Fête de la moisson à
Abbaye de Bonne-Espérance.
ESTINNES - Vellereille-les-Brayeux (21 & 22 aug.
2004).
Met enige clubleden uit de streek werden na ons 2-jaarslijks clubfeest in Oostkamp plannen gesmeed om dit jaar eens de Oogstfeesten in de Abdij van Bonne-Espérance aan te doen met onze tractor, dus als deelnemer in plaats van als pure bezoeker. De plannen kregen concrete vorm, en uiteindelijk kwamen we aan 11 deelnemers, 9 tractoren en 2 Unimogs. Spijtig was er maar één Unimog die kon deelnemen, deze van Dirk en Sandra Messiaen. Adriaan Gruwez kon de papieren voor zijn pas opgeknapte exemplaar immers niet tijdig bekomen, en moest zijn werkpaard noodgedwongen thuis laten. Hij zou nakomen met de wagen.
Een uitstapje naar Bonne-Espérance is niet zomaar
een zondagstripje; er komt héél wat meer bij kijken:
Het betekent in de eerste plaats een halve dag rijden
de zaterdag, op zich al een hele onderneming: Wat kon er allemaal (niet)
gebeuren tijdens zo'n lange rit.
's Avonds zouden we kamperen ter plaatse, en een barbecue
voorzien, waarbij ook de vrouwen zouden aanwezig zijn. Er moest dus ook
een heel pak proviant mee, plus de barbecue zélf, en iedereen moest
zorgen voor slaapgerei en tent.
Gezien het late einduur (en menig natje en droogje ?)
de zondag is er die avond ook geen sprake van terug te keren, dus moest
er nogmaals gekampeerd worden, en zouden we de terugkeer pas aanvangen
de maandag-morgen. Die avond zouden we beroep doen op de verstrekte snacks
in de grote feesttent om onze magen te vullen en de keel te spoelen.
Voor de hele organisatie werden de taken naar ieders
kunnen verdeeld. Een bleutje zoals ik, die voor de eerste keer meeging,
stond daar allemaal wat stil en verwonderd bij te kijken. Ik had zelfs
nog geen tent, en zou verschillende zaken over het hoofd gezien hebben
die de routinées als dood normaal beschouden: brandstof, olie, drinkwater,
regenkledij, wat bruikbaar gereedschap dat niet al te groot uitvalt, kampeergerief,
toiletgerief, drank, barbecue, ...
Op zaterdag, 21 augustus was het vroeg opstaan, want het
was verzamelen geblazen bij de ouderlijke woning te Moorsele van Ward en
Pieter Lapeire om 6 uur ten laatste. Enkelen hadden al hun trekker daar
ter plaatse gebracht de vrijdag-avond.
Na een warme koffie, en een vlugge cheque van de bagage
en de traktoren, konden we, zoals voorzien, om 6:30 uur vertrekken.
Ward had de weg in detail uitgestippeld, en zou kop trekken
met zijn Hanomag. Wij hadden er alle belang bij van hem gedwee te volgen,
want hij trok ook de aanhangwagen waarin een groot deel van onze spullen
staken. De gerucht makende sliert werd verder compleet gemaakt door Johan
Verbeke met zijn Vierzon, Bertin Boudry met zijn John Deere, Pieter Lapeire
met eveneens een Vierzon, Filiep Gekiere met een kleine Lanz, Piet Declercq
eveneens met zijn Lanz en tenslotte ikzelf.
Ward loodste ons via Gullegem en Bissegem door de heuveltjes
van Marke, Bellegem en omstreken en zo naar de Doornikse steenweg, waar
vader Paul Geldhof met zijn Steyer, zoon Dirk met zijn Ursus en moeder
Eveline met de 'bezemwagen' (ja zelfs dáár werd aan gedacht)
ons stonden op te wachten om de bonte caravaan te vervoegen. Een poosje
stoppen bracht ons in de gelegenheid om onze frisse neus weer wat op temperatuur
te laten komen, goed voor een nieuwe start; de groep was nu immers kompleet.
De eerste wat lastige passage werd de stadsring rond Doornik.
De caravaan werd in twee groepen ingedeeld, om eventueel haastige automobilisten
wat ruimte te geven om voorbij te steken, doch door het vroege uur viel
het allemaal best mee. Men had ook meer verwonderde belangstelling voor
onze imponerende luidruchtig rokende sliert dan eigenlijke ergernis voor
onze lage snelheid. Eén derde van het trajekt zat er ondertussen
al op.
Op nu naar Mons, eerst een stukje via de N7, daarna via
de lange N50. Dit is wel het langste stuk, maar het zijn voortreffelijke
wegen. Hierlangs waren de hellingen ook al een stuk veneiniger, en vooral
de Ursus van Dirk protesteerde daarbij extra luidruchtig.

Ward leidde ons vervolgens onder Mons door, via de druk
bewoonde en ietwat verpauperde Borinage, en daar was het wel wat meer uitkijken
geblazen: we waren daar immers rond 11 uur, en de smalle winkelstraten
waren druk bezocht, met alle verkeersdrukte erbij. Steek daar nog eens
zo'n groep oude tractoren tussen, en je kan vrij vlug spreken van een kleine
chaos: Kijkfile van verwonderde en sympatiserende voetgangers, auto's die
stoppen (en ons gelukkig veelal voorrang geven) alsof de Duitsers opnieuw
het land binnen vallen, hier en daar ook eens een wrevelige chauffeur die
maar zijn parkingplaats niet uit geraakt (dat zal nog wel wat erger geweest
zijn toen wij voorbij waren, met een hele sliert auto's achter ons).
Enfin, we zijn er zonder kleerscheuren doorgeraakt, en
zo konden we het laatste deel richting Charleroi en later Binche aanvatten.
Tot nutoe hadden we gestaag onze kilometertjes afgemaald,
zonder veel oponthoud, op een paar noodzakelijke 'sanitaire stops' en een
kijkje in de putten van de cementfabriek CCB na. We waren goed geschoven,
zonder ook maar de minste pech.
Even later werden we voorbijgestoken door Dirk Messiaen
en zijn vrouw Sandra in hun Unimog. Even verder kwamen we Dirk wéér
tegen, met pech deze keer!
Oh nee, niet met zijn Unimog; het was hijzelf. Hij lag
languit in zijn luie strandzetel op een langs de weg gelegen grasveld met
een lege maag, en had verschrikkelijke dorst. Een vriend in nood laat je
niet alleen, dus onze caravaan viel ook stil, solidair als we zijn. Het
was voor ons trouwens ook hoog tijd, want door al dat hobbelen was ons
vroege ontbijt reeds zéér ver naar beneden gezakt, en beroepsmatige
kilometerwreter Ward bleef maar kop trekken alsof hij nog nooit van rusttijden
voor chauffeurs had gehoord.
We kregen tussendoor nog enkele sympatiserende voorbijgangers
op bezoek, vooral een naar Wallonië uitgeweken oud-Westvlaamse melkboerin,
geboren in Ieper, stak haar bewondering niet onder stoelen of banken, en
was in haar nopjes dat ze nog eens haar sappig Iepers dialect kon boven
halen.
Een half uurtje later zette de caravaan zich weer in beweging,
doch niet voor heel lang: Dirk had een cafeetje ontdekt, en de baas was
danig overdonderd en verwonderd van dit onverwacht bezoek dat hij ons gratis
wat frietjes en versnaperingen serveerde bij ons welgekomen drankje.
Nog wat verderop vielen we voor de derde keer stil, dit
keer op een ietwat hoger gelegen graslandveldje net voorbij de brug van
de E42, waar men al verschillende jaren traditioneel stopte voor het middagmaal.
Terwijl we daar zaten kregen we een fikse stortbui over ons hoofd, doch
we konden gelukkig schuilen onder de brede brug vlakbij, zodat we eigenlijk
niet nat werden.
De kleiachtige grond van het grasland was intussen al
grondig van water verzadigd. De Ford Transit van moeder Geldhof geraakte
er niet meer af, en moest met verkrachte eenden naar de afrit van het graslandveldje
worden geduwd, om hem daar naar beneden te laten glijden, terug de openbare
weg op. Enkelen testten intussen ook nog eens de grip van hun al dan niet
versleten achterbanden van hun trekker, zodat we het veldje uiteindelijk
verlieten met niet te ontkennen duidelijke moddersporen op de weg. De grootste
brokken hebben we evenwel toch nog vlug opgeruimd.
De laatste rechte lijn naar ons doel was nu ingezet:
nog een tiental kilometer; nou ja, rechte lijn, wegenwerken zorgden ervoor
dat we op de tast naar ons doel moesten. Via een zig-zag van kleine landbouwwegen
zijn we dan toch ter plaatse geraakt, een doel dat we al een hele tijd
zagen, maar toch niet onmiddellijk konden bereiken in dit heuvelachtige
landschap. Nu ja, alle wegen leiden naar 'Bonne Espérance', en Ward
wist dit ook wel, al kost het soms wat zoeken.
Rond 15:00 uur waren we er dan toch, met opnieuw een stralende
zon. De 107 km zaten erop, en ons doel was bereikt. Men had daar ook van
de fikse regenbui gedeeld, zodat het een nogal modderige bedoening was
toen wij er aan kwamen. Opnieuw dus problemen voor de bezemwagen, vooral
toen die naar de achterkant van het terrein moest, waar we onze tenten
zouden opslaan. Hetzelfde gold wat later ook voor de verschillende wagens
van de vrouwen die nakwamen met de rest van het proviant en overige kampeerbenodigdheden,
met de Unimog van Dirk werd alles toch ter plaatse gebracht.
Jacob Gekiere en Sofie landden wat later ook nog met
de wagen en de motoculteur in de aanhangwagen. Jacob slaagde erin om op
eigen kracht en via een grote omweg op de kameerplaats te geraken, doch
het was aan de besmeurde Golf duidelijk te zien dat het niet gemakkelijk
is gegaan.
Ondertussen hebben we vluchtig even het volledige expositieterrein
doorlopen. Het was er nog relatief kalm: op het terrein zelf was het te
nat om veel activiteit uit te voeren; de zware Engelse stoommachines raakten
zelfs zonder hulp niet op het terrein. Binnen de koer van de kloosterhoeve,
en in de nauwe straatjes waren de meeste standje nog niet volledig opgebouwd;
deze zouden pas tegen de avond klaar zijn, wanneer de eigenlijke dorpskermis
zou beginnen.
Binnenin de imposante schuur van de kloosterhoeve stond
een indrukwekkende verzameling oldtimertractoren, en in het dorp kan je
nog de oude bakkerij en maalderij in werking zien.
Wat later zijn we begonnen om als ons materiaal bijeen te brengen om onze kampplaats in te richten, vooral vanaf het ogenblik dat de vrouwen toe kwamen met enkele wagens.
Filiep geniet van zijn luie campingstoel, en laat de jeugd rustig betijen.
Het werd ook stillekes aan tijd om aan onze barbeque te
denken, de apotheose van de dag.
Al vlug waren vooral Sandra, Eveline, Adriaan en Pieter
druk in de weer, de rest liet het allemaal goedkeurend gebeuren, en al
vlug was de goede stemming erin.

Terwijl de barbeque om temperatuur kwam, en wat later de worsten lagen te sudderen, genoten we allemaal van de kwistig uitgedeelde aperitief en een gezellig babbeltje bij de ondergaande zon en de nagloed van de eerder zwoele namiddag.


Na de bijzonder geslaagde barbeque werd de avond besloten
met een gezellig samenzijn in de grote feesttent, waar voor het dorp dé
feestavond van het jaar in alle hevigheid plaats vond. Een orkest zorgde
er voor de nodige ambiance en dansmuziek, er was een massa volk in uitgelaten
feeststemming en er werd duchtig drank geserveerd. In de vroege uurtjes
zochten we dan onze tentjes op, in de hoop van toch nog enkele uurtjes
te kunnen slapen. In mijn in der haast gekocht wat zéér klein
uitvallend 2-persoonstentje - of zal ik het kaasstolp noemen - viel dat
nogal tegen, zodat Christine en ik uiteindelijk maar zijn gaan slapen in
onze wagen, die langs de weg naast het terrein stond geparkeerd. Voor volgend
jaar zullen we moeten investeren in een grotere tent !
De volgende morgen waren we al vrij vroeg weer op de been, en met wat improvisatie werd een gasfornuis samengesteld waarmee Eveline water kon opwarmen voor de koffie. Gelukkig dat er een paar gloeikoptractoren van de partij waren en dat restaurateurs van oldtimers wat van aanpakken weten. Met smaak en plezier werden de meegebrachte crossants en broodjes verorberd in de frisse ochtendgeur, die een schitterende dag liet vermoeden, ondanks een paar onheilspellende regendruppels 's nachts.
Het terrein lag er stukken beter bij dan de dag ervoor, en al vrij vroeg werden de twee Engelse stoommachines met behulp van een voorgespannen trekker bijgereden op het dit jaar kleine demonstratieterrein. Het was nog steeds te nat voor die zware mastodonten om op eigen kracht ter plaatse te geraken. Eenmaal ter plaatse konden ze beginnen de vrij zware eg over en weer te trekken tussen beide machines. Dat gebeurt met stalen trekkabels, en een omkeermechanisme op de eg. Al bij al is het een vrij arbeidsintensieve bezigheid: iedere stoommachine heeft minimaal een machinist nodig, plus eventueel iemand erbij om te helpen stoken, en om de eg zit ook iemand die het omkeermechanisme moet bedienen.

Tegen de middag aan komen ook alle andere activiteiten op gang, en de hele voormiddag lang kwamen er van alle kanten andere tractoren opdagen, een bont allegaartje van alle soorten, maten en gewichten, mooi gerestaureerde, maar ook veel totaal niet gerestaureerde, en dat valt wel op.
Filiep kon het niet laten bereidwillig zijn diensten aan te bieden
bij een draaiende dorsmachine.
Dat zal wel van pure heimwee zijn geweest naar lang vervlogen tijden.
Ook tegen de middag aan is de staat van het kleine demonstratieterrein dermate verbeterd dat enkelen van onze groep zich ook riskeren aan de enkele werktuigen die ter beschikking stonden van de liefhebbers. Hoewel ik graag mijn ploeg had meegebracht, had men ons afgeraden dit te doen, omdat er dit jaar maar een heel beperkte ruimte beschikbaar was. Volgend jaar, in 2005, zou er wél ruimte zijn, en dat is niet in dovemansoren gevallen!


De volgende ochtend waren we al relatief vroeg terug op
de been. Met dezelfde improvisatie werd nogmaals koffie gebrouwen, en aten
we de rest van onze sandwiches en croissants op. Het kamp werd opgebroken
en opgeborgen in de remorque van Ward en in de bezemwagen van de familie
Geldhof. Het afval werd mooi in zakken gestopt, we trokken nog wat extra
warme kledij aan en rond 9 uur stonden we vertrekkensklaar. De dag legde
opnieuw vrij goed aan, al was het wel behoorlijk fris en zat er regen in
de lucht.
Eenmaal terug op weg richting noordwest, klaarde het
echter vrij vlug op, en werd het zelfs een hete dag, zodat we warme kledij
en regenkledij al spoedig mochten uittrekken. Pieter kreeg als gevolg van
de zon er zelfs een ware gloeikop van.
Zonder kleerscheuren en met niet de minste panne kwamen
we, moe maar voldaan, rond 15:30 uur terug aan op onze vertrekbasis, namelijk
de ouderlijke woonst van Pieter en Ward Lapeire. Ondanks het drukkere verkeer
en de bijkomende aanwezigheid van vrachtwagens, schootten we zeer vlot
op. Bedankt Ward voor de voortreffelijke en aangename routeplanning.
Bedankt ook iedereen die meegewerkt heeft aan de realisatie
van deze zeer aangename, toch niet risicoloze happening. In de eerste plaats
zijn dat natuurlijk de feitelijke deelnemers, maar laten we zeker niet
het werk achter de schermen vergeten, en dan denk ik in de eerste plaats
aan de inbreng van de vrouwen om alles in goede banen te helpen leiden.
Speciale dank ook aan Eveline, die geduldig de lange sliert tractoren heeft
gevolgd; het was een geruststellend gevoel dat je mee was.
Iedereen hartelijk dank, en mij zal je volgende keer
zéker geen twee keer moeten vragen om nogmaals deel te nemen. Volgende
jaar, in 2005 dus, is het opnieuw de 'grote' editie van de oogstfeesten,
t.t.z., er is véél meer demonstratieruimte voor handen.
Een aantal onder ons is dan zeker van plan om hun werktuigen
mee de brengen. Ik zal in ieder geval mijn ploeg tegen die tijd in topkonditie
brengen.
Fête
de moisson à Bonne-Espérance
Terug naar 'Restauratie ploeg'