Restauratie van oldtimer vrachtwagen
International Harvester Loadstar CO-1600
Chassisnummer D-04-521 - Bouwjaar: 1967.
-- Deel 14 --
Ik heb al een tijdje niet meer van mij laten horen, maar hier ben ik
terug, met wat info over wat ik sedert eind februari 2015 aan mijn
vrachtwagen heb gedaan. Oh, weinig spectaculairs, enkel wat
kleinigheden en kleine aanpassinkjes of herstellingskes; vandaar ook
dat ik het niet direct op het internet heb gezet.
In maart heb ik de wagen nogmaals volledig doorgesmeerd: stuur,
vering en kardan. Oliepeil en waterpeil waren nog steeds OK.
Ik had al gemerkt dat de motor wat last had van tikkende kleppen, en
vermoedelijk ook wat compressieverlies langs die zijde. Het
kleppendeksel werd eraf gehaald; dat gaat wel niet zo vlot als bij een
oudere trekker, want je moet minstens ook het expansievat van het
koelwater eraf halen om dat deksel voldoende hoog te kunnen heffen
boven de draadstangen. Eenmaal het deksel eraf was het onmiddellijk
duidelijk dat er een 3-tal kleppen héél dringend moesten
bijgeregeld worden wegens teveel speling, maar er waren er ook 3-4 die
met te weinig speling zaten.
Het systeem om de kleppen te regelen vond ik wel heel vreemd, want er
zaten geen contra-moeren op de regelvijzen. Bij de eerste klep die ik
wilde bijregelen, gaf die regelvijs geen kik, ondanks dat ik - naar
mijn mening toch - er behoorlijk wat kracht op zette. De koppen van de
rijgelschroeven zijn namelijk hol. Ik ben toen eerst te rade gegaan bij
José Luyckx, de concessiehouder in onze streek, doch die had
dergelijk systeem ook nog nooit gezien. Na een wat grondiger onderzoek
van de instructieboeken en de wisselstuklijsten bleek dat de
allereerste motoren inderdaad een dergelijke regeling hadden; de
Amerikaanse motoren hadden dit vroeger ook, en blijkbaar heeft Ford dat
systeem ook lange tijd gebruikt.
Bij de Europese motoren, de Duitse motoren dus, die in Neuss werden
gemaakt, heeft men het systeem zeer snel verlaten, en komt het enkel
voor bij de prototype-motoren zoals deze in mijn vrachtwagen. In feite
hebben regelschroef en de inwendige draad in de tuimelaar een draad die
niet volledig past, zodat de regelschroef zich vanzelf vastklemt in de
tuimelaar. Ik vind het ook maar een bedenkelijke methode, doch
blijkbaar in Amerika zeer gangbaar.
Bijkomend probleem: de tuimelaar, noch de regelschroeven zijn
uitwisselbaar met het latere courante systeem, dat bijvoorbeeld
voorkomt in de tractor-motoren. Je moet het hele systeem in zijn geheel
vervangen.
Nu ja, dan maar een wat langere sleutel gebruikt, en met een droge
korte slag kwam de regelschroef dan toch los. Met de andere tuimelaar
hetzelfde gedaan, en zo de speling van alle op de juist maat gebracht:
0.25 inlaat, 0.35 uitlaat.
Nadien moest ik ook nog de dichting vervangen van het kleppendeksel,
want die had de operatie niet overleefd; hij was totaal verstorven, en
brak in zeker tien stukken uiteen.
Na mijn trip naar Bocholt (zie deel 13) heb ik ook de motorolie
ververst, en tevens een nieuwe filter gestoken. Na een lange trip op de
autostrade aan een behoorlijk toerental zal de laatste zwartigheid wel
losgeweekt zijn, en was de situatie ideaal om de olie te vervangen. De
motor had intussen al ruim 56 uur gedraaid, en intussen ook al 1600 km
gebold.
Na de trip naar Bocholt zag ik aan de voorbanden, dat er wat meer
toespoor zou mogen gegeven worden. De spoorstang liet zich gewillig
losmaken - ik had veel erger verwacht - en met een halve toer
bijstelling op de stang was het toespoor al duidelijk meetbaar.
Intussen heb ook eens gekeken naar het oliepeil in de stuurhuis, want
dat was volgens mij te laag; het stuur draaide makkelijker naar rechts
dan naar links, en dat is niet normaal te noemen. Het stopsel voor het
peil zit echter zéér moeilijk bereikbaar weggestoken,
zodat ik het niet los kreeg. Ik heb dan maar de olie eraf gelaten;
ongeveer 1 liter is eruit gevloeid, vrij dikke olie. Ik heb het
vervolgens weer opgevuld met SAE 80W/140, zowat 1.5 liter, en dat moest
wel volstaan, want het stuur draait nu lekker veel vlotter. Dat is
vooral veel confortabeler bij het maneuvreren bij lage snelheid.
De voorbanden die ik zowat een jaar geleden gekocht had begonnen mij
lelijk op de heupen te werken. Telkens de vrachtwagen - altijd
onbeladen ! - een paar weken stil stond, waren er platte vlakken in het
loopvlak, en die gaan er pas uit na een 20-30-tal kilometer. Ik
betrouwde de zaak echter van langs om minder, en ben uiteindelijk te
rade gegaan naar een andere bandenzaak. Die reageerde onmiddelijk: het
zijn diagonaal-banden, en dan heb je steeds dat fenomeen. Daar moeten
minstens radiaal-banden opkomen, zei hij. Maar ja, maat 8.25-R20, die
vindt je niet zomaar meer.
Na wat over-en-weer-gebel vond hij er uiteindelijk tóch, maar
ook van Russiche makelijk !, en met een al even lelijk, doch iets
fijner loopprofiel. Veel keuze is er niet; te nemen of te laten. De
prijs was niet veel duurder dan die van de diagonaal-banden, maar hij
kon met deze niet veel aanvangen. Weggegooid geld dus; ik zal ze
proberen te slijten bij de zaak waar ik ze uiteindelijk gekocht had.
Intussen moest ik mij ook voorbereiden op de lange trip naar 'Folles
2015' (zie ook deel 13). Er waren nog wat dingen te doen, die vooral
voor wat meer confort moesten zorgen. Zo was er 1 silentblok onder de
motor kapot, en dat gaf nogal wat lawaai binnen in de cabine. De motor
tilde zich ook geregeld wat op bij het optrekken, en ook dat is vrij
vervelend.
Ik wist dat de vorige eigenaar nog wat onderdelen had, en het bleek dat
hij ook nog de 2 silent-blokken achteraan had ter hoogte van het
vliegwiel. Ze waren ook wel niet nieuw meer, maar toch nog vrij goed,
zodat ik die meteen maar in de plaats gemonteerd heb.
Aan de deuren waren zowat alle rubbers verstorven, en voor een deel
zelfs helemaal weg, en ook dat gaf nogal wat ongewenst lawaai van wind
in de cabine. In Bocholt had ik een Duitse exposant gesproken, en die
had de passende rubbers in zijn catalogus staan. Hij heeft ze me
opgestuurd, en ik heb alle rubbers dan maar vervangen, ondanks het feit
dat ik deze winter graag de cabine zou herschilderen. Maar om naar
Folles te rijden, zowat 620 km enkele reis, heb ik ze er toch maar
ingekleefd, en dat scheelt toch wel wat in rijwindgesuis. Ik wilde ook
wat goede punten oogsten, want Christine, mijn vrouw, ging mee.
De reis naar Folles is goed verlopen, zij het wat aan de trage kant: de
linker achterwielmoyeu had weerom de neiging om te warm te komen, zodat
ik, vooral op de terugreis, het wat trager aan gedaan heb. In Frankrijk
is er geen minimum snelheid vastgelegd op de snelwegen (in België
is dat 70 km/u), zodat ik me vrijwillig beperkte tot zowat 60 km/u.
Gelukkig hadden we de reis in 2 stukken opgedeeld; we sliepen namelijk
rond Orléans, zowel op de heenreis als op de terugreis, wat
maakt dat het langste traject net iets minder dan 400 km was. Aan 60
km/u (het gemiddelde, inclusief rustpauzes, lag toch dicht tegen de 50
km/u) ben je toch wel een tijdje zoet...
Komend weekend moet ik niet werken, en dan zal ik de moyeu nog eens van
dichtbij inspecteren, kijken of de voorspanning van de lagers nog wat
kleiner mag, en indien niet, dan uitzien naar toch nieuwe lagers.

Folles 2015, met mijn
Loadstar CO-1630 (1967) en mijn W4-tractor (1947).
Dat men ginds al 2,5 maand uitkeek naar regen, dat kan ik
begrijpen, want het was daar inderdaad droog,
maar dat het juist op dié zaterdag en dié zondag vrijwel
constant moest regenen, dat wenste niemand.
Ondanks alles, een bijzonder feest, een bijzonder interessante groep
deelnemers en bezoekers,
een puike organisatie, gedreven vrijwilligers, een bijzondere locatie,
...
Ik ben toch zo blij dat ik erbij kon zijn.
Carl DEVLIES,
Wevelgem, 24 augustus 2015.
Terug...

