Fête de la moisson à
Abbaye de Bonne-Espérance.
ESTINNES - Vellereille-les-Brayeux (27 & 28 aug.
2005).
Na de succesvolle trip verleden jaar naar de Oogstfeesten
in de Abdij van Bonne-Espérance besloot dezelfde groep dat dit voor
herhaling vatbaar was. Het aantal enthousiastelingen zou wel iets minder
zijn - de familie Geldhof kon er niet bij zijn omwille van de oogstfeesten
in Gullegem - maar dit kon de pret niet bederven. Ook Johan Verbeke kon
er niet bij zijn. We waren met 9 deelnemers, 7 tractoren en 2 Unimogs.
Bovendien was het dit jaar de grote editie van de oogstfeesten,
en dat is zo om de twee jaar. Dit kan immers alleen wanneer de graangewassen
dicht bij de gebouwen staan. Die beslaan enkele tientallen hectaren grond
vlak bij de abdij, en zijn dan normaal gesproken vrij voor de demonstraties.
Er zou bovendien een grote ploegwedstrijd gehouden worden voor rondgaande
ploegen, en dat was ook niet te versmaden. Ward had zijn ploeg in gereedheid
gebracht, net zoals ikzelf. Omdat het de grote editie was, wou ik ook mijn
andere trekker meenemen, mijn W4, en dat kon met mijn troley. Mijn vrouw
zou mijn ploeg nabrengen achter de wagen.
Een uitstapje naar Bonne-Espérance is niet zomaar
een zondagstripje; er komt héél wat meer bij kijken:
Het betekent in de eerste plaats een halve dag rijden
de zaterdag, op zich al een hele onderneming: Wat kon er allemaal (niet)
gebeuren tijdens zo'n lange rit.
's Avonds zouden we kamperen ter plaatse, en een barbecue
voorzien, waarbij ook de vrouwen zouden aanwezig zijn. Er moest dus ook
een heel pak proviant mee, plus de barbecue zélf, en iedereen moest
zorgen voor slaapgerei en tent.
Gezien het late einduur de zondag (en menig natje en
droogje ?) is er die avond ook geen sprake van terug te keren, dus moest
er nogmaals gekampeerd worden, en zouden we de terugkeer pas aanvangen
de maandag-morgen. Die avond zouden we beroep doen op de verstrekte snacks
in de grote feesttent om onze magen te vullen en de keel te spoelen.
Op zaterdag, 27 augustus was het vroeg opstaan, want het
was verzamelen geblazen bij de ouderlijke woning te Moorsele van Ward en
Pieter Lapeire om 6 uur ten laatste. Enkelen hadden al hun trekker daar
ter plaatse gebracht de vrijdag-avond.
Na een warme koffie, en een vlugge controle van de bagage
en de traktoren, konden we, zoals voorzien, om 6:30 uur vertrekken.
Ward had de weg in detail uitgestippeld, en zou kop trekken
met zijn Hanomag en de aanhangwagen met zijn ploeg en zijn smalle rupstractor
erop. Piet Declercq volgde met zijn Lanz waarop ook zijn vriendin plaats
had genomen. Daarachter kwam Pieter Lapiere met zijn Lanz, die de aanhangwagen
met de proviant trok gevolgd door Bertin Boudry met zijn John Deere, waarop
ook zijn zoon plaats had genomen. De gerucht makende sliert werd verder
compleet gemaakt door Filiep Gekiere dit keer met een Hanomag en
tenslotte ikzelf met mijn twee tractoren.
Ward loodste ons net zoals verleden jaar via Gullegem
en Bissegem door de heuveltjes van Marke, Bellegem en omstreken en zo naar
de Doornikse steenweg.
De eerste wat lastige passage werd de stadsring rond
Doornik. De caravaan werd in twee groepen ingedeeld, om eventueel haastige
automobilisten wat ruimte te geven om voorbij te steken, doch door het
vroege uur viel het allemaal best mee. Men had ook meer verwonderde belangstelling
voor onze imponerende luidruchtig rokende sliert dan eigenlijke ergernis
voor onze lage snelheid.
Even buiten Doornik hielden we een eerste stop nabij de cementputten om onze ietwat verkleumde ledematen los te maken en een hapje te eten. Eén derde van het trajekt zat er ondertussen al op.
De John Deere van Bertin, de Hanomag van Filiep en daarachter mijn
twee trekkers bij de cementputten voorbij Doornik.
Op nu naar Mons, eerst een stukje via de N7, daarna via de lange N50. Dit is wel het langste stuk, maar het zijn voortreffelijke wegen. Hierlangs waren de hellingen ook al een stuk veneiniger, en met een trekker op sleeptouw voel je dat toch.
Ward leidde ons vervolgens onder Mons door, via de druk
bewoonde en ietwat verpauperde Borinage, en daar was het wel wat meer uitkijken
geblazen: we waren daar immers rond 11 uur, en de smalle winkelstraten
waren druk bezocht, met alle verkeersdrukte erbij. Steek daar nog eens
zo'n groep oude tractoren tussen, en je kan vrij vlug spreken van een kleine
chaos: Kijkfile van verwonderde en sympatiserende voetgangers, auto's die
stoppen (en ons gelukkig veelal voorrang geven) alsof de Duitsers opnieuw
het land binnen vallen, hier en daar ook eens een wrevelige chauffeur die
maar zijn parkingplaats niet uit geraakt (dat zal nog wel wat erger geweest
zijn toen wij voorbij waren, met een hele sliert auto's achter ons).
Enfin, we zijn er zonder kleerscheuren doorgeraakt, en
zo konden we het laatste deel richting Charleroi en later Binche aanvatten.
Tot nutoe hadden we gestaag onze kilometertjes afgemaald,
zonder veel oponthoud, op een paar noodzakelijke 'sanitaire stops' en een
kijkje in de putten van de cementfabriek CCB na. We waren goed geschoven,
zonder ook maar de minste pech.
Even later werden we voorbijgestoken door de Unimogs
van Dirk Messiaen met zijn vrouw Sandra en Adriaan Gruwez met zijn zoon.
Even verder kwamen we ze wéér tegen, stilstaand langs een
grasveld. We hielden gezamelijk een rustperiode in een deugddoend zonnetje.
Een half uurtje later zette de caravaan zich weer in beweging,
doch niet voor heel lang: Dirk had het cafeetje van verleden jaar terug
gevonden, waar de baas danig was overdonderd en verwonderd van dit onverwacht
bezoek dat hij ons gratis wat frietjes en versnaperingen serveerde bij
ons welgekomen drankje. Frietjes waren er dit keer niet meer bij, doch
de drankjes smaakten even goed.
Nog wat verderop vielen we voor de derde keer stil, dit
keer op een ietwat hoger gelegen graslandveldje net voorbij de brug van
de E42, waar men al verschillende jaren traditioneel stopte voor het middagmaal.
We waren ruim op tijd, zo een middagdutje kon er zelfs
nog af.
Middagdutjes doe je evenwel best niet naast je broer, zeker niet als
die broer Pieter noemt.
De laatste rechte lijn naar ons doel kon nu worden ingezet:
nog een tiental kilometer. Rond 15:00 uur waren we er. De 107 km zaten
erop, en ons doel was bereikt. Jacob Gekiere en Sofie landden wat later
ook nog met de wagen en de motoculteur in de aanhangwagen.
Groot was evenwel de teleurstelling toen we zagen dat
de overrijpe oogst daar door de slechte zomer nog stééds
op het veld stond. Na wat rondvragen werd ons vermoeden bevestigd: de ploegwedstrijd
voor rondgaande ploegen zou niet door gaan bij gebrek aan grond. Er waren
17 teleurgestelde kandidaten! Men zou de volgende dag wel maaidorsen, doch
de velden zouden niet vrij zijn omwille van het stro. Bovendien was de
grond vrij drassig.

Ondertussen hebben we vluchtig even het volledige expositieterrein
doorlopen. Het was er nog relatief kalm. Binnen de koer van de kloosterhoeve,
en in de nauwe straatjes waren de meeste standjes nog niet volledig opgebouwd;
deze zouden pas tegen de avond klaar zijn, wanneer de eigenlijke dorpskermis
zou beginnen.
Binnenin de imposante schuur van de kloosterhoeve stond
een indrukwekkende verzameling oldtimertractoren, en in het dorp kan je
nog de oude bakkerij en maalderij in werking zien.
Wat later zijn we begonnen om als ons materiaal bijeen te brengen om onze kampplaats in te richten, vooral vanaf het ogenblik dat de vrouwen toe kwamen met enkele wagens.

Het werd ook stillekes aan tijd om aan onze barbeque te
denken, de apotheose van de dag.
Al vlug waren vooral Sandra, Adriaan en Pieter druk in
de weer, de rest liet het allemaal goedkeurend gebeuren, en al vlug was
de goede stemming erin.
Terwijl de barbeque op temperatuur kwam, en wat later
de worsten lagen te sudderen, genoten we allemaal van de kwistig uitgedeelde
aperitief, een gezellig babbeltje bij de ondergaande zon en de nagloed
van de eerder zwoele namiddag.

Na de bijzonder geslaagde barbeque werd de avond besloten met een gezellig samenzijn in de grote feesttent, waar voor het dorp dé feestavond van het jaar in alle hevigheid plaats vond. Een orkest zorgde er voor de nodige ambiance en dansmuziek, er was een massa volk in uitgelaten feeststemming en er werd duchtig drank geserveerd. In de vroege uurtjes zochten we dan onze tentjes op, in de hoop van toch nog enkele uurtjes te kunnen slapen.

De volgende morgen waren we al vrij vroeg weer op de been, en met wat improvisatie werd een gasfornuis samengesteld waarmee we water kon opwarmen voor de koffie. Gelukkig dat er een paar gloeikoptractoren van de partij waren en dat restaurateurs van oldtimers wat van aanpakken weten. Met smaak en plezier werden de meegebrachte crossants en broodjes verorberd in de frisse ochtendgeur, die een schitterende dag liet vermoeden.
In de vroege ochtend trokken we waarlijk ook op culturele ondekking, in en om de abdij. Die wordt momenteel grondig gerenoveerd, onder andere met een deel van de opbrengsten van dit oogstfeest.


Stilletjes aan werd het al wat later op de middag, en
werden de activiteiten afgesloten met het traditioneel druk bijgewoond
defilé van de deelnemende tractoren, waarbij langs de luidsprekers
deskundige uitleg werd gegeven.
Rond die tijd vertrokken ook de meeste van de vrouwen.
Zo ook mijn vrouw. De ploeg werd op de kar geladen en terug achter haar
auto gekoppeld, en ze kon de terugweg aanvatten met het 750kg wegende gevaarte.
Dirk en Adriaan vertrokken ook met hun Unimogs en even later laadde Jacob
zijn motoculteur op de remorque, en vatte ook hij met Sofie de terugweg
aan.
Uiteindelijk bleven alleen de mannen achter die met de
tractors waren gekomen, om nog eens uit te slapen in de tenten. Er moest
nog eerst wat gegeten worden, en daarvoor deden we deze keer beroep op
de snacks van de grote feesttent. Tussen pot en pint werd nog duchtig feest
meegevierd, om wat later de rust op te zoeken in onze tenten.
De volgende ochtend waren we al relatief vroeg terug op
de been. Met dezelfde improvisatie werd nogmaals koffie gebrouwen, en aten
we de rest van onze sandwiches en croissants op. Het kamp werd opgebroken
en opgeborgen in de remorque van Pieter. Het afval werd mooi in zakken
gestopt, we trokken nog wat extra warme kledij aan en rond 9 uur stonden
we vertrekkensklaar. De dag legde opnieuw vrij goed aan, al was het wel
behoorlijk fris.
Eenmaal terug op weg richting noordwest, verdween de
kilte vrij vlug, en werd het zelfs een hete dag, zodat we warme kledij
en regenkledij al spoedig mochten uittrekken.
De staart van de caravaan op de terugweg langs de Doornikse steenweg:
Filiep Gekiere en ikzelf, gezien vanuit de trekker van Bertin Boudry.
Trouwens, bedankt Bertin, voor het gros van de foto's in deze reportage.
Zonder kleerscheuren en zonder ernstige panne kwamen we,
moe maar voldaan, rond 15:30 uur terug aan op onze vertrekbasis, namelijk
de ouderlijke woonst van Pieter en Ward Lapeire. Pieter had enkel wat problemen
met een stuk gelopen lager in de rechter flank van de versnellingsbak,
doch dit kon voorlopig opgelapt worden zodat we verder konden. We hebben
de hele weg wel op onze kin mogen kloppen, want alle frituren hadden blijkbaar
juist die dag uitgekozen als sluitingsdag. Gelukkig hadden we nog wat overdaagse
sneetjes brood en wat half gesmolten choco over om de grootste honger te
stillen.
Ondanks het drukkere verkeer en de bijkomende aanwezigheid
van vrachtwagens, schootten we zeer vlot op. Bedankt Ward voor de voortreffelijke
en aangename routeplanning.
Bedankt ook iedereen die meegewerkt heeft aan de realisatie
van deze zeer aangename, toch niet risicoloze happening. In de eerste plaats
zijn dat natuurlijk de feitelijke deelnemers, maar laten we zeker niet
het werk achter de schermen vergeten, en dan denk ik in de eerste plaats
aan de inbreng van de vrouwen om alles in goede banen te helpen leiden.
Ter afsluiting, nog enkele sfeerbeelden.



Fête
de moisson à Bonne-Espérance