Welkom op de site van de Vereniging ter Bevordering van de Productieviteit van Frequentatieve en Iteratieve Woordvormingsprocessen in het Nederlands
(kortweg: VeTeBeVaDeProVaFreEnIteWoInHeNeL)
lezel en verwond, u zal ervan komen staan te kijkelen
Inleiding: Frequentatieven
Ons voorstel: nieuwe woordvormingen
Nog meer mogelijkheden
En nog meer

Inleiding: Frequentatieven?

Het Nederlands is een puike taal; er zijn heus niet zo veel talen waarin je wel twintig infinitieven op een rijtje kan zetten (Ik had haar wel eens willen kunnen zien gaan blijven durven liggen luisteren) of die beschikken over een dusdanig rijk arsenaal aan pronominale vormen (zo veel dat de native speakers er zelf nauwelijks wijs uit raken). Een van de fraaiste taalverschijnselen vormen de frequentatieven en iteratieven, werkwoorden op -elen en -eren die een (snel) herhaalde actie of herhaald gebeuren weergeven.

Deze frequentatieven, die in de Van Dale simpelweg als 'werkwoorden van herhaling' worden gedefinieerd, werden gevormd door toevoeging van -el of -er aan de stam, bijvoorbeeld: trappelen van trappen, hinkelen van hinken, klapperen van klappen. Soortgelijke vormen bestaan ook in het Duits (werkwoorden op -eln of -ern, bijv. klingeln of zittern, die de anderstaligen de nodige moeite kosten vanwege de monosyllabische uitspraak van -ern of -eln) en Engels (waar 'scrabble' allicht het ons bekendste voorbeeld is), maar zijn er veel minder uitgesproken en talrijk dan in onze taal. We beschikken over zoveel voorbeelden, dat er in de 19e eeuw zelfs een heel woordenboek aan werd gewijd (A. de Jager, Frequentatieven in het Nederlandsch. Gouda, 1878)

De frequentatieven vormen een gesloten groep, d.w.z. er worden er, enkele mogelijke toevalsproducten buiten beschouwing gelaten, geen nieuwe aan onze taal toegevoegd. Dat wil echter niet zeggen dat ze helemaal onproductief zijn. Ze heeft de spreker er geen enkele moeite mee om de betekenis van hem of haar onbekende frequentatieven te doorgronden, en voelt hij of zij ook meestal spontaan aan wanneer er -el of wanneer er -er dient te worden toegevoegd aan een stam in het geval hem of haar wordt gevraagd een nieuw frequentatief te maken op basis van een bestaand werkwoord dat nog over geen frequentatieve pendant beschikt (oef, wat 'n zin).

Ons voorstel: het vrolijke frequentatievelen

Het woordvormingsproces voor frequentatieven en iteratieven levert dan ook unieke mogelijkheden om onze taal te verrijken en nodigen de creativiteit van de taalgebruiker gewoonweg uit om nieuwe woorden te scheppen. Zo kan u voortaan gezellig met uw vrienden sprekelen. Voor de twijfelaars hier enkele (goed gefundeerde) voorstellen:

En zo kan je nog een tijdje doorgaan: hondjes en kindjes zwemmelen in het water, sommige huisbellen belleren eerder, en ik heb me laten vertellen dat een bepaalde dokter in een Kortrijks ziekenhuis op het internet browsert.

en we scheppen nog meer (we schepperen)

Maar daarmee houdt het nog lang niet op. Van vele frequentatieven die vandaag algemeen gangbaar zijn, is het grondwoord verdwenen, bijv.. Van sommige frequentatieven wordt aangenomen dat er nooit een niet-frequentatieve pendant heeft bestaan (het zijn dan, m.a.w. geen afleidingen, ze moeten dus via analogie of door ontlening in onze taal terecht zijn gekomen). Niet getreurd: hier kan men door middel van 'Rückbildung', afleidingen door extractie van een morfeem, de leemtes in onze woordenschat vullen. Enkele voorbeelden om dit te verduidelijken:

U merkt het: De nood aan variatie in het dagelijks taalgebruik wordt op sublieme wijze gelenigd!

Doch opgelet: niet alles is wat het lijkt. Zo zijn lang niet alle werkwoorden op -eren en -elen ook echte frequentatieven, ook al lijkt het op het eerste zicht wel zo. Neem nu hameren. Dat kan je inderdaad als herhaaldelijk slaan met een hamer opvatten. Maar zo zit de hamer niet aan de steel: het werkwoord is gewoon afgeleid van het werktuig, er is helemaal geen sprake van toevoeging van -er aan een werkwoordsstam. Hetzelfde geldt voor, pakweg, beitelen en hamsteren. En verslechteren is evenmin een frequentatief: het is afgeleid van de vergrotende trap van slecht, zoals ook verbeteren afgeleid is van de comparatief van verbeteren. In zulke gevallen kan je natuurlijk ook niet via Rückbildung nieuwe woorden maken (*hamen, *beiten, *hamsten...). Wees dus op uw hoede, passel op als u uw creativiteit de vrije gang laat.

En nog meer...

En nog zijn we niet uitgeteld, want we kunnen via nog een derde woordvormingsproces de lijn resoluut doortrekken. Met name de nominalisatie door nul-afleiding biedt nog extra mogelijkheden: het maken van niet bestaande substantieven uit de stam van frequentatieve werkwoorden. Zo kan u een aardige babbel slaan, of schud de spits van Real Madrid in een schitterende flits een klasse-dribbel uit zijn, eeuh, schoen. Peddelen doe je met een peddel . Vanaf nu kan u ook een pratel slaan of een stappel in de wereld zetten. Het is een kleine stappel voor de mens, maar een grote sprong voor de mensheid!