Furcifer Pardalis Tamatave

Furcifer Pardalis Mitsio

Furcifer Pardalis Valiha

Furcifer Pardalis Ambilobe Red Bar

Furcifer Pardalis Ambilobe Blue Bar

Furcifer Pardalis Ankify

Te koop

Contact

Furcifer Pardalis

 

 

Uiterlijk:

 

Deze soort behoort tot de grotere soorten van de Kameleons, hun helm wordt wel niet zo groot als deze van de Calyptratus. Ze kunnen allerhande kleurvormen hebben, dit hangt een beetje van de vindplaats af.

 

Pardalis man:

 

Pardalis vrouw:

 

Verspreidingsgebied:

 

De Furcifer Pardalis komt vooral voor in het noordelijke gedeelte van Madagascar. Men zal hem elders ook wel aantreffen maar echter veel minder. Het noordelijke gedeelte bestaat uit vele afzonderlijke eilandjes en gebieden, vandaar ook de vele kleurvormen. Vele soorten zijn genoemd naar het gebied waar ze in voorkomen, zo komt de Furcifer Pardalis Ambanja van Ambanja, de Furcifer Pardalis Nosy Mitsio van Nosy Mitsio. De panter Kameleon leeft vooral in bomen en struiken, ze passen zich redelijk goed aan, vandaar dat men ze ook dikwijls terug vind aan de rand van steden. In het gebied waar ze het meest voorkomen heerst er een tropisch klimaat. Het regenseizoen begint in november en duurt tot april.

 

 

Huisvesting:

 

De dieren dienen het best solitair (apart) gehouden te worden. Als je nog met jonge diertjes zit kan je ze eerst in een kleiner terrarium huisvesten, zo kun je deze weer heel goed in het oog houden of ze genoeg eten en drinken, want kleinere Kameleons in een grootte bak vinden hun voedsel niet zo gauw terug.

Zorg zeker voor:

Let op, geeft maar een straling van +/- 40cm en moet jaarlijks vervangen worden

dag: 25°onderaan, 31°bovenaan, onder warmtespot 35°-40°

nacht.: 15°-20° indien kamertemperatuur constant 20° is.

2 tot 3 maal per dag sproeien

Je kan een regentijd nabootsen door van november tot april iets meer te sproeien

 

Voeding:

 

De Furcifer Pardalis is een redelijk makkelijke eter. Zorg voor voldoende afwisseling in het menu en bepoeder geregeld met calcium, vitaminen en mineralen. De kleintjes hebben weer al het nodige calcium nodig om te groeien dus elke dag bij het voederen de voedseldieren bepoederen met calcium en af en toe ook eens poederen met mineralen, de vitaminen dienen bij mij als voedsel voor de voedseldieren, dus de Kameleon krijgt deze tevens ook weer binnen. Later als ze volwassen zijn kan je iets afbouwen en bijvoorbeeld om de dag wat voederen en om de beurt bepoederen. Alleen de zwangere dieren hebben dan weer net ietsje meer nodig, dus hier geld de boodschap wat meer poederen aangezien ze kalk nodig hebben voor de aanmaak van de eitjes en de nodige vitaminen en mineralen om op kracht te komen.

 

Vochtvoorziening:

 

In de natuur likken ze het water op wat na een regenbui van de bladeren af loopt/druppelt. In het terrarium kunnen we dit nabootsen door geregeld te sproeien. Je kan werken met een druppelsysteem of een sproeisysteem en je kan ze als je een beetje geduld hebt leren drinken van een pipet. Dit heeft dan weer als grootte voordeel dat je ze echt ziet drinken en je weet hoeveel. Echter bij de Pardalis kan je zien aan de helm of hij genoeg vocht binnenkrijgt, deze dient een beetje voor de opslag van vocht en moet dus bol staan. Zo zie je dat hij genoeg vocht binnen krijgt, dit geld voor de volwassen dieren.

 

Paring:

 

De Pardalis is al op vrij jonge leeftijd geslachtsrijp ongeveer vanaf 6maand oud. Echter is het zeker niet aan te raden om er dan al mee te beginnen omdat de vrouwtjes nog niet volledig zijn gegroeid en dus kunnen ze later in legnood komen met alle gevolgen vandien. Wacht liever tot de Kameleons een jaartje oud zijn en zeker sterk genoeg zijn. De mannetjes zijn meestal paringsbereid als ze een vrouwtje zien. De vrouwtjes daarentegen kleuren zwart met gekleurde stippen en lijnen als ze niet willen, stoort het echter het vrouwtje niet als er een mannetje in de geburen komt zal ze mooi egaal van kleur blijven. De paring zelf kan een 15tal minuten duren tot zelf enige uren, dat de man op het vrouwtje blijft zitten. Soms kan het zijn dat je het mannetje meermaals bij het vrouwtje moet zetten eer ze echt bevrucht is. Na de paring steeds iedereen terug naar zijn eigen terrarium. Als ze echt bevrucht is zal ze na een 30 tot 40 dagen later eitjes willen gaan leggen.

 

Eileg:

 

Als je dus ziet dat je Kameleon zwanger is, is het tijd om de ei aflegbak in het terrarium te gaan plaatsen. Meestal wacht ik tot ik de Kameleon beneden in het terrarium zien kruipen heb. Zorg voor een aflegbak die groot genoeg is en zeker 30centimeter diep is zodat ze een tunnel kan graven waar ze haar eieren in kan afzetten. Meestal wordt er 1deel potgrond gebruikt en 1 deel speelzand en dit wordt dan licht bevochtigd en onder elkaar vermengd zo heb je een iets steviger zand dat niet zo snel instort bij het graven van de tunnel. Zorg dat de omgevingstemperatuur goed is en zorg er voor dat het vrouwtje zich goed kan opwarmen, het kan zijn dat het in de winter te koel is, waardoor het vrouwtje haar eitjes niet zal leggen, ook de bodemtemperatuur is belangrijk. Als een vrouwtje onder de grond zit kan ze het te koud vinden om daar haar eitjes te leggen. Dus 30 tot 40 dagen na de paring zal ze dan beginnen met graven dit kan soms enkele dagen in beslag nemen. Stoor haar nu vooral niet want nu zijn ze stress gevoeliger, laat haar gewoon haar werk doen en alle eitjes afleggen in de tunnel en deze weer terug dichtgraven. Als de tunnel is dicht gegraven begin je met het aanmaken van de vermiculiet, hiervoor neem je 1deel vermiculiet en 1,5l water (bv. 100gram vermiculiet en 150gram water). Meng dit samen in een grootte kom en hierna neem je telkens wat vermiculiet uit de kom en knijp je deze goed uit en strooi je deze in het krekelbakje. Ik werk met propere krekelbakjes om de eitjes uit te broeden omdat deze al voorgeprikt zijn aan de zijkant met verluchtingsgaatjes. Vul de bakjes met de uitgeknepen vermiculiet voor de helft. Als ze voor de helft gevuld zijn met vermiculiet kan je beginnen met de eitjes voorzichtig uit te graven. Dan haal je ze er één voor één voorzichtig uit en borstel je het meest zand van ze af met een verfborstel met lang haren. Dan duw je met je duim een klein gaatje in de vermiculiet waar het eitje moet komen. Zorg ervoor dat het eitje voor 2/3de in de vermiculiet ligt. Herhaal dit proces tot alle eitjes in de krekelbakjes liggen. Daarna weeg je de bakjes 1 voor 1 en plaats je het dekseltje erop en schrijf je het gewicht van dat bakje erop. Dan zijn de bakjes klaar om de incubator in te gaan. Plaats alle bakjes in de incubator die ingesteld staat op 24°c. Hierna is het een kwestie van ongeveer een 7maand tot 9maand wachten en elke week 1x de bakjes eruit halen en allemaal terug wegen en dan het water dat verdampt is terug wat bij te vullen door middel van wat water rondom alle eitjes te druppelen tot je terug op het gewicht zit dat je op het dekseltje geschreven hebt. Nadat het vrouwtje haar eitjes heeft afgelegd en onder optimale omstandigheden is het vrouwtje een 3maand later weer paringsbereid.

 

Opfok jongen:

 

De eerste dag dat de jongen geboren zijn eten deze nog niet maar drinken doen ze al wel. Vanaf dag 2 eten ze al wel, let wel op de grootte van het gegeven voedseldier. Geef ze vooral fruitvliegen en stofkrekels en pasgeboren sprinkhanen als je ze zelf kweekt. Bepoeder nu altijd zeker met calcium en af en toe met mineralen. De vitaminen worden weer eerst opgevoerd aan de stofkrekels, dus deze krijgen de Kameleons ook alweer binnen. Als je al enige ervaring hebt met het verzorgen van kameleons, kan het grootbrengen van jonge dieren weinig problemen opleveren. Dat wil niet zeggen dat er geen uitval of mislukkingen kunnen zijn, dit zijn dingen die nu eenmaal gebeuren, ook in de natuur overleven alleen de sterkste. De eerste weken kan je 10 à 15 jongen samenhouden in een terrarium van 60cm hoog op 40cm breed en 30cm diep. Het terrarium mag niet te groot zijn, dit om zeker te zijn dat ze hun voedsel kunnen vinden. Om stress en uitval te voorkomen is het aan te raden om veel planten, klimmogelijkheden en schutplaatsen te voorzien. Houd de jonge dieren op een temperatuur van ongeveer 26 à 27 graden. Let zeer goed op voor oververhitting. Sproeien is noodzakelijk om de vochtigheid op peil te houden, dit zal hun ook voorzien van drinken. Let wel op dat kleinere terrariums meer gevoelig zijn dan grotere, dus zeker opletten dat men niet te veel sproeit anders zal de bak veel te vochtig worden en zal de kans op sterfte veel hoger liggen. Sproei zo weinig mogelijk op de jonge dieren zelf. Al gauw zullen dan ook alle jongen moeten verdeeld worden over meerdere terrariums om stress te voorkomen.