Restauratie van oldtimer
International Harvester Super BWD-6
Bouwjaar: 1955 - Serienummer: 2023

--  Deel 3  --

Hierna volgt het verslag van de verdere ontwikkelingen van de restauratie, met een stand van zaken op 11 mei 2003.

Waar ik aanvankelijk hoopte dat Sinterklaas een en ander zou bijbrengen voor de verdere afwerking van mijn trekker, moest ik tot mijn grote teleurstelling vaststellen dat dit niet het geval werd. De Sint heeft andermaal de weg naar mijn huis niet gevonden, noch naar de boerderij van mijn broer waar de trekker overwinterde.

Na oktober 2002, het einde van het 2de deel van dit verslag, kreeg ik op de hoeve van mijn broer de kans om de trekker eens in te spannen bij núttig werk tijdens en na de aardappeloogst. Vermits de trekker geen heffing heeft, is het niet zo evident om een werkje te vinden dat meer belastend is dan zomaar wat rondtoeren op de openbare weg. Dat zou goed zijn om de motor eens te roderen bij zwaardere belasting, doch ik moest die pogingen al zéér snel stop zetten.
Vanaf het ogenblik dat de olietemperatuur iets hoger opliep, viel de oliedruk sterk naar beneden, zo erg zelfs dat ik bij 900 RPM vrijwel geen oliedruk meer had.

Prompt werd het oliecarter terug los gemaakt, en deed ik een grondige inspectie van de 2 toendertijd meest beschadigde drijfstanglagers, doch kon niets abnormaals vast stellen. Dan maar de oliepomp verifiëren, die ik tijdens de restauratie al had bekeken. Ze was wel ingesleten, doch ik meende dat ze kon voldoen...

Misschien bleef het overdrukventiel deels open staan, dus heb ik dit wat extra gepolierd, en de pomp terug gemonteerd. Er werd verse olie opgedaan - er lag wat ijzerpoeder in de grond van de carter: de eerste inloopperiode - en de motor terug opgestart. Alles bleek normaal te zijn.

Intussen werd het tijd voor de winterslaap van de trekker, want zonder cabine zomaar op wandel gaan wordt dan echt niet meer aangenaam. Bovendien moest hij terug in zijn oude schuilplaats waar hij al 18 jaar vertoefde, en deze kan hij dan niet meer verlaten eenmaal mijn broer zijn aardappelen heeft ingeschuurd.
Met grote tussenpauzes, en een beetje naargelang de temperatuur in de schuilplaats heb ik intussen de verlichting aangebracht. Ik heb niet uitgekeken naar een originele verlichting, daar ik de voorkeur geef aan een hedendaagse en regelmentaire verlichting: per slot van zaken wil ik er geregeld eens mee op stap zijn, en op de openbare weg is een correcte verlichting wel aangewezen.

Op 12 januari kon hij eventjes de benen strekken, toen we met enige vrienden oldtimer-verzamelaars uit de streek van Moorsele-Wevelgem samen optrokken naar Rollegem-Kortrijk voor de jaarlijkse tractorwijding en de Sint-Antonius viering. Het werd een bar-koude uitstap, maar de warme hutsepot en de gezellige sfeer brachten ons snel weer op de goede temperatuur.
Gelukkig voor mij was er in de aardappelloods net voldoende plaats vrij om mijn trekker buiten te rijden, en ik ben meegereden met een reeds gemonteerde verlichting, die evenwel nog niet was aangesloten. De stikkers waren ook reeds gekleefd, en de nieuwe metertjes (gekocht bij H.P.S., Historische Parts Service in Nederland) gemonteerd, en dat herinnerde mij er op deze koude uitstap eraan dat ik nog een termostaat moest kopen.
De motorolie kreeg bij zo'n weer niet de kans om op te warmen, zodat geen oliedruk-problemen opdoken.

In het voorjaar spande ik hem opnieuw in voor een karweitje, en al vlug kwam hetzelfde oliedruk-probleem terug. Een tweede inspectie leverde alweer geen abnormaliteiten op ter hoogte van de lagers, zodat ik moest besluiten dat de oliepomp tóch te ver versleten was. Eigenlijk niet te verwonderen, na al die jaren afgewerkte olie te hebben gekregen, en de verstopte aanzuigzeef die de motor destijds fataal werd. De pomp had te lijden aan cavitatie-beschadiging, en viel eigenlijk niet te repareren.

Ondertussen had ik al een paar maanden geregeld email-contact met Ludo JOIRIS uit Corbreuse, een 30-tal km onder Parijs. Ludo heeft immers ook zo'n trekker, en hij had voor de restauratie ervan veel zaken gebruikt van een niet meer te restaureren Farmall met dezelfde motor. Hij had voor mij dan ook nog een dergelijke oliepomp over, zodat ik op een zondag er eens op uit trok om die af te halen. Hij had ook nog de onderplaat aan het vliegwiel, en ook de ronde bolhoed - spijtig genoeg in niet al te beste staat - boven op de luchtfilter. Ik heb daar ook nog het lamellenrooster vóór de radiator kunnen op de kop tikken, zodat de restauratie nu vrijwel compleet is. Voor wie het mocht interesseren, er zijn daar nog tal van delen te bekomen, o.a. een complete brede voortrein voor een Farmall, een intacte krukas, radiator, capeau, luchtfilter, injectiepomp (ik denk een vacuüm geregelde pomp, zeker geen CAV of Simms), ...


 
 

De trekker van Ludo JOIRIS, prachtig gerestaureerd.
Als je het Frans voldoende machtig bent, dan moet je zeker eens naar zijn site gaan; er hangt
immers ook een heel verhaal aan zijn trekker.
Bovendien verzamelt hij nog tal van andere oude trekkers, o.a. rupstrekkers en Lanz













Beetje bij beetje werkte ik ook verder aan de verlichting, en toen die klaar was moest ik vast stellen dat de Lucas-dynamo het plots opgaf. Ik had er een meegebracht vanuit Frankrijk, doch deze was er al even erg aan toe. Van beide was het achterlager, een kunststoffen busje, uitversleten, zodat de rotor tegen de windingen was aangelopen. Van beide waren de rotor op tal van plaatsen in kortsluiting. Om deze te herstellen moesten ze herbobineerd worden, doch dit kwam mij een beetje te duur uit, en ten slot van zaken blijft het een (onbetrouwbare) dynamo.
Ik heb geopteerd om een tweedehandse alternator te plaatsen, die meer vermogen levert, en doorgaans ook meer betrouwbaar is. Ik moest dan wel een volledig nieuwe steun maken, en daar ben je ook al een dagje mee zoet, vooral omdat ik hem een beetje wilde weg'camoufleren', zodat het origeneel uitzicht van de tractor er niet zou onder lijden.
Nadien moest ik nog het hele systeem ompolen, want, zoals het een goede 'averechtse' Engelsman past, was ook hier de '+' aan de massa gelegd, een traditie die men in Engeland nog zéér lang heeft vol gehouden.

Omdat ik met een slechte gloeibougie zat, en problemen had met de voorschakelweerstand (ook niet zo vlot meer verkrijgbaar), heb ik ook besloten alle originele bougies te vervangen door snelgloeiers. Ik had deze via het internet gevonden in Engeland, bij K. J. Lutkin. Je dient een adaptie te monteren in het bougiegat, tesamen met de eigenlijke gloeikaars. Het is echter wel ten sterkste aan te raden, eerst de schroefdraad (3/4" UNF) op te schonen in het injecteurhuis, anders draai je de gloeibougie kapot tijdens de montage. Ik heb dat tot mijn scha en schande zélf ondervonden.

In het gat in het dashbord waar de voorschakelweerstand zat, heb ik nu een kontaktslot gemonteerd - dat zat er origeneel niet op - en daarmee bedien ik ook de lichten.

De originele lichtenschakelaar die al jáááren vast zat, heb ik verwijderd, en daar paste net een heuse VDO-urenteller in. Dat is wel handig voor het onderhoud. Sommige trekkers hebben een mechanische urenteller zitten achter op de brandstofpomp, doch deze optie had ik ook niet. Het kleine dashbord, net als de verlichting, is dan ook niet meer origineel, maar ja, het zij zo.

De geplaatste verlichting vind ikzelf niet zo bijzonder geslaagd; de trekker is er zeker niet mooier op geworden, maar ja, het moest nu eenmaal, om regelmentair op de weg te kunnen. Het is dan ook niet zo evident op de ronde achterspatborden iets degelijks te bouwen, en er tegelijkertijd voor te zorgen dat je nog op de trekker kan plaats nemen: je moet er immers langs achter op.
De klevers hebben echter wel veel goed gemaakt aan het algemeen zicht van de trekker, zodat ik eigenlijk tóch nog tevreden ben met het resultaat.

De binnenin flink geroeste brandstoftank heeft mij ook al wat kopzorgen bezorgd, doch ik denk dat het nu wel ongeveer voorbij zal zijn. De roest is ontstaan tijdens die 18 jaar gedwongen inactiviteit in zijn niet altijd even droog afdakje. Gedurende die 18 jaar was de tank vrijwel leeg, en door condensvorming zijn de problemen ontstaan. Een lesje voor de toekomst.
Een érg grondige poestbeurt met staalwol en hogedrukreiniger waren nodig om de tank binnenin weer vrij te maken van losse roestschilfers, die meer en meer de leidingen verstopten. Rest mij nog - uit veiligheid - een nieuwe brandstoffilter te plaatsen, en de trekker is klaar voor de 20-jaar happening van O.T.C. (Oude Tractoren Club) te Roeselare op 29 mei 2003 in de landbouwschool.













Carl DEVLIES, Wevelgem, 11 mei 2003.
 
 

Vervolg...