Na een periode van aarzelen, heb ik mij uiteindelijk vrij laat ingeschreven voor de jaarlijkse ploegwedstrijd die door het A.V.O.T. wordt georganiseerd. De aarzeling kwam niet zozeer vanwege mijn tractor, mijn ploeg of mijn twijfel over mijn 'ploegkunsten', maar wel voor het drukke kustverkeer, zeker op zondagavond op de N8 Kortrijk-Ieper-Veurne. Daarnaast heb je nog de vrij grote afstand, een kleine 50 km toch.
In de kille morgen van 11 september 2005 vertrok ik van
bij mijn schoonbroer in Geluwe, en kwam ik lichtjes verkleumd via de verlaten
N8 in Hoogstaden toe. Er waren al een aantal mensen aangekomen op de natte
weide, en eenieder maakte zich klaar voor een korte rondrit.
Kort na mij kwam ook een mooi gerestaureerde andere International
Harvester toe, een zeldzame WD-6, met een benzine/diesel motor.
De WD-6 is de Amerikaanse voorloper van mijn trekker.
Hij is qua uitzicht vrijwel identiek, doch hij heeft een toch wel heel
speciale motor. De motor wordt gestart op benzine, en wanneer hij voldoende
temperatuur heeft, wordt hij opgeschakeld op diesel. Hij heeft daartoe
een ingewikkeld kleppensysteem van 3 kleppen per cilinder. Eén van
die kleppen dient voor het beperken van de kompressie wanneer hij op benzine
draait. Zij wordt namelijk veel later gesloten dan de gewone inlaatklep
voor de dieselwerking.
Daarnaast heeft de motor rechts een carburator en ontstekingsmechanisme
zoals de andere Amerikaanse benzine/petroleum motoren van die tijd (ongeveer
hetzelfde systeem als op mijn W4). Aan die kant vindt je ook de bougies.

Links van de motor zit een kompleet injectiesysteem voor de dieselwerking: een lijnpomp met centrifugaal regelaar en de 4 injectoren. Links zit ook de hendel voor de omschakeling van het kleppensysteem.

Dit was onmiddellijk na de tweede wereldoorlog het antwoord
van het tot dan toe Amerikaanse IH om de vraag naar dieselmotoren in te
lossen. Europa kende immers veel duurdere benzineprijzen, en IH kon de
hun vertrouwde benzinemotoren hier nog moelijk kwijt, zeker wanneer het
motoren betrof die toch ongeveer 50 pk ontwikkelden.
Deze tussenoplossing heeft zo een 10-tal jaar bestaan,
tot men in Engeland in 1954 een échte diesel uitbracht, de BD-264,
die in mijn trekker zit, de Super BWD-6 (= Super British WD-6).
De motorblok en veel van de onderdelen waren dezelfde, doch de motor kreeg
toch grondige wijzigingen vooral aan cilinderkop, injectiepomp en verstuivers.
Voor de rest was de trekker nog steeds een puur Amerikaanse copie, doch
wel volledig aangemaakt en samengebouwd in Engeland.
Nog enkele jaren later zou men in Duitsland starten met de bouw van de allom gekende IH-dieselmotoren en traktoren, dit keer helemaal los van alle Amerikaanse invloed. Het is pas vanaf dan dat IH écht voet kreeg op Europeese grond.
Nu ja, genoeg geschiedenis, en terug naar Hoogstade nabij Alveringem, alwaar we dus eerst een rondrit maakten. De tussenhalte was een echt mooie polderhoeve, waar het een drukte van jewelste was om al die tractoren toch enigszins op het erf geparkeerd te krijgen.

Na en deugdoende middagpauze met een zeer goed verzorgde maaltijd konden we ons klaar maken voor de ploegwedstrijd. De perceeltjes waren al allemaal mooi afgebakend en rond 14:00 uur werden de nummers geloot. Er waren 3 rondgaande ploegen, doch ik was de enige die een rondgaande ploeg had van het palkasttype. Ik kreeg dan ook meteen de laatste nummer toebedeeld. De andere twee waren rondgaande ploegen die aan de hefinrichting bevestigd waren. Zij mochten loten voor de twee perceeltjes naast mij.

De overige 18 deelnemers konden vervolgens écht gaan loten. Er werd nog een woordje uitleg gegeven over het reglement. Er was enige onduidelijkheid over de perceelverdeling en de openingsvoor voor de rondgaande ploegen, die blijkbaar dit jaar voor het eerst aanwezig waren, doch spoedig konden we beginnen.

Ik legde een vrij goede openingsvoor aan; het was me gelukt
om ze vrij recht te maken, doch ik was niet echt tevreden over de voor
zelf: de droge poldergrond kelderde teveel in naar mijn goesting. De oorzaak
had ik al vrij vlug door: mijn schijfkouters waren een beetje ver versleten,
en dat gaf blijkbaar meer problemen in deze poldergrond dan bij ons. Het
was ook de eerste keer dat ik met de spiksplinternieuwe scharen ploegde,
en deze ondergraafden ook meer dan de oude de nog niet geploegde grond.
Voor het ploegen van de rest van mijn perceel, heb ik
de schijfkouters nog wat gediept, doch dat bracht niet veel op, in tegendeel.
De houders van de schijven sleepten dan tegen de grond, en zorgden zo voor
opstroppingen. Ondieper ploegen mocht ik ook niet meer, dus uiteindelijk
maar de schijven teruggeplaatst waar ze stonden.

Al bij al was ik zéér tevreden. Mijn eerste ploegwedstrijd was niet zo slecht verlopen - de medaille was natuurlijk voor iemand anders - en ik had veel bijgeleerd. Ik wist wat ik nog aan mijn ploeg moest doen, had kennis gemaakt met het wedstrijdreglement, had gezien hoe anderen het doen, had een pak nieuwe mensen leren kennen, kennis gemaakt met een nieuwe passie en tevens de nodige raadgevingen gekregen voor de volgende keer. En dat was maar goed ook, want ik had mij, net zoals meerdere andere deelnemers, ook ingeschreven voor de ploegwedstrijd op de Internationale Werktuigendagen in Oudenaarde op 25/09/2005, en dat was binnen 2 weken.

Ik wist meteen ook wat te doen in de twee weken voor de
Werktuigendagen: Zorgen voor degelijke kouters, en de ploeg bijstellen
zodat hij gemakkelijker ondieper zou werken. Ook alle zijkouters en de
hiel op de laatste schaar waren te ver versleten, en daar zou ik nog nieuwe
moeten voor maken. Zo zie je maar dat nieuwe schaartoppen alléén
niet volstaan om treffelijk ploegwerk te kunnen neerzetten. Veel had ik
echter zelf kunnen voorzien, ware het niet dat ik wegens het slechte zomerweer
tot dan toe nog niet had kunnen ploegen met de nieuwe scharen. Nu zal het
wel rap moeten gaan, wil ik klaar zijn voor de Werktuigendagen.
Wevelgem, 18 november 2005.
Werktuigendag bij Johan VERBEKE
te Beselare.