Mijn laatste nieuwe aanwinst:
een International Harvester type W4 van het jaar 1947.
 
 

Deel 2: Perikelen met carburator en toerentalregelaar.





Wat mij aan mijn W4 stoorde, was de werking van de motor. Dat de motor vrij ver versleten was, tot daar toe, doch hij werkte niet naar mijn wens. Hij draaide te veel zoals een doodgewone benzinemotor; ik bedoel daarmee, hij hield geen toeren in functie van de belasting, kwam vrij traag terug naar ralentie, en je moest hem in de gaten houden, want hij durfde wel eens ongecontroleerd oplopen in toerental wanneer je hem met de handgas op een bepaald regime wilde laten draaien. Op ralentie viel hij ook bij de minste belasting zeer snel stil. Met andere woorden, de regelaar functioneerde niet naar behoren.
Bovendien sputterde hij wel eens wanneer je te snel gas bijgaf, en onder grote belasting was zijn toerental véél te laag.


1 = Centrifugaal gewichtjes, 4 = Bronzen geleidingsbus, 5 = Druklager 6203, 6 = Hefboom naar carburator, 7 = Drukstang naar carburator,
8 = Draaias naar vlinderklep carburator, 9 = Vlinderklep carburator, 13 = Aanslag ralenti-stand vlinderklep, 18+19 = Hefboom draaias.

Dat laatste was vrij snel opgelost. De carburator verloor langs de montageschroef van de hoofdsproeier/acceleratiesproeier een klein beetje benzine wanneer de motor niet draaide, waaruit ik concludeerde dat hij langs daar valse lucht binnen trok. Aanspannen was onmogelijk; daarvoor moest ik de carburator afnemen, zodat ik langs de vlinderklep de sproeier kon tegen houden. Van die gelegenheid maakte ik ook gebruik om de carburator volledig te reinigen, hoewel de vervuiling eigenlijk best mee viel.

1 = Venturi, 2 = Hoofdsproeier, 3 = Acceleratiesproeier, 4 = luchtkanaal acceleratie, 5 = ralentiesproeier,
6 = regelvijs luchtdebiet ralenti, 7 = regelvijs hoofdsproeier, 8 = luchtkanaal ralenti.

Ik haalde ook het deksel los van de regelaar, en stelde daar toch wel wat eigenaardige fenomenen vast. De hele mecaniek was zo geregeld - of beter gezegd: ontregeld - dat de regelaar niet meer kon werken. Hij had zoveel speling, dat hij enkel nog ervoor kon zorgen dat de motor niet over zijn toeren ging, maar voor regimes tussenin kon hij zijn werk niet meer doen.

2 = Trekveer gasregeling, 3 = Gashendel, 4 = 2 centrifugaal gewichten, 6 = hefboom naar carburator,
10 = aanslag ralenti, 11 = aanslag max. toerental onbelast.

Ik regelde dus alle speling weg, maar groot was mijn ontgoocheling toen ik moest vast stellen dat de motor met geen stokken meer boven de 1100 à 1200 toeren te jagen was. Wat nog eigenaardiger was het feit dat ik de ene keer bijvoorbeeld aan 1200 toeren geraakte, soms zelfs iets meer, en de volgende keer soms maar iets meer dan 1000. Van wispelturigheid gesproken!

Alles leek op het eerste zich vrij normaal te werken. De lagers waren wel vrij ver ingelopen, en zorgden voor een 3-tal milimeter extra speling die ik niet weg kon regelen. Daarvoor waren er nieuwe nodig; het kleintje op het bronzen schuifstuk was een 6203, en de grote met de circlips op de buitenring een 6305-NR. De nieuwe lagers brachten evenwel ook niet het verhoopte resultaat.

Zoals ik al zei, alles leek vrij normaal te werken. Toch stelde ik nu en dan haperingen vast wanneer ik de gewichtjes bij stilstaande motor met de hand bewoog, doch ik kon de oorzaak niet onmiddellijk thuis brengen. De regelaar reageerde ook nogal willekeurig, meestal goed, maar soms in het geheel niet, tenzij de afwijking te groot werd. Op zo'n moment reageerde hij dan weer overdreven.
Toen ik de regelaar voor de zoveelste keer gedemonteerd had, vond ik plots de oorzaak. Het klein rondseltje dat tussen het bronzen schuifstuk zat en de vingers van de gewichtjes zette zich nu en dan vast of de aandrijfas. Je kan misschien op de onderstaande foto zien dat hij zelfs de as al had beschadigd, waardoor het schuiven nog moeilijker werd. De veer had bijgevolg geen kracht genoeg om het schuifstuk terug te dringen, tegen de kracht van de gewichtjes in. Op die manier slaagde ze er dus ook niet in om het regime van de motor te verhogen.

Ik heb vervolgens een nieuw rondseltje gemaakt, dat vrijwel dubbel zo dik was, en het bronzen schuifstuk in verhouding ingekort. Op die manier zou het nieuwe rondsel minder vlug geneigd zijn om scheef op de as te gaan klemmen.
Nu had ik een beduidend beter resultaat, doch ik geraakte nog steeds niet aan het gewenste toerental. Ik kwam nu met veel moeite aan ongeveer 1450 toeren, nog steeds ver beneden de gewenste 1800 toeren onbelast. De regelaar werkte nu wel goed over het gehele bereik, maar nieuw was de neiging tot kadanswerking (= overdreven reageren, waardoor het toerental voortdurend op en neer loopt).

Mijn enige conclusie die ik kon trekken was dat de gewichtjes te zwaar waren, en bijgevolg te veel kracht uitoefenden ten opzichte van de trekveer. Nu wist ik dat die types motoren ook werden gemaakt voor electrogeneratoren, waarbij het toerental zo perfect mogelijk moest geregeld worden op 1500 RPM, om zo 50 Hz. wisselspanning te creëren. Ten behoeve van deze industrie-motoren gebruikte men speciale, verzwaarde gewichten, en de foutregeling van deze regelaar bedroeg 5% ten opzichte van 10% voor een tractor-motor.
Deze extra nauwkeurige regelaar was evenwel niet gebruikelijk voor tractoren, doch misschien werd de regelaar wél in die zin aangepast voor het aandrijven van de cirkelzaag. De trekker heeft immers tientallen jaren op een houtbedrijf vertoeft, uitsluitend voor het aandrijven van een zaagmachine. Misschien is zelfs die motor niet meer origineel, en werd hij vervangen door een industriemotor op 1500 RPM. Wie zal het zeggen?

De gewichtjes gecontroleerd verminderen van massa is geen sinecure, en ik kon dit het best doen door er gaten in te boren. Je moet immers zorgen dat beide gewichten exact evenveel verminderen, en je moet bovendien erop toezien dat er geen onbalans ontstaat, wat nefaste trilllingen zou veroorzaken in de regelaar. De gaten moesten bovendien komen op een zo efficiënt mogelijke plaats, t.t.z. zo ver en zo hoog mogelijk ten opzichte van de scharnieras. Daar immers geeft een verandering in massa het meeste impact op de centrifuagaal kracht van de gewichtjes.

Het resultaat van dit ingrijpen is beduidend beter, maar toch nog altijd niet helemaal bevredigend: ik had nog méér moeten wegboren, want het toerental is nog niet helemaal wat het zou moeten zijn. Ik zal het echter voorlopig zo laten, om te zien hoe de regulaar werkt in verschillende omstandigheden. Het gevaar bestaat immers dat de regelaar te traag wordt, en onvoldoende adequaat gaat reageren. Op dit moment ben ik echter vrij optimistisch, omdat de regelaar niet meer zo brutaal reageert, en ik tot nutoe ook geen neiging meer kon vaststellen tot kadanswerking. Hij draait nog wel iets te traag, maar ja, het ligt ook niet bepaald in mijn bedoeling om de oude rakker nu nog, op zijn gezegende leeftijd van 59 jaar, om te bouwen tot een koerspaardje. Het motortje is daarvoor trouwens ook te ver versleten.
 

Wevelgem, 20 mei 2006.
 
 

Terug ...