Wat ik aanvankelijk als een klein werkje beschouwde, (zie Deel 5 Restauratie van mijn Super BWD-6) draaide uiteindelijk uit op meer werk dan ik had verwacht.
Eerst heb ik een aantal losse dingen gedemonteerd, zoals
de schijven en het achterwiel. Vervolgens ben ik de ploeg zéér
intens met de hoge-druk spuit te lijf gegaan om zoveel mogelijk loszittende
roest en ander vuil te verwijderen. Dat gaf een bevredigend resultaat,
want ik was een beetje bang om de ploeg te laten zandstralen. Daar ik op
dat ogenblik nog niet wist in hoeverre ik de ploeg zou gedemonteerd krijgen,
wilde ik niet dat er zandkorrels in lagers of scharnieren zou geraken die
dan later niet meer open te krijgen zouden zijn. Een niet overbodige overweging
zou later blijken.

Nadien was het de beurt aan een grondige inspectie van
alle draaiende en scharnierende delen. Alle schijven werden volledig gedemonteerd,
en daar viel een en ander al ferm tegen. De schijven draaiden rond lange
bouten dwars door, en deze waren overal reeds zeer ver doorgesleten. Ook
de kussens van de schijven bleken serieus ingesleten, en eenmaal alle versteend
vet verwijderd bleek de speling toch wat buiten proporties te vallen.
Daarom heb ik drie nieuwe asjes gemaakt op Ø16,
net iets groter dan de originele bouten, en alle schijflagers uitgeboord
op dezelfde diameter, zodat de speling opnieuw binnen aanvaardbare grenzen
viel.
Bleek ook dat 1 schijf gesprongen was, en dat eveneens
het kussen ervan beschadigd was. De vorige eigenaar had toen het geheel
maar aan elkaar gelast, waardoor de schijf behoorlijk was scheef getrokken.
Hier kon ik niets meer aan doen, en zit ik derhalve nu met een schijf die
een beetje "paraplu" draait.
Eigenlijk moet ik zeggen dat de gehele schijf in lamentale
toestand is; waarschijnlijk is ze eens op een grote steen terecht gekomen,
want ook de gietijzeren wentelbare schijfhouder is deels gesprongen, zelfs
de gesmede ronde montagestang is licht geplooid en de klemmen op het chassis
beschadigd. Eigenlijk zou ik een volledig nieuw schijf nodig hebben, vanaf
de inklemming tot en met de schijf.

Vervolgens kwam het achterste wiel aan de beurt. Dit is
een zwenkwiel, en dat zag er helemaal niet goed uit: De wielnaaf was vooraan
het deksel kwijt, en bijgevolg kon de aarde zomaar de lagering binnen dringen.
De gevolgen waren dan ook navenant: de as was een tiental milimeter diep
ingesleten, en de binnenkant van de naaf ook een paar milimeter.
Ik heb daarom de as zo goed mogelijk opgelast en rond
geslepen met de hand, want, gezien de eigenaardig gebogen vorm van de gesmede
as, kon hij niet in een draaibank om hem op maat te brengen (Ø38.1
= 1"1/2). Een nieuwe maken zag ik ook niet zo direct zitten.
Om de speling in de naaf te compenseren heb ik deze uitgedraaid,
en 2 bronzen bussen geperst voor en achter in de naaf. Vanzelfsprekend
heb ik de naaf weer dicht gemaakt aan de voorkant, alsook het kanaal van
de smeernippel opnieuw doorgeboord, want dat zat proppens vol met versteend
vet, roest en aarde.

Ik wou eveneens 2 bronzen bussen monteren in de huls waarrond
het wiel zwenkt, doch ik kreeg de grote kroonmoer bovenaan niet los, zelfs
niet na duchtig opwarmen. Noodgedwongen moest ik dat dan maar laten, en
mij beperken tot het uitboren van het kanaal voor de vetnippel, die trouwens
er niet meer op zat.
Het achterwiel dient eveneens voor de heffing van de
ploeg op de kopakkers. Hiertoe scharniert het geheel rond een bout die
dwars op de zwenkhuls zit. Ook deze bout was duchtig doorgesleten, en zat
bovendien vast in het zwenkwiel, waardoor de bout meedraaide in de 2 zijplaten
waartussen het zwenkwiel zit gemonteerd. De gaten in die platen waren derhalve
goed uitversleten, zodat ik daar kleine bussen heb moeten inlassen.
Ondermeer omdat het zwenken vrij stroef verliep waren
de twee zijlaten behoorlijk getorst, zodat het wiel veel te scheef liep,
en verder plooien van de platen nog in de hand werkte. De platen moesten
derhalve gerecht worden.

Restten nu nog de voorste wielen. Het linkse wiel, waar
ook het zogenaamde palkast-slot op zit, viel best mee. De speling viel
nog binnen de perken, en de speling op het slot ook. Alléén
had ik brute pech bij het losmaken van de stofkap op het wiel; dat zat
behoorlijk vast, was van gietijzer en had bovendien nog linkse draad. Toen
ik het wilde losmaken sprong het vrijwel onmiddellijk kapot, nog voor ik
er echt kracht op had uitgeoefend. Zodoende heb ik daarvoor een andere
moeten maken.
Het linkse voorwiel was er iets erger aan toe: daar zat
merkelijk meer speling op. Om de stofkap los te maken, heb ik deze eerst
opgewarmd; één breken was genoeg! Ze kwam nadien probleemloos
los.
De naaf was behoorlijk ingesleten, de as was echter nog
vrij intact. Zodoende heb ik de naaf plaatselijk nog wat verder uitgewerkt
zodat ik ook daar een bronzen bus kon in monteren. Het wiel was te groot
om te kunnen opnemen in een draaibank, zodat in het uitwerken van de naaf
menig slijpsteentje en uurtjes zijn gekropen.
Technische gezien vond ik dat alles nu door de beugel
kon, zodat ik kon beginnen aan de voorbereidende werken voor het schilderen.
Gelukkig is het chassis in een soort smeedstaal gemaakt, wat eigenlijk
niet zo goed roest, en bijzonder weinig schilferroest oplevert. Bovendien
had de grondige beurt met de hoge-druk reiniger ook al veel loszittend
roest verwijderd. Het opkuisen van de ploeg viel eigenlijk best mee. Het
overgrote deel was zelfs goed bereikbaar met kleine schuurschijven, en
op één dag tijd stond de volledige ploeg dan ook spuitklaar.
Wat mij echter opviel was dat er, naast overwegend rood,
ook verdacht veel resten blauw te bespeuren was, doch ik kon daar geen
rechte kant aan krijgen. Op de Franse site 'les
Tracteurs Rouges' had ik in de rubriek 'Catalogues' wel gemerkt dat
beide kleuren voor kwamen, doch de meeste ploegen waren rood, en allen
hadden ze wielen in gebroken wit.
Ik heb dan ook maar de volledige ploeg in het rood geschilderd,
met uitzondering van de wielen. Of dat nu de juiste combinatie is weet
ik dus niet.

Eenmaal de ploeg volledig geschilderd, had ik ook nog
een aanhangwagen nodig om de ploeg te transporteren, gezien de ijzeren
wielen en de geringe hefhoogte. Hierbij wou ik komen tot een aanhangwagen
die zowel achter de trekker kon als achter mijn personenwagen. Hiervoor
was echter wel vereist dat kar en ploeg samen niet meer als 750 kg wogen,
anders diende een speciale aanhangwagenplaat te worden aangevraagd en bijhorende
taks en verzekering te worden betaald. Met wat zoeken en proberen ben ik
daar dan ook in geslaagd; ik heb zelfs nog 10 kg reserve.

Wevelgem, 18/07/2004.
Tractor en ploeg aan het werk tijdens de oogstfeesten
op 27 & 28 augustus 2005 in de abdij
Bonne Espérance
in ESTINNES - Vellereille-les-Brayeux, près de
Binche.
Ploegwedstrijd in Hoogstaden, op 11/09/2005.
Werktuigendag bij Johan VERBEKE
te Beselare.
Mijn eerste ploegwedstrijd
in Hoogstaden op 11/09/2005.
Europees Kampioenschap Oldtimer
ploegen in Horsens, Denemarken, sept 2009.