(Geschiedenis van) Vlaanderen (de Leeuw)

Vlaamse makelijVL

: 2018 en 1917

Hierboven verschijnt in Chrome huidige datum/uur indien dit bestand niet op internet staat!!!!!

© Wees gegroet ©

, bezoeker, vol van verwachting, het geluk zij met jou, welkom ben jij onder alle bezoekers: indien je mij respecteert, zal ik jou ook respecteren

🗂Inhoudstafel

 

-13,7 miljard jaar: ontstaan heelal en dus pril begin van Vlaanderen

-4,6 miljard jaar: ontstaan aarde

-4 miljard jaar: eerste leven op aarde en dus pril begin van Vlamingen

-34 miljoen jaar: eerste Mensapen op aarde (begonnen al licht te lijken op Vlamingen)

-25 miljoen jaar: eerste Eigenlijke mensapen (leken nog meer op Vlamingen)

-15 miljoen jaar: eerste Grote mensapen en Mensachtigen (leken al erg goed op Vlamingen)

-7 miljoen jaar: eerste Eigenlijke mensachtigen (leken heel erg op Vlamingen)

-130 000 jaar: eerste Moderne mensen (leken ongelooflijk erg op Vlamingen)

-40 000 jaar: eerste Europese moderne mensen (leken onnoemelijk erg op Vlamingen)

Prehistorie vroegst .. -57 (geen geschreven bronnen voor Vlaanderen)

Oude steentijd (paleolithicum): -2 500 000 .. -10 000

Laatste ijstijd, würmijstijd (jongpaleolithicum): -70 000 .. -10 000

Middensteentijd (mesolithicum): -10 000 .. -3(of 4)500

Jonge steentijd (neolithicum)

    -3500 .. -1900 (geslepen stenen bijlen)

Bronstijd: -1900 .. -750 (geen dubbele 't')

IJzertijd: -750 .. -57

Eerste ijzertijd: -750 .. -400 hallstattcultuur (Kelten in Bohemen, Beieren en Hallstättersee, Salzkammergut); typisch: oppida (versterkte hoogtesites, zoals op Kemmelberg)

Tweede ijzertijd: -450 la-tènecultuur (Kelten komen tot de Vlaamse heuvelrij)

-120 Kimbren en Teutonen (Germanen) trekken door

-57: Julius Caesar komt, ziet, schrijft en overwint(ert) Menapiërs, Nerviërs (tussen Schelde en Dijle; gekeltiseerd), Eburonen (tussen Scheldedelta, Rupel, Dijle, Ardennen, Rijn), Aduatieken (Atuatukers, tussen Samber en Maas, tussen Nerviërs en Eburonen), Friezen (sterk gekeltiseerde Germanen)

    Caesar schrijft dat Gallië (Keltenland: huidige Nederland, Vlaanderen, Wallonië, Frankrijk) bewoond werd door:

Oude tijd

    -57 .. 406 (oudejaarsnacht, inval Germanen: Vandalen, Alanen, Sueven, Bourgonden bij MAINZ; 375 Hunnen uit Azië westwaarts; 476 West-Romeinse Rijk valt; 500 voor 't gemak)

Middeleeuwen

    406 .. 1477 (einde Bourgondisch Rijk; 1453 val Byzantijns Rijk; 1492 herontdekking, voor 5de of zo keer, van Amerika)

Vlaamse Gouw (ook Buc, dat men hiet oec Dwoudt sonder ghenade, genoemd) geregeerd door forestiers (gouwgraven) van Vlaanderen

Wapenschild Vlaanderen
[Vlaamse klimmende, brullende Leeuw]  ♫De zwarte leeuw op een gouden veld♫ is het oorspronkelijk(? volgens Paul Trio, hoogleraar Middeleeuwse Geschiedenis aan de KU Leuven en Kortrijk, was het een gouden, dus gele leeuw) wapenschild van de graven van Vlaanderen: zie ook het Engelstalige overzicht van wapenschilden gemaakt door een Nederlander

Vlag van het graafschap Vlaanderen (dus niet het wapen!)  Gedwarsbalkt in drie stukken van keel, zilver en goud; in de dwarsbalk van zilver een knoestig kruis van keel

Lijst der graven van Vlaanderen (tot voorbij de middeleeuwen voor overzicht)

Latijnse namen volgens

 

  1. Boudewijn I met de IJzeren Arm (863 .. 879; * 837 of 840); allemaal huis van Vlaanderen, tenzij anders vermeld; Balduinus Ferreus, Primus Comes Flandriae
  2. Boudewijn II de Kale (879 .. 918; * ~864) zoon van Boudewijn I; Balduinus Secundus Calvus, 2 Comes
  3. Arnulf I de Grote (918 .. 964 of 965; * ~889) zoon van Boudewijn II; Arnulphus I Magnus, 3 Comes
  4. Boudewijn III de Jonge (958 .. 961 of 962, samen met vader; *?) zoon van Arnulf I; Balduinus Tertius, 4 Comes (Juventus?)
  5. Arnulf II de Jonge (964 of 965 of 967 .. 988; * 960; tot ~976 onder voogdij van koning) zoon van Boudewijn III; Arnulphus secundus, 5 Comes
  6. Boudewijn IV met de Schone Baard (988 .. 1035; *?) zoon van Arnulf II; Balduinus Quartus Pulchrobarbus, 6 Comes
  7. Boudewijn V van RIJSEL (1035 .. 1067; * ~1012) zoon van Boudewijn IV; vanaf 1060 regent voor minderjarige koning Filips I van frankrijk!  Stichtte RIJSEL; Balduinus Quintus Insulensis, 7 Comes
  8. Boudewijn VI van BERGEN (1067 .. 1070; * ~1039) zoon van Boudewijn V; Balduinus Sextus Montanus, 8 Comes
  9. Arnulf III de Ongelukkige (1070 .. 1071; *?) zoon van Boudewijn VI; Arnulphus Tertius Infelix, 9 Comes
  10. Robrecht I de Fries [beeld en uitleg] (1071 .. 1093; * 1029 of 1032) tweede zoon van Boudewijn V; Robertus I Frisius, 10 Comes
  11. Robrecht II van JERUZALEM (1093 .. 1111; * ~1065) zoon van Robrecht I; Robertus 2 Hierosolymitanus, 11 Comes
  12. Boudewijn VII Hapkin (of: met de Bijl) (1111 .. 1119; * 1093) zoon van Robrecht II; Balduinus 7 securicula, 12 Comes
  13. Karel I de Goede (of: de Gelukzalige, of van Denemarken) (1119 .. 1127; * ~1083) huis van Skioldung; kleinzoon, via dochter, van Robrecht II; Carolus Primus Pius, 13 comes
  14. Willem I Clito (of: van Normandië) (1127 .. 1128; *?) huis van Normandië; kleinzoon van Robrecht II; Guiliemus Normannus, 14 Comes
  15. Dirk I (of Diederik) van de Elzas (of: van Lotharingen) (1128 .. 1168; *?) vanaf hier: huis van Elzas; kleinzoon van Robrecht II, via zoon; Theodoricus Alsatius, 15 Comes
  16. Filips I van de Elzas (1168 .. 1191; * 1136) zoon van Dirk; Philippus Alsatius, 16 Comes
  17. Boudewijn VIII, van Henegouwen (of de Moedige) (1191 .. 1194; * ~1150) (ook graaf Boudewijn V van Henegouwen en markgraaf van Namen) schoonbroer van Filips van de Elzas
    __________________________________________________
  18. Margaretha I van de Elzas (1191 .. 1194; * ~1145) zuster van Filips van de Elzas; Margareta Prima, 17 Comes (? Comitissa!)
  19. Boudewijn IX van CONSTANTINOPEL (1194 .. 1205; * 1171) (ook graaf Boudewijn VI van Henegouwen en keizer Boudewijn I van CONSTANTINOPEL) vanaf hier: opnieuw huis van Vlaanderen; zoon van Boudewijn VIII; Balduinus Constantinopolitanus, 18 Comes
  20. Jo(h)anna I van CONSTANTINOPEL (1205 .. 1244; * ~1200) (eerst onder regentschap oom Filips van Namen; ook gravin van Henegouwen) dochter van Boudewijn IX (sommigen noemen haar mannen Ferrand van Portugal, van 1212 tot 1227, en Thomas van Savoje, van 1237 ook graven van Vlaanderen); Ioanna Constantinopolitana, 19 Com. (Comitissa)
  21. Margaretha II van CONSTANTINOPEL (Zwarte Griet) (1244 .. 1278; * 1202) (ook gravin van Henegouwen) dochter van Boudewijn IX; Margareta 2 Constantinopolitana, 20 Com. (Comitissa)
  22. Willem II (1246 .. 1251; * 1225) vanaf hier: huis van DAMPIERRE; zoon van Margaretha II
  23. Gwijde I van DAMPIERRE [beeld en uitleg] (1251 .. 1305; * 1226) zoon van Margaretha II (zie verder Brugse Metten en Guldensporenslag); Guido Dampetra, 21 Comes
  24. Robrecht III van BÉTUN (1305 .. 1322; * 1247) (ook graaf van Nevers) zoon van Gwijde van DAMPIERRE; Robertus Tertius Bethunius, 22 Comes
  25. Lodewijk I (van Nevers) (of: van Crécy, Zuid-Vlaanderen) (1322 .. 1346; * ~1304) (graaf van Nevers en Réthel) vanaf hier: huis van Nevers, kleinzoon van Robrecht III; Ludovicus Cressiacus, 23 Comes
  26. Lodewijk II van Male (1346 .. 1384; * 1330) (graaf van Nevers, Réthel, Artois [uitspraak artoos, want i diende voor lange klinker!] en Franche-Comté) zoon van Lodewijk I; Ludovicus 2 Maleanus, 24 Comes
  27. Margaretha III van Male (1383 of 1384 .. 1404; * 1350) dochter van Lodewijk II; Margereta Tertia, 25 Comitissa
    __________________________________________________
  28. Filips II de Stoute (of: van Bourgondië); vanaf hier: huis van Bourgondië en hertog (hoger dan graaf) van Bourgondië; blijkbaar worden ze hierna (zuiver huis van Bourgondië en Oostenrijks) nieuw genummerd vanaf I: Filips en Karel! (1383 of 1384 .. 1404; * 1342) zoon van koning Jan II van frankrijk
  29. Jan I zonder Vrees (1404 .. 1419; * 1371) (hertog van Bourgondië en graaf van Artois, Réthel, Charolais en Franche-Comté) zoon van Margaretha III; Ioanes Burgundus Intrepidus, 26 Comes
  30. Filips I de Goede (1419 .. 1467; * 1396) (hertog van Bourgondië, waaronder tevens viel Vlaanderen, Artois en Franche-Comté) zoon van Jan I zonder Vrees; Philippus Bonus, 27 Comes
  31. Karel I de Stoute (1467 .. 1477; * 1433) (hertog van Bourgondië, Brabant, Limburg en Luxemburg en graaf Karel I van Holland, Zeeland en Henegouwen) zoon van Filips I; Carolus secundus Bellicosus, 28 Comes
    -------------------------------------------------------------------
    scheiding middeleeuwen en nieuwe tijd
    __________________________________________________
  32. Maria I de Rijke (1477 .. 1482; * 1457) (gravin Maria van Holland en hertogin van Bourgondië) verloor in 1477 (huwelijk met Maximiliaan) Bourgondië aan frankrijk; dochter van Karel I
  33. Maximiliaan I; Oostenrijks huis (Habsburgers) tot einde (1477? of 1482 .. 1494 en 1506 .. 1515; * 1459) regent (voogd over zoon Filips II de Schone) 1493 keizer Maximiliaan I van Duitsland; zoon van keizer Frederik III van Duitsland; Maximilianus Imperator, 29 Comes
  34. Filips II de Schone (1482 of 1494 .. 1506; * 1478) koning Filips I van Spanje; zoon van Maria de Rijke
  35. Karel II (1515 .. 1555; * 1500) keizer Karel V van Duitsland; koning Karel van Spanje; zoon van Filips II; Carolus quintus, 31 Comes
  36. Filips III (1555 .. 1598; * 1527) koning Filips II van Spanje; zoon van Karel II; Philippus secundus, Rex Hispaniae, 32 Comes
  37. (Filips, prins, * 1837; zoon van koning Leopold I van belgië)
'T KERELSLIED (rond 1328)
Doedele, bommele, romdomdom
Houd u recht en sie niet om!


Gi, rudders, dwingers, maect u van cant,
Hier sijn de Kerels van Vlanderlant!
Gi, isegrims, hoedt u vor den Blauvoet,
Of gi selt voelen wat sine clau doet.
Onse vaderen (vorderen?) waren vri,
En vri so bliven wi,
So lanc een hert, dat lafheid haet,
In enen Keerlenboesem slaet.


Doedele, bommele, romdomdom
Houd u recht en sie niet om!

Dit lijkt (van opzet, en eenvoud: zie laatste versie) erg op het lied van SINT-NIKLAAS:
Ramparalam paralam pampam
één, twee, drie vier vijf
Ramparalam paralam pampam
één, twee, drie vier vijf
En SINT-NIKLAAS, En SINT-NIKLAAS
En SINT-NIKLAAS dat mag er zijn
En SINT-NIKLAAS, En SINT-NIKLAAS
En SINT-NIKLAAS dat moet er zijn

Of anders:


En als de kerels te garen zijn
fiedererompompompompom
wat liedje moet er gezongen zijn
fied......
Kerelslied, Kerelslied
fied......
Kerelslied, Kerelslied fiedererompompom.

Ze dragen een pilose broek
en om hun hals een rode doek.

Ze klimmen in de hoogste boom.
En zwemmen over de breedste stroom.

Ze koken hun potje al op het vuur
en zingen een liedje dat is niet duur.

Ze klimmen in de beddekwast
en slaan de duivel op zijn bast.

Ze bidden tot slot een vader ons
en geven de duivel de grootste bons. 

Of nog anders (op internet gevonden bij franstaligen!):
ALS DE KERELS TE GARE ZIJN

Als de kerels te gare zijn,
Doedle bomle rom dom dom,
Wat liedje moet er gezongen zijn?
Doedle rom dom dom.
't Kerelslied, 't kerelslied,
Doedle bomle rom dom dom,
't Kerelslied, 't kerelslied,
Doedle rom dom dom.

Zij renden met zessen langs de baan,
Doedle bomle rom dom dom,
Zij hadden stalen kleren aan,
Doedle rom dom dom!
Isegrims, Isegrims,
Doedle bomle rom dom dom,
Isegrims, Isegrims,
Doedle rom dom dom!

Zij hadden waaiend' helmen aan,
Zij renden zingend langs de baan.
Wat zongen zij?

Van edele ridders en heren groot,
Van nijdige kerels en galgedood.
Isegrims, Isegrims,

De kerels kennen een schon'ren zang,
De zang der kerels is niet lang.
Maar zegt veel.

En als de kerel aan 't zingen valt,
Zijn liedje vromer als d' and're schalt.
Storm op zee!

Vliegt de Blauwvoet? Storm op zee!
Vliegt de Blauwvoet? Storm op zee!
Storm op zee!

Dit lijkt een antwoord op het Kerelslied door een franse ridder in (Kerels)gevangenschap gemaakt (hieronder)
Ik wil van de Keerle zingen
Al met dienen langen baard
...
WI willen van den kerels zinghen
Si sijn van quader aert
Si willen de ruters dwinghen
Si draghen enen langhen baert
Haer cleedren die zijn al ontnait
Een hoedekijn vp haer hooft ghecapt
Tcaproen staet al uerdrayt
Haer cousen ende haer scoen ghelapt


Wronglen wey broot ende caes
Dat heit hi al den dach
Daer omme es de kerel so daes
Hi hetes meer dan hijs mach
Henen groten rucghinen cant
Es arde wel sijn gheuouch
Dien neimt hi in sijn hant
Als hi wil gaen ter plouch
Dan comt tot hem sijn wijf de vule
Spinnende met enen rocke
Een sleter omtrent haer mule
Ende gaet sijn scuetle brocken

Wronghele ende wey et cetera

Ter kermesse wille hi gaen
Hem dinct datti es een graue
Daer wilhijt al omme slaen
Met sinen verroesten staue
Dan gaet hi drincken van den wine
Stappans es hi versmoort
Dan es al de werelt zine
Stede lant ende poort

Wronghele ende wey et cetera

Met eenen zeeuschen kniue
So gaet hi duer sijn tassche
Hi comt tote zinen wiue
Al vul brinct hi sine flassche
Dan gheift soe hem vele quader vlouke
Als haer de kerel ghenaect
Dan gheift hi haer een stic van den lijfcouke
Dan es de pays ghemaect

Wrongle ende wey et cetera

Dan comt de grote cornemuse
Ende pijpt hem turelurureleruut
Ay hoor van desen abuze
Dan maecsi groot gheluut
Dan sprincsi alle al ouer hoop
Dan waecht haer langhe baert
Si maken groot gheloop
god gheue hem quade vaert

Wrongle ende wey et cetera

Wi willen de kerels doen greinsen
Al drauende ouer tuelt
Hets al quaet dat zi peinsen
Ic weetze wel bestelt
Me salze slepen ende hanghen
Haer baert es alte lanc
Sine connens niet ontganghen
Sine dochten niet sonder bedwanc

Wrongle ende wey et cetera

Nog een ander Kerelslied uit 'Vlaenderen die Leu' van F. R. Boschvogel in de reeks Reinaert Junior (p 39)

De ridder heeft alles genomen
men kruipt als hij gebied
bij duinen en moeren en stromen
dat doet de Kerel niet
wij willen van de kerels zingen
zij zijn van kwader aard
zij willen de ruiters dwingen
zij dragen een langen baard

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ter kermisse wil hij gaan
hij denkt dat hij is een graaf
daar wil hij het al omme slaan
met zijne verroesten staaf
dan gaat hij drinken van den wijn
stappans is hij versmoord
dan is de wereld 't zijn
stede, land ende poort

 

met ene zeeuwse knive
zo gaat hij deur zijn tas
hij komt tot zijne wive
al vul bringt hij zijn flas
dan geeft zij hem veel kwader vloeken
als haar de kerel genaakt
dan geeft hij haar van de lijfkoeke
dan is de pays gemaakt

 

 

 

 

 

 

 

 


men zal ze slepen en hangen
hun baard is al te lang
zij kunnen het niet ontgangen
zij dochten niet zonder bedwang

Vroegmoderne tijd

    1477 .. 1800 (of 1914, eerste Wereldoorlog of 1789, franse verschrikkelijke revolutie)

Sporenslag, 1513 (verwar niet met 1302!) bij (IN)GUINEGATE (Ingwinegate, buurt van SINT-OMAARS): Engelsen (onder Hendrik VIII en Thomas Wolsey) en Habsburgers verslaan fransen, die blijkbaar meer hun sporen gebruikten om te vluchten, dan hun zwaarden om te vechten!

In 't Wonderjaer, 1566: beeldenstorm (begonnen in STEENVOORDE; was ik er maar bij) en ander verzet tegen overheersing van de (verschrikkelijk katholieke en dus onverdraagzame) Spanjaarden.

Lamoraal, graaf van Egmont en Filips II van Montmorency, graaf van Hoorne worden in 1568 onthoofd omdat ze zich durven verzetten tegen de absolute heerschappij der worst (Filips II)

Vlaanderen onafhankelijk van 1598 tot 1621 (zelfstandige Zuidelijke Nederlanden) onder Albrecht en Isabella (Spaans huis)  Na dood Albrecht (1621) was Isabella landvoogdes onder koning Filips IV (ook koning Filips IV van Spanje).  Isabella gaf haar naam aan de kleur izabel (zie ook Isabeltapuit en Isabelklauwier) door bij het beleg van Oostende te zweren dat ze geen proper hemd zou aandoen voordat de stad veroverd werd.  De belegering duurde erg lang (1 172 dagen volgens Wikipedia, maar dat is fout).  Het was natuurlijk weer een godsdienststrijd.

Kleine ijstijd, met dieptepunt voor onze gewesten tussen 1645 en 1715.

Frans Anneessens verdedigt vrijheden der Ambachten (Kerels) tegen Oostenrijkers en wordt dus simpel onthoofd, 1719

Vlaanderen onafhankelijk in 1789 tot 1795.  Op 22 november 1789 roept de Staten van Vlaanderen, in het stadhuis van Gent, de Vlaamse onafhankelijkheid uit.  Joseph De Graeve wordt benoemd tot raadspensionaris van de Staten van Vlaanderen.  Op 4 januari 1790 wordt op de Vrijdagmarkt het Manifest van de provintie van Vlaenderen plechtig voorgelezen.

Boerenkrijg12 oktober 1798, OVERMERE tot 5 december 1798, HASSELT.  Opstand van vooral buitenmensen (in de steden hadden de fransen alles al in hun vuile, vernietigende handen en daar kon men dus niet meer in opstand komen) tegen franse onderdrukking van Vlaanderens cultuur; dus voor Vlaanderen, Vrijheid en godsdienst.  De opstandelingen werden door de 'fransen zonder kniebroek', struikrovers genoemd.  Voor outer (altaar) en heerd (eigen haard, cultuur): sterk gesteund door kerk met geld, levensmiddelen en wapens.  (Net zoals in 1830, en later in 1940..1945, sprong de kerk dus graag op de kar om haar macht te behouden; in 1830 tegen de protestanten, die volgens de kerk geen recht hadden op bestaan.)  De fransen vonden dat hun ideeën maar door iedereen moesten aanvaard worden of men werd gedood of verbannen.  De revolutionaire fransen ageerden nog driester dan degenen die ze van de macht verdreven hadden.  Niet verwonderlijk: als je zomaar alle gevangenen (moordenaars, inbrekers, verkrachters, afpersers, ...) vrijlaat.  Deze arrogante houding van de fransen zagen we doorheen heel de geschiedenis en nog steeds!

Voor outer en heerd

Geen roekeloze wagers:
stil volk dat zich beraadt
Aleer het zijn belagers
manhaft te lijve gaat.
Zij wisten wat zij wilden,
toen zij tot stout verweer
De pik of zeis optilden
of grepen naar 't geweer.

Keerzang:
Voor vrijheid en recht. Ongeknecht,
onverveerd voor outer en heerd! (bis)

Zij steunden op Oranje's:
de Nederlanden één!
En juichten toen Brittannië's
beloofde vloot verscheen.
Kloekmoedig in de gouwen
van Diets Zuid-Nederland,
Zijn allen sterk en trouwe
gesprongen in de brand.

Rolliers, Corbeels, Van Gansen,
bevochten onverveerd,
Met wisselende kansen,
de vijand van hun heerd.
Zij kampten koen als leeuwen,
en werden z'overmand,
hun namen staan voor eeuwen
in 't hart van 't volk gebrand

 

Moderne tijd (1800 .. 1945)

Franse ratten

Franse ratten, rolt uw matten,
wil naar huis toe keren.
Zegt: "die vrienden, die ons minden",
of men zal u leren
op de pijpen dansen,
nu hebt gij goê kansen:
Weg gascon, wie de bon, bon, bon,
door 't Keizers schoon kanon.

Wilt nu lopen met heel hopen,
zegt: adieu schoon landen.
Pruisen koning, g'hebt uw loning,
Fransen vlucht met schande
van d'Hollandse palen.
't Land zal u betalen
met de zon, wie de bon, bon, bon,
door 't Pruisen schoon kanon.

Fransgezinden, diep verblinden,
die hun taal verguizen.
Maakt uw paksken, neemt uw zaksken,
want gij moet verhuizen.
't Vlaams volk in dez' landen,
krijgt haar op zijn tanden:
Weg gascon, biribon, bon, bon,
het land uit, franskiljon

1847 Hippoliet Van Peene (1811, KAPRIJKE - 1864, GENT), arts, schrijft De Vlaamse Leeuw en componist Karel Miry (1823, GENT - 1899, GENT), zijn neef, zet de toon.  Beiden waren actief in de Gentse amateurtoneelmaatschappij Broedermin en Taelyver.
Het lied ontstond in juli, blijkbaar naar aanleiding van een discussie onder de leden van Broedermin en Taelyver over volks - en nationale liederen. Ook Hippoliet Van Peene was daarbij aanwezig en het was voor hem de aanleiding om De Vlaamse Leeuw te dichten.  Daarbij heeft hij zich duidelijk laten inspireren door het ook in Vlaanderen populaire strijdgedicht van de Duitser Nikolaus Beckers "Der deutschen Rhein (Sie sollen ihn nicht haben...)".  Muzikaal is er beïnvloeding van de melodie van Robert Schumans "Sonntags am Rhein".
De historische context heeft ook een rol gespeeld, met name de politieke omwenteling van februari 1848 in Frankrijk, die de Tweede Republiek in het leven riep, en de vrees in belgië deed aanwakkeren voor een mogelijke annexatie.  Dat schiep een klimaat waarin de bevolking psychologisch behoefte had aan een strijdlied.  Rond 1900 was De Vlaamse Leeuw reeds algemeen als nationaal lied van de Vlamingen ingeburgerd.
Bij het decreet van 6 juli 1973 van de voormalige Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap werden de eerste twee strofen van De Vlaamse Leeuw uitgeroepen tot eigen volkslied.

De Vlaamse Leeuw (11 juli 1847)
Zij zullen hem niet temmen, de fiere Vlaamse Leeuw,
Al dreigen zij zijn vrijheid met kluisters en geschreeuw.
Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.

Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.

De tijd verslindt de steden, geen tronen blijven staan:
De legerbenden sneven, een volk zal nooit vergaan.
De vijand trekt te velde, omringd van doodsgevaar.
Wij lachen met zijn woede, de Vlaamse Leeuw is daar

Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.

Hij strijdt nu duizend jaren voor vrijheid, land en god;
En nog zijn zijne krachten in al haar jeugdgenot.
Als zij hem machteloos denken en tergen met een schop,
Dan richt hij zich bedreigend en vrees'lijk voor hen op.

Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.

Wee hem, de onbezonnen', die vals en vol verraad,
De Vlaamse Leeuw komt strelen en trouweloos hem slaat.
Geen enkle handbeweging die hij uit 't oog verliest:
En voelt hij zich getroffen, hij stelt zijn maan en briest.

Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.

Het wraaksein is gegeven, hij is hun tergen moe;
Met vuur in't oog, met woede springt hij den vijand toe.
Hij scheurt, vernielt, verplettert, bedekt met bloed en slijk
En zegepralend grijnst hij op's vijands trillend lijk.

Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.

1848 eerste 'moderne' guldensporenviering, BRUSSEL

1875 Albrecht Rodenbach (vader en grootouders anti-Vlaams, moeder Waalse) schrijft het lied der Vlaamse zonen: http://club.studiant.be/castrum/PDF/LezingRodenbach.pdf

Dat Rodenbach met zijn "Blauwvoet" de zanger van de studentenkamp werd, is – in oorsprong – eerder te wijden aan een toevallige samenloop van omstandigheden dan aan een doelbewuste intentie van Rodenbach zelf.  De eerste versie van "Het lied der Vlaamse zonen" was niét als strijdlied bedoeld.  Het was een lofzang op superior Delbar van het Klein-Seminarie omdat hij eerder dat schooljaar de Vlaamse dichter De Koninck, als Waal, in het Vlaams had toegesproken. Het zou, samen met "Het lied der dichters", gezongen worden door de studenten tijdens het jaarlijks feest ter ere van de superior. Op 24 juli 1875 echter komt surveillant Barbe, namens de superior, aan de studenten vertellen dat één van de twee Vlaamse liederen vervangen zou moeten worden door een Frans lied en dat Rodenbach zijn eerste versie van "Het lied der Vlaamse zonen" zou moeten wijzigen; ook al was het een dank- en lofrede op de superior.  Deze domper op de feestvreugde zorgde er, samen met talloze andere kleinere en grotere incidenten tussen de studenten en de superior, voor dat de frustraties die leefden onder de Vlaamse scholieren op het Klein-Seminarie zich zouden uiten in wat "De Groote Stooringe" genoemd zou worden.  Een dag later, op 25 juli 1875, beraadslagen 19 van de 26 leerlingen uit de poësisklas onder leiding van Rodenbach over wat ze zullen doen: 16 van hen stemmen tegen het zingen van om het even welk Frans lied.

Op 27 juli, de dag van het superiorsfeest, houdt Rodenbach een rede ter ere van Delbar waarin elke zinsspeling op de gespannen toestand in het Klein-Seminarie of het Vlaams verzet verwijderd was. Ondertussen had Rodenbach een tweede en veel strijdkrachtiger versie van zijn "Lied der Vlaamse zonen" geschreven.  Die tweede versie werd, alle inspanningen van de surveillanten om de circulerende kopietjes van de tekst te onderscheppen of te vernietigen, op de tweede dag van de feesten, samen met de "Vlaamse Leeuw" door de studenten gezongen tijdens de namiddagactiviteiten.  Tijdens het souper, waarbij leraren en leerlingen samen aan tafel zaten, vroeg de superior een van zijn leraren om het Franse liedje "Les Curassiers" aan te heffen.  De studenten vielen wel in, zoals van hen verwacht werd en ondanks de stemming om niets in het Frans te zingen, maar pasten de tekst aan om hun ongenoegen te uiten.  Superior Delbar merkte dat op en schorste het feest, daarop weerklonk de strijdkreet "Vliegt de Blauwvoet? – Storm op zee!".  Julius (Jules) Devos, zoon van zeer eenvoudige mensen, die de trompet speelde bij het protestlied, werd van school gestuurd, terwijl rijkemanszoontje Rodenbach, de leider van de opstand, mocht blijven.

Het is vanaf deze "Groote Stooringe" dat Rodenbach studentenliederen gaat schrijven met een bijbedoeling en het is pas vanaf dan dat de leuze "Vliegt de Blauwvoet? Storm op zee!", die al eerder, maar zonder revolutionaire bijklank, gekend was uit het werk "De kerels van Vlaanderen" van Conscience ook een echte strijdkreet werd. Zoals Van Puyvelde het al meldde:

Die studentenliederen dat was de opwekking tot den strijd [...] Op 't gemoed der jeugd moest dus in de eerste plaats indruk gemaakt worden [...] En hoe kon Rodenbach dat beter doen dan door over de studentenhoofden liederen te laten galmen.

De werken van Rodenbach en ook heel veel van zijn vroege studentenliederen zijn doorspekt met de Kerelsthematiek die zij kenden uit Consciences werk.  Ferdinand Rodenbach schrijft hierover :

De waarheid over hunne (en hij bedoelt dan "de Kerels" [AW]) geschiedenis diende dus gekend te zijn, en daarop legde Albrecht zich toe, bracht nota's op nota's bijeen en bezat algauw een hele verzameling oorkonden waarop hij steunen en werken mocht. Rodenbach schreef ook het werk "De Kerels" en verscheidene Kerelsliederen waardoor de studentenkamp zich vrij snel uitbreidde onder de naam "Blauwvoeterij" en de Vlaamse studenten "verkereld" werden.

Rodenbachs liederen waren als het ware propagandaliederen voor de idealen van de Blauwvoeterij en voor de idealen van de Vlaamse studentenkamp. Ze moesten zijn medestudenten werven voor zijn strijd. Daarom dat hij ook in zijn plannen voor de inrichting van de Studentenbond telkens weer hamert op het belang van studentenliedjes, liedbundels voor de studenten en de spelersgilden. En daarom ook dat hij op talloze vergaderingen van de studentenbond blijft herhalen dat alle middelen – waaronder hij steevast spelen en liedjes vernoemt – ingezet moeten worden.

Maar Rodenbach wilde niet enkel de studenten winnen voor de Vlaamse kamp. Ook het gewone volk wilde hij achter zich krijgen.

In "Kroniek van Albrecht Rodenbach" lezen we op 25 januari 1877 – Rodenbach studeert dan al in Leuven – het volgende:

Zang en toneel werden door Rodenbach beschouwd als belangrijke middelen die de studenten ter beschikking stonden om de Vlaamse bewustwording bij het volk te stimuleren.

En uit zijn nagelaten notities weten we dat hij voor de propaganda door middel van het Vlaamse lied, ook buiten de studentenwereld, overwogen heeft om "Liedekens voor het volk" – meestal aanpassingen van bestaande liedjes of nieuwe teksten op bekende melodieën – te laten verspreiden door marktzangers.

Het belang van een eigen studentenliedschat kende Rodenbach vanuit het Duitse studentenleven. In een artikel in de "Vlaamse Vlagge", dat Rodenbach ondertekende met het pseudoniem François Quillon – een duidelijke zinspeling op de term 'franskiljon' – blijkt duidelijk naar het voorbeeld van welke voorgangers Rodenbach de werfkracht van het lied in een volksstrijd heeft leren schatten. Hij schrijft, met toch enige vorm van kritiek voor zijn voorbeelden, het volgende:

Beziet de Duitsche studenten!

Deze zijn iets, hebben hun eigen leven, niet altijd in den rechten regel, neen, maar eigen, en zoo eigen, dat zij een type geworden zijn.  En onder andere hebben zij hunnen liedjes, waar heel hun leven in leeft, hunnen helen cyclus liedjes, van aan de middeleeuwse sage tot aan het dansend en springend drinkliedje, van aan "Es war ein König in Thule" tot aan het "Urbummellied".

Nu, die liedjes en zijn juist altijd niet puik. Daar zijn er prachtige, daar zijn er die ik noch gij en zouden willen zingen. Zij zijn Duitsers, Duitse studenten, en hun liedje drukt hun wezen en leven uit. Wij zijn Vlaamse jongens, Vlaamse studenten: wij moeten onze liedjes hebben, drukkende ons wezen en ons leven uit.

In deze tekst benadrukte hij op heel duidelijke wijze tegelijkertijd de Germaanse verwantschap én de Vlaamse eigenheid van wat hij voor ogen had.

Dits de gesciedenisse van den Westvlaemschen Studentenkampe ofte vulgô "BLAUVOETERIE" in drie avontueren
OP MUSIIK VAN JOHAN DE STOOP (http://cf.hum.uva.nl/dsp/ljc/rodenbach/blauvoet.htm)

I.
HET LIED DER VLAAMSCHE ZONEN
1e versie was al geschreven vóór de Groote Stooringe

II
HET LIED DER VLAAMSCHE ZONEN

gezeid De Blauwvoet

III
HET LIED DER BLAUWVOETERIE

herdicht om te akkoord te staan met het huidig slaan sommiger piano's (lijkt eerder een versie voor West-Vlaamse jongeren)
Nu het lied der Vlaamsche zonen,
nu een dreunend Kerelslied,
dat in wilde noordertonen
uit het diepste ons herten schiet.


Ei! het lied der Vlaamsche zonen
met zijn wilde noordertonen,
met het oude Vlaamsch Hoezee:
Vliegt de Blauwvoet -- storm op zee!

Priester, gij waardeert ons herten
minnend 't oude Kerelsland;
priester, gij waardeert ons smerten
over 't oude Vlaanderland
.

    Herhaal.
Daarom nu een lied gezongen,
Vlaamsche herten, Vlaamsche tongen
,
met het oude Vlaamsch Hoezee:
Vliegt de Blauwvoet -- storm op zee!


Gij waardeert den zucht der zonen
van het vrije Kerelsvolk,
toen ze elkander Vlaandren toonen
in der oude tijden wolk.

Gij waardeert ons woelig blaken,
onzer herten sombren spijt,
gij waardeert ons brandend haken
naar het deelen in den Strijd.

Gij waardeert ons. 't Is gebleken
als gij voor den Dichter stondt
en ons tale wildet spreken
en zulke eedle woorden vondt.

Priester, wil den dank ontvangen
van het dankbaar Vlaamsche kind
in zijn wilde en woeste zangen,
omdat gij zijn Vlaamsch-zijn mint.


    Herhaal.
Dat is 't lied der Vlaamsche zonen,
't dankbaar lied der Vlaamsche zonen,
met het oude Vlaamsch Hoezee:
Vliegt de Blauwvoet -- storm op zee!


Dit liedje wierd trouwens gedicht om gezongen te worden op de naamfeest van den E. H. H. Delbar, kan. sup. van het klein-seminarie van Rouselare, nevens een ander dat hiet het lied der Dichters.

Te weten, E. H. H. Delbar, kan. sup. van het kl.-s., had Vlaamsch gesproken waneer Lodewijk De Coninck naar het gesticht gekomen was.

Nu het lied der Vlaamsche zonen,
nu een dreunend Kerelslied,
dat in wilde noordertonen
uit het diepste ons herten schiet.

    Herhaal
Ei! het lied der Vlaamsche zonen,
met zijn wilde noordertonen,
met het oude Vlaamsch Hoezee:
Vliegt de Blauwvoet -- storm op zee!

't Wierd gezeid dat Vlaandren groot was,
groot scheen in der tijden wolk,
maar dat Vlaanderland nu dood was
en het vrije Kerelsvolk.

Maar dan klonk een stemme krachtig
over 't oude noordzeestrand,
en het stormde grootsch en machtig
in dat doode Vlaanderland

En hier staan wij 't hoofd omhooge,
vuisten siddrend, kokend bloed,
vlamme in 't herte, vlamme in de ooge,
en ons naam ons trillen doet.


Van de blonde noordsche stranden,
dwang en buigen ongewend,
onze vaders herwaarts landden,
leden, streden ongetemd.

Ja wij zijn der Vlamen zonen,
sterk van lijve, sterk van ziel,
en wij zoûn nog kunnen tonen
hoe de klauw des Klauwaards viel.

Op ons vane vliegt de Blauwvoet
die voorspelt het zeegedruisch,
en de Leeuw er met zijn klauw hoedt
't zegepralend Christi Kruis.

Weg de bastaards, weg de lauwaards!
Ons behoort het noorderstrand,
ons, den Kerels, ons, den Klauwaards.
Leve god en Vlaanderland!
(Zie hieronder voor de nieuwe spelling)

Hoort een lied van Vlaamsche zonen,
hoort het West-Vlaamsch Kerelslied,
de oude vrije noordertonen
uit den mond van 't jeugdig diet.

    Herhaal
Ei! wi siin dier Keerlen sonen,
singen 't in die oude tonen,
roepen naer elkaer: "Hou'see!
Vliegt die Blauwvoet -- storm op see!"

Vlaandren ja was aan 't Bewegen,
edoch dat Bewegen liep
wijd uiteen al duizend wegen,
en West-Vlaandren sliep -- zeer diep.

Al met eens weêrklonken stemmen,
't waaide een Vlagge, 't leefde alhier,
en die poogden ons te temmen...
stortten olie op het vier.

En hier staan wij 't hoofd omhooge,
vuisten siddrend, kokend bloed,
vlamme in 't herte, vlamme in de ooge,
en ons name ons trillen doet.


Wikings naamden eerst onze Oudren,
Kerels, Klauwaards naderhand;
nooit en knelde een jok hun schoudren,
dwingers plette hun kolf in 't zand.

Kerelskamp en Gilde baarde
Nering, Burg, Gemeenebest,
't schoonste en grootste volk der aarde,
wijd geëerd in Oost en West.

Zulker vaadren zijn wij zonen,
sterk van lijve, sterk van ziel,
g'reed, als 't nood deed, eens te tonen
hoe gepast hun knotse viel.

Spijts al die ons temmen wilden,
ei, Studenten, rond de vaan!
In 't gelid, verboden Gilden,
en de Skalden voorenaan!

Hoog in wind de Klauwaardsvane,
't alverwinnend Kruis in top,
en, spijts gaais en franschen Hane,
met een blauwen Blauwvoet op.

Steekt den hoorn en zwaait de vanen!
Allen hier die Vlaandren mint!
Laat pedanten staan vermanen!
Slaat den Bardit in den wind!

Horkt! het lied uit Vlaandrens gouwen
antwoordt op het Kerelslied:
ziet alom de vane ontvouwen,
scharen 't Vlaamsch Studentendiet.

't Kerelslied wekt Vlaandrens krachten:
't heir groeit aan, zijn hoop, zijn deugd!
Ziet, zij grijnzen reeds die lachten:
Vlaandrens Toekomst hoort der jeugd!

Volk met averechtsche plichten,
zonder u zal 't ook wel gaan.
Zucht nu wat, doch wilt u zwichten
nog in onzen weg te staan.

Gijnder daar die 't volk woudt paaien
met uw helden -- landverraârs,
g'hebt bij god! gedaan met zaaien,
uitgekochte leugenaars!

Gij die ons hebt uitgezogen,
fransch gebroed alhier gemest,
g'hebt genoeg op ons gespogen!
Ziet: ons zweep! -- en ginds, uw nest!

Blonde Skalden, dicht ons koren,
zingt ze vooren weer in hand,
Vlaandren stijgt, herkwikt, herboren,
uit het oud Kerlingaland!

20 September, 1875. 25 September, 1875.  

Nu het lied der Vlaamse zonen,
Nu een dreunend kerelslied,
Dat in wilde noordertonen
Uit het diepste ons herten schiet.
Keerzang:
Ei! het lied der Vlaamse zonen,
Met zijn wilde noordertonen,
Met het oude Vlaams Hoezee
Vliegt de blauwvoet? Storm op zee!
2.
't Wierd gezeid dat Vlaanderen groot was,
Groot scheen in der tijden wolk,
Maar dat Vlaanderland nu dood was,
En het vrije kerelsvolk.
3.
Maar dan klonk een stemme krachtig
Over 't oude noordzeestrand
En het stormde groots en machtig,
In dat dode Vlaanderland.
4.
En hier staan wij, 't hoofd omhoge,
Vuisten siddrend, kokend bloed;
Vlam in 't herte, vlam in de oge,
En ons naam ons trillen doet!
5.
Van de blonde noordse stranden,
Dwang en buigen ongewend,
Onze vaders herwaarts landden,
Leden, streden, ongetemd.
6.
Ja wij zijn der Vlamen zonen,
Sterk van lijve, sterk van ziel,
En wij zoun nog kunnen tonen,
Hoe de klauw der Klauwaards viel.
7.
Op ons vane vliegt de Blauwvoet,
Die voorspelt het zeegedruis,
En de Leeuw er met zijn klauw hoedt
't Lieve dierbaar Christi kruis.
8.
Weg de bastaards, weg de lauwaards.
Ons behoort het noorderstrand,
Ons de kerels, ons de Klauwaards,
Leve god en Vlaanderland!

...en

Klokke Roeland (1877)
Voorzang.
    Boven Gent rijst,
    Eenzaam en grijsd,
't Oud Belfort, zinbeeld van 't verleden;
    Somber en grootsch,
    Steeds stom en doodsch,
Treurt de oude held op 't Gent van heden;
    Maar soms hij rilt,
    En eensklaps gilt
Zijn bronzen stemme door de stede.

Toezang.
Trilt in uw graf, trilt, Gentse helden,
Gij, Jan Hyoens, gij, Artevelden;
Mijn naam is Roeland, 'k kleppe brand,
En luide storm in Vlaanderland.

Voorzang.
    Een bont verschiet
    Schept 't bronzen lied,
Prachtig weêr toovrend mij voor de oogen;
    Mijn ziel erkent
    Het oude Gent;
't Volk komt gewapend toegevlogen.
    't Land is in nood,
    "Vrijheid of dood!"
De gilden komen aangetogen.

Toezang.
'k Zie Jan Hyoens, 'k zie de Artevelden,
En stormend roept Roeland den helden:
Mijn name is Roeland, 'k kleppe brand
En luide storm in Vlaanderland.

Voorzang.
    O heldentolk,
    O reuzenvolk
O pracht en macht van vroeger dagen!
    O bronzen lied,
    'k Wete uw bedied,
En ik versta 't verwijtend klagen;
    Doch wees getroost:
    Zie 't Oosten bloost
En Vlaandrens zonne gaat aan 't dagen.

Toezang.
Vlaanderen den Leeuw! Trilt oude toren.
En paart het lied met onze koren:
Zingt: Ik ben Roeland, 'k kleppe brand,
Luide triomfe in Vlaanderland.

René De Clercq (ook) (bij verstek veroordeeld omdat hij durfde Vlaamsgezind te zijn); schreef nogal wat liederen:

August Borms (1878 - 1946) is betrokken bij de oprichting van de Raad van Vlaanderen, die eind 1917 op zijn voorstel de zelfstandigheid (onafhankelijkheid) van Vlaanderen uitroept.

Eigentijdse tijd (1945..)

Dr. August Borms, omwille van zijn Vlaamse symboolwaarde op 12 april 1946 gefusilleerd te ELSENE.

http://lieven.studentenweb.org/old/BIJLAGE3.html:

Borms (door Willem Elsschot)

'Ik zag naar de plaats des gerichts: daar was de boosheid.'
Prediker III:16
'Al uwe minnaars hebben u vergeten.'
Jeremia XXX:14
Gij zijt mij vreemd geweest, vermetele oude vriend,
maar dat gij Neerlands vaan manmoedig hebt gediend
dát weet ik niettemin zoals 't een ieder weet
die nu, in dit ons Land, zijn brood in schaamte eet.

Voor rechters-soldeniers, beroepen door de Staat,
is het u dan vergaan zoals het dapperen gaat.
En de Regent keek toe, stilzwijgend, onverstoord,
maar nam zijn pen niet op voor 't schrijven van één woord.

Uw gratie lag gereed voor 't buigen van uw nek,
voor 't beven van uw lip, voor 't eten van uw drek.
goddank, gij hebt dat tuig misprijzend genegeerd
en noch uw dierbaar volk noch uwe naam onteerd.

Dat kon, dat wilde of dorst men niet verstaan.
Men riep het peloton en 't peloton trad aan.
Maar dat het salvo, dat finaal is losgebrand,
ons allen heeft geraakt, dat voelt heel Vlaanderland.

En dat geen enkele stem tot u is opgegaan
toen ieder in zijn geest u voor die muur zag staan.
De Paus heeft niet geroerd, wij allen zwegen stil
als was die snode daad des Heren eigen wil.

Een ieder zwoer bij god: 'Ik heb hem niet gekend,
die oude, door de pest geslagen krukkenvent.'
O lafheid ongehoord, o niet te delgen schand,
waarvan 't infame merk ons op het voorhoofd brandt.

Nog glom een laatste sprank: Oranje's vrome telg
verheft des Zwijgers stem en schut die stoere belg.
Uw nood, helaas, drong niet tot in de troonzaal door:
wie eenmaal is gedoemd vindt nergens meer gehoor.

Al werd uw oude romp in allerijl vermoord,
de echo van uw stem wordt door geen schot gesmoord.
En wat van u resteert wordt eenmaal, naar de Wet
van Vlaanderens eergevoel, met staatsie bijgezet.

Voorop de Kardinaal, gedost in vol ornaat.
Herzegend en verkist zijt gij zijn kameraad.
Hij zal, na 't eersaluut, liturgisch henengaan:
en zo heeft dan het Land postuum zijn plicht gedaan.

Opdracht:
Gij dacht, o lijdzaam volk, dat 't gruwelijk getij
der oude tyrannie voor immer was voorbij.
Weet nu dan dat uw stem door niemand wordt aanhoord,
zolang gij stamelend bidt of bedelt bij de poort.
Antwerpen 1947

Schele Vanderlinde door Willem Elsschot

De Schele Vanderlinde, dat was ne man
Die aardig aan zijn einde kwam.
De Schele Vanderlinde die liep wat mank,
Zijne prul was wel ne meter lank.
Verdomd die prul was nooit niet koud,
Zo zwaar als lood, zo hard als hout.
Zijn kloten waren vreselijk heet:
Hij maakte er zijn eten op gereed.
Als hij koelte wilde voor zijn fluit,
Dan hing hij hem maar 't venster uit.
Als de Schele Vanderlinde zat in moeders buik,
Dan speelde hij met zijn vaders fluit.
Als de Schele Vanderlinde was een jaar of vier,
Dan ging hij met al de wijven op zwier.
Als de Schele Vanderlinde ging naar de school,
Dan speelde hij op zijn fluit viool.
Als de Schele Vanderlinde zat in de klas,
Dan poepte hij in een lampeglas
Als Schele Vanderlinde ne poepslag dee,
Dan poepten al de geburen mee.
Wat niet wou protten, klein of groot,
Die sloeg hij met zijn prullenman dood.
En veertig wijven in zijn bestaan
Zijn door zijne lul naar 't graf gegaan.
Als de Schele Vanderlinde 't schavot op ging,
Was het den eerste keer dat zijne charel hing.
Maar zijne kop was nog niet van zijn lijf,
Of zijne meter stond weeral stijf.
Als hij gekist was, dood en koud,
Boorde zijne zot nog gaten in 't hout.
Voor al het goede door hem gedaan,
Is de schele recht naar den hemel gegaan.
Hij vloog den hemel uit van god,
Want hij maakte er een echt hoerenkot.
In d'hel had hij weer heel veel lol,
Hij stak er al de verdoemden vol.
Ook satan wist met hem geen raad
En gooide hem met zijne prul op straat.
Nu dwaalt zijne geest hier nog altijd rond,
En blaast het vuur in de wijven hun kont.

(Mijn toevoegingen:
Schele Vanderlinde ging naar Engeland
Daar speelde hij hem af met zijn linkerhand
Schele Vanderlinde was een jaar of drei
Dan lag hij al te poepen in de wei
Schele Vanderlinde was een jaar of vijf
Dan lag hij al te poepen met een wijf
Schele Vanderlinde was een jaar of zes
Dan zat hij al te poepen op een fles
Schele Vanderlinde was een jaar of acht
Dan lag hij al te poepen in de gracht
Schele Vanderlinde was een jaar of tien
Dan had hij de kont van veel wijven gezien
Schele Vanderlinde was een jaar of elf
Dan poepte hij soms zichzelf
Schele Vanderlinde was een jaar of twaalf
Dan poepte hij tegelijk met een wijf op twaalf)

Ode aan Vlaanderen:
Ik hou van Vlaanderen, Ik hou van Vlaanderen, Ik hou van Vlaanderen
Geef me een bees, geef me een bees voor de laatste belgische sjees (rijtuig)
Geef me een kus, geef me een kus voor de laatstebelgische bus (autobus)
Geef me een lik, geef me een lik voor de laatste belgische brik; snik (zeilvaartuig, rijtuig; schuit)
Geef me een pieper, geef me een pieper voor de laatste belgische kieper (wagen)
Geef me een smak, geef me een smak voor de laatstebelgische bak (rijtuig)
Geef me een smok, geef me een smok voor de laatste belgische bok (vaartuig)
Geef me een toot, geef me een toot voor de laatste belgische boot (vaartuig)
Geef me een tuit, geef me een tuit voor de laatste belgische schuit (vaartuig)

Zie ook Ode aan Vlaanderen, diavoorstelling te bekijken met de gratis, Nederlands:

Mijn Vlaanderen♫, Jacques Raymond; (1985); zie ook mijn Vertaalde liedjes

Vlaanderen opnieuw en definitief onafhankelijk op 11 juli 2018?

Vlaamse gaaiVlaamse gaai met eikel♫[roep]
Vlaamse gaai♫, die nu officieel 'gaai' moet genoemd worden (eikelaakster, gaailijster, hannik, houtekster, kalle, meerkol, merriekol, schreeuwekster, Spaanse ekster, wouter, [wuiten])
Garrulus glandarius: praatzieke eikelbewerker

Voor het Nationaal Instituut voor de Statistiek is Vlaanderen nog altijd (ongeveer) 1.352.000 hectare groot. Voor de Vlaamse regering is dat ondertussen 1.359.500 hectare geworden

Vlaamse kermis

Vlaamse kroeg

Vlaamse spreekwoorden

Bronnen

Geschiedenis van belgië

Modern Woordenboek, Verschueren, Standaard Boekhandel, 1936

Kalendarium, Geschiedenis van de Lage Landen in jaartallen, Dr. H. P. H. Jansen, Prisma-pocket, 1974

De Guldensporenslag, het verhaal van een onmogelijke gebeurtenis, Karim Van Overmeire, Uitgeverij Egmont, april 2002 (2e druk)

Kerels van Vlaanderen (ook http://www.gutenberg.org/etext/13625), 1871 (speelt in 1126 .. 1127), Hendrik Conscience

De Leeuw van Vlaanderen of de slag der Gulden Sporen (1302), 1838 (zijn derde boek), Hendrik Conscience

De Boerenkryg (1798), historisch tafereel uit de XVIIIe eeuw, 1863 (oorspronkelijk 1853), Hendrik Conscience

In 't Wonderjaer, 1837 (zijn eerste boek; speelt in 1566), Hendrik Conscience

Het verhaal van Vlaanderen, 2002, Karel Verleyen, Frank Leys

Index

Webstek van mij, beheerder van deze webstek
© Auteursrecht Frans mijn voeten n H2O(s)   rommel moc.liaMG@sjiNsnarF
Vlaanderen onafhankelijkTen laatste -07-11 Vlaanderen onafhankelijk!  © © © © © © © © © © © © © © Houzee © © © © © © © © © © © © © ©

Vlaams

Naar mijn beginpagina

Naar mijn OneDriveOnedrive voor zaken die bij Telenet er niet meer bij konden

Naar mijn Facebookpagina's: hoofdpagina, hobby's
Naar mijn Google+pagina

foxyform

Creative Commons-Licentie
Frans Nijs startpagina met persoonlijke hobby's van Frans Nijs is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen 4.0 Internationaal-licentie.
Gebaseerd op een werk op http://users.telenet.be/FransNijs/.