Koninklijke Heemkundige Kring Sint Hubertus Tervuren


De Koninklijke Heemkundige Kring Sint-Hubertus Tervuren is een vereniging zonder winstoogmerk, die werd gesticht in 1946 door een handvol Tervurenaars met belangstelling voor de plaatselijke geschiedenis.

De doelstellingen van de Kring zijn :

  • de studie van de Tervuurse geschiedenis en folklore
  • het verzamelen van heemkundige, natuurkundige en artistieke voorwerpen
  • de inrichting van een plaatselijk museum.

Zoals het een heemkundige kring betaamt, draagt de vereniging zorg voor het plaatselijke erfgoed, onder welke vorm dat ook bewaard is : bouwkundig, landschappelijk, archeologisch, archivalisch, picturaal...

 

De krekel en de mier.

krekelDe krekel sjirpte dag en nacht, zo lang het zomer was,
Wijl buurvrouw mier bedrijvig op en neer kroop door 't gras.
"Ik vrolijk je wat op," zei hij. "Kom, luister naar mijn lied."
Zij schudde nijdig met haar kop: "Een mier die luiert niet!"

Zijn we niet als bezige mieren, immer ‘t allen kante klaar om graantjes te versieren. We vinden ze ginder, we krijgen ze daar, we stapelen ze op. Vroeger waren daar de schappen, ze raakten stilaan vol. Een mier vindt er op den duur zijn jongen niet meer in terug. Daarom zijn die moderne dingen tegenwoordig het neusje van de zalm. Eerst waren er die floppy dinges, daarna de wel iets mindere floppy’s. Dan kwamen de cd-roms en nu zijn er de USB-sticks. Zelfs die prulletjes staan al niet meer in de ‘kronijk van allerlei nieuwigheden’ want hier rukken de externe geheugens op. Je slaat maar op zonder dat er een eind aan komt. Je kan alles in mapjes klasseren, deze mapjes in andere mapjes, net als kleine matroesjka’s, de ene in de andere. Het is om er groene mierenafgunst van te krijgen, maar wij kleuren niet af op de la Fontaine’s gunsteling bij het overgaan van de zomer in de herfst:

mier"Wat deed je toen de zon nog straalde
En ik mijn voorraad binnenhaalde?"
"Ik zong voor jou," zei zacht de krekel.
"Daaraan heb ik als mier een hekel!
Toen zong je en nu ben je arm.
Dus dans nu maar, dan krijg je 't warm!"

Zijn we niet als krekels, sjirpend over de kwaliteiten van ons virtueel geheugen voor elke andere krekel die een graantje wil meepikken? Want voor je het weet, gaat zo’n ding stuk en dan staan we daar met lege handen.

De mier, zij lacht nu in haar vuistje: dat kan mij vast niet overkomen, ik stapel alles in een klein hoekje waar niemand bijkan. Ja, ja… maar dan is daar een najaarsstorm die de regen in beekjes door de gaten spoelt en is de mier met haar doorweekte tengels ook alles kwijt. En wie zal er dan lachen.

Fons Vandendael