Apotheker
Arts*
Boer(*niet
meer) Imker
Jurist
Leraar*
Loodgieter
Metselaar





slang, drinkschaal;esculaap (staaf, slang);
ploeg;
korf;
zwaard, weegschaal;
bord;
kraan, soldeerhamer, vlam; steenbeitel, troffel, haak, schietlood
Esculaapteken internationaal erkend voor de medische
beroepen; rood op witte achtergrond
door World Medical Association
erkend teken voor artsen. Overige kleuren niet internationaal
erkend:
Vlaanderen:
apothekers groen, dierenartsen blauw
(van
begraafplaats), kinesitherapeuten paars
,
logopedisten oranje
Nederland: tandartsen zwart
, dierenartsen groen,
verlossingsdeskundigen (vroedvrouwen) blauw, kinesitherapeuten paars,
logopedisten oranje
Muzikant
Scheikundige*
Smid(*niet
meer)
Steenhouwer
Timmerman


harp, luit,
muziekstandaard;
glyceroltrinitraat;
aambeeld, tang, hamer; passer,
beitel, ronde hamer; haak, houtboor, beitel, bijl, boomzaag
Oude beroepen (eigenlijk gilden)
- bij beelden stadhuis: goudsmeden
(hieronder goudsmeders
genoemd) en wapenmakers

- op (52) schilden van gilden op
Vrijdagmarkt, GENT, onderaan standbeeld Artevelde.
- Beschrijvingen
van De Gilden en Neringen
der stad GENT (hov ende trov) MDCCCLXXVII, L.
Minard-Van Hoorebeke, drukkerij I.S. Van Doosselaere, GENT, 1877.
Daarin ook patroonheilige en kernspreuk van die gilden. Ook
enkele gilden zonder wapen, en ook penningen. (Bieb KBO(ost-Vlaamse)V(olkskundigen),
bij nummer 1562 A, deel I. Delen II (Noord-Nederland, 1878)
en III (Braband
en Vlaanderen,
1879, bij nummer 1562 B.)
- wel verschil: wevers en volders op Vrijdagmarkt
niet samen; dus gewoon wevers; scheppers staat er niet in
- beschrijving sommige attributen, zie GENT
in woord en beeld







Stro(oi)dekkers, Droogscheerders, Schipmakers,
Bakkers,
Brouwers,
Smeders
(Smid), (Vrije) Schippers,
Chirurgijns-Barbiers,
Scheppers


Timmerlieden,
Viskopers, Tin- en
Loodgieters (ook),
(eronder) VOLDERS







Kleermakers
*,
Corduaniers,
Huid(e)vetters, Molenaars,
Lammerwerkers, Goudsmeders,
Makelaars,
Kousenmakers,
Zwartleertouwers,


Kuipers,
Witleertouwers
(handschoenmakers), Wagenmakers,
(eronder) SINT-SEBASTIAANSGILDE
(handboog)






Kruideniers,
Roodververs, Metsers,
Buks-
en Geweermakers, Tijkwevers,
Oude Warriërs, Ticheldekkers, Blauwververs,
Korenmeters,

Onvrije
Schippers *, Vleeshouwers,
Houtdraaiers,
(eronder) SINT-JORISGILDE
(kruisboog)







Kaarsmakers, Houtbrekers,
Wijnmeters, Houtzagers,
Tapijtwevers, Plaasteraars, Aardepotmakers,
Fruiteniers,
Lijndraaiers,
Oude Schoenmakers *,
Kunstschilders,
Vrije
Pijnders
(zakdragers),
(eronder) WEVERS
- verder uit
vernoemd boek, hier volgens tekeningen
van Pieter De Keysere, 1524 (met veel degelijke uitleg;
voorlopig enkel bij eerste rij)
- zoals op muurplaat Gidsenbond
GENT en Oost-Vlaanderen,
waarop de 53 kleine neringen en dus niet de W(olw)evers
(grote nering; met Droogscheerders
inbegrepen)
- toestand 1445
.. 1524: vermeld ook patroonheilige en gildehuis(adres)
- op de van latere datum: Kleermakers
(naast Scheppers),
Onvrije Schippers (naast
Vrije Schippers),
Oude Schoenmakers (naast
Corduaniers); Sint-Sebastiaansgilde,
Sint-Jorisgilde,
die geen neringen (ambachtsgilden) waren, maar milities





Grauwwerkers,
Kramers
(Meerseniers), Kaaskopers,
Wijnschroeiders
(Kraankinders), Schrijnwerkers,
Olieslagers,
Riemmakers,
zie
ook schroeden
= zware lasten op- en afladen

Hoedenmakers
(Viltenhoedmakers), en volgende niet op die muurplaat


Huisschilders,
Beerruimers (penning)
- Uit Gent van den
oudsten tijd tot heden, Frans
De Potter, 8 delen, GENT 1882-1890, V, pagina 234, Schermers:

- GENT
in woord en beeld, Jo Allaert, 1988, TORHOUT
(!) vermeld 64 ambachtsschilden (in zwart-wit) in de 16e eeuw: (vet
duidt op verschil in naamgeving met vorig genoemd boek) Geen
volders (dikwijls samen genomen met wevers), Sint-Sebastiaansgilde,
Sint-Jorisgilde bij hem; 9 niet op Vrijdagmarkt
- wolwevers:
schietspoel
- lakenscheerders:
scheerdersmes
- beenhouwers
(eerst varkens; vanaf 12e eeuw: vooral rund en schaap; vanaf 14e eeuw
verboden varkens los in straten)
- visverkopers
(kabeljauw, platvis, rogachtigen, walvis, baarsachtigen, snoek, steur,
haring, mosselen [armemensenkost])
- makelaars
- bakkers:
broodplank (ovenpaal!)
- brouwers
- schippers
- scheepsbouwers
- leerlooiers
- smeden:
hamer, tangen
- oude bontmantelverkopers
(niet op Vrijdagmarkt)
- wolkammers
- schoenmakers:
laars (corduaniers met leer uit Cordoba; oude schoenmakers met oud
leer; kinderschoenmakers; schoenlappers; patijnmakers; schoenhoutmakers)
- kleermakers: scharen
- ververs
- molenaars
- blauwververs
- goudsmid:
kelk
- witlederbewerkers:
beurs, handschoen, zadel (zeemleder van jonge geiten en schapen)
- timmerman:
winkelhaak (gevels,
bruggen, verschansingen, weefgetouwen, muurvast houtwerk;
pen-en-gatverbinding)
- metsers:
truweel, beitel (spelfout 'ij' door leraar geschiedenis!), hamer
(Doornikse kalksteen, kalkmortel eruit; baksteen vanaf 14e eeuw)
- dakwerkers
(met pannen of ingevoerde leisteen)
- houtzagers:
raamzaag, houwelen
- dakwerkers met riet
- plafonneerders
- houthakkers:
houthakkersbijl
- oude klerenhandelaars
- kaarsenmakers
- wapenmakers:
zwaard, harnassen
- tijkwevers
- behangers
(wapenschild van tapijtwevers?)
- kramers (niet op
Vrijdagmarkt)
- kruideniers: vijzel, stampers
- kaasverkopers:
weegschaal, kaasmes, bollen kaas (niet op Vrijdagmarkt)
- fruitverkopers:
ladder, fruitmand
- wijnmeters
(bij slijters, voor accijnzen; BRUGGE 1 280: 69% stadsontvangsten door
wijn [luxe], mede [damesdrank] en bier [volks])
- stapelen van wijnvaten
in een kelder (niet op Vrijdagmarkt)
- kuipenmakers:
handdissel, speciale bijl, trekmes
- schilders:
paletten (Sint-Lucas)
- kousenmakers
- barbiers:
scheermes, scharen (ook aderlatingen en buik zuiveren van zieken)
- wagenmakers: wiel, busboor
waarmee de naven van de wielen worden verruimd
- meubelmakers:
zetberd, ree- of reischaaf, tafel (schrijnen, laden, bedden, dressoirs,
schapraaien, zetels, tafels, schragen, werkbanken; lijmpot als
uitsluitend voorrecht) (niet op Vrijdagmarkt)
- houtdraaiers: booromslag,
afgewerkt draaistuk, bijl om stukken achtkantig te klieven
- molenaars:
oliemolen (uit koolzaad) zelfde naam? (niet op
Vrijdagmarkt)
- touwslagers
- tinnegieters:
schaal, kannen (tin: welstand)
- graanmeters:
korenschoppen
- pottenbakkers:
potten
- riemakers:
riemen (niet op Vrijdagmarkt)
- hoedemakers:
vilten hoeden (niet op Vrijdagmarkt)
- handschoenmakers
(? voor handen of voeten?)
- zwartlederbewerkers
- timmerman:
winkelhaak, typische bijl voor dak- en kapwerker??? (2e maal, maar een
ietsje anders en met leeuwtjes)

- sjouwers, kruiers, of lastdragers
- lederbewerkers

- molenaars:
hamer om groeven in de molensteen te kappen
2e
maal, maar verschillend
- Sint-Michielsbroederschap (niet
op Vrijdagmarkt)
- schippers:
anker
- tonnenmakers: ton, handdissel
zie ook kuipers
- kramers:
geldstukken, beurs (2e maal, maar een ietsje anders)

- oudeklerenhandelaars
2e
maal, maar ietsje anders
- kleermakers:
schaar (2e keer kleermakers, maar inderdaad ook wel mogelijk)
- Over
de Gilden en ambachten.
I. Ambachtsgilden of neringen te Gent,
Ph. Blommaert
(ouder Nederlands)
- Hij noemt wevers apart (waar de
volders wel zullen inbegrepen zijn)
- Verder 45 andere van de Vrijdagmarkt en
- 8 van muurplaat (dus in totaal 53
zogenaamde kleine neringen)
- bijkomend
- medicus

- drapiers
(op schouw
bovenverdieping Veldstraat 68, GENT [vroeger Quick; nu wat trager])
- Krommewal 2, GENT (indien je geluk hebt dat de
blaffeturen open staan)