Kop

Rechts

De houding van lichaam en keu

Het lichaam moet bij het biljarten een statief vormen met drie rustpunten, de benen enigszins in spreidstand en de voorhand ( uw linkerhand als u rechts bent ) rustend op het laken, zodat u stevig en ongedwongen staat. De voorhand wordt zo op het biljart geplaatst dat de keu – horizontaal in een door de duim en wijsvinger gevormde ring liggend - op het hart van de speelbal wijst, waarbij de normale afstand tussen hand en speelbal maximaal 15 cm. bedraagt.
Deze afstand is wel afhankelijk van de positie die de ballen innemen liggen zij dicht bij elkaar dan wordt hij kleiner (om zacht te kunnen stoten). Hoewel het vormen van een ring met duim en wijsvinger de goede houding is van de voorhand (omdat de keu dan het best zijn richting behoudt ) zijn er zeer veel spelers die de keu gewoon over de gestrekte duim en wijsvinger laten glijden. Het is min of meer een kwestie van gewoonte geworden en als u al aan een bepaalde houding van de voorhand gewend bent geraakt, dan raden wij u aan die niet te wijzigen, aangezien u uw spel daarmee zou kunnen benadelen.
Ofschoon de houding van de voorhand eveneens afhankelijk is van de soort stoot die men wil maken, bijvoorbeeld een trekstoot of een doorschietstoot, achten wij het niet noodzakelijk om de verschillen uit te beelden, omdat elke speler individueel naar eigen inzicht zijn hand hoger of lager zal vormen. Het zelfde geldt voor de stand van de benen, bij een trekbal zal men het vooruit geplaatste been iets terug nemen en min of meer doorbuigen. Moet men doorschieten of doorstoten dan buigt men het achterste been iets door en strekt het voorste. In het eerste geval komt het achtereinde van de keu iets omhoog, en in het laatste geval gaat het achtereinde van de keu iets omlaag. De veranderingen van het achtereinde houden in dat het topeinde van de keu bij gelijke houding van de voorhand, iets omlaag gaat (trekstand) en in het andere geval iets omhoog (doorschietstand) van belang is voorts dat als men de keu in de aanleglijn heeft men bij het geven van effect de voorhand verplaatst, en niet het achtereinde van de keu.

Voet