzer niet deren 32 De spindel valt in het vuur 33 De hond in de pot vinden 34 De zeug loopt met de tap weg 35 Met het hoofd tegen de muur lopen 36 Bent u een krijger of bent u een boer? 37 De kat de bel aanbinden 38 In het harnas steken 39 Tot de tanden bewapend zijn 40 De hennentaster 41 Aan een been knagen 42 Daar hangt de schaar uit 43 Onwert dieghene talre stont, die twee tonghen draghen in den mont 44 De een scheert schapen, de ander varkens 45 Veel geschreeuw en weinig wol 46 Men moet de schapen scheren al naar ze wol hebben 47 Zo mak als een lammetje 48 De een rokkent wat de ander spint 49 Hij draagt de dag met manden uit 50 Een kaars voor de duivel branden 51 Bij de duivel te biecht gaan 52 Een oorblazer 53 De kraan? en de vos hebben elkaar te gast 54 Wat heb je aan een mooi bord als het leeg is? 55 Een schuimspaan zijn 56 Bij iemand in het krijt staan 57 Als het kalf verdronken is dempt men de put 58 Hij laat de wereld op zijn duim draaien 59 Een stok in het wiel steken 60 Men moet zich krommen, wil men door de wereld kommen 61 gode enen vlassenen baert maken 62 Met moet geen rozen (paarlen) voor de zwijnen werpen 63 Zij hangt haar man de blauwe huik om 64 Het varken is door de buik gestoken 65 Twee honden aen eenen beene, si draghen selden wel overeene 66 Op hete kolen zitten 67 Het is gezond om in het vuur te pissen 68 Met hem kan men geen spies draaien 69 Hij vangt vissen met zijn handen 70 Door de mand vallen 71 Tussen hemel en aarde hangen 72 Naar het kippenei grijpen en het ganzenei laten lopen 73 Hij probeert wijder te gapen dan de oven 74 Niet van het ene brood tot het andere weten te geraken 75 Zijn licht ergens op laten schijnen 76 De bijl naar de steel werpen 77 Een hark zonder steel 78 Die zijn pap gemorst heeft kan niet alles weer oprapen 79 Si trecken omt lanxte 80 Liefde is waar de geldbuidel hangt 81 Niemant en soeckt de anderen in den oven of hi hefter selver in gewest 82 Hi speelt op die kake 83 Van de os op de ezel springen 84 De ene bedelaar ziet de ander niet graag voor de deur staan 85 Hij kan door een eiken plank zien als er een gat in zit 86 Zijn gat aan de poort vegen 87 Hi cust het rinscken van der deuren 88 Achter het net vissen 89 De grote vissen eten de kleine 90 De zon niet in het water kunnen zien schijnen 91 Zijn geld in het water gooien 93 Dat hangt als een schijthuis boven de gracht 94 Twee vliegen in één klap slaan 95 De ooievaar nakijken 96 Aan de veren kent men de vogel 97 Zijn huik naar de wind hangen 98 Pluimen in de wind waaien 99 Dune moets niet ute anders mans siden, eneghen breden rieme sniden 100 De kruik gaat zolang te water tot zij berst 101 Een aal bij de staart hebben 102 Tegen de stroom is het kwaad roeien 103 De cappe op den thuyn hangen 104 De beren zien dansen 105 Hij loopt alsof hij het vuur in zijn aars heeft 106 So ras het hecken van de dam is, lopender de verckens in het koren 107 Hem roeckt niet wiens huys dat brant, als hi hem by de colen wermen mach 108 Een morse muur is snel afgebroken 109 Voor wint ist goet seylen 110 Een oogje in het zeil houden 111 Wie weet waeromme die ganzen bervoets gaan? 112 Paardenkeutels zijn geen vijgen 113 Het (struikel)blok slepen 114 Nood doet oude quenen draven 115 De galg beschijten 116 Waar aas is, vliegen kraaien 117 Als de ene blinde de ander leidt, vallen ze beiden in de gracht 118 De reis is nog niet ten einde als men kerk en toren herkent Spreekwoorden Brueghel met 118 nummers

Spreekwoorden Brueghel met 80 op het beeld gekleurde nummers

85 spreekwoorden verklaard

Toemaatjes:

Webstek van mij, beheerder van deze webstek
© Auteursrecht Frans mijn voeten n H2O(s)   rommel moc.liaMG@sjiNsnarF
Vlaanderen onafhankelijkTen laatste -07-11 Vlaanderen onafhankelijk!  © © © © © © © © © © © © © © Houzee © © © © © © © © © © © © © ©

Vlaams

© Frans N(aait graag)

Terug naar vorige pagina

Naar mijn beginpagina

Naar mijn OneDriveOnedrive voor zaken die bij Telenet er niet meer bij konden

Naar mijn Facebookpagina's: hoofdpagina, hobby's
Naar mijn Google+pagina

foxyform

Creative Commons-Licentie
Frans Nijs startpagina met persoonlijke hobby's van Frans Nijs is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen 4.0 Internationaal-licentie.
Gebaseerd op een werk op http://users.telenet.be/FransNijs/.