Aanvankelijk waren wij - zelfs als kleine jongens - enorm fier op deze maaidorser. Toen onze gebuur-loonwerker echter een M-103 kocht bij Claeys, kreeg deze fierheid toch wel een ferme deuk. Tegen zo'n machine kon je met dat maaidorsertje natuurlijk geen vergelijking meer maken: Deze had hier een 3-cilinder dieseltje dat een 30-tal pk ophoeste, terwijl de M-103 er 103 ter beschikking had. Neem daarbij een snijbord van 3.65m, en de 2 maal grotere dorstrommel, en je ziet onmiddellijk het verschil: de M-103 deed op één dag wat wij in 4 of 5 dagen deden, en dan mocht je nog geen enkele pech hebben.

Aangenaam werken was het ook niet echt - ik heb er zélf nog mee gewerkt: Het opgefokte 3-cilindertje stond náást je ter razen, met als enige afscherming erover het platen dashbord en de motorkap die ze waarschijnlijk gepikt hadden van een D-326 tractor. Het enige goede aan die opstelling was dat het stof een beetje werd weggeblazen door de koelventilator, zij het dan wel met broeiend hete lucht, die je in putje zomer eigenlijk best kon missen.

De motorkoppeling op het vliegwiel diende om de dorseenheid aan en uit te zetten, en de rijkoppeling was eigenlijk de regelpoulie die je open trapte van de variatorriem. Deze was in 1 stuk, dus zónder losdraaiende compenserende regelpoulies die de variaties in benodigde riemlengte moesten opvangen. Met een niet-gesynchroniseerde versnellingsbak (3 + 1R) aan de andere poulie, en de loodzware dikke variatorriem stond die bak dus eigenlijk nooit stil als je een versnelling moest nemen. Beste was dan ook om nogal brutaal eerst de 3de versnelling te kiezen, en vervolgens - als de bak dan uiteindelijk wél stil stond - zo snel mogelijk de 1ste (of eventueel de 2de) versnelling te nemen.

Ondanks alles heb ik tóch goede jeugdherinneringen aan dit toch wel zéér eenvoudig machientje (in 1962 gekocht voor 265.000 BEF heb ik me laten vertellen), dat we tot in 1971 gehad hebben. Het is pas de laatste twee jaren dat ik er iets of wat mee gewerkt heb; vader gaf al verschillende járen de voorkeur aan de loonwerker ietwat verderop, die toen de klus klaarde in enkele uren. Mits enige zaagwerk mocht ik dan de laatste 2 jaren de partij inzetten, of een of andere kleinere of onregelmatige partij voor mijn rekening nemen. Vader had al lang door dat je een machine-liefhebber best nu en dan eens zijn zin geeft. Hij was er trouwens ook een: hij zou anders nooit zijn eerste trekker hebben gekocht in 1948 en een van de eerste PTO-aangedreven pikbinders, nóch de maaidorser en de pakkenpers.

terug...