Restauratie van oldtimer
International Harvester Super BWD-6
Bouwjaar: 1955 - Serienummer: 2023.

Op een zonnige lentedag, ergens in april 2002 werd deze tractor opnieuw van stal gehaald. Hij had al een bewogen tijd achter de rug.

In 1974 werd hij door vader als oud-ijzer gekocht (per kg !) voor het aandrijven van een beregeningspomp.
Toen al was de motor reeds duchtig versleten, met enorm compressieverlies, en alle start- en olieproblemen van dien. Hij stond reeds 4 jaar buiten in een varkensweide. Hij zat volledig onder de roest, 't is te zeggen, er was vrijwel nergens, op de brandstoftank na, nog verf te bespeuren. Toch hij was nog nergens doorgeroest; in 1954 gebruikte men nog plaat voor spatborden en motorkap.

Ik heb hem toen maar met de borstel geschilderd, grondverf op de ergste plaatsen en alle plaatwerk, en daarboven - bij gebrek aan beter - olieverf, een overschotje dat vader me lachend had toebedeeld. Voor mij was het immers een schrijnend zicht, en ik wilde de oude simpatieke jongen zo niet laten wegkwijnen. Met een ander overschotje witte verf heb ik er zelfs wat fantasie aan aangebracht.

In 1976, ik was toen 18 jaar, heb ik dan de motor voor de eerste keer open gemaakt wegens zijn enorm olieverbruik. Twee kapot-gebrande zuigers, alsook alle segmenten werden toen vervangen, doch dit was boter aan de galg. Hij bleef maar rustig door olie ZUIPEN, met als gevolg dat hij nog uitsluitend afgewerkte olie kreeg, van onze eigen trekkers én van bij 2 buren.

Enfin, olie zuipen of niet, de tractor kweet zich dapper van zijn taak, en jaar na jaar vervulde hij zo gedienstig zijn taak, mits de goede zorgen van mijnentwege.
Zo kreeg hij onder andere een open vaatje van 60 liter olievoorraad gemonteerd rechts op het chassis, dat constant, via de aftapplug, het olieniveau beter en stabieler op peil hield. De normale carterinhoud was immers onvoldoende om de haspelsproeier tot op het einde op te rollen, en al draaiende olie bijgieten..., dat was vragen om een fikse oliedouche wegens de enorme compressieverliezen.

Om toendertijd alle misprijzende commentaar over mijn lieveling in de kiem te smoren, kreeg hij van mij een toepasselijke spreuk toebedeeld. Vraag maar aan een Franse patriot wat dit betekent.

Overdaad schaadt, en, 8 jaar later, of na pakweg 5000 u noeste arbeid, was dat ook zo voor die trekker. Door zijn overmatig oliezuipen raakte de aanzuigzeef verstopt, en kreeg de motor een tekort aan olievoorziening. 1 drijfstang raakte hierbij in de problemen, de overige lagers zouden er wellicht ook geen deugd aan beleefd hebben.

Vader vond dat het toen welletjes was geweest, en verving tractor en pomp door een electrisch aangedreven pomp.
De tractor was veroordeeld tot het schroot.

Mits enig zaagwerk en aandringen heb ik van vader dan tóch bekomen dat die tractor de mijne werd, en ik mocht hem zelfs droog opbergen in een afgedankt hokje. Dat bleef ook zo na vaders dood een paar jaar later, toen mijn broer het hof overnam.
Zo is hij dan ook een beetje in de vergeethoek geraakt. Een druk beroeps- en familieleven droegen daar nog extra toe bij. Pas toen een oud-concessiehouder mij in 2000 kwam vragen of ik die oude niet wilde verkopen, drong mijn vrouw erop aan dat ik hem nu eindelijk eens onder handen zou gaan nemen. Ik sprak er al 15 jaar over ...

Zo, in de zomer van 2001, deed ik een eerste poging: Alle lagerkussens van de drijfstangen werden vervangen, en de tractor in gang getrokken: Ik had echter nog steeds onvoldoende oliedruk, de compressieverliezen waren blijkbaar nog toegenomen, hij rookte en spuwde dat het niet om aan te zien was..., enfin, meer of een kwartier aan één stuk durfde ik de motor niet laten draaien.

Ziehier wat er overbleef van het bewuste drijfstanglager. De krukas was daar ook behoorlijk ingelopen, en ik vreesde voor het ergste. De nieuwe lagers gaven dan ook niet de verhoopte toename in oliedruk, en bleken uiteindelijk een maat voor niets te zijn geweest.


 
 
 
 

* * * * *





Begin april 2002: de tractor is overgebracht bij mijn schoonbroer Marc, waar ik over voldoende plaats kon beschikken om eraan te werken. Nu zou ik hem écht grondig aanpakken; na 18 jaar verwaarlozing was ik hem dit meer als verschuldigd.
Eerste werk: krukas uithalen om te zien of die nog herstelbaar was. Indien wel, of indien ik aan een goede occasie kon geraken, dan moesten ook zuigers, segmenten, drijfstangen en cilinderbussen vervangen worden.

De motor is een BD-264, (inhoud 264 inch³ = 4326 cc, B = Britisch, D = Diesel) van Engelse makelij. Hij levert ongeveer 50 pk bij 1450 RPM. Het maximaal leeglooptoerental bedraagt 1595 RPM. Zijn serienummer is 8897, van het bouwjaar 1955.
Deze motor werd oorspronkelijk gemaakt voor petroleum, en later versterkt voor een diesel-uitvoering.
Hij is van het zuivere dieseltype, want er werden er ook gemaakt die startten op petroleum (met carburator en bougies) en bij voldoende bedrijfstemperatuur werden overgeschakeld op diesel. De brandstofpomp is een CAV lijnpomp met mechanische full-range regelaar. Er bestaan er ook met Simms-brandstofpompen en injecteurs.
De trekker is van 1955 en eveneens van Engelse makelij (Doncaster), en zijn chassisnummer is 2023.

Bemerk op de volgende foto - de extra pijp voor carter-ontluchting. Deze stond er al op toen vader de tractor kocht. Bij ons aan de beregeningspomp draaide de tractor bovendien steeds zonder de olie-vuldop, om ook langs daar zijn overtollige carterlucht weg te krijgen. Vanzelfsprekend kwam hierlangs ook heel wat oliedamp vrij, en dat zie je aan de mooie zwarte kleur van de motor. De manometer onderaan tekende, na de nieuwe drijfstanglagers, ongeveer 400 gram oliedruk bij 1500 RPM, en dat is zéér weinig.

Het eerste wat ik bekeken heb is natuurlijk de bewuste drijfstang (n°2).
De lagering hiervan was opnieuw aan het inlopen, dus best dat ik er niet zoveel mee gereden had.

Intussen wist ik al dat het moeilijk zou worden om overmaatse lagers te vinden, iets wat absoluut nodig was voor het herslijpen van de krukas. Voorwaarde was wel dat de 2de drijfstang zich niet al te ver had ingevreten in de krukas, max. 2/10 op de diameter.

Na afname van de cilinderkop, blijkt ook in welke staat de zuigers en hun segmenten zijn: opnieuw twee zuigers ingebrand (boven en opzij, wat wijst op slechte injecteurs, maar vooral op overmatig compressieverlies).
Zowat 2/3 van de segmenten zijn kapot of verdwenen.

Alle olieschrapers zijn stuk, en de cilinderbussen zijn gemiddeld 3/10 à 4/10 mm ingelopen, zodat de segmenten te ver buiten de zuigers bewegen, en zodoende de zittingen uithameren. Enfin, deze waren so wie so toch voorzien om te vervangen, dus weinig getreurd om dit hoopje oud ijzer en aluminium.
Nokkenas, klepstoters, tuimelaars, kleppen, waterpomp blijken in behoorlijke staat te verkeren, zodat daar geen extra kosten zullen moeten naartoe gaan; alleen wat poets- en reinigingswerk zijn méér als welkom. Het vuil van een paar duizend liter afgedraaide olie ligt er millimeters dik op, en de jaren stilstand maken er een goed klevende boel van.
 

Begin mei 2002: De motor ligt eruit, klaar voor verdere demontage.

Nog de krukas eruit, en dan maar in stilte hopen dat die nog te herstellen valt.
Bij deze ook een welgemeende dank aan mijn schoonbroer en tractorliefhebber Marc, voor de hulp bij de demontage van de toch wel bijzonder zware stukken. Gietijzer was in 1954 blijkbaar een goedkope materie.
 

Vervolg....