Taalreglement (Taalregels bij scrabble)

Vlaamse makelijVL

Laatste aanpassing begonnen op 2015-03-30: viewport

Creative Commons Licentie
Frans Nijs startpagina met persoonlijke hobby's van Frans Nijs is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen 2.0 belgië licentie.
Gebaseerd op een werk op users.telenet/FransNijs.

Naar mijn beginpagina

Mijn RSS-kanaal met scrabble

Al mijn eigen RSS-kanalen

Inhoudstafel

doftknie, gesiste, halale, inmenger, knorder, knorster, nalot, naloot, secundae, snoeker, ????

HOOFDSTUK 1 - ALGEMEEN

1.1 INLEIDING

Om te bepalen of woorden en woordvormen al dan niet goedgekeurd kunnen worden, heeft de Overkoepelende Taalcommissie (OTC) van de scrabblebonden en de Malino Federatie een Taalreglement opgesteld.
Als basisnaslagwerk geldt de elektronische versie van de 14e uitgave van het Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse Taal, inclusief de Jaarboeken Taal 2007 en 2008 (samen afgekort als: het EGWN 14). Voor alle lettercombinaties van twee tot en met negen letters is de Scrabblewoordenlijst (SWL) opgesteld, die bindend is.  Voor de langere woorden dient het Taalreglement als leidraad.
Bij het opstellen van het Taalreglement wordt uitgegaan van twee hoofdbegrippen: het woord zoals het als lemma (trefwoord) terug te vinden is in de naslagwerken, en de flexies (woordvormen) zoals deze vanuit de taalregels kunnen gevormd worden door middel van verbuigingen, vervoegingen of afleidingen.
Aangezien de letterverzamelingen voor Scrabble® en Malino niets voorzien voor uitspraaktekens als accent, trema, umlaut, cedille, tilde en ook niets voor spellingtekens als samentrekkings-, koppel- of weglatingstekens (apostrof), worden zij verwaarloosd. Zo worden woorden als café, mee-eten, auto's en reünie aanvaard als respectievelijk cafe, meeeten, autos en reunie.
In het Taalreglement (vanaf hoofdstuk 2) en de bijlagen worden de goedgekeurde voorbeeldwoorden in romein (vet) weergegeven. De afgekeurde voorbeeldwoorden zijn altijd cursief (vet-cursief) vermeld.

1.2 NASLAGWERKEN

Bij het Nederlandstalig Scrabbleverbond, de Scrabble Bond Nederland en de Malino Federatie worden de volgende naslagwerken gebruikt:

HOOFDSTUK 2 - LEMMA'S

2.1 WAT ZIJN LEMMA'S?

Onder een lemma verstaan we de basisvorm van een woord, ook wel trefwoord genoemd. Als lemma's worden aangemerkt:

1. De lemma's die in het EGWN 14 staan. Het betreft de vormen die in het rechterblok bovenaan op het computerscherm donkerblauw vermeld worden.

2. De lemma's die door de OTC zijn bijgemaakt op basis van drie criteria: zie hoofdstuk 2.2 hierna.

2.2 TOEGELATEN LEMMA'S

Naast de lemma's die vetgedrukt in het EGWN 14 voorkomen en niet vallen onder de 'niet-toegelaten lemma's' (zie hoofdstuk 2.3) worden ook lemma's bijgemaakt op basis van de volgende drie criteria:

2.2.a Samenstellingen met vormvarianten

Vormvarianten zijn kleine varianten van een lemma, hierna genoemd: hoofdlemma. De vormvarianten hebben dezelfde betekenis als het hoofdlemma, maar worden anders geschreven en uitgesproken. Ze zijn te vinden in het EGWN 14 bij iedere betekenis van een hoofdlemma, onder aan de verklaring, met de vermelding 'vormvariant: ...'. Bij het opzoeken van die vormvariant staat in het algemeen 'zie ...', waarbij wordt verwezen naar het hoofdlemma.
    eg/egge, -gewijs/-gewijze, kade/ka/kaai, -oom/-oma, worm/wurm

Bij samenstellingen wordt de vormvariant niet vermeld, maar als het hoofdlemma voorkomt in een samenstelling dan mag dit worden vervangen door zijn vormvariant, mits het woord zijn oorspronkelijke betekenis niet verliest. Deze vervanging is ook andersom toegestaan, dus een vormvariant mag worden vervangen door het hoofdlemma op voorwaarde dat het dezelfde betekenis heeft.
'leer' is een vormvariant van 'leder'; lederbok mag niet vervangen worden door leerbok (wegens betekenisverandering)
Vormvarianten kunnen niet altijd in elke mogelijke positie van de samenstelling (eerste of tweede deel) worden vervangen. In bijlage 1 is hiervan de volledige opsomming opgenomen.

2.2.b Telwoorden en hun samenstellingen

De hoofdtelwoorden en de overeenkomstige rangtelwoorden die aaneengeschreven worden, zijn toegelaten, ook wanneer ze niet in het EGWN 14 zijn vermeld:
    honderdzestig, zesenveertigste
Ook zijn toegelaten: alle samengestelde woorden bestaande uit een hoofdtelwoord (behalve nul) met een achtervoegsel of tweede lid, waarbij het EGWN 14 uitdrukkelijk vermeldt dat het met een hoofdtelwoord kan worden verbonden. Vaak komt dan bij het achtervoegsel of tweede lid de volgende omschrijving voor: 'zoveel ... tellend als door het telw. wordt aangegeven' of:'... zo veel ... als in het tweede lid wordt aangegeven'. Om praktische redenen worden de hoofdtelwoorden in samengestelde woorden beperkt tot de getallen: 1 tot en met 20, alsmede 30, 40, 50, 60, 70, 80, 90, 100 en 1000.
Voor een aantal samenstellingen is de reeks beperkt: zie bijlage 9.
    achttienzijdig, achtweeks, driebladig, elfjarig, vijfkleurig, zesenhalf, zesurig
dus niet:
        driebuikig, zeswangig
Ook zijn toegelaten: alle samengestelde woorden bestaande uit een rangtelwoord met een achtervoegsel, waarbij het EGWN 14 uitdrukkelijk vermeldt dat het met een rangtelwoord kan worden verbonden. Meestal komt dan bij het achtervoegsel de volgende omschrijving voor: 'in samenstellende afleiding met een rangtelwoord' of 'als tweede lid in samenst. als de volgende, met als eerste lid een rangtelwoord'.  De OTC heeft daarnaast enkele samenstellingen toegelaten op basis van de in
het EGWN 14 voorkomende verbinding met rangtelwoorden. De volledige lijst is opgenomen in bijlage 9.
    elfdejaars (zie bij jaar1 : 4), vierde-eeuws, zesdehands

2.2.c Lemma's uit de twaalfde en dertiende uitgaven van Van Dale

Uit de twee vorige edities van Van Dale (12e en 13e) werd een aantal lemma's behouden, hoewel ze in het EGWN 14 niet zijn vermeld. Daarbij gaat het uitsluitend om persoonsnamen op -er en samengestelde zelfstandige naamwoorden die behoren tot het algemene taalgebruik. Bijvoorbeeld:
    bowler, breiwol, eendenei, eivorm, schermer, trouwjas, meerslak????

2.3 NIET-TOEGELATEN LEMMA'S

2.3.a Lemma's met vormafwijkingen

2.3.a.1 Lemma's die één of meer punten bevatten:

    a.e., afk., bde.-gen., bevr., c.o.d., f.o.b., fr., mevr., n.o.-akte

2.3.a.2 Lemma's waarin een hoofdletter voorkomt:

Ada, ARALL, Duits, Emmy, Mig, OZO, pH-meter, SIMM

Hierbij geldt dat deze lemma's volledig uitgesloten worden, ook indien zou blijken uit hun verklaring, dat ze op één of andere manier tot een aanvaardbaar woord kunnen leiden:
    gijs (bij Gijs, in vaste verbindingen als: een hongerige gijs)
    roelen (bij Roel: zij zijn bereisde roelen)

2.3.a.3 Lemma's met een Arabisch of Romeins cijfer of met een letter die op afwijkende hoogte staat:

1984-scenario, 3VO, 4wd, b2a, ao , fo, km2, kwik-II-chloride, mp3

Regel 2.3.a.3 is niet van toepassing op het superscripte betekenisnummer dat achteraan sommige trefwoorden staat. Dit betekenisnummer mag weggedacht worden, dus wel:
    elf (in het EGWN 14 vermeld als elf1, elf2, elf3 en elf4)
Regel 2.3.a.3 is niet van toepassing op ®.  Dit merknaamteken mag weggedacht worden, dus wel:
    jetski, lego, scrabble, umer

2.3.a.4 Lemma's die bestaan uit één letter, alsmede lemma's waarin een letter voorkomt die onmiddellijk wordt voorafgegaan door een liggend streepje, een apostrof, of niets en onmiddellijk wordt gevolgd door een liggend streepje, een apostrof of niets:

    à, bric-à-brac, coq-à-l'ane, door-x'en, e-mailen, huig-r, j'accuse, j-zak, koh-i-noor, m'n, o, O-benen, rock-'n-roll, u, u-weet-wel, z'n

Behalve bij de gevallen bedoeld onder 2.3.b.2 is deze regel niet van toepassing op woorden met de tekenreeks 's die een meervoud of een genitief aanduidt, dus wel: (dit zijn geen lemma's!!!)
    ambigu's, delta's, porto's, zloty's

2.3.b Afkortingen en initiaalwoorden

2.3.b.1

Afkortingen, zoals de verkorte notaties van wetenschappelijke begrippen en eenheden, de afkortingen van weekdagen en maanden, en de afkortingen van landen voor internetadressen. Deze lemma's zijn in het EGWN 14 herkenbaar omdat ze geen woordsoortinformatie bevatten (d.i. vermelding van geslacht, getal en/of woordsoort) én elke genummerde definitie, na een eventuele tekst tussen haakjes en/of grammaticale informatie, begint met cursief gedrukte tekst.
    ame, ata, atm, ato, by, cuft, di, fur, gcal, ipk, kcal, okt, oz, qa, sep, syn, tan, woe

2.3.b.2

Initiaalwoorden: dit zijn lemma's die bestaan uit de beginletter van bij elkaar horende woorden, woorddelen of woordgroepen, waarvan we kunnen aannemen dat ze letter per letter worden gelezen en uitgesproken. Deze lemma's hebben in het EGWN 14 geen afbrekingsinformatie. Deze informatie is te herkennen aan de herhaling van het lemma met toevoeging van één of meer halfhoog geplaatste afbrekingspuntjes (bijvoorbeeld: trefwoor-den-ca-ta-lo-gus) of aan de vermelding "(geen afbreking)" (bijvoorbeeld: boek (geen afbreking)), zoals:
    adi, adv, btk, cifc, flo, gvd, kno, ots, pps, www

1. Voor de toepassing van regel 2.3.b.2 gelden bovendien de volgende vier voorwaarden die altijd vervuld moeten zijn:
a.    indien het lemma een meervoudsvorm of een verkleinvorm heeft, zal die steeds gevormd zijn met toevoeging van een apostrof:
    bvba. cifc, cob, ecg, emp, goc, has, ie, pdf, so, sob, vog
maar wel:
    bov, cai, gaaz, imp, mie, soa, vic
b.    indien het lemma voorkomt in samenstellingen dan zal het lemma in alle samenstellingen met de rest van het woord verbonden zijn door een liggend streepje:
    btw (btw-fraude), cao (mantel-cao), hiv (hiv-besmetting), leao (leao-school), pc (pocket-pc)
maar wel:
    cif (cifbeding), epo (epogebruik), havo (havoklas), mulo (muloschool), nimby (nimbysyndroom), scuba (scubaduiken)
c.    indien het lemma informatie geeft over beklemtoning (herkenbaar aan een onderstreepte letter in het lemma) dan zal die klemtoon steeds liggen op een medeklinker of een eindklinker:
    anw
maar wel:
    aio, cara, ebit, haio, oio, raio, ufo
d.    uit de cursieve tekst van de verklaring, waaruit het lemma geconstrueerd is, zal van het begin van de woord(del)en maximaal één letter gebruikt worden; er zullen ook geen letters gebruikt worden die niet in de cursieve tekst voorkomen:
    btk, bu, bvba, eeg, hava, kmo, oetc
maar wel:
    alu, aso, buso, dobli, hafa, lic, sicav, zamak

2. Hoewel niet direct door deze taalregel afgekeurd, worden ook volgende lemma's beschouwd als initiaalwoorden die (soms gedeeltelijk) letter voor letter worden uitgesproken, en dus afgekeurd:
    ab3, abc, bao, bubao, cai, ij, jpeg, lltus, ltus, mpeg, mtus, sbao, xtc
3. Uitzonderingen: de volgende 14 lemma's worden beschouwd als lettervoorden die als één vloeiend woord worden uitgesproken. Zij worden daarom toegelaten:
    agnio, ahboris, aki, avas, fifo, lifo, lio, nesp, pabo, scart, ulo, wika, wysiwyg, zoab

2.3.c Samenstellingen en afleidingen

2.3.C.1 Samenstellingen waarbij minstens één woorddeel niet is toegelaten volgens de in 2.3.a en 2.3.b vermelde regels:

    abc-boek, cao-loon, hbo-diploma, hiv-test, newage-cd, pay-tv, wc-rol

2.3.C.2 Samenstellingen waarbij minstens één woorddeel geen klinker bevat:

    achter-pv, bpt-uren, debuut-lp, dt-fout, dl-melkzuur

2.3.C.3 Afleidingen, verbuigingen of vervoegingen van lemma's die niet toegelaten zijn volgens de in 2.3.a en 2.3.b vermelde regels, ook al staan ze als lemma vermeld in het EGWN 14:

    abc'tje, ge-e-maild, g'tje, hbs'er

Deze regel is niet van toepassing op afleidingen waarvan het grondwoord uit de afleiding minstens één klinker bevat en veranderd is in een aanvaardbare schrijfwijze (zonder hoofdletters en zonder puntjes) of waarbij de afleiding gevormd wordt zonder toevoeging van een apostrof:
    nagger (van 'nag'), nahosser (van HOS), oweeër (van OW), vutten (van VUT)

2.3.d Niet op zichzelf staande lemma's

2.3.d.1 Voor- en achtervoegsels die als lemma zijn opgenomen, maar op zichzelf niet bestaan. Ze zijn te herkennen aan een koppelteken:

    azo-, -ist, mega-, -noom, -teit

2.3.d.2 Delen van een meervoudig lemma, voor zover ze niet op zichzelf alfabetisch worden vermeld:

    droit de suite, foie gras, hoc anno, per se, hasta la vista, natte his, pol en soc, spic en span, vox populi
wel toegestaan:
    fine, nutshell, picture, rato, vues e.d. (omdat ze als een op zichzelf staand lemma in het EGWN 14 vermeld worden)

2.3.d.3 De vreemdtalige voorzetsels en voegwoorden die niet met Nederlandse woorden gecombineerd worden, ook al staan ze als lemma in het EGWN 14:

    con, coram, infra, sive, seu

2.3.e Niet als lemma in het EGWN 14 vermeld

2.3.e.1 Spellingvormen van het lemma, zoals die alleen in citaten voorkomen:

    krinklen (bij krinkelen: "o krinklende winklende waterding" (G. Gezelle))

2.3.e.2 Woorden die niet als lemma worden vermeld in het EGWN 14, maar enkel zijn terug te vinden als synoniem bij een ander lemma:

    armadil (bij gordeldier), juridisering (bij juridificatie)

2.3.e.3 Woorden die niet als lemma worden vermeld in het EGWN 14, maar enkel zijn terug te vinden als opnoemer bij een ander lemma:

    vistapas, kaastapas (bij tapa)

2.3.e.4 Woorden die niet als lemma worden vermeld in het EGWN 14, maar enkel zijn terug te vinden in de verklarende tekst van een ander lemma:

    beroet (bij zonneglas), indiening (bij beroepschrift, reclamatie), leu (bij ROL), namaking (bij valselijk), zegeling (bij stempel)

2.3.e.4 Lemma’s ‘alleen in de verbinding’

Lemma’s die enkel voorkomen in een geëxpandeerde vorm die voorafgegaan wordt door de vermelding ‘alleen in
de verb.’, worden alleen in die geëxpandeerde vorm toegelaten:
    aanbetreft, cyperse, dijers, dovemans
maar niet:
    aanbetreffen, cypers, dijer, doveman
De beperking tot de geëxpandeerde vorm geldt eveneens voor de volgende zn:
    apostelpaarden, hemelsluizen, hersenblaren, luipen, neuskikkertje(s), riebels, tijdstijden, winterneven, zeehanden

HOOFDSTUK 3 - DE FLEXIES

3.1 WAT ZIJN FLEXIES

Flexies (of: woordvormen) zijn veranderingen aan lemma's ter aanduiding van de grammaticale betrekkingen waarin ze voorkomen, te weten verbuigingen, vervoegingen en afleidingen. De volgende woordvormen kunnen voorkomen:

Bij de zelfstandige naamwoorden (zie hoofdstuk 3.2)
    meervoudsvormen: school - scholen
    verkleinwoorden: water - watertje
    oude buigingsvormen: huis - (de heer des) huizes

Bij de bijvoeglijke naamwoorden (zie hoofdstuk 3.3)
    gelede vormen: zacht - zachte
    substantiverings-n: mooi - mooien
    buigings-s: wit - (iets) wits
    trappen van vergelijking: lief- liever, liefst
    oude buigingsvormen: goed - (te) goeder (trouw)

Bij de werkwoorden (zie hoofdstuk 3.4)
    vervoegingen: roepen: roepe, roep(t), riep(t), riepen, roepend(e)(n), geroepen(e)(n)

Bij de telwoorden (zie hoofdstuk 3.5)
    hoofdtelwoorden: twintig - twintigen, twintiger(s) rangtelwoorden: vijf - vijfde(n)

Bij de overige woordsoorten (zie hoofdstuk 3.6)
    afgeleide vormen: dezes, jijzelf

3.2 ZELFSTANDIGE NAAMWOORDEN (zn)

3.2.a Het meervoud

3.2.a.1 Algemeen

a. Het meervoud is toegelaten als het onmiddellijk bij het lemma, bij een van de betekenissen bij het lemma of in een voorbeeld bij het lemma staat:
    arenden (bij lemma: arend)
    fora of forums (bij forum: 3, 4 en 5)
    seizings (bij seizing: 'seizings van de kabelaring')
b. Bij een beperkt aantal lemma's wordt een meervoud aanvaard, hoewel dit niet uitdrukkelijk is vermeld in het EGWN 14. Deze zijn opgenomen in bijlage 2A.
    gitana's, sextolen, wokkels  waarom niet bij kipsel (broedsel heeft meervoud!)?  Fout: icons!
 Bij een beperkt aantal lemma's wordt het meervoud, hoewel dit vermeld is in het EGWN 14, niet aanvaard. Deze zijn opgenomen in bijlage 2B.
    cheviots, crohns
Bij een beperkt aantal lemma's wordt een tweede meervoud aanvaard, naast dat wat in het EGWN 14 vermeld is. Deze zijn opgenomen in bijlage 2C.
    backlists, boycots, helideks
Bij een beperkt aantal lemma's wordt een ander meervoud toegekend dan in het EGWN 14 is vermeld, of wordt van twee meervouden slechts één meervoud aanvaard.  Deze meervoudsvormen zijn opgenomen in bijlage 2D.
    bajesen, balbesen, dryaden, mekakes, parades
c. Bij op een achtervoegsel eindigende zn zonder meervoudsvermelding wordt het bij de overeenkomstige betekenis van het achtervoegsel vermelde meervoud aanvaard. Soms wordt bij het lemma verwezen naar het achtervoegsel, maar vaak moet men zelf zoeken naar een passend achtervoegsel:
affixoïden, alcoxides, *amides, ascarides, *azides, bipatriden, borides, *bromides, *carbides, *chlorides, cichlides, *cyanides, cystides, efelides, *fluorides, *glycerides, glycosides, *halides, halogenides, haloïdes, hominides, *hydrides, *jodides, leporides, lipides, *nitrides, nucleotides, nucleosides, *nucleotides, nuclides, ozonides, *peptides, plasmides, *sacharides, salicosides, *sulfides, thebaïdes, triploïdes
zijn dus fout (taalcommissie zag niet dat -ide niet meer in Van Dale staat; bovendien was de afleiding al fout: 'stof die lijkt op' kan hier niet gelden); ook fout, die vormen met -iden, -idetje(s), -iedje(s)
    berinnen (volgens het meervoud van -in)
    bottines (volgens het meervoud van -ine 3, niet bottinen)
    vitaminen en vitamines (volgens het meervoud van -ine1)
    idealisten (volgens het meervoud van -ist)
    lafaards (volgens het meervoud van -aard)
    viezerds (volgens het meervoud van -erd)
    neurosen en neuroses (volgens het meervoud van -ose2)
    telegrafen (volgens het meervoud van -graaf)
    vleiers (volgens het meervoud van -er1)
Uiteraard is geen meervoud toegelaten als bij de overeenkomstige betekenis van het achtervoegsel wordt vermeld dat het meervoud niet is toegestaan, dus niet:
    maltosen en maltoses (wegens 'g.mv.' bij -ose1)
d. Bij samengestelde zn zonder meervoudsvermelding is de hoofdregel dat de meervoudsvorm van het laatste woorddeel van de samenstelling wordt toegepast, mits de betekenis daarvan gelijk is aan dat woorddeel in het samengestelde zn:
    galblazen (volgens het meervoud van blaas2)
    manholen (volgens het mv van hol2)
    boompadden (volgens het mv van pad2, niet: boompaden)
    bospaden (volgens het mv van pad1, niet: bospadden)
    duinpaden en duinpadden (volgens het mv van pad1 en pad2)
De uitzondering op deze regel omvat een beperkt aantal zn, waarvan het laatste woorddeel zelf in alle betekenissen een meervoud krijgt, maar waarvan het meervoud niet automatisch doorgetrokken kan worden naar de samenstellingen met de overeenkomstige betekenis. Het betreft voornamelijk zn in de betekenis van stoffen of substanties (in vaste, vloeibare of vluchtige toestand), planten en abstracte begrippen. Indien deze zn voorkomen als laatste lid van de samenstelling, krijgt de samenstelling geen meervoud, tenzij het EGWN 14 de meervoudsvorm daarvan expliciet vermeldt, hetzij bij het samengestelde woord hetzij in de tekst bij een ander lemma. Een volledige lijst van deze zn vindt u in bijlage 3.
Let op! In de bijlage zijn niet opgenomen de zn die in het EGWN 14 zowel betekenissen mét meervoud als betekenissen zónder meervoud hebben. In die gevallen moet worden bepaald bij welke betekenis het samengestelde zn aansluit.  Voorbeeld:
    olie (mv. oliën),
echter geen meervoud in samenstellingen als
    olijfoliën, slaoliën, theeoliën (wegens bet. 1 van olie),
wél meervoud in samenstellingen als
    aardoliën, smeeroliën (wegens bet. 3 van olie)

3.2.a.2 Opmerkingen

a. De bij het lemma vermelde meervoudsinformatie primeert altijd op de vorm die wordt vermeld bij het eventuele achtervoegsel, of bij het laatste deel van de samenstelling:
    accolades (en niet accoladen),
    melkmannen (en niet melklieden, melklui)
niet:
    boevenpaden (g.mv., ondanks: pad-paden)
b. Bij woorden die eindigen op het achtervoegsel -atie, -eur, -ier of -sel is de meervoudsvorm die eindigt op respectievelijk -atiën, -euren, -ieren of -selen alleen toegelaten als hij direct na het lemma of in een voorbeeld bij het lemma wordt vermeld:
    beginselen, directeuren, fondatiën, kanselieren
maar niet:
    acteuren, donatiën, juwelieren, legselen
c. Indien bij een zn of bij een achtervoegsel voor zn meerdere meervoudsvormen worden vermeld, waarvan er één omschreven wordt als 'gewestelijk', 'literaire taal', 'weinig gebruikt' ('w.g.'), 'soms', 'in sommige zegswijzen', 'in sommige betekenissen', 'verouderd' ('archaïsch'), 'historisch', 'vroeger', 'minder gebruikelijk' of 'komt bij minder woorden voor', mag dat meervoud niet worden toegepast op de samenstellingen of op de afleidingen, tenzij uitdrukkelijk vermeld bij het lemma of in de verklaring bij een ander lemma:
    bedelaren, duiveneiers, hertenkalvers, oliemans, pompieren, schimmelruins, tijgerpelsen
Uitzondering:
    geldspeciën, muntspeciën
d. Bij een achtervoegsel vermeldt het EGWN 14 soms: 'alleen bij telbare zn'.  Dit is onder meer het geval bij de achtervoegsels: -age, -heid, -ine 1, -ij, -ing1, -schap, -te, -teit. Daarnaast geldt de aanduiding 'alleen bij telbare zn' ook bij de achtervoegsels: -ing2 en -sel. In al deze gevallen betekent telbaar: 'een niet-unieke zelfstandigheid noemend en daardoor een meervoudsvorm hebbend'. Alles waar er 'meer dan één' van kan bestaan, heeft dus een meervoud.
e. Soms wordt bij een lemma vermeld: 'onv.' (= onveranderd meervoud), wat betekent dat het woord wel een meervoud heeft, maar in dezelfde vorm als het enkelvoud:
    chinois, foon, hertz, jeans, loden1 : II
f. Als een zn alleen in het meervoud wordt vermeld, is het niet toegelaten daaruit een enkelvoud af te leiden:
    noedels (niet: noedel), visresten (niet: visrest), zeebenen (niet: zeebeen)
g. Bij samenstellingen waarbij het laatste lid slechts een deel aanduidt van wat met dat laatste lid in de samenstelling wordt bedoeld, geldt dat de betekenis van het laatste lid gelijk blijft:
    dikbuiken, driemasten, eenlopen, langpoten, rechthoeken, warhoofden, zevenogen
h. De vrouwelijke persoonsnamen die bestaan uit de overeenkomstige mannelijke persoonsnaam gevolgd door een 'e' mogen in het meervoud met 's' verlengd worden, ook als het EGWN 14 dit meervoud niet vermeldt:
    advocates, economes, gastes, habituees, studentes
i. Vrouwelijke persoonsnamen die afgeleid zijn van een bijvoeglijk naamwoord of een deelwoord, alsook gemeenslachtige persoonsnamen mogen, indien ze op 'e' eindigen, in het meervoud alleen met 's' verlengd worden als het EGWN 14 dit meervoud bij het lemma vermeldt:
    bediendes, manicures, savantes
maar niet:
    armes, beambtes. blankes, dodes, externes, getuiges, keppes, levendes, naastes, nomades, verslaafdes
j. Vrouwelijke persoonsnamen op –a die afgeleid zijn van mannelijke (Latijnse) persoonsnamen op –us krijgen
een meervoud op –ae en op –a’s, tenzij het EGWN 14 het anders vermeldt:
    ethicae, ethica’s, curandae, curanda’s
k. Het meervoud dat vermeld wordt bij een achtervoegsel, waarmee mannelijke persoonsnamen worden gevormd, mag ook worden toegepast op lemma's van dier- en zaaknamen die een vergelijkbare betekenisvorming of etymologische constructie hebben, behalve als het EGWN 14 uitdrukkelijk 'g.mv.' vermeldt. Het spreekt vanzelf dat de vrouwelijke variant van die woorden niet toegelaten is:
    batakkers, edammers, hagenaars, hagenaren, lepelaars, schimmelaars
l. Samengestelde zn zonder meervoudsaanduiding krijgen geen meervoud als ze een unieke entiteit betreffen:
    erfvolken, dogesteden, koopgoden
m. Samengestelde zn zonder meervoudsaanduiding krijgen geen meervoud als ze een unieke entiteit betreffen:
    aquavits, chianti’s, kefirs, madera’s, marcs, pommards, yquems
Uitzondering: Bargoens, gewestelijk, volkstaal en verkortingen. Dus niet:
    dums, drys, jannevers, kortnatten, secs

3.2.b Het verkleinwoord

3.2.b.1 Algemeen

Alle verkleinwoorden die als lemma of bij hun grondwoord of in de verklarende tekst bij hun grondwoord zijn terug te vinden, zijn toegelaten:
    aasnetje, boontje, eekhoorntje, kushandje, lachje
Verder kan ook elk zn dat zowel een enkelvoud als een meervoud heeft, voorkomen in de verkleinvorm: (deze regel geldt niet voor gesubstantiveerde bijvoeglijke naamwoorden: zie 3.2.b.2 Uitzonderingen!)
    brommertje, deviesje, opaaltje, radijszaadje
dus niet:
    noedeltjes, noortjes
De verkleinvorm van een samengesteld zn zonder meervoud is toegelaten als het laatste lid in een overeenkomstige betekenis een verkleinvorm heeft:
    spotlachje (zie lach2), zeebriesje (zie briesje)
Het verkleinwoord is ook toegelaten als de verkleinvorm impliciet in het EGWN 14 wordt vermeld met een aanduiding als 'in de verkleinv.', 'meestal verkleinv.' of 'vaak verkleinv.', ook indien het zn geen meervoud heeft:
    niknakje, opkikkertje, paitje, sukkelgangetje, thee-uurtje
Van elk verkleinwoord is ook het meervoud toegelaten, zelfs als het grondwoord geen meervoud heeft.
    lachjes, paitjes, thee-uurtjes
Uitzondering: deze regel geldt niet voor de volgende woorden:
    adempjes, asempjes, leffies, siefjes, sikkepitjes, trotjes, weertjes5

3.2.b.2 Uitzonderingen

a. De uit bijvoeglijke naamwoorden, deelwoorden of rangtelwoorden gevormde zn die eindigen op een stomme -e, evenals de samenstellingen die op zulke woorden eindigen, krijgen geen verkleinvorm:
    betichtetje, dodetje, elfdetje, verkeersdodetje (de paarse, de paarsen => paarsetje mag niet!)
b. Woorden die uit een vreemde taal afkomstig zijn en die vrijwel alleen in verbinding met andere vreemdtalige woorden voorkomen, hebben geen verkleinvorm (zie bijlage 4A voor de volledige lijst):
    amourtje, lexje, verbumpje

3.2.b.3 Opmerkingen

a. Woorden die, in de geschreven vorm, zowel een vorm op -e als een synonieme (verkorte) vorm zonder -e hebben, eventueel met wegval van de aan de -e voorafgaande 'd' (of wegval van enkel die 'd'), hebben enkel een verkleinwoord in de verkorte vorm (tenzij anders vermeld in het EGWN 14):
    algje (niet algetje), girafje (niet giraffetje), sneetje (niet snedetje), weitje (niet weidetje), spinoosje (niet spinozetje), leetje (leetje)
b. Bij van oorsprong Franse zn (gemarkeerd met 'Fr.' of '<Fr.') die eindigen op een -ffe, -ppe, -tte, -ule, -ure, -ute en uitgesproken worden zonder de eind-e, valt de -e weg in het verkleinwoord, met eventueel ontdubbeling van de laatste medeklinker (bij een korte klinker) of verlenging van de eindklinker:
    aigrette - aigretje, rechute - rechuutje, griotte - griotje, guipure -guipuurtje, piaffe - piafje, tartuffe - tartuufje
Deze regel gaat niet op bij woorden eindigend op -ûte
c. Dialectische, dichterlijke, informele of verouderde verkleinwoorden zijn slechts toegelaten als ze in het EGWN 14 zijn terug te vinden als lemma of bij het grondwoord, maar sluiten de vormen op -je niet uit:
    boeksken, kindeke, pukkie, vogelijn, wijfie
naast:
    boekje, kindje, pukje, vogeltje, wijfje
d. In samenstellingen zijn verkleinwoorden op -ie of -ke(n) alleen toegelaten als ze in het EGWN 14 lemma zijn of vermeld worden bij de samenstelling; wel:
    draadmanneke, suikerpikkie
niet:
    dagboeksken, grootmoeke, weermanneke
e. Uiteraard mag van geen enkel verkleinwoord een verkleinvorm worden gemaakt; niet:
    briesjetje, jochietje, meisjetje, oukentje
f. Als van een woord alleen de verkleinvorm wordt vermeld, mag het grondwoord niet worden gevormd; niet:
    damespak, haarnet, minirok, vetoog, waterzon

3.2.b.4 Vorming van verkleinwoorden

Als het EGWN 14 een verkleinwoord vermeldt, is die vorm uiteraard toegelaten en wordt hij als de enige correcte aanvaard. Indien het EGWN 14 geen verkleinvorm vermeldt en als die volgens de taalregels geconstrueerd mag worden, gelden de algemene grammaticaregels. Voor een samenvatting hiervan zie bijlage 4B.

3.2.c Persoonsnamen

3.2.c.1 De mannelijke persoonsnamen

a. Alle mannelijke persoonsnamen zijn toegelaten, indien zij als lemma of bij een achtervoegsel zijn opgenomen in het EGWN 14:
    accordeonist, boer, conservator, fakkeldrager, gokker, kunsthistoricus
maar niet (want dit zijn geen lemma's):
    blozer, kreuner, stoemper
b. Van uitdrukkelijk vermelde vrouwelijke persoonsnamen op -ster is ook de mannelijke variant toegelaten:
    breier, glazer, hoedenmodist, knoper, oud-leraar, (thuis)naaier

3.2.c.2 De vrouwelijke persoonsnamen

a. Een vrouwelijke persoonsnaam is toegelaten indien hij, als lemma of bij zijn mannelijke tegenhanger, in het EGWN 14 staat:
    arbeidster, dichteres, fabrikante, herderin, politica, regisseuse, stewardess
b. De vrouwelijke variant van persoonsnamen die eindigen op een achtervoegsel (bv. -aar, -craat, -ent, -er, -eur, -iet, -loog) of op een woord (bv. atleet, baas, bode) is toegelaten als de vrouwelijke vorm bij de overeenkomstige betekenis van dat laatste woorddeel staat: (zie echter opmerkingen c voor -ent, -er en -eur, en d voor -aar en -iet!)
    amuseuse, appelplukster, biatlete, jazzpianiste, praatster, sjiiete, ufologe
maar niet:
    aoriste (geen persoon), mikbazin (bazin niet bij baas1:15), ironica (niet vermeld bij ironicus, en -ica niet bij -icus)
c. De vrouwelijke variant van persoonsnamen die eindigen op de achtervoegsels -ant, -graaf, -ist, -maan, -noom mag steeds worden gevormd door toevoeging van -e (met eventueel aanpassing van het laatste woorddeel): (zie echter opmerkingen c voor -ant)
    adoptante, egyptomane, interpellante, musicografe, mutualiste, taxonome
Opmerkingen
a De bij de mannelijke tegenhanger vermelde vrouwelijke persoonsnaam primeert altijd op de vorm die wordt vermeld bij het achtervoegsel of bij het laatste woorddeel:
    actrice (en niet acteuse), danseres (en niet dansster)
b. De vrouwelijke variant is niet toegelaten als uit de verklaring blijkt dat de persoonsnaam enkel op mannen van toepassing kan zijn:
    jezuïete, neomiste, onaniste, piariste, rukster
c. Van de woorden op -ant, -ent, -er en -eur is de vrouwelijke variant slechts toegelaten als deze afgeleid zijn van een in het EGWN 14 vermeld werkwoord. Ze moeten dan wél wat door het werkwoord wordt aangegeven, uitvoeren of ondergaan, en uiteraard moeten het persoonsnamen zijn; dus niet: (zie 3.2.c.2.b voor -ent, -er en -eur); wel bombardeuse!
    gerante, opkikster, tienster, trawante, voyeuse
d. Van de woorden op de achtervoegsels -aan, -aar, -ier en -iet zijn primair de vrouwelijke varianten op respectievelijk -aanse, -aarster, -ierster en -iete toegelaten. De bij het achtervoegsel vermelde vormen op respectievelijk -anes, -ares, -iere en -ietes zijn alleen toegelaten bij lemma's waar de EGVD14 deze vorm uitdrukkelijk vermeldt. Die vorm sluit in dat geval de andere uit: (zie 3.2.c.2.b voor -aar en -iet)
    victoriaan - victoriaanse (niet: victorianes)
    bedienaar- bedienaarster (niet: bedienares)
    scholier- scholiere (niet: scholierster)
    karmeliet- karmelietes (niet: karmeliete); wel islamiete?

3.2.e Oude buigingsvormen

Oude buigingsvormen zoals datieven en genitieven, die voorkomen in geijkte Nederlandstalige uitdrukkingen, zijn toegelaten indien ze als lemma of bij het onverbogen woord in het EGWN 14 zijn vermeld:
    al te goed is buurmans gek (bij buurman)
    de heer des huizes (bij huis)
niet:
    de plaats des onheils (enkel bij: genaken en spoeden)

3.3 BIJVOEGLIJKE NAAMWOORDEN (bn)

3.3.a De gelede of verbogen vorm -e

3.3.a.1 Toegelaten vormen

a. De gelede vorm is altijd toegelaten wanneer het EGWN 14 deze vermeldt, hetzij bij het lemma, hetzij in de verklaring van het lemma:
    bekane, cleane, kwade, lekke, passagère, peigere
b. Wanneer de gelede vorm niet wordt vermeld in het EGWN 14 is deze alleen toegelaten als hij niet valt onder de niet-toegelaten vormen (zie 3.3.a.2 hierna). Men moet in voorkomende gevallen rekening houden met spellingaanpassingen:
    contente, coole (van cool), gebrode (van gebrood), schoeve (van schoef)
c. De gelede vorm is ook steeds toegelaten bij de vergrotende en de overtreffende trap van het bn, ongeacht de oorsprong ervan, voor zover de trappen van vergelijking op -er en -st zijn toegestaan en het geen bn betreft dat enkel predicatief of bijwoordelijk gebruikt kan worden:
    akeligere, sexyere, stoutste
maar niet:
    chillere, happyere, ongenegenste
d. De gelede vorm is ook toegestaan bij samengestelde bn, waarvan het tweede (laatste!) deel voldoet aan de eerder vermelde voorwaarden, tenzij bij de samenstelling een voorwaarde staat om de gelede vorm af te keuren:
    eigele, keinijge, kraprode, knoertgrote, unfaire
maar niet:
    blauwblauwe, spuugzatte
Opmerkingen
a. De gelede vorm op -e kan in sommige gevallen - met name in spreektaal - ook op een andere manier gevormd worden. Deze bijkomende vormen zijn enkel toegestaan indien ze bij het lemma vermeld worden of apart als lemma zijn opgenomen in het EGWN 14:
    dooie, goeie, groffe, (ijs)kouwe, kwaaie, ouwe, rooie
maar niet:
    beregoeie, helrooie, stokouwe
b. Wanneer het bn eindigt op een stomme -e (sjwa) en de gelede vorm is toegelaten dan wordt geen -e meer toegevoegd. De gelede vorm is dan gelijk aan het lemma:
    close, frigide, mijde, oranje, spade
c. In principe is geen gelede vorm toegelaten bij bn die eindigen op -en (stom uitgesproken). Aangezien deze bn bij zelfstandig gebruik wel een buigings-e kunnen krijgen, zijn ze niet opgenomen bij de niet toegelaten vormen. Een uitzondering hierop zijn de stoffelijke bn (zie 3.3.a.2 - c) en de kleuraanduidende bn (zie 3.3.a.2 - g):
    bezopene, christene, dronkene, effene, (on)evene, opene, volwassene
maar niet:
    goudene, saffranene

3.3.a.2 Niet-toegelaten vormen

De gelede of verbogen vorm op -e is niet toegelaten in de volgende negen gevallen. Deze regels zijn echter niet van toepassing op de bn waarbij het EGWN 14 een gelede vorm vermeldt (zie 3.3.a.1 - a):
a. De bn die eindigen op een van de volgende klinkers:
    a, é, i (als ie uitgesproken en/of als ie geschreven), o en y:
    branieë, indigoë, kakië, lilaë, moiréë, sexye
b. Vreemdtalige bn waarvan (bij het lemma in de hoofding) de afgekorte taalaanduiding niet wordt voorafgegaan door het teken < (wat betekent: komt uit het...). De taalaanduidingen kunnen zijn:
    Eng. (Engels) buffe, hookede, starringe
    Fr. (Frans) courtoise, mesquine
    Du. (Duits) entartete, weltfremde
    It.(Italiaans) marzialeë
    Lat. (Latijn) gratisse, libere
    Jidd. (Jiddisch) emmese, kedin(n)e
    Mal. (Maleis) asinne, manisse, senange
De enige uitzonderingen hierop (waarbij de verbogen vorm dus wél is toegelaten) zijn:
1. de Franse bn die eindigen op -act, -ant, (stomme) -e, -eet, -ent en -u:
    abjecte, ambigue, fervente, intacte, liquide, voyante
2. de Duitse bn (vermelding Du of Hd) eindigend op -end, -ig en -isch:
    ablautende, apathische, jenseitige
3. de vreemdtalige bn die in het EGWN 14 een vermelding van de vergrotende trap op - (d)er hebben (met uitzondering van de bn die vallen onder 3.3.a.2 - a):
    clevere, downe, hautaine, mignonne
maar niet (wegens de laatste letter y):
    dizzye, heavye, sexye
4. de volgende bn: avers, contemporain, cool, exempt, exert, exquis en invert:
    averse, contemporaine, coole, exempte, exerte, exquise, inverte
c. Stoffelijke bn (meestal eindigend op -en), met uitzondering van de bn die eindigen op een -s die wordt voorafgegaan door een stofnaam:
    acryle, aluminiume, asbeste, bads toffe, goudens, moltonne, nankinge, zilverene
maar wel:
    bukskinse, duffelse, lakense
d. Bn die zijn afgeleid van eigennamen, getallen of windstreken, en eindigen op -er:
    franciscanere, dertigers, hernhuttere, kartuizere, noordwesters, zuidoostere
e. Bn die een sterke binding vormen met het daaropvolgende of voorafgaande zn:
    driekwarte, mediore, slinkere, tweederangse, vierdeurse, volbloede
f. Bn die enkel predicatief en/of bijwoordelijk gebruikt kunnen worden, meestal als zodanig vermeld in het EGWN 14:
    pred. én bijw.: akkoorde, bajesmaffe
    pred.: behepte, bekaffe, beue, warse
    bijw.: gearmde, okse, sjalette, meimusse
Hieronder vallen ook veel Bargoense woorden:
    betoefte, fiatte, olmse, s(j)ikkere, wietiese
g. Kleuraanduidende bn waarvan een gelijkluidend zn bestaat en die, op basis van dit corresponderende zn, een bepaalde kleurschakering weergeven. Ze kunnen ook omschreven worden als ...kleurig:
    amandele, azure, bistere, cognacce, izabelle, robijne, saffrane, zalme
Dit geldt ook voor de bn met een van het zn afgeleide vorm op -en (stom uitgesproken):
    azurene, karmijnene
h. Bn met de vermelding 'onverbuigbaar' of 'onverbogen':
    prefabbe, vacuüme
i Bn waarbij het EGWN 14 vermeldt 'alleen in de verb.' (= verbinding):
    gepokte, landvolle, ludolfiaanse, onbetuigde, ondege, petkusere

3.3.b De uitgang -n

Deze kan alleen voorkomen bij bn die een gelede vorm hebben of die reeds eindigen op een stomme -e. Hij wordt gebruikt bij substantivering in het meervoud en is toegelaten als het bn betrekking heeft op personen, ook als deze vorm niet voorkomt in het EGWN 14. Men moet dan de constructie: 'de personen die ... zijn' kunnen vormen:
    bloden, eenzamen, louchen, moeëren, natsten, timiden
maar niet:
    algemenen, boeglammen, financiëlen
Opmerkingen:
1. Bij het begrip 'personen' rekent men ook:
a. geestelijke delen van mensen: ideeën, meningen, zienswijzen, voorstellingen, uitingen, stemmingen, eigenschappen en karaktertrekken:
    logischen, serenen
b. het gezicht en de huid: (gedepten is fout, want het slaat niet op het gezicht, enkel op een deel ervan)
    lijkbleken, pokdaligen, tanigen
c. het haar, de kleding, het schoeisel, voor zover het een kleur, patroon of motief betreft:
    blonden, geruiten, marinen
d. personen na hun overlijden, hun stoffelijk overschot:
    gecremeerden, gekisten, gezerkten
2. Personen kunnen niet (culinair) gegeten worden of op allerhande wijze bereid:  volgens mij wel
    gegetenen, gemarineerden, geweekten
3. De uitgang -n komt ook voor bij plant- en diernamen. Deze vormen zijn alleen toegelaten indien ze in het EGWN 14 als lemma of bij hun on-verbogen vorm staan vermeld:
    acefalen, lipbloemigen, marterachtigen
maar niet:
    melkgevenden, zaadetenden
4. Indien het EGWN 14 als lemma enkel de vorm op -en geeft, mag daaruit niet een afgeleide ongelede vorm of een vorm op -e worden geconstrueerd:
    stormvogelachtig(e)

3.3.c De genitief-s

a. Aan een bn dat voorafgegaan wordt door 'iets', 'niets', 'wat', 'weinig' enzovoort kan een -s worden toegevoegd. Dit geldt voor alle bn die zowel attributief als predicatief gebruikt worden. De -s is mogelijk zowel voor de stellende trap als voor de vergrotende trap, maar niet voor de overtreffende trap:
    iets ambigu's, niets juists, wat moois, weinig nuttigs, iets sexyers, niets fraaiers
maar niet:
    iets afkomstigs (alleen: uit iets of van iets afkomstige + zn)
    iets bestands (alleen: tegen iets bestande + zn)
    iets overigs, veel snelstromends (alleen attributief gebruikt)
ook niet:
    iets mooists, wat stomsts
b. Bij bn die eindigen op een hoorbare sisklank (-ce, -s, -sj, -sch, -x, -z) wordt geen -s meer toegevoegd. Aan de vergrotende trap van dergelijke bn daarentegen wel:
    iets fris, iets annex, iets episch, iets genebbisj, iets puce, iets knussers, iets complexers, iets magischers, iets miesjers
c. Deelwoorden volgen dezelfde regels van de uitgang -s als de gewone bn, voor zover ze uitdrukkelijk als bn in het EGWN 14 worden vermeld. Zie hierover de opmerkingen bij de deelwoorden 3.4.c.

Er zijn twee redenen waarom de genitief-s niet is toegelaten
1. Vanwege hun vorm:
bn die geen gelede vorm hebben (zie 3.3.a), hebben ook geen vorm op -s:
    asbests, beus, driekwarts, hookeds, landvols, moirés, prefabs, robijns
2. Vanwege hun betekenis:
mensen en dieren mogen niet met 'iets' worden aangeduid:
    huwbaars (kan wel volgens professor Devos, maar zij weten alles beter), melkgevends
als het bn slaat op een karaktertrek of eigenschap van mensen dan kan het wel met -s worden verlengd. Men moet dan de constructie 'hij /zij heeft iets ...' kunnen vormen:
    iets hautains, iets nalatigs, iets bronstigs

3.3.d De trappen van vergelijking

3.3.d.1 Algemeen

De vergrotende trap (comparatief) en overtreffende trap (superlatief) zijn altijd toegelaten wanneer het EGWN 14 ze vermeldt bij het lemma:
    breeddenkender, chicst, groter, malst, primitiever
Opmerkingen:
1. Wanneer het EGWN 14 als comparatief uitsluitend 'meer ...' vermeldt, is de flexie op '-er' niet toegelaten:
    gekender, inerter, ontstemder, verzotter
maar wel:
    happyer, oranjer, perfider
2. Wanneer het EGWN 14 als superlatief uitsluitend 'meest ...' vermeldt, is de flexie op '-st' niet toegelaten:
    behekstst, dronkenst, egaalst, juistst, nabijst
maar wel:
    sexyst, vergaandst
Uitzondering: bn die eindigen op -s, -isch of -x en die in het EGWN 14 een comparatief hebben op -er, hebben als wisselvorm van de superlatief, naast de omschreven vorm met 'meest ...', ook een vorm op -t, ongeacht of hij in het EGWN 14 wordt vermeld:
    achterbakst, complext, logischt, schaarst, weidst
3. Indien het EGWN 14 enkel de comparatief of enkel de superlatief vermeldt, mag de ontbrekende vorm op dezelfde wijze gevormd worden:
    dopest, empathischt (zie bij -pathisch)

3.3.d.2 Voor alle bn (voor zover ze niet vallen onder 3.3.d.3) geldt dat, wanneer de trappen niet worden vermeld bij het lemma, zij toch worden toegelaten in de volgende drie gevallen.

a. Het bn eindigt op het achtervoegsel -aal, -air, -eel, -esk, -fiel, -gaam, -ieus, -isch, -(e)loos, -maan, -s en in de verklaring staat een synoniem dat trappen heeft of het bn wordt zelf als synoniem vermeld bij een ander lemma dat trappen heeft:
    furieuzer (vanwege syn. woedend),
    lyrischer (vanwege syn. enthousiast),
    zonaler (vanwege syn. lokaal dat zelf trappen heeft omwille van syn. plaatselijk)
b. Het bn eindigt op een achtervoegsel dat apart als lemma in het EGWN 14 vermeld staat (te herkennen aan het voorafgaande liggend streepje) en trappen heeft en dat verschilt van de achtervoegsels opgesomd in punt a hiervóór:
    angstiger, doenbaarst, eerlijker, raadzamer
c. In het geval dat een bn zonder trappen zeer sterke vormelijke en inhoudelijke gelijkenis vertoont met een bn waarbij de trappen in het EGWN 14 wél zijn vermeld, zijn toch trappen toegelaten:
    abundanter (vanwege: abondant), jovenst (vanwege: jofel)
Opmerkingen
1. Voor de in punt a en b genoemde bn geldt dat daarbij steeds het langst mogelijke achtervoegsel in overweging moet worden genomen:
    biografischt (vanwege -grafisch, niet -isch), bladpotiger (vanwege -potig, niet -ig)
2. Voor de in punt a en b genoemde bn geldt dat taalkundige termen en bn die een algemene tijdsaanduiding of een tijdsduur aangeven, nooit trappen kunnen krijgen, ongeacht hun achtervoegsel:
    daagser, dalijker, huidiger, overiger, vorigste, werkwoordelijker

3.3.d.3

Voor samenstellingen waarbij het tweede (laatste) lid een op zichzelf bestaand bn is dat trappen heeft ofwel een van een zn afgeleid suffix is dat trappen heeft, gelden bijzondere regels die uitvoerig worden beschreven in bijlage 5. Kort samengevat:
a. Indien het eerste lid een telwoord is, een versterkende waarde of een gradatie voor het tweede lid is, indien het eerste lid dient als vergelijking van het tweede lid, of indien het eerste en het tweede lid op zichzelf bestaande bn zijn, krijgt het bn geen trappen:
    driedikker, felroodst, minbekender, lelieblanker, blauwwitter
b. Indien het eerste lid bestaat uit een ontkennend voorvoegsel, of indien het eerste lid de hoedanigheid of de activiteit is waarop het tweede lid slaat, en verder nog in een aantal speciale gevallen, zijn de trappen wél toegelaten:
    asocialer, gasarmer, koelbloediger, weiedeler

3.3.e Oude buigingsvormen

Oude buigingsvormen zijn toegelaten in geijkte uitdrukkingen als ze als afzonderlijk lemma of bij het onverbogen lemma terug te vinden zijn in het EGWN 14:

    te eniger tijd, te gepasten tijde, ten huidigen dage

3.3.f Bijzondere gevallen

Bij een aantal bn wordt afgeweken van de vermeldingen in het EGWN 14: zie bijlage 10A

3.4 WERKWOORDEN (ww)

3.4.a Vervoegde vormen

3.4.a.1 De hoofdtijden

a.    De vervoegingen gebeuren op basis van de hoofdtijden zoals die vrijwel steeds direct na het lemma worden vermeld. Indien deze informatie ontbreekt, terwijl het ww wel vervoegd kan worden, zijn de tijden soms vermeld in het uitklapvenster 'woordvormen'. Alleen in dat geval volgen we deze informatie.  Ontbreken ook de 'woordvormen' dan duidt dat erop dat het ww alleen in de onbepaalde wijs wordt aanvaard en niet vervoegd mag worden (zie 3.4.b.2):  (gekke regel die ze wel lijken toe te passen voor bijvoorbeeld 'hartenjagen', maar niet voor 'wobben'.)
    bazen - baasde - gebaasd (onder 'woordvormen'),
    corveeën - corveede - gecorveed (onder 'woordvormen')
maar niet:
    dauwtrapte - gedauwtrapt (geen tijden vermeld, ook geen 'woordvormen')
b.    Voor een aantal afgeleide en samengestelde ww die zowel zwak als sterk kunnen worden vervoegd, zijn ook andere dan de in het EGWN 14 vermelde vervoegingen toegelaten. In bijlage 6 zijn al deze ww met hun toegestane nevenvormen opgenomen:
    aanklaagde - ook aankloeg, bekeef- ook bekijfde, verzegde - ook verzei
maar niet:
    meegebid (naast meegebeden), niet uitloech (naast uitlachte)
c.    Indien de hoofdtijden niet of onvolledig voorkomen, mag het ww gewoon vervoegd worden, tenzij anders vermeld:
    omzitten, niet: omgezeten (samengestelde tijden zijn niet in gebruik)
    plegen2, wel: placht, maar geen voltooid deelwoord
Uitzondering:
    kaltstellen, alleen het voltooid deelwoord kaltgestellt wordt toegestaan
d. Indien de hoofdtijden niet voorkomen en verwezen wordt naar het eerste woorddeel als lemma, mag het
ww in bepaalde gevallen (meestal met een voorzetsel of bijwoord als eerste lid) toch gewoon vervoegd worden.
Als er echter verwezen wordt naar het laatste woorddeel, zijn de vervoegingen niet toegelaten:
    aanbassen ook: aanbast, aangebast
    doorbidden ook: doorbad, doorgebeden
    fijnbijten ook: fijnbijt, fijngebeten
    gladvegen ook: gladveeg, gladgeveegd
    herplanten ook: herplantte, herplant
    vlakstrijken ook: vlakstreek, vlakgestreken
maar niet:
    houtdraait, touwdraaide (verwijzing naar draaien)
    machinegiet, machinegiete (verwijzing naar machine)
    netbelde, genetbeld (verwijzing naar net2)
    telebetaal, telebetaalde (verwijzing naar tele-)
    teringzeikte, geteringzeikt (verwijzing naar tering1 (3))
    webgokte, gewebgokt (verwijzing naar web2)
e.    Indien het EGWN 14 bij de hoofdtijden voor een bepaalde vorm verschillende mogelijkheden vermeldt, worden ze uiteraard allemaal toegelaten:
    bidden: gebeden en gebid
    browsen: browsede en browsetegebrowsed en gebrowset
    melken: molk en melkte, maar alleen gemolken

3.4.a.2. De aanvoegende wijs

De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs (de conjunctief) wordt toegelaten, behalve van 'kunnen', 'willen' en de samenstellingen van deze ww. Het enkelvoud komt overeen met de infinitief zonder eind-n. Bij ww die eindigen op '-aan' valt uiteraard ook een a weg. 'Zijn' en samenstellingen daarmee hebben zowel 'weze' als 'zij' als aanvoegende wijs. Er mag geen -t aan het enkelvoud worden toegevoegd. Het ongebruikelijke meervoud komt overeen met de infinitief:
    bijeenweze, kome, overkome, samenlope, taxie, welga
niet:
    aankunne, meewille
De verleden tijd van de aanvoegende wijs wordt niet toegelaten, dus niet: dat hij kwame, dat hij liepe

3.4.a.3 De gij-vorm

In verheven of gewestelijke taal komt in plaats van de algemeen gebruikte jij- en jullie-vorm ook nog de gij-vorm voor. In de tegenwoordige tijd zijn steeds beide vormen toegelaten:
    je mag, gij moogt; jullie zijn of jullie bent, gij zijt
Van een onvoltooid verleden tijd die gevormd wordt met -de of -te is de gij-vorm in hedendaags Nederlands dezelfde als de jij-vorm. De vorm op -t wordt niet aanvaard:
    gij hoorde, gij maakte
niet:
    gij hoordet, gij maaktet
De gij-vorm van een onvoltooid verleden tijd die niet gevormd wordt met -de of -te bestaat uit de eerste persoon enkelvoud gevolgd door een t, behalve als die vorm al op een t eindigt:
    gij liept, gij sprongt, gij vielt, gij zocht
Zie bijlage 7 voor een uitvoerige behandeling van de gij-vorm.

3.4.a.4 Wegvallende eind-d

In de eerste persoon enkelvoud van de onvoltooid tegenwoordige tijd en in de gebiedende wijs enkelvoud, valt de eind-d van de stam soms weg. Zowel de vorm met als zonder -d zijn dan toegelaten. Dat geldt alleen voor de volgende ww en hun afleidingen of samenstellingen:
    glijden glij(d); afglij(d), uitglij(d) enz.
    houden hou(d); afhou(d), behou(d) enz.
    rijden rij(d); berij(d), op rij(d) enz.
    snijden snij(d); insnij(d), uitsnij(d) enz.
    uitscheiden uitschei(d), schei(d) uit

3 4.a.5 Scheidbare werkwoorden

Delen van scheidbare ww die in een hoofdzin los van elkaar voorkomen, worden in een bijzin aan elkaar geschreven:
    ik speelde mee, maar: zij vroeg of ik meespeelde
Losse delen van scheidbare ww zijn toegelaten, ook als ze niet op zichzelf bestaan:
    hij ape haar na, zij juinde op, ik werd gewaar, wij taaiden af, hij stelde teleur
Van deze ww zijn alle vervoegingen in de onvoltooid tegenwoordige en de onvoltooid verleden tijd in de aantonende wijs toegelaten zowel in hun 'gescheiden', als in hun 'ongescheiden' vorm. De deelwoorden van de losse delen van de scheidbare ww zijn niet toegelaten:
    afslanken, wel: slankte af, niet: slankend of geslankt
    uitzavelen, wel: zavelden uit, niet: zavelend of gezaveld
Bijlage 8 geeft de volledige opsomming van de 113 ww, waarvan het werkwoordelijk deel als infinitief niet in het EGWN 14 voorkomt. In enkele gevallen laat de verbinding in een scheidbaar ww andere werkwoordsvormen toe dan bij enkelvoudige ww.

3.4.b Vormbeperkingen

3.4.b.1 Alleen derde persoon

De ww die volgens hun betekenis en voorbeelden een handeling uitdrukken die niet door personen kan worden gedaan, kunnen niet in de eerste of tweede persoonsvorm worden vervoegd, en evenmin in de gebiedende wijs. Soms worden zulke ww gekwalificeerd als 'onpers, ww.', soms zijn ze vergezeld van een vermelding zoals 'van een motor' of 'van de wind' of 'van een vliegtuig', dus niet:
    betaam, bezink, bezonkt, caleer, capoteer, gebeur, na-eb, oon
Ook in eerste en tweede persoon:
De ww die, eventueel met een vermelding als 'van een gans' of 'van een hengst naar de merrie', het maken van dierengeluiden aanduiden en ww met betrekking tot dieren waaraan een menselijke betekenis wordt toegekend, worden ook aanvaard in de eerste en tweede persoon:
    ik blaf als een hond, ik gak als een gans, broed jij iets uit, ik wrens als een paard

3.4.b.2 Alleen infinitiefvorm

a. De ww waarbij in alle betekenissen de aanduiding 'alleen onbep. wijs' geldt of waarbij uit de verklaring blijkt dat de (al dan niet) vermelde hoofdtijden niet voorkomen, zijn alleen toegelaten in de infinitief, dus niet:
    abseilde (van abseilen), besjrieënd (van besjrieën), eierat (van eiereten), ontgold (van ontgelden), tuile (van tuilen)
b. Enkele ww komen alleen voor met het hulpwerkwoord 'komen', maar dit is alleen in de infinitief en in het onveranderlijke voltooid deelwoord toegestaan:
    hij is komen aanrennen, hij komt aangerend (zie bij aan1 : 5)
maar niet:
    aanren, aanrende, aangerende
    aansjok, aansjokte, aangesjokte

3.4.b.3 Alleen presens of onvoltooid tegenwoordige tijd

Als alleen het presens is toegelaten, geldt dit voor de aantonende wijs (ik vut), voor de aanvoegende wijs (dat hij vutte) en voor het onvoltooid deelwoord (vuttend, vuttende, vuttenden).

3.4.b.4 Alleen voltooid deelwoord

Indien enkel het voltooid deelwoord als lemma voorkomt, mag daaruit niet het overeenstemmende ww met zijn vervoegingen worden geconstrueerd:
    geporteerd (bn), niet: porteren
    uitgeleerd (bn), niet: uitleren

3.4.b.5 Alleen enkelvoud

Enkele ww, vooral de onpersoonlijke, worden niet toegelaten in de meervoudsvorm, niet:
    betaamden, ijzelden, motregenden

3.4.b.6 Alleen meervoud

Als enkel meervoudige hoofdtijden worden vermeld, zijn de enkelvoudige vormen niet toegelaten:  fout!!  Als ik samen met jullie rondpas!  Dat kan dus wel degelijk!  (Ook omzwerm, opeenlig, ...)
    rondpast (gij of u in het meervoud) en rondpasten (wij, zij); maar niet: (als ik) rondpas

Deze zogenaamde collectieve werkwoorden hebben in principe geen enkelvoud. Er zijn echter heel wat verzamelnamen die in betekenis meervoudig zijn, maar in getal enkelvoudig. Daarom kan een collectief ww ook in de derde persoon enkelvoud worden vervoegd:
    een horde wolven omzwermde het bos
maar niet:
    (ik) omzwerm
wel:
    de plaats waar alles opeenligt
maar niet:
    (als ik)
opeenlig

3.4.c De deelwoorden

3.4.c.1 Het onvoltooid deelwoord

a.    Van ww kan een onvoltooid deelwoord worden geconstrueerd door aan de infinitief een 'd' toe te voegen. Dit geldt ook voor eenlettergrepige ww en hun samenstellingen:
    doend, gaand, inlopend, komend, nadoend, ziend, zijnd
b.    Onpersoonlijke ww waarbij de hoofdtijden meestal beginnen met 'het', hebben geen onvoltooid deelwoord:
    betamend, ijzelend, motregenend, winterend
c.    De gelede vorm op -e is toegelaten. Bovendien kan die nog worden verlengd met een -n als personen de handeling kunnen uitvoeren (zie ook 3.3.b. - bn):
    koerende(n), onende, rottende(n), spelende(n)
maar niet:
    onenden
d.    Onvoltooide deelwoorden die alleen gebruikt worden in verbinding met een infinitief, komen enkel voor in de gelede vorm:
    zullende vallen
e.    De genitief-s is enkel toegelaten indien het onvoltooid deelwoord in het EGWN 14 uitdrukkelijk als bn wordt vermeld. Het deelwoord volgt dan de gewone regels van de genitief -s (zie ook 3.3.c. - bn):
    iets ruikends, niets spannends
maar niet:
    iets lekkends

3.4.c.2 Het voltooid deelwoord

Het voltooid deelwoord staat meestal vermeld bij de hoofdtijden. Soms bestaat het niet (zoals bij plegen2) en is het ook niet toegelaten.

a. Als een ww overgankelijk is of met het hulpwerkwoord 'zijn' wordt vervoegd, kan het voltooid deelwoord optreden als een bn en zich als dusdanig gedragen wat de uitgangen -e en -en betreft:
    gedroste(n), gekegde, geklopte(n), gekomene(n), meegereisde(n), verstotene(n)
maar niet:
    gekegden (personen kunnen de handeling niet ondergaan)

In de volgende gevallen kan het voltooid deelwoord niet bijvoeglijk worden gebruikt en kan het niet worden verbogen:

1. Het voltooid deelwoord van onovergankelijke ww die uitsluitend met 'hebben' worden vervoegd:
    gegierde, geslapene, gewalgde

2. Het voltooid deelwoord van overgankelijke ww die als lijdend voorwerp slechts 'wat' of 'heel wat' hebben, inclusief de ww die vermeld staan bij af2 : 7:
    (heel wat) afgegilde, (nogal wat) afgezanikte

3. Het voltooid deelwoord van onpersoonlijke ww die met 'het' worden vervoegd:
    geijzelde, gemotregende, gewinterde

4. Het voltooid deelwoord van wederkerende ww:
    zich geoute, zich geschaamde, zich gesettelde

5. Het voltooid deelwoord van 'hebben' en 'zijn' en hun samenstellingen, en van 'zullen':
    gehadde, geweeste, beetgehadde, liefgehadde, gezulde

b. Wat de uitgang -s betreft, geldt bij de voltooide deelw. dezelfde regel als bij de onvoltooide deelw.: de vorm op -s is alleen toegelaten indien het voltooid deelwoord uitdrukkelijk als bn in het EGWN 14 staat vermeld:
    gebogens, gepekelds, gestikts
maar niet:
    afgestofts, gebleekts, opgerolds
ook niet:
    gegetens, gegroets (zie verwijzing naar: ge-1)

3.4.d Infinitiefconstructies

Het is niet toegestaan ww te verbuigen in de infinitiefvorm. Constructies als 'moeilijk na te gane beweringen' of 'iets niet te missens' zijn wel denkbaar, maar worden niet toegelaten.

De uitgang -s aan de infinitief is toegelaten indien de vorm in het EGWN 14 is terug te vinden bij het ww, of als afzonderlijk lemma is opgenomen:
    barstens, menens, spelens, willens en wetens
maar niet:
    bloedens (alleen bij gesel)

3.4.e Oude werkwoordelijke vormen

Werkwoordelijke vormen die niet meer bestaan of alleen in een uitdrukking voorkomen, zijn niet toegelaten, dus niet
    daghet (bij dagen1), gepezen (bij pissen), zeit (bij zeggen1)

3.4.f Bijzondere gevallen

3.5 TELWOORDEN

3.5.a Hoofdtelwoorden

Alle hoofdtelwoorden tot en met honderd mogen worden verlengd met -en. Van 20 tot en met 99 wordt bovendien een verlenging toegelaten met -er en met -ers.
    achttienen, negenen, tweeën twintiger, vijfenzestigers

3.5.b Rangtelwoorden

Alle in 2.2.b toegelaten rangtelwoorden mogen als breukgetal worden verlengd met -n of, tot en met de achtste (klas), ook met een -s:
    twaalfden, vijfdes, zesendertigsten
maar niet:
    elfdes, vijftiendes

3.6 OVERIGE WOORDSOORTEN

De overige woordsoorten worden niet afzonderlijk besproken. Hieronder vallen:

Enkele opmerkingen hierover:
1. Als algemene regel geldt hierbij dat deze woorden terug te vinden moeten zijn in het EGWN 14. Zij worden enkel toegelaten in de vormen die uitdrukkelijk vermeld staan, ofwel als afzonderlijk lemma, ofwel als verbogen vorm in de verklaring bij het lemma:
    bijeen, des4, elks, maar4+5, over1+2, poeh (lemma's)
en ook:
    dezes (bij: deze), iedere (bij: ieder)
maar niet:
    anderer (alleen bij: een), elkse (niet vermeld bij: elks)
2. Ook de meest gebruikelijke bijvormen van voornaamwoorden zijn opgenomen in de Officiële Scrabblewoordenlijst 2007.
    onzes, zijner
3. Ook de volgende samenstellingen van een persoonlijk voornaamwoord en 'zelf' worden goedgekeurd:
    gijzelf, haarzelf, hemzelf, henzelf, hijzelf, hunzelf, ikzelf, jezelf, jijzelf, jouzelf, julliezelf, mezelf, mijzelf, onszelf, uzelf, wijzelf, zichzelf, zijzelf
4. Tussenwerpsels die alleen medeklinkers bevatten, zijn ook toegestaan:
    br3, brr, hm2, ks, kst, mmm, pf2, pst, rrrt, sst1, zzz2

BIJLAGE 1 DE TOEGELATEN VORMVARIANTEN

Vormvarianten met criteria 'formeel', 'informeel', 'archaïsch', 'verouderd', 'Bargoens', volkstaal', 'spreektaal' en 'literaire taal' worden niet aanvaard ter vervanging van hun basiswoord in een samenstelling.
De volgende vormvarianten worden toegelaten: (het probleem met 'neder-/neer-' wordt hier niet vermeld: waren enkel bij werkwoorden uitwisselbaar!)  Radas(je, jes, sen) is dus fout!

Basiswoord Vormvariant 1e lid 2e lid Voorbeeld(en)
AAD ADE - ok melkade
ALG ALGE - ok zweepalge
AMALGAAM AMALGAMA ok ok amalgamaoven, tinamalgama
BLOES BLOUSE - ok hemdblouse
BONZE (2) BONS3 - ok partijbons
BUNZING BONZING ok ok bonzingfret, stinkbonzing
CEEL CEDEL ok ok cedelwicht, doopcedel
DOFT DOCHT ok ok dochtknie, mastdocht
DREG DREGGE - ok handdregge
DROP DRUP ok ok dropkant, neusdrup
DRUPPELEN DROPPELEN - ok nadroppelen
EB EBBE - ok halfebbe
EG EGGE - ok egelegge
EICOSA- ICOSA ok - icosaboraan
EINDE EIND (niet END)* - ok oosteind
ELIXER ELIXIR - ok goudelixir
EMER EMMER2 ok - emmerkoren
ENVELOPPE ENVELOP - ok rouwenvelop
FLOUW VLOUW - ok valvlouw
FRIT FRITTE - ok glasfritte
GARD GARDE2 : 1 - ok visgarde
GARF GARVE - ok korengarve
GAZELLE GAZEL - ok duingazel, algazelle
GEBINT GEBINTE - ok dakgebinte
GEEST2 GAAST, GAST3 ok - gaastgrond, gastgrond
GETIJDE GETIJ - ok ebgetijde
-GEWIJS (bw) -GEWIJZE (bw) - ok kruisgewijze
GIEK2 GIJK - ok schuifgijk
GIF1 GIFT2 ok ok giftbel, maaggift
GIJN JIJN ok ok jijnblok, halfjijn
GILDE GILD ok ok gildeos, slagersgild
GLOS GLOSSE - ok randglos
GREID GREED ok - greedboer
GRIND2 GRINT ok ok grintpad, tuingrint
GRINDEN GRINTEN - ok ontgrinten
GROEDE GROED - ok groedland
GROEF GROEVE2 - ok balgroeve
GUM GOM1 : 4 - ok inktgom
GUMMEN GOMMENI : 3 - ok uitgummen
HEDE1 HEE ok ok vlashee, heekam
HEEM2 HEIM1 ok _ heimdeur
HEFT2 HECHT2 : 1 - ok vijl heft, dolkhecht
HEIDE HEI2 ok ok heibloem, netelhei
HERIK HEDERIK - ok knophederik
HILUM HILUS - ok longhilum
HOMMER3 NOMMER2 ok ok nommergat, bramnommer
HOP2 HOPPE ok - hoppezak
HORIZON HORIZONT - ok kwikhorizont
HORK (2) HURK ok ok hurkenlijn, waterhurk
HORMOON HORMON ok ok hormonkuur, prohormon
JOCH JOCHIE - ok rotjochie
JODIUM JOOD2 ok - jooddamp
JUNK2 JUNKIE - ok cokejunkie
KAARDE KAARD - ok wolkaard
KADE KA2, KAAI1 - ok loska, loskaai
KEG KEGGE - ok mastkegge
KEUS1 KEUZE - ok stofkeus
KIEVIET KIEVIT ok ok kievitsei, goudkievit, kievietsnest
KNOERT- KNOER-* ok - knoerhard
KNOTS- KNATS-* ok - knatsgek
KOR1 KORRE1 - ok rogkorre
KOU KOUDE - ok poolkou
KRAG KRAGGE - ok rietkragge
KRIBBE KRIB - ok kerstkrib, dwarskribbe
KUB KUBBE - ok aalkubbe
LADE LA4 - ok schuifla
LARVE LARF - ok bijenlarf
LEER1 LEDER ok ok ledergoed, vetleder
LEIDER (3+4) LEIER ok ok leiderstag, jagerleier
LEUS LEUZE - ok strijdleuze
LEUT2 LEUTE - ok boerenleute
LYMFE LYMF ok ok lymfecel, endolymf
MANGO MANGA1 ok - mangasap
MARE1 MAAR1 - ok loopmaar
MELDE MILDE - ok zeemilde
MIAUWEN MAUWEN - ok namiauwen
MIRTE MIRT - ok looimirt
MODULE MODULUS - ok basismodule, spelmodulus
NEG NEGGE - ok raamnegge
NIEZEN NIESEN - ok doodniesen
-OÏDE2 -OÏD - ok adenoïd
-OOM (gezwel) -OMA * - ok fibroma
OPGAVE OPGAAF - ok prijsopgaaf
PALEI POLEI1 ok - poleibalk
PECCO PEKOE ok - pekoethee
PEK PIK1 ok ok houtpik, pikton
PEKKEN PIKKEN1 - ok toepikken
PITS2 PIT6 ok - pitpoes
PLAFOND PLAFON ok ok plafonlat, loonplafon
PLAG (2) PLAGGE - ok heideplagge
POEDER POEIERI ok ok poeierdoos, niespoeier
POEDEREN POEIEREN - ok inpoederen
PREKEN PREDIKEN - ok inprediken
PUTS (1) PUTSE - ok slagputse
REDE2 REE8 - ok buitenree
RIB1 : 4 t/m13 RIBBE - ok nokribbe
RISTEN RISSEN - ok afrissen
ROEDE ROE - ok geselroe
ROEMER2 (1) ROMER - ok pintromer
SALADE SLA - ok vissla
SAUZEN SAUSEN - ok besausen
SCHEG (1+2) SCHEGGE - ok achterschegge
SCHENKEL SCHINKEL ok ok schinkelbeen, lamsschinkel, kapschenkel
SLAB SLABBE1 - ok mouwslabbe
SLURPEN1 SLORPEN - ok afslorpen
SNEE SNEDE - ok buiksnee
SPADE2 SPA2 - ok hooispa
SPIES SPIETS ok ok spietsbok, vleesspiets
SPONZEN SPONSEN - ok afsponsen
SPORE SPOOR1 : 7 - ok diaspoor
STOND STONDE - ok bidstonde, dooodsstond
SUMAK SMAK3 ok ok smakblad, gifsmak
SYNAGOGE SYNAGOOG ok ok huissynagoog, synagoogbezoek
TAF TAFT ok ok taftlint, glanstaft
TERNEER- TERNEDER- ok - ternedersla
TIEND TIENDE2 : II - ok zaktiend
TONDEL TONDER ok - tonderdoos
TREDE TREE - ok voettree
TRIJP2 TRIEP, TRIP4 ok - triepvrouw, tripvrouw
UITGAVE UITGAAF - ok boekuitgaaf
URN URNE - ok lijkurne
VADEM VAAM ok ok vaamhout, oorvadem
VADEMEN VAMEN - ok afvamen
VADER2 VAAR5 ok - vaarbeer
VERGIF VERGIFT ok ok giftkast, pijlvergift
VOEREN1 : 1+5 VOEDEREN - ok navoeren
VOOR1 VORE - ok zaadvore
WAKE WAAK - ok lijkwaak
WEIDE1 WEI1 ok ok weikoe, ligwei
-WIJS (bw) -WIJZE (bw) - ok kruiswijze
WOLFRAAM WOLFRAM ok - wolframerts
WOND1 WONDE* - ok snijwonde
WORM WURM1 - ok boekwurm
ZATE ZAAT - ok stamzaat
ZIJDE1 : 6+7 ZIJ3 - ok linkerzij
ZOMP2 SOMP2 - ok rietzomp
ZWIEPER ZWIEPERD - ok inzwieperd
ZWOERD ZWOORD ok ok zwoordrol, spekzwoord

* dit betreft specifieke beslissingen van de OTC

BIJLAGE 2 ZN MET AFWIJKENDE MEERVOUDSVORM

A. ZN MET MEERVOUD (hoewel niet vermeld in het EGWN 14)

In het EGWN 14 staat achter de meeste enkelvoudige zn de meervoudsvorm vermeld. In de gevallen dat dit meervoud niet is vermeld of 'g.mv.' is vermeld, en het meervoud ook niet gevormd kan worden op basis van het TR, maar het zn wél een meervoud kan krijgen op basis van zijn betekenis, heeft de OTC besloten het meervoud toe te staan.

Het betreft de volgende limitatieve opsomming:

-AANSE -AANSEN
ABRAHAM ABRAHAMS
ADDUCT ADDUCTEN
AFFINITEIT (5) AFFINITEITEN
AIRBRUSH AIRBRUSHES
ANHINGA ANHINGA'S
ANIJSZAAD ANIJSZADEN
ANLAUT ANLAUTEN
ANSJOVISPASTA ANSJOVISPASTA'S
APIS APISSEN
AUSLAUT AUSLAUTEN
AVEELZAAD AVEELZADEN
BABBELMOER BABBELMOERS
BACTERIEKWEEK BACTERIEKWEKEN
BANJAAR BANJAREN
BANJER BANJERS
-BARON -BARONNEN, -BARONS
BENZINE (ook in sst) BENZINES
BEVAK BEVAKS
BINK BINKEN
BLIKBIER BLIKBIEREN
BOELIJN BOELIJNEN, BOELIJNS
BOGERD BOGERDS
BOMMA BOMMA'S
BOMPA BOMPA'S
BOOMEUVEL BOOMEUVELEN, BOOMEUVELS
BROEKING BROEKINGS
BROUGHAM BROUGHAMS
BRUINHART BRUINHARTEN
BUUT BUTEN
CAMAIEU (1) CAMAIEUS
CATHEDRA CATHEDRA'S
CHEDDAR CHEDDARS
COBIA COBIAS
COMMIS COMMIS (onv.)
DARRENMOER DARRENMOEREN
DELIER DELIEREN
DISPATCH DISPATCHES
DO DO'S
DOGCART DOGCARTS
DOODAAS DOODAZEN
DRES DRESSEN
DRONE DRONES
DUPLEX DUPLEXEN
ÉCOUTE ÉCOUTES
ENGOBE ENGOBEN, ENGOBES
ERYTHEEM ERYTHEMEN
ESCROW ESCROWS
EXODUS EXODUSSEN
FERMENT FERMENTEN
FINALITEIT FINALITEITEN
FOSFIET FOSFIETEN
GEELHART GEELHARTEN
GELEG GELEGGEN
GERICHT1 GERICHTEN
GIROFFEL GIROFFELS
GITANA GITANA'S
GRANDERIK GRANDERIKEN
GRIP (2) GRIPS
GROENHART GROENHARTEN
GROENLAK GROENLAKKEN
GROOTMOE GROOTMOES
GROTTENBIER GROTTENBIEREN
GUACHARO GUACHARO'S
HAARDOS HAARDOSSEN
HABITAT HABITATS
HALMER HALMEREN
HANDSTOP HANDSTOPS
HEGELAAR HEGELAARS
HELIPLAT HELIPLATTEN
HEXOSE HEXOSEN, HEXOSES
HOLEBI HOLEBI'S
HOMOFOON HOMOFONEN
HOOGHEID HOOGHEDEN
HUNTER HUNTERS
INDOL INDOLEN
INLAAT INLATEN
INOSITOL INOSITOLEN
INSERT INSERTS
INTIMA INTIMA'S
ISOBAAT ISOBATEN
ISOBASE ISOBASEN
ISOFOON ISOFONEN
ISOFOOT ISOFOTEN
JABIROE JABIROES
JETFOIL JETFOILS
KARATER KARATERS
KARPET KARPETTEN
KATAAS KATAZEN
KAWINA KAWINA'S
KELDERBIER KELDERBIEREN
KELLENAAR KELLENAARS
KERKORDE KERKORDEN, KERKORDES
KLATS KLATSEN
KRISTALLIJN KRISTALLIJNEN
KWALIEMOER KWALIEMOERS
LARIEMOER LARIEMOERS
LATITUDE LATITUDES
LEBENZYM LEBENZYMEN
LEBFERMENT LEBFERMENTEN
LEUTERVAAR LEUTERVAARS
LEVENSRUIMTE LEVENSRUIMTEN, LEVENSRUIMTES
LIBERATIE LIBERATIES
LINTPASTA LINTPASTA'S
LOAFER LOAFERS
LORDING LORDINGS
LUPA LUPA'S
LUX (2) LUX (onv. mv.)
MAC MACS
MAKA MAKA'S
MARIAGE MARIAGES
MATRICIDE MATRICIDES
MERELAAR MERELAARS
MICROVOLT MICROVOLTS
MICROWATT MICROWATTS
MINCHA MINCHOT
MISWAS MISWASSEN
MOKKA MOKKA'S
MORIAAN MORIANEN
MUIZING MUIZINGS
NAAIES NAAIESEN
NAAIING NAAIINGEN, NAAIINGS
NECTAR NECTARS
NESTOR NESTORS
NETWERK2 NETWERKEN
NEUROMA NEUROMA'S, NEUROMATA
NGONI NGONI'S
NIKNAK NIKNAKKEN
NIVELLEMENT NIVELLEMENTEN
OMZET OMZETTEN
ONSPOED ONSPOEDEN
OOGKNIP OOGKNIPPEN
OPTIEK OPTIEKS
PAARDSCHAAR PAARDSCHAREN
PADDY PADDY'S
PASSAN PASSANS
PATEEN PATENEN
PENTOSE PENTOSEN, PENTOSES
PESTKOOL PESTKOLEN
PEZERIK PEZERIKEN
PIGMENT PIGMENTEN
PILOTAGE PILOTAGES
PLATTING PLATTINGEN, PLATTINGS
PLAVUIS PLAVUIZEN
POLO POLO'S
PRECESSIE PRECESSIES
PREVIEW PREVIEWS
PRIJZENSTOP PRIJZENSTOPS
PRUT PRUTTEN
PUPITER PUPITERS
PUPS(E) PUPSEN
RAMPSPOED RAMPSPOEDEN
RAVENAAS RAVENAZEN
REINETTE REINETTEN, REINETTES
REINS REINSEN
SATÉ SATÉS
SCHOELIE SCHOELIES
SCHOELJE SCHOELJES
SCOREBLOC SCOREBLOCS
SEDUCTIE SEDUCTIES
SELLERIESALADE SELLERIESALADES
SETTLEMENT SETTLEMENTS
SEXTOOL SEXTOLEN
SHOWROOM SHOWROOMS
SICAV SICAVS
SILAGE (2) SILAGES
SJEKKIE SJEKKIES
SJORRING SJORRINGEN, SJORRINGS
SLARAAK SLARAKEN
SLINGE SLINGEN
SLOBBE SLOBBEN
SMERIS SMERISSEN
SNERT (3) SNERTEN
SOELING SOELINGS
SOOS1 SOZEN
SPIM SPIMS
SPIRAALBLOC SPIRAALBLOCS
SPURT SPURTEN, SPURTS
SQUASH SQUASHES
STADSCULTUUR STADSCULTUREN
STADSGEBIED STADSGEBIEDEN
STAMZATE STAMZATEN
STEKAAS STEKAZEN
STERBESTEK STERBESTEKKEN
STILISTIEK (3) STILISTIEKEN
STOA1 STOA'S
STOKVERF STOKVERVEN
STOOFKARBONADE STOOFKARBONADEN, STOOFKARBONADES
SUBREGNUM SUBREGNA
SULK SULKS
SUPER SUPERS
SURPLUS SURPLUSSEN
-TAL -TALLEN
TEL5 TELS
TELEDOE TELEDOES
TEMPRANILLO TEMPRANILLO'S
THIOL THIOLEN
THUMUS THUMUSSEN, THYMI
THYRSUS THYRSUSSEN
TIJLOOS TIJLOZEN
TINGELTANGEL TINGELTANGELS
TODDIK TODDIKEN
TOORTEL TOORTELS
TRACT TRACTEN
TRAGOPAN TRAGOPANS, TRAGOPANEN
TRITON2 TRITONEN
TROPIE TROPIEËN
TUIER TUIERS
TUIMEL (4) TUIMELS
UPBEAT UPBEATS
VENTOUSE VENTOUSES
VIPROOM VIPROOMS
VISCACHA VISCACHA'S
VOLTAGE VOLTAGES
VOORSPOED VOORSPOEDEN
VREDING VREDINGEN
WAHWAHGITAAR WAHWAHGITAREN
WALLAROE WALLAROES
WANAKOE WANAKOES
WASMAN WASMANNEN
WIERDE WIERDEN
WIJTE WIJTEN
WIJZEMOER WIJZEMOERS
WIKKE WIKKEN
WINDSURF WINDSURFS
WOEF WOEFS
WOKKEL WOKKELS
XEROX XEROXEN
ZEUNING ZEUNINGS
ZIJ2 ZIJEN
ZWENGE ZWENGEN
ZWIEPING ZWIEPINGEN, ZWIEPINGS
ZWIER (5) ZWIEREN
ZWIJNJAK ZWIJNJAKKEN

B. ZN ZONDER MEERVOUD (hoewel vermeld in het EGWN 14)

In het EGWN 14 staat bij sommige zn een meervoudsvorm vermeld, hoewel het woord op basis van zijn betekenis geen meervoud kan krijgen.  De OTC heeft besloten in die gevallen het meervoud niet toe te staan. Het betreft de volgende limitatieve opsomming:

ASAM, ASSEM, BINNENSTE, BUITENSPEL, CAMORRA, CEYLONTHEE, CHEVIOT, CROHN, DECAFE, DELI,
ENDOCARD, GETIJWERK, GROFBOON, HERRIK, IK-VORM, JATSLAG, PLAKPAP, PRONDEL, RELIART, SERIEBEL,
TIBET, TOEKOMSTVREES, UNDECAAN

C. ZN MET BIJKOMEND MEERVOUD

In het EGWN 14 staat bij sommige zn slechts één meervoudsvorm vermeld, hoewel het woord op basis van analogie of etymologie nog een ander meervoud kan krijgen. De OTC heeft in die gevallen besloten het tweede meervoud eveneens toe te staan. Het betreft de volgende limitatieve opsomming:

ABDUCTOR ABDUCTOREN naast ABDUCTORES
ACQUIT ACQUITS naast ACQUITTEN
ADDUCTOR ADDUCTORES naast ADDUCTOREN
AMIAK AMIAKKEN naast AMIAKS
ARTERIE ARTERIES naast ARTERIËN
ASIEL ASIELS naast ASIELEN
AUTOTYPE AUTOTYPES naast AUTOTYPEN
BARON BARONS naast BARONNEN
BACKLIST BACKLISTS naast BACKLISTEN
BIJDRAGE BIJDRAGES naast BIJDRAGEN
BIMBAM BIMBAMMEN naast BIMBAMS
BLOK1 (13) BLOKKEN naast BLOKS
BOMBAM BOMBAMS naast BOMBAMMEN
BOYCOT BOYCOTS naast BOYCOTTEN
CASSET CASSETTEN naast CASSETTES
CHATON CHATONS naast CHATONNEN
CHECKLIST CHECKLISTS naast CHECKLISTEN
CHEVET CHEVET`S naast CHEVETTEN
CLERGYMAN CLERGYMEN naast CLERGYMANS
CONDYLOMA CONDYLOMA'S naast CONDYLOMATA
DAGRITME DAGRITMEN naast DAGRITMES
DAMHINDE DAMHINDES naast DAMHINDEN
DISCMAN DISCMEN naast DISCMANS
DYADE DYADEN naast DYADES
ENNEADE ENNEADEN naast ENNEADES
EPIFYSE EPIFYSES naast EPIFYSEN
EPITROPE EPITROPES naast EPITROPEN
FILMEPOS FILMEPEN naast FILMEPOSSEN
FOODPROCESSOR FOODPROCESSOREN naast FOODPROCESSORS
FRANC FRANCS naast FRANC (is geen meervoud!)
GRANULOMA GRANULOMATA naast GRANULOMA'S
HAIDUK HAIDUKKEN naast HAIDUKS
HALSKARBONADE HALSKARBONADEN naast HALSKARBONADES
HANDSPADE HANDSPADES naast HANDSPADEN
HAVENKADE HAVENKADEN naast HAVENKADES
HEIDUK HEIDUKS naast HEIDUKKEN
HELIDEK HELIDEKS naast HELIDEKKEN
HERSTART HERSTARTS naast HERSTARTEN
HEXODE HEXODES naast HEXODEN
HITLIST HITLISTEN naast HITLISTS
HOTLIST HOTLISTEN naast HOTLISTS
HOUTKADE HOUTKADES naast HOUTKADEN
ICON ICONS naast ICONEN
INFLATOR INFLATORS naast INFLATOREN
LEUGENBARON LEUGENBARONNEN naast LEUGENBARONS
LOMBROSOTYPE LOMBROSOTYPEN naast LOMBROSOTYPES
LONGLIST LONGLISTEN naast LONGLISTS
MEDIAMIX MEDIAMIXES naast MEDIAMIXEN
NOVA NOVA'S naast NOVAE
ORANGEADE ORANGEADEN naast ORANGEADES
OSTEOMA OSTEOMA'S naast OSTEOMATA
PAKKING PAKKINGS naast PAKKINGEN
PALEOTYPE PALEOTYPES naast PALEOTYPEN
PASSAGIERSDEK PASSAGIERSDEKS naast PASSAGIERSDEKKEN
PLAYLIST PLAYLISTEN naast PLAYLISTS
POSTMIX POSTMIXES naast POSTMIXEN
PRACTICA PRACTICAE naast PRACTICA'S
PREMIX PREMIXES naast PREMIXEN
PROCESSOR PROCESSOREN naast PROCESSORS
PRODUCTMIX PRODUCTMIXES naast PRODUCTMIXEN
SHORTLIST SHORTLISTEN naast SHORTLISTS
-SNEDE -SNEDES naast -SNEDEN
-SNEE -SNEEËN naast -SNEDEN
SPORTMAN SPORTLUI naast SPORTMANNEN, SPORTLIEDEN
STUDENTENKOT STUDENTENKOTTEN naast STUDENTENKOTEN
TAVEERNE TAVEERNES naast TAVEERNEN
TAVERNE TAVERNEN naast TAVERNES
TOREADOR TOREADORS naast TOREADORES
VERDEK VERDEKS naast VERDEKKEN
VULLING VULLINGS naast VULLINGEN
WATCHMAN WATCHMEN naast WATCHMANS
WIETKOT WIETKOTTEN naast WIETKOTEN
ZINKING ZINKING naast ZINKINGS
ZONNEWENDE ZONNEWENDES naast ZONNEWENDEN
ZWICHTING ZWICHTINGS naast ZWICHTINGEN
ZWIJNENKOT ZWIJNENKOTEN naast ZWIJNENKOTTEN

D. ZN MET ANDER MEERVOUD

In het EGWN 14 staat bij sommige zn of achtervoegsels een dubbele meervoudsvorm vermeld, waarvan door de OTC slechts één vorm wordt aanvaard. Bij andere zn staat een foute meervoudsvorm vermeld, die vervangen moet worden door een andere. Het betreft de volgende limitatieve opsomming:

ACCEPTOR ACCEPTOREN
ALLOFOON ALLOFONEN
APINTI APINTI'S
BAJES BAJESEN
BALBES BALBESEN
BASEBALL BASEBALLS
BETEL BETELEN
BOUQUINISTE BOUQUINISTES
BUISJESPASTA BUISJESPASTA'S
CARTABEL CARTABELLEN
CRETIN CRETINS
DECEMVIR DECEMVIRI, DECEMVIRS
DRESSMAN DRESSMEN
DUB DUBS
GROUNDSMAN GROUNDSMEN
HOLAARS HOLAARZEN
HOMOPARADE HOMOPARADES
HYDROSOL HYDROSOLS, HYDROSOLEN
KABANES KABANESEN
LONGITUDE LONGITUDES
MEDIANT MEDIANTEN
MEKAKE MEKAKES
MONTEJUS MONTEJUS
NETSLIP NETSLIPS
NIESJE NIESJES
-OMA (gezwel) -OMA'S, -OMATA
PAPPILLOMA PAPPILLOMA'S, PAPPILLLOMATA
PARADE PARADES
RAMP2 RAMPS
RECEPTOR RECEPTOREN
RECOLLET RECOLLETTEN
RUNNERUP RUNNERUPS
SECCO SECCOS, SECCHI
TAF TAFFEN
TAIKONAUT TAIKONAUTEN
TARGETMAN TARGETMEN
VLAKGOM VLAKGOMMEN
-ADE (5) (geen mv. op –N): levades, tombades; maar niet: levaden, tombaden

-ADE (6) (geen mv. op –S): dryaden, maenaden; maar niet: dryades, maenades

BIJLAGE 3 SAMENGESTELDE ZN ZONDER MEERVOUD

De uitzondering op de hoofdregel voor de meervoudsvorming van zn omvat een beperkt aantal zn, waarvan het laatste woorddeel zelf in alle betekenissen wél een meervoud krijgt, maar waarvan het meervoud niet automatisch doorgetrokken kan worden naar de samenstellingen met dit woord als laatste woorddeel en met een overeenkomstige betekenis. Het betreft voornamelijk zn in de betekenis van stoffen of substanties (in vaste, vloeibare of vluchtige toestand), planten en abstracte begrippen.

Indien deze zn voorkomen als laatste lid van de samenstelling, krijgt de samenstelling geen meervoud, tenzij het EGWN 14 de meervoudsvorm daarvan expliciet vermeldt, hetzij bij het samengestelde woord hetzij in de tekst bij een ander lemma.

Hieronder staat de limitatieve opsomming van deze zn:

ANGST1
AZIJN
BALSEM
BASIS bet. 10
BEITS
BIES1 bet. 1+3
BLENDE
BOEL1
BOORD1 bet. II, 6+7
BOTER
BRAND bet. 5 t/m 11
CENTRUM bet. 6
DAMP1 bet. 4
DEEG
DROP1 bet. 1
DRUP
ENERGIE
FLOERS
FLUWEEL
FRUIT1
GEDRAG
GELEI1
GELUK
GENADE
GENOT
GETIJ
GOM1 bet. 1+2+3
GRAAN
GROND bet. 6+8
HAGEL
HARS1
HART bet. 2 t/m 1 1
HUID bet. 1+2
INHOUD
KANT3
KERS1
KIT2
KLAVER bet. 1+2
KOERS1 bet. 4
KORAAL2 bet. l
KOST bet. 2+3+4
KUIT2
LAKEN1 bet. 1
LAVA2
LEVEN2
LICHT1 bet. 1 +8 t/m 16
LIJM
LIS2 bet. 1
LOOG1
LOT2 bet. 3+4+6
LUST
MEEL
MELDE
MIST1
MODE
PACHT
PEIL
PERS1 bet. 3 t/m 8
PIJN2 bet. 4+5+6
PLICHT
POËZIEbet. 1 t/m 4
REGIE
RIET1 bet. 1+6+7+8
RIJS1 bet. 2
ROOS bet. 14+15+16
RUS2
SCHADE1
SFEER bet. 4 t/m 8
SLIB1
SLIJM
SOEP
SPECIE bet. 3 t/m 7
SPONS1 bet. 1
STAND1 bet. 7 t/m 17
STREEK bet. I, 10
STROOP2
THEORIE
TIJ
TIJD bet. 1 t/m 10
TOP1 bet. 6+8
TRED bet. 3+4
VAK bet. 12
VEEN bet. 1
VELD bet. 9+10
VLAK2 bet. 5
VLEES
VLOED
VOND
VREES
WAAN1
WAS2
WIER
WIKKE
WINDE bet. 2
WORTEL bet. 3
ZALF
ZEGGE1
ZIJDE1 bet. 7
ZWAKTE

BIJLAGE 4 HET VERKLEINWOORD

A. Niet toegelaten

De verkleinwoorden van de volgende uit een vreemde taal stammende woorden, ook al hebben ze een meervoudsvorm:
    annusje, caputje, causaatje, civitasje, crimentje, damnumpje, dominiumpje, dominusje, editiootje, factumpje, jusje1, lexje, libertje1missaatje, mixtumpje, onusje, pactumpje, partusje, ratiootje, senatusje, ulcusje, verbumpje, virgootje

B. De regels voor de vorming

-e Als het woord eindigt op -sj:
    derwisje, fetisje

-je Als het woord eindigt op b, c, ch, d, dge, f, g, k, p, s, t, v, als 'ks' uitgesproken x, z; of op zo'n klank:
    badgeje, clubje, matchje, poefje, quizje, telexje; cakeje, chequeje, websiteje

-etje Als het woord eindigt op b of g en een meervoud heeft dat eindigt op -bben resp. -ggen, behalve bij 'leg' en de erop eindigende samenstellingen of afleidingen. Dit geldt ook bij kip1, pop, rag1(niet in Dikke 14!), tod(niet in Dikke 14!), trap2, weg en de erop eindigende samenstellingen. De verkleinvormen van deze woorden zijn toegelaten in de verkorte vorm -je en de verlengde vorm -etje. Bij de verkleinvorm -etje verdubbelt de eindmedeklinker van het woord: webje fout: staat enkel in ANS van 1997 en mag niet meer volgens Groene Boekje!
    krabje, krabbetje; mugje, muggetje; ribje, ribbetje; todje, toddetje; wigje, wiggetje

-je Als een van oorsprong Frans woord eindigt op d of t die niet wordt uitgesproken.
    chaletje, confitje, depotje, filetje, gourmandje, recordje

-tje Als het woord eindigt op een door meerdere klinkertekens weergegeven klinker, een tweeklank, een stomme e of een w:
    bijtje, cadeautje, koetje, kraaitje, leeuwtje, melodietje, paradetje, plooitje, zeetje

-tje Als het woord in uitspraak en in spelling eindigt op een klinker. In de verkleinvorm wordt bij woorden op -a, als 'ee' uitgesproken -e, -o en -u de klinker verdubbeld; bij woorden op als 'ie' uitgesproken -i wordt een e toegevoegd; bij woorden op door een medeklinker voorafgegane -y en op als 'oe' uitgesproken -u een apostrof:
    araatje, aveetje, cafeetje, minietje, lassootje, parapluutje; pony'tje, vatu'tje

-tje Als het woord in uitspraak eindigt op een klinker en in spelling op een andere medeklinker dan d of t, of als de laatste lettergreep ge-nasaleerd wordt uitgesproken:
    ateliertje, bassintje, interviewtje, pince-neztje, relaistje, sjahtje, soupertje, vieuxtje

-tje Als het woord eindigt op l, n of r, en de eindletter wordt voorafgegaan door een lange klinker, een tweeklank, een onbeklemtoonde klinker of een van de eindletter verschillende medeklinker, alsook in Engelse woorden als call, buil, die met een lange klinker worden uitgesproken:
    aaltje, baantje, builtje, bulltje, calltje, jaguartje, jarltje, jonathantje, kerntje, legertje, marathontje, moheeltje, motortje, nabaltje, pacecartje, pythontje, torentje, yawltje

-etje Als het laatste woorddeel eindigt op (l)l, (m)m, (n)n, (r)r of ng, in alle gevallen voorafgegaan door een korte, eventueel secundair, beklemtoonde klinker of als het woord eindigt op het achtervoegsel -dom. In Engelse woorden als yell, grill e.d. is sprake van een korte klinker.  Als het woord niet op twee medeklinkers eindigt, verdubbelt de eindmedeklinker: korannetje(s) niet?????
    bilannetje, bisdommetje, bunnetje, doealletje, enolletje, grilletje (van gril en grill), ionnetje, oorringetje, spammetje, tongetje, uitgangetje, velletje

-etje Als het woord eindigt op het achtervoegsel -ing en de klemtoon niet op de voorlaatste lettergreep van het laatste woorddeel valt of als een persoons-, dier- of plantnaam eindigt op het achtervoegsel -ling:
    buitelingetje, leerlingetje, legeringetje, witlingetje, zolderingetje

-kje Als het woord eindigt op -ang, -eng, -ing, -ong, -ung en de klemtoon op de voorlaatste lettergreep van het laatste woorddeel valt. De slot-g van het woord valt weg:
    afdelinkje, anuankje, bestellinkje, legerinkje, meetinkje, nehrunkje, saronkje, solderinkje, topenkje, uitvoerinkje

-pje Als het woord eindigt op -lm, -rm of op een door een lange klinker of door een tweeklank of door een onbeklemtoonde klinker voorafgegane -m:
    albumpje, bodempje, filmpje, framepje (uitspraak: freempje), kraampje, rijmpje, wormpje

BIJLAGE 5 TRAPPEN VAN VERGELIJKING BIJ SAMENGESTELDE BN (sgbn)

A. Inleiding

In dit dossier worden enkel behandeld de samenstellingen waarbij het tweede lid ofwel een op zichzelf bestaand bn is dat trappen heeft, ofwel een van een zn afgeleid suffix (achtervoegsel) dat trappen heeft. Voorbeelden van woorden die hier niet worden behandeld:

Als het tweede lid van een sgbn tegelijkertijd een suffix en een afzonderlijk bn is, wordt enkel rekening gehouden met de overeenkomende betekenis (meestal het suffix). Zo wordt bij goedmoedig (als tweede lid) rekening gehouden met het suffix -moedig, niet met het bn moedig.

B. De algemene regel

Als de trappen uitdrukkelijk zijn vermeld in het EGWN 14 zijn ze zonder meer toegelaten. Wanneer de trappen niet zijn vermeld dan is het toelaten van trappen afhankelijk van de onderlinge verhouding van de twee woorddelen. Hierbij kunnen we de sgbn indelen in acht hoofdgroepen, waarbij in groep 1 tot en met 5 geen trappen zijn toegelaten en in groep 6 tot en met 8 wel.

B.1 Geen trappen toegelaten

Groep 1
Het eerste lid is een telwoord (bepaald of onbepaald):
    driedikker, tweesnijdendst, veeldeliger, zeshandigst, zevenwaardiger

Opmerking 1: bij achtervoegsels waarbij het EGWN 14 vermeldt: "met zoveel of zulke ... als door het eerste lid wordt aangegeven", zijn de trappen niet toegelaten, ook niet wanneer het eerste lid geen telwoord is, tenzij de verklaring een synoniem vermeldt dat wel trappen heeft, dus niet:
    andersoortiger, gladarigst, langlobbiger
maar wel:
    hardhandigst, langdradiger, rechtlijnigst

Opmerking 2: wanneer het eerste lid 'een-' is en zijn betekenis als telwoord verliest en bovendien een synoniem heeft dat wel trappen heeft, dan zijn trappen wel mogelijk. 'Eentonig' is niet 'met één toon', maar wel 'saai, zonder afwisseling'. 'Eenzijdig' betekent niet alleen 'met één zijde' maar ook 'onpartijdig'. De trappen zijn dan toegelaten:
    eenhandiger, eentonigst, veelzijdiger

Groep 2
Het eerste lid geeft een versterkende of intensifiërende waarde aan het tweede lid. Het eerste lid kan bestaan uit een voorvoegsel: over-, in-, be-re-, hyper-, mega-, ultra-, enz. of uit een op zichzelf bestaand woord: fel, dood, bloed (in bloedmooi), schat (in schatrijk), enz. In de meeste gevallen kan het eerste lid hierbij worden vervangen door 'zeer':
    aartsluier, doorarmst, doodmoeër, draadrechter, druipnatst, felroodst

Groep 3
Het eerste lid geeft een gradatie aan het tweede lid. Het eerste lid duidt aan in welke mate het tweede lid wordt versterkt/verzwakt dan wel waar en/of wanneer het wordt gesitueerd. In die gevallen spreekt men van gradatie:
    bovenaardser, dubbelbolst, halfharder, hoogblonder, laatantieker, minbekender, rotbroost

Groep 4
Het eerste lid dient als vergelijking met het tweede lid. Meestal kan het sgbn dan worden vervangen door: zo 'tweede lid' als de/het/een 'eerste lid' (bijvoorbeeld: zo blank als een lelie):
    hemelsbreedst, krijtwitst, lelieblanker, vuistdikker

In andere gevallen is een langere omschrijving nodig om de vergelijking weer te geven:
    avondlichter, mansdikst, schotsbonter

Groep 5
Het eerste lid en het tweede lid zijn op zichzelf bestaande bn. De twee bn zijn evenwaardig en kunnen naast elkaar geplaatst worden gescheiden door 'en'.
Bijvoorbeeld: blauwwit = blauw en wit, holrond = hol en rond, zuurzoet = zuur en zoet:
    blauwwitter, holronder, platbolst, vetfijnst, zuurzoeter

B.2 Wel trappen toegelaten:

Groep 6
Het eerste lid bestaat uit een ontkennend voorvoegsel (behalve niet- en non-).  De voorvoegsels zijn a-, ab-, de-, im-, in-, ir-, on-, un- (let wel: deze lijst is niet volledig):
    abnormaler, asocialer, indirecter, irreëelst, onedeler, unfairder
maar niet:
    niet-bewuster, non-actiefst

Groep 7
Het eerste lid is de hoedanigheid of de activiteit waar het tweede lid op slaat.  Het eerste lid vult het tweede lid aan. Dit komt voor in de volgende twee gevallen:

1. De volgende specifieke sgbn, waarbij het tweede lid een op zich bestaand bn is:

ARM (arm aan ...), BEKWAAM (in staat tot ...), BESTENDIG (bestand tegen ...), BEWUST (bewust van ...), BELUST (belust op ...), BLIND (blind voor ...), DICHT (geen ... doorlatend), DOL (verzot op ...), DRONKEN (bedwelmd door ...), DROOG (droog aan... of geworden door ...), ECHT (authentiek qua of bestand tegen ...), GEIL (geil op ...), GEK (verzot op ...), GEREED (klaar voor ...), GERICHT (gericht op), GETROUW (trouw aan ...), GEVOELIG (vatbaar voor ...), GIERIG (begerig naar...), GRAAG (begerig naar ...), HARD (gehard tegen ...), KLAAR (klaar voor ...), KRACHTIG (......bezittend), LAM (lam aan ...), LUW (arm aan ...), MOE (moe van ...), RIJK (rijk aan ...), RIJP (rijp voor... of geschikt om ...), SCHOON (gezuiverd van ...), SCHUW (schuw voor...), SOCIAAL (sociaal t.o.v. ...), STERK (sterk van ... of bestand tegen …), STIL (stil wat betreft...), VAARDIG (bedreven in ...), VAST (vast of bestand tegen ...), VEILIG (beveiligd tegen ...), VERWANT (verwantschap vertonend met), VLUG (vlug met ...), VOL (vol van ...), VREEMD (vreemd t.o.v. ...), VRIJ (bestand tegen ... of gevrijwaard van ...), WIJS (verstand hebbend van ...), WILLIG (bereid tot ...), ZAT (moe van ...), ZEKER (zeker van ...), ZIEK (lijdend aan ... of verslaafd aan ...), ZUINIG (weinig ... verbruikend), ZUIVER (zuiver van ...), ZWAK (gering van ...)

    babbelzieker, bleekechtst, doelbewuster, daadkrachtiger, dagschuwer, gasarmer, geldbeluster, leelammer, mansdolst, stormvaster, trefzekerst, vingervlugst, visrijkst, windvrijer, zinvolst

2. De volgende specifieke sgbn, waarbij het tweede lid in de bedoelde betekenis een suffix is: -BLOEDIG (...van bloed), -GEESTIG (....van geest), -MOEDIG (...van gemoed):
    kleingeestiger, koelbloediger, zachtmoedigst

Groep 8 Speciale gevallen:
a) De samenstellingen met 'wel' als eerste lid (mits het tweede lid trappen heeft).
    welbeminder, welbewuster, weledelst
niet:
    welopgevoedst

b) Alleen de onderstaande samenstellingen op -HEILIG, -HORIG en ZALIG:
    goedheiliger, onheiligst, schijnheiligst, werkheiliger;
    hardhoriger, saamhoriger, samenhorigst;
    armzaliger, (wel)gelukzaligst, godzaliger, lamzaligst,
    onzaliger, rampzaliger, welzaligst

Opmerking 1: de woorden uit de groepen 2, 3, 4 en 5 hangen soms zo nauw samen dat ze eigenlijk in verschillende groepen ondergebracht kunnen worden.  Voorbeeld: KRIJTWIT is zowel 'zeer wit' als 'zo wit als krijt'. In het eerste geval hoort het in groep 2, in het tweede geval in groep 4. In beide gevallen zijn geen trappen toegelaten.

Opmerking 2: soms hoort een woord thuis in twee groepen, één waar wel trappen zijn toegelaten en één waar geen trappen zijn toegelaten. Voorbeeld: BLOEDARM is o.a. 'zeer arm' en hoort in groep 2 (geen trappen toegelaten), maar het betekent ook 'arm aan bloed' en dan hoort het in groep 7 (wél trappen).

Opmerking 3; als het EGWN 14 trappen van een sgbn vermeldt, worden ze uiteraard toegelaten, ook al zijn ze in strijd met bovengenoemde regels. Er kunnen altijd uitzonderingen zijn. Bijvoorbeeld: de trappen van 'buitengewoon' en 'hoogwijs' worden aanvaard wegens de vermelding ervan in het EGWN 14, ook al horen deze sgbn wat betekenis betreft in groep 3.

BIJLAGE 6 WW DIE ZOWEL ZWAK ALS STERK WORDEN VERVOEGD

Bij de ww die zowel zwak als sterk kunnen worden vervoegd, zijn 3 groepen te onderscheiden.

Groep 1
De ww met hun samenstellingen, waarbij er geen betekeniswijziging plaatsvindt bij zwakke of sterke vervoeging. Aangezien het EGWN 14 niet altijd beide vervoegingen vermeldt bij zowel het enkelvoudige ww als bij de samenstellingen ermee, staat de OTC in alle daar genoemde gevallen beide toe (1.A). Bij enkele samenstellingen is dit niet toegestaan (1.B).

Groep 2
Beide vormen zijn mogelijk bij ww zonder samenstellingen.

Groep 3
Sterke en zwakke vervoeging, waarbij de betekenis van het zwakke ww niet dezelfde is als die van het sterke ww. Bij samenstellingen met deze ww kunnen de vervoegingen dan ook niet beide toegepast worden. Alleen de in het EGWN 14 vermelde vervoeging is dan toegestaan.

1.A Ww zonder betekenisverandering, met samenstellingen (of afleidingen!)

    dunken, hartenjagen, teringzeiken vergeten door de taalcommissie

BERSTEN, BERSTTE of BORST, is GEBORSTEN
    Samenstellingen: door-, open-
DELVEN, DELFDE of DOLF, heeft GEDOLVEN
    Samenstellingen: af-?, be-?, in-?, om-, op-?, uit-?
DURVEN, DURFDE of DORST of DIERF, heeft GEDURFD
    Samenstellingen: aan-?
JAGEN, JAAGDE of JOEG, heeft GEJAAGD
    Samenstellingen: aan-, achterna-, achteruit-, af-, be-, bijeen-, donder-?, dood-, dooreen-, duivel-?, duvel-?, door-, harten-, in-, na-, neder-(?niet in Van Dale en geen vormvariant volgens bijlage 1), neer-, omhoog-, om-, opeen-, op-, over-, rond-, terug-, uiteen-, ver-, voorbij-, voort-, vooruit-, weg-
KERVEN, KERFDE of KORF, heeft en is GEKERFD of GEKORVEN
    Samenstellingen: aan-, af-?, be-?, door-, in-, los-?, over-?, uit-, ver-?
KIJVEN, KIJFDE of KEEF, heeft GEKIJFD of GEKEVEN
    Samenstellingen: af-?, be-?, over-?, tegen-?
KLAGEN, KLAAGDE of KLOEG, heeft GEKLAAGD
    Samenstellingen: aan-?, af-, be-, uit-
KRIJSEN, KRIJSTE of KREES, heeft GEKRIJST of GEKRESEN
    Samenstellingen: achterna-, uit-?
LEGGEN, LEGDE of LEI, heeft GELEGD
    Samenstellingen: aaneen-, aan-?, achterover-, af-?, bijeen-?, bij-?, bloot-, boven-?, dicht-, dood-?, door-?, droog-?, gelijk-, gereed-?, goed-, her-?, in-?, klaar-?, mis-?, neder-(?niet in Van Dale en geen vormvariant volgens bijlage 1), neer-?, om-?, onder-?, opeen-, open-?, op-?, opzij-?, over-?, plat-?, rond-?, samen-, stil-?, terecht-?, terug-?, toe-?, uiteen-?, uit-?, vast-?, voor-?, voorover-, weer-?, weg-?
MELKEN1, MELKTE of MOLK, heeft GEMOLKEN
    Samenstellingen: af-?, leeg-, na-, over-?, uit-?, voor-?
RADEN1, RAADDE of RIED, heeft GERADEN
    Samenstellingen: aan-, af-, be-, mis-, ont-, ver-
REKKEN1, REKTE of ROK, heeft GEREKT of GEROKKEN
    Samenstellingen: langs-?, na-?, op-?, over-?, uit-?, ver-?, voor-?, voort-?
SCHUILEN, SCHUILDE of SCHOOL, heeft GESCHUILD of GESCHOLEN
    Samenstellingen: ont-?, op-?, ver-?, weg-?
SNUITEN5, SNUITTE of SNOOT, heeft GESNUIT of GESNOTEN
    Samenstellingen: af-, bij-?
SPUGEN, SPUUGDE of SPOOG, heeft GESPUUGD of GESPOGEN
    Samenstellingen: aan-?, be-?, in-?, op-?, uit-
STOTEN, STOOTTE of STIET, heeft en is GESTOTEN
    Samenstellingen: aaneen-?, aan-?, af-, bij-, door-, fijn-, gelijk-?, ineen-, in-, mis-, neder-(?niet in Van Dale en geen vormvariant volgens bijlage 1), neer-, om-, omver-, onder-?, op-, opeen-, open-, over-, plat-?, stuk-, terug-?, toe-, uit-, ver-, voor-, weg-
VRAGEN, VRAAGDE of VROEG, heeft GEVRAAGD
    Samenstellingen: aan-?, af-, be-, binnen-?, door-, her-, mee-?, na-, om-, onder-, op-, over-, overbe-?, rond-, terug-, uit-
VRIJEN2, VRIJDE of VREE, heeft GEVRIJD of GEVREEËN
    Samenstellingen: af-, knietje-?, op-?, voetje-?
WAAIEN, WAAIDE of WOEI, heeft GEWAAID
    Samenstellingen: aan-, af-, be-, binnen-, dood-?, door-, in-, kapot-, los-, neder-, neder-(?niet in Van Dale en geen vormvariant volgens bijlage 1), omver-, om-, opeen-, open-, op-, over-, schoon-, stuk-, tegen-, toe-, uit-, ver-, voort-, weg-
WASSEN1, WASTE of WIES, heeft GEWASSEN
    Samenstellingen: af-, be-, in-, ineen-, na-, om-, op-, over-, schoon-, uit-, weg-, wit-
WILLEN, WILDE of WOU, heeft GEWILD
    Samenstellingen: mee-
ZEGGENl, ZEGDE of ZEI, heeft GEZEGD
    Samenstellingen: aan-, achter-?, af-, dank-!, goedemorgen-?, goedenacht-?, goedendag-?, her-, mis-, na-, om-, ont-, op-!, over-?, rond-!, tegen-?, terug-, toe-, uit-!, vaarwel-, ver-?, voort-?, voor-, weer-?, zing-?
ZEIKEN, ZEIKTE of ZEEK, heeft GEZEIKT of GEZEKEN
    Samenstellingen: af-, be-, tering-
ZIEDEN, ZIEDDE of ZOOD, heeft GEZIED of GEZODEN
    Samenstellingen: op-?, over-?, ver-?, uit-?
ZWEREN2, ZWEERDE of ZWOOR, heeft GEZWOREN
    Samenstellingen: af-?, door-, in-?, na-!, toe-?, uit-, ver-?, voort-!

1.B De volgende samenstellingen zijn niet uitwisselbaar:

    bidden, erven, grijnslachen, onderwerken, mogen, snappen, uitscheiden, worden vergeten door de taalcommissie

FUIVEN: de sterke vervoeging FOOF, GEFOVEN is "schertsend" bedoeld en daarom niet toegestaan bij de samenstellingen: befuiven, uitfuiven en verfuiven (verfoven is wel toegestaan, omdat deze vorm in het EGWN 14 wordt vermeld).
WUIVEN: de sterke vervoeging WOOF, GEWOVEN is "schertsend" bedoeld en daarom niet toegestaan bij de samenstellingen: aanwuiven, afwuiven, nawuiven, omwuiven, toewuiven, uitwuiven en wegwuiven.
LACHEN en AANLACHEN: de sterke vervoeging (AAN)LOECH is "veroud." of "gew." en om die reden niet toegestaan bij de samenstellingen met: af-, be-, dood-, kapot-, mee-, na-, tegen-, terug-, toe-, uit-, weg-. Deze is ook niet toegestaan bij de samenstellingen met het voltooid deelwoord op -ge....lacht: glim-, grijns-, grim-, monkel-, proest-, schater- en spot-.
WERKEN: de sterke vervoeging WROCHT, GEWROCHT is "gew." en "arch." en daarom niet toegestaan bij de samenstellingen met: aan-, achteruit-, af-, be-, bij-, bol-, dood-, dooreen-, door-, gelijk-, hand-, her-, ineen-, in-, kant-, los-, mee-, naald-, nacht-, na-, net-, omhoog-, om-, ondereen-, open-, op-, over-, samen-, spelden-, tegen-, telethuis-, tele-, terug-, thuis-, uit-, vast-, ver-, voorbe-, voort-, vooruit-, voor-, weg-, zich kapot- (kapot), zwart-.
GEREEËN (van rijen! gereden) en GESNEEËN (van snijen!  Daarom is deze opmerking overbodig; gesneden): niet toegestaan in samenstellingen met de genoemde ww. In beide gevallen betreft het namelijk spreektaal.

2. Ww zonder betekenisverandering, zonder samenstellingen

    aantijgen, be/in/vervriezen, koppeltjeduiken, ontvouwen hier niet vermeld door de taalcommissie (invriezen en koppeltjeduiken wel vermeld in bijlage 8)

    ERVAREN ERVAARDE of ERVOER, heeft ERVAREN
    GERAKEN GERAAKTE of GEROCHT, is GERAAKT
    KWELLEN1 KWELDE of KWOL, heeft GEKWELD of GEKWOLLEN
    RIEKEN RIEKTE of ROOK, heeft GEROKEN

3. Ww met betekenisverandering

BIJTEN1                                beet, h. gebeten
BIJTEN2                                bijtte, h. gebijt

HEFFENI                               hief, h. geheven
HEFFENII                          hefte, h. geheft

KRENGEN1                     krong, h.? gekrongen
KRENGEN2                         krengde, h. gekrengd

KRIJGEN1                             kreeg, h. gekregen
KRIJGEN2                           krijgde, h. gekrijgd

KRIJTEN1                            kreet, h. gekreten
KRIJTEN2                          krijtte, h. gekrijt

LIJKEN1+2                           leek, h. geleken
LIJKEN3+4                              lijkte, h. gelijkt

LUIKEN1                         look, h. en is geloken
LUIKEN2                         luikte, h. geluikt

PIJPEN1                           peep, h. gepepen
PIJPEN2                           pijpte, h. gepijpt

PLUIZEN1 : I                    ploos, h. geplozen
PLUIZEN1 : II+2                pluisde, h. gepluisd

PRIJZEN1                              prees, h. geprezen
PRIJZEN2                                prijsde, h. geprijsd

RIJZEN1                          rees, is gerezen
RIJZEN2                          rijsde, h. gerijsd

SCHEPPEN1                    schepte, h. geschept
SCHEPPEN2                    schiep, h. geschapen

SCHEREN1 : I, 2+3            schoor, h. geschoren
SCHEREN1 : II+III             scheerde, h. gescheerd

SCHRIKKENI : 1,2,4+II     schrikte, h. en is geschrikt
SCHRIKKENI : 3             schrok, is geschrokken

SMELTEN1                      smolt, h. gesmolten
SMELTEN2                      smeltte, h. gesmelt

SPINNEN1                       spon, h.gesponnen
SPINNEN3                       spinde, h. gespind ('gespind' ook zonder betekenisverandering)

STIJVENI                         steef, h. gesteven
STIJVENII                        stijfde, h. gestijfd

WEGEN1                          woog, h. gewogen
WEGEN2                          weegde, h. geweegd

BIJLAGE 7 DE GIJ-VORM

A. Tegenwoordige tijd

Als de ik-vorm van een ww in de onvoltooid tegenwoordige tijd eindigt op een 't', zijn die vorm en de gij-vorm van die tijd gelijk. Daarnaast bestaat de gij-vorm van de onvoltooid tegenwoordige tijd uit de stam van het ww gevolgd door een 't', waarbij eventueel de lange slotklinker van de stam wordt omgespeld. De gij-vorm komt hier dus overeen met de jij-vorm behalve bij:
    kunnen: gij kunt jij kunt of jij kan
    mogen: gij moogt jij mag
    wegwezen: gij zijt weg jij bent weg
    willen: gij wilt jij wilt of jij wil
    zijn: gü zijt jij bent
    zullen: gij zult jij zult of jij zal

Bij inversie, dus als 'gij' achter het werkwoord komt, valt de -t van de gij-vorm niet weg:
    moogt gij, niet: moog gij, scrabbelt gij, naast: scrabbel jij  (totaal overbodige uitleg voor scrabble)

B. Verleden tijd bij sterke werkwoorden

Als de vorm van de eerste persoon enkelvoud van een sterke onvoltooid verleden tijd eindigt op een 't', zijn die vorm en de gij-vorm van die tijd gelijk:
    gij floot, gij liet, gij zocht
In het andere geval bestaat de gij-vorm van een sterke onvoltooid verleden tijd uit de vorm van de eerste persoon enkelvoud van die tijd gevolgd door een 't':
    gij liept, gij sprongt, gij vielt
Let op: werkwoorden die in de meervoudsvorm van de verleden tijd een 'd' krijgen toegevoegd, behouden deze 'd' in de gij-vorm:
    gij kondt (vanwege konden)
    gij leidt (van leggen; vanwege leiden)
    gij (uit)scheedt (vanwege uitscheden)
    gij zeidt (vanwege zeiden)
    gij zoudt (vanwege zouden)
echter niet:
    gij woudt (van willen)

Bij onderstaande sterke werkwoorden, waarbij in de verleden tijd een stamklankverandering naar 'a' optreedt, wordt de 'a' in de gij-vorm verlengd:
    bevelen:        gij bevaalt
    breken:         gij braakt
    genezen:        gij genaast
    geven:           gij gaaft
    komen:         gij kwaamt
    lezen:            gij laast
    liggen:           gij laagt
    nemen:          gij naamt
    spreken:        gij spraakt
    steken:          gij staakt
    stelen:           gij staalt
    wegwezen:    gij waart weg
    zien:              gij zaagt
    zijn:               gij waart

Bij de andere sterke werkwoorden die ook aan deze stamklankverandering naar 'a' onderhevig zijn, verdubbelt de 'a' niet:
    bidden:     gij badt
    eten:         gij at
    hebben:    gij hadt
    meten:      gij mat
    treden:      gij tradt
    vergeten:   gij vergat
    vreten:      gij vrat
    zitten:        gij zat
Uiteraard volgen hun samenstellingen dezelfde regels:
    afkwaamt, aftradt, innaamt, opat, uitbraakt, uitvrat, vergaaft

BIJLAGE 8 DE SCHEIDBARE WW IN SAMENSTELLINGEN

Dit zijn de 115 scheidbare ww in het EGWN 14 waarvan het werkwoordelijk deel op zichzelf niet bestaat, of waarvan de verbinding met een voorvoegsel bijkomende werkwoordsvormen toelaat (zie *1 tot en met *13). Er zijn soms meerdere voorvoegsels mogelijk dan de genoemde voorbeelden.

  APEN na-
  BAFFEN aan-
  BALJOENEN af-
  BASTEN af-
  BEELDEN af-, (in-,) na-, om-, uit-
*1 BERSEN aan-
  BLADEN af-
  BLOTTEN af-
  BOEDELEN (op-,) uit-
  BOEZEMEN in-
  BORDEN op-
  BREIDEN in-, uit-
  BRIEVEN door-,over-(,rond, uit)
  BUITEN om-, uit-
  BURGEREN in-, uit
  DIGGELEN op-
  DOFFELEN onder-, (op-)
*2 DOOIEN los-, op-, weg-
  DUFFELEN in-
*3 DUIKEN koppeltje-
  EIGENEN toe-
  FLAUWEN af-
FLUFFEN op-
  GAZEN af-
  GEESTEN af-
  GIJNEN op-
  GLIPPEREN af-
  GOEDEN af-
  GREPPEN op-
  HALLEN uit-
  HOEREN af-
  HUIDEN op-
  HUWELIJKEN aan-, uit-
  JUINEN op-
  KADEN af-
  KAPSELEN in-
  KAVEREN af-
*4 KLINKEN2 uit-
  KLUWEN op-
  KOHIEREN in-
  KONDIGEN aan-, (af-)
  KRAGEN uit-
  KRAGGEN af-
  KROOIEN af-
  KWARTIEREN in-
  KWATSEN aan-
  LAPPEREN om-
  LEDEN af-
  LEESTEN uit-
  LEUKEN op-
  LEUKEREN op-
  LIJVEN in-
  LUXEN op-
  MOEDIGEN aan-
*5 MONTEREN op-
  MUREN (af-), in-, (toe-)
  NAVELEN af-
  PEPPEN op-
  PIETEREN uit-
  PLAMEN af-
  POLEN om-
  PONDEN af-, uit-
POPPEN op-
  RIJKEN aan-
*6 RIJVEN binnen-
  ROTSTRALEN op-
  ROZEN uit-
*7 SCHEIDEN2 uit-
*8 SCHENKEN2 af-
  SCHERREN op-
*9 SCHIJTEN2 uit-
  SCHIJVEN af-
SINJOREN op-
  SLANKEN af-
  SLIJKEN aan-, op-, toe-
  SOLFEREN op-
  SOURCEN in-, out-
  SPAAIEN af-
  SPAKEN uit-
  SPANEN af-, uit-
  SPIJLEN aan-
  SPONDEN in-
  SPONNEN toe-
  STAARTEN aan-, af-,
  STUKKEN uit-
  TAAIEN af-
  TEILEN af-
  TICHTEN aan-
  TIEFEN op-
*10 TIJGEN2 aan-
  TODDEREN aan-
  TODDIKEN aan-, op-
  TOEKEN af-
  TRECHTEREN in-
  TROEFELEN af-
  TROEPEN samen-
  TROFFELEN af-
  TULKEN op-
  VAARDIGEN af-, (uit-,) weeraf
  VEMEN af-, in-
  VLIEZEN af-
  VLOTEN af-
*11 VRIEZEN in-
  VROLIJKEN op-
  WETEREN af-
  WIGGEN op-, uit, vast
  WIJEREN aan-
  WIMPELEN af-, om-, weg-
*12 WINTEREN (door-,) over-(, uit-)
  ZAVELEN uit-
  ZODEN af-, op-
  ZOEDELEN uit-
*13 ZOMEREN op-
  ZONDEREN af-, uit-
  ZUINIGEN uit-

*1 bersen (alleen onbep. wijs)                                    berste aan bers, berse, geberst, geberste
*2 dooien, dooi(d)e, dooit, gedooid(e), dooiend(e)   dooiden op (3e p. mv)
*3 duiken - dook, ...                                                  duikte(n)koppeltje
*4 klinken - klonk, ...                                                 klinkte(n) uit
*5 monteren - monteerde, ...                                      monterde, ... op
*6 rijven - reef, ...                                                      rijfde(n) binnen
*7 scheiden - scheidde, ...                                          schee(dt), scheeën uit
*8 schenken - schonk, ...                                           schenkte(n) af
*9 schijten - scheet, ...                                               schijtte(n)uit
*10 tijgen - toog, ...                                                   teeg of tijgde aan
*11 vriezen - vroor (alleen 3e p.)                               vroort, vroos(t) in (ook in 1e + 2e p.)
*12 winteren, wintere, wintert, winterde, gewinterd    winterden door (3e p. mv)
*13 zomeren, zomere, zomert, zomerde, gezomerd    zomerden op (3e p. mv)

BIJLAGE 9 SAMENSTELLINGEN MET TELWOORDEN (aanvulling op de taalregel 2.2.b)

A. Hoofdtelwoorden

De volgende achtervoegsels (of 2de lid) kunnen gecombineerd worden met een hoofdtelwoord
- BN (bijvoeglijke naamwoorden)
-ADERIG
-ARIG
-ARMIG
-ASSIG
-BEKKIG
-BENIG
-BEUKIG
-BLADIG
-BLOEMIG
-CELLIG
-CIJFERIG
-DAAGS (1)
-DELIG
-DOORNIG
-DRADIG
-EIIG*
-FASIG
-GRADIG
-HALMIG
-HALZIG
-HANDIG
-HELMIG
-HOEKIG
-HOEVIG
-HOKKIG
-HOOFDIG
-HOORNIG
-JAARLIJKS**
-JAARS
-JARIG
-JUKKIG
-KANTIG
-KERNIG
-KIEUWIG
-KLAUWIG
-KLEPPIG
-KLEURIG
-KLUIZIG
-KNOPIG
-KOLOMMIG
-KOPPIG
-KORRELIG
-LEDIG
-LETTERGREPIG
-LETTERIG
-LIJNIG
-LIPPIG
-LOBBIG
-MAANDELIJKS
-MAANDIG
-MAANDS
-MALIG
-MANNIG
-MOTORIG
-NERVIG
-OGIG
-ORIG
-POLIG
-POTIG
-PUNTIG
-RADERIG
-REGELIG
-RIBBIG
-RIJIG
-SCHALIG
-SCHARIG
-SCHEPIG
-SCHEUTIG
-SCHILLIG
-SLACHTIG
-SLIPPIG
-SNARIG
-SNEDIG
-SOORTIG
-SPILLIG
-SPLETIG
-SPORIG
-SPRIETIG
-STAARTIG
-STAMMIG
-STAMMIG
-STELIG
-STEMMIG
-STENGELIG
-STIJLIG
-STRALIG
-TAKKIG
-TALIG
-TALLIG
-TANDIG
-TENIG
-TONGIG
-TONIG
-TOPPIG
-URIG
-VAKKIG
-VEZELIG
-VINGERIG
-VINNIG
-VLAKKIG
-VLEUGELIG
-VOETIG
-VOUDIG
-VULDIG
-WAARDIG
-WANDIG
-WEEKS
-WIEKIG
-WIELIG
-ZADIG
-ZIJDIG
-ZUILIG
-ZURIG

- ZN (zelfstandige naamwoorden)
-DUIMER
-LING*
-PLUSSER
-PONDER
-TONNER
-VOUD
-WIELER
-ZITTER

- AW (andere woordsoorten)
-ENHALF
-HOOG
-MAAL
-VOETS
-WERF

B. Rangtelwoorden

De volgende achtervoegsels (het 2de lid) kunnen gecombineerd worden met een rangtelwoord
BN: -EEUWS -GRAADS -HANDS -RANGS
ZN: -JAARS*** -KLASSER
AW: -HALF4 (1)

C. Speciale gevallen

Het volgend achtervoegsel kan gecombineerd worden met een rangtelwoord + tussen-N
    -DAAGS (2) elfdendaags, zesdendaags
De volgende achtervoegsels kunnen gecombineerd worden met de (oorspronkelijke) genitiefvorm op -er van een
telwoord
    -HANDE, -LEI achterhande, zesderlei

* enkel met de hoofdtelwoorden 1 t/m 12
** enkel met de hoofdtelwoorden 2 t/m 12
*** enkel met de rangtelwoorden 1 t/m 8

BIJLAGE 10 DIVERSE AANPASSINGEN

A. Bijvoeglijke naamwoorden

  1. De OTC heeft, in overleg met Van Dale, beslist om de volgende lemma’s eveneens als bn te beschouwen, hoewel in het EGWN 14 niet als dusdanig vermeld:
        eerder, hoogrood, kleptomaan, melomaan, mythomaan, oranjerood, oudblauw, oudgroen
  2. De volgende bn krijgen, hoewel niet in het EGWN 14 vermeld, toch trappen van vergelijking:
        antipatiek: antipathieker,antipathiekst
        knak3: knakker, knakst
        nefast: nefaster, meest nefast
        seniel: senieler, senielst
        vief: viever, viefst
        zerp: zerper, zerpst
  3. De volgende bn krijgen andere trappen van vergelijking dan in het EGWN 14 vermeld:
        inexact: inexacter, meest inexact
        primair1(3): primairder, primairst
  4. Het volgende predicatieve bn kan, samen met een voorzetselvoorwerp, ook attributief gebruikt worden:
        afkomstig
  5. De volgende bn worden alleen predicatief gebruikt:
        duurkoop, schandekoop, stoof3
  6. Van de volgende bn wordt de vermelding 'bijv. naamw' vervangen door 'bijw.':
        boomkant, tienwerf
  7. Van het volgende bn wordt de vermelding 'bijv. naamw' vervangen door 'zn.':
        tweeloops

B. Werkwoorden

  1. Van de volgende ww wordt de vermelding 'overgank. werkw.' vervangen door ‘onovergank. werkw.’:
        sippen, supineren, temen, uilen
  2. Van de volgende ww wordt de vermelding 'onovergank. werkw.' vervangen door ‘overgank. werkw.’:
        acetyleren, afgruizelen, spijen, zijen
  3. Van de volgende ww wordt de vermelding 'onovergank. werkw.' vervangen door 'overgank. en onoverg. werkw.':
        bowlen, brullen, dreggen, koteren, pulken
  4. De volgende ww kunnen zowel met 'hebben' als met 'zijn' worden vervoegd:
        afruien, hukken, hurken, koeken, veren
  5. De volgende ww worden alleen met 'hebben' vervoegd:
        gaaien, gaan2, gaden
  6. Het volgende ww wordt met 'zijn' vervoegd:
        supineren
  7. Hoewel het EGWN 14 geen vervoegingen of 'alleen onbep. wijs' vermeldt, worden de volgende ww toch vervoegd:
        houthakken: hakte hout, houtgehakt
        klaplopen: klapliep, klapgelopen
        klepzeiken: klepzeikte, geklepzeikt
        lijndansen: lijndanste, gelijndanst
        performen: performde, geperformd
        uitfaden: fadede uit, uitgefaded
        vioolspelen: speelde viool, vioolgespeeld
        wobben: wobde, gewobd

© Auteursrecht rommel

Naar mijn beginpagina

Naar mijn OneDrive voor zaken die bij Telenet er niet meer bij konden