-- Deel 2 --
2005 begon niet zo best voor de restauratie. We zijn eerst op reis geweest, waarvan ik met een serieuse knieontsteking ben terug gekeerd. Toen de knie 2de helft van januari vrijwel genezen was, werd ik geveld door griep, zodat nóg twee weekends niets werd uitgevoerd aan de trekker. Maar begin februari was het dan eindelijk zover.

Eerst en vooral heb ik het rechter spatbord aangepakt. Daarvan was één bout afgekraakt in de trompet; de andere schroef zat er nog los in: daarvan was de oorsponkelijke Engelse draad doorgetrokken (of uitversleten van los te zitten). Het spatbord stond half vast op de trompet met een soort beugel die rond de trompet was gemaakt, doch je kon het spatbord er zo op verschuiven omdat ik de cabine had verwijderd.

Een poging om de afgekraakte bout nog te verwijderen met
een linkse draadtap mislukte, zodat ik die boutrest dus maar mooi heb uitgeboord
en vervolgens draad getrokken heb van M14.
Van het andere gat, dat wel wat ovaal uitversleten was,
had ik nog ruimte genoeg om ook daar draad te kunnen trekken van M14, zij
het wel dat de eerste centimeter te ver was uitversleten om daar nog goede
draad te kunnen trekkken.

Van de kleine voettrede, die ook helpt het spatbord vast
te houden, waren de bevestigingslippen langs de kant van versnellingsbak
afgebroken. Gelukkig waren ze nog aanwezig, en kon ik die er gewoon weer
aan lassen. De 4 boutjes waarmee de voettrede vast zit op het spatbord
waren ook goed doorgetrokken, en in het spatbord waren de gaten voor de
helft doorgescheurd. Hier moesten dus de blutsen wat worden uitgeklopt,
en de omgeving errond gelast en verstevigd met carrosserie-vloten.
Allemaal niet zo'n spectaculair werk, doch daar kruipt
toch wel heel wat tijd in.
Nadien was het de beurt aan de waterpomp. De verdraaibare regelflens zat vast, en de dikke V-riem, die serieus verstorven was, had niet meer de juiste spanning. Ik had al een nieuwe gekocht, een C-43 riem, maar kon die niet opleggen omwille van die vast zittende regelflens. Ik vreesde bovendien dat de flens er nooit meer zou af kunnen, omdat ze er blijkbaar scheef opgedraaid zat.

Vorig jaar had ik een waterpomp - voor té veel geld - meegebracht van Panningen, doch die was er erg aan toe: Alle dichtingen waren beschadigd of verdwenen, en er ontbraken ook diverse onderdelen.
Het koelwater werd afgelaten, en de radiator verwijderd,
want de pomp moest er kompleet af. Nu kon ik ook de pomp beter inspecteren,
en dat viel al bij al nog mee. De regelflens zat er blijkbaar toch nog
recht op, maar zat wel muurvast. De pomp draaide echter wel zeer zwaar,
en bovendien was er een stuk van de rotor weg.
De 4-bladige schroef liet zich vrij vlot demonteren,
doch de problemen begonnen al bij het demonteren van het juk op de kop
van de rotorstang: die wilde er langs geen kanten af, en veel kracht wilde
ik toch ook niet zetten op dit kleine gietijzeren onderdeel: één
verkeerde klop, en het zou stuk zijn.
Met wat opwarmen, en een goede poulie-trekker kwam het
juk er toch heelhuids af.
Wanneer ik de rotor wilde eruit duwen, zette deze zich
onmiddellijk vast. Met de hand was hij er niet meer uit te krijgen. Uiteindelijk
heb ik een hydraulische pers moeten gebruiken, en bleek toen dat de lange
as van die rotor danig was aangewreten door de roest dat hij niet meer
door de lange bronzen lagering door kon. De bronzen lagering bleek ook
behoorlijk ingesleten te zijn.
Gelukkig waren de rotor en het huis van de waterpomp
uit Panningen op dat gebied stukken beter, zodat ik uiteindelijk deze twee
delen heb gebruikt om later de pomp weer in elkaar te zetten.
Wat de regelbare riemschijfhelft betreft, die heb ik
écht
serieus moeten opwarmen om ze los te krijgen, maar ze is er intact
af gekomen, en daar was ik héél blij mee; die uit Panningen
was immers gesprongen en weer aan elkaar gelast, en daar had ik maar weinig
vertrouwen in.
Blij was ik ook met het feit dat ik vroeger, bij de restauratie
van mijn Super BWD-6 in 2002, een speciale sleutel heb laten laseren
om die regelbare poulieflens bij te spannen; die is mij nu echt goed van
pas gekomen.
Dank zij mijn wrak van een pomp uit Panningen, kon ik net voldoende goede delen bijeen puzzelen om een gave pomp te kunnen ineen steken. Het huis en de rotor waren de belangrijkste geleende delen, doch ik had nog een meeneempennetje nodig voor het juk. Daar bestaan er blijkbaar 2 uitvoeringen van (zie foto hieronder): de korte, zoals op mijn Super BWD-6 en zoals op de pomp uit Panningen, en daarnaast de langere uitvoering met een moer op het uiteinde, die mede de schroef helpt vast houden. Op de originele pomp van mijn B-450 zaten nu net 2 van die lange, maar één ervan was afgebroken, en kon ik niet meer hergebruiken.

Dat is wel spijtig, want als de ventilatorschroef maar
vastgemaakt zit met die 2 lange schroeven en 1 moer van de lange meeneem-pen,
dan geeft dat problemen: de schroef wil, door de zuigkracht die ze uitoefent,
precies van de pomp weg, en dat geeft soms trillingen. Dat probleem kende
ik al lang, nog van in de tijd dat mijn Super BWD-6 aan de beregeningspomp
lag, nu zo'n 25 jaar geleden. Daar is één van de schroeven
afgebroken, en op bepaalde toerentallen geeft dat zware trillingen, écht
storend en zelfs benauwelijk.
Omdat één van die lange meeneempennen afgebroken
was, moest ik wel noodgedwongen een korte steken in de plaats. Om het probleem
van het lostrekken van de schroefbladen te verhelpen, heb ik draad getrokken
van M10 in dat ene gat van het verlengstuk, zodat ik de ventilator nu opnieuw
kan vast zetten met 4 schroeven.
Bij mijn Super BWD-6 zit dat gietijzeren verlengstuk
er niet op, en zit het meeneemjuk en de bronzen spanmoer voor de asafdichting
bloot net vóór de ventilatorschroef. Deze laatste draait
ook veel dichter tegen de pomp aan, maar wél nog mooi in de afschermtunnel.
Dat is wel nodig om een goed rendement te krijgen van de ventilatorschroef.

Terwijl de pomp er nu toch af was, heb ik maar meteen
ook de rubberen slangen vernieuwd. Deze waren al wat van jaren, en een
paar vertoonden reeds lichte scheurtjes. Best van ze meteen maar te vervangen;
een waterpomp neem je nu precies ook niet zomaar af voor de lol.
Als slangen heb je 2 soorten nodig: Ø51 inw. waarvan
120 mm onderaan de radiator, 120 mm bovenaan tussen thermostaat en bovenkant
radiator en 85 mm tussen waterpomp onderaan en de verbindingsbuis naar
de onderkant van de radiator. Tenslotte heb je nog Ø38 inw. * 60
mm nodig tussen bovenkant waterpomp en thermostaathuis.
Meteen ook de ideale gelegenheid om beide V-riemen vervangen:
een C-43 riem tussen motorpoulie en waterpomp, en een A-34 riem voor de
aandrijving van de dynamo.
Bij mij staat er een alternator op, maar die staat volledig
zichtbaar onder en buiten de motorkap. Ik zal binnenkort dan ook een andere
support maken, opdat die alternator uit het zicht zou verdwijnen, net zoals
ik die gemaakt heb voor mijn Super BWD-6. De alternator zit daar ook volledig
weg, en het is me bovendien gelukt om de origenele A-34 riem te kunnen
behouden. Dat wordt werk voor een van de volgende weekends.
Ook nog voor binnenkort is een volledig nazicht van de
electrische installatie. Die ziet er erbarmelijk uit, en bovendien werkt
de alternator naar alle waarschijnlijkheid niet meer. Hopelijk is het enkel
maar de regelaar waarvan de kooltjes versleten zijn, of is er iets verkeerd
met de bedrading; we zien wel.
Wevelgem, eind februari 2005.
Carl DEVLIES.