Restauratie van oldtimer
International Harvester Super BWD-6
Bouwjaar: 1955 - Serienummer: 2023

--  Deel 5  --



Sedert mijn laatste verslag van juli 2003 is er aan mijn trekker eigenlijk niet zoveel gebeurd.
Hij kreeg een paar andere achterbanden, want de oorspronkelijke waren reeds zeer zwaar aangetast door de tand des tijds; ik vertrouwde ze niet meer, want de scheuren begonnen serieuse proporties aan te nemen. Zodoende, vóór ik vertrok naar de Werktuigendagen in Oudenaarde eind september 2003, heb ik er maar andere op gelegd, behoorlijke tweedehandse banden.

Van het hendeltje voor mijn brandstofpomp, zie deel 4, is niets van terecht gekomen. Ik moet het dus nog steeds stellen met het opgekalefaterde ding dat er nu in zit. Bij deze dan ook nog een dringende oproep om me vooralsnog zo'n hendeltje te bezorgen.

Wat ik ook zocht, weliswaar zonder te vermelden op deze site, was een heffing voor mijn trekker. Dat was immers in die tijd voor deze trekker een optie, en die zit er niet op.
Wil je tegenwoordig iets of wat nuttig werk doen met je trekker, dan is een heffing onmisbaar. Ik kon dus op de boerderij van mijn broer of schoonbroer weinig aanvangen met mijn trekker, tenzij hem eens voorspannen aan een vrij zware sleepeg van mijn schoonbroer. Het is dan ook het enige tuig waarvoor mijn trekker eens mocht (moest) op zijn tanden bijten, maar hij deed het prima. De allom gekende conditie van de BD-264 IH-motor is zeker en vast terug van de partij, en 50 noeste paarden sleurden zonder veel problemen de eg door de tarwestoppel.
Het vervelende evenwel was dat ik die eg niet kon oplichten, en resten stro zorgden geregeld voor vertoppingen in de eg. Doen alsof je het niet ziet, en doorrijden in de hoop dat de verstropping zich vanzelf zal loswerken, hielp meestal niet, en je raadt al wie er dit keer op zijn tanden mocht bijten!

Verschillende contacten via email en andere wegen maakten alleen maar duidelijk dat het zoeken naar een originele heffing voor deze trekker een hopeloze zaak zou worden. Een tijd lang speelde ik met de gedachte om zélf de heffing te maken, en dan te zoeken naar een degelijke hydraulische pomp uit een IH B-450, de véél talrijker gemaakte opvolger van mijn traktor, doch dat laatste viel ook tegen.

Eind januari kwam ik dan plots te weten dat er een B-450 stond te verkommeren in een loods op een boerderij hier vlakbij. Bleek dat de trekker reeds 5-6 jaar stil stond wegens 'problemen met de motor'. Bij nader toezicht bleek de motor vast te zitten, doch de verkoper beweerde bij hoog en laag dat de trekker al draaiende de loods werd binnen gereden, en dat hij niet buiten heeft gestaan en zeker geen water langs de uitlaat heeft binnen gekregen.
Na wat over en weer gepraat, kocht ik uiteindelijk de trekker tóch. Waarschijnlijk zou de hydraulische pomp nog goed zijn, aangezien de trekker steeds werd gebruikt tot aan de motorpanne. Het pijpwerk was ook nog gaaf, en vermits ik geen originele heffing kon vinden voor mijn trekker, dacht ik eraan om eventueel de volledige heffing van deze B-450 over te plaatsen op de mijne. Was het niet origineel, ik zou dan toch een heffing hebben, en hiermee eveneens een héél pak meer mogelijkheden om met mijn trekker te werken.

De trekker werd naar de hoeve van mijn broer gesleept, en enkele pogingen om de motor op de baan los te trekken brachten niets op. De motor moest daarvoor wel serieus vast zitten.
Een goede beurt met de hoge druk reiniger was wel het eerste wat die trekker nodig had. Hij zat goed onder de olie, aarde en stof. Binnenin de afschuwelijke kabine - blijkbaar een originele IH-cabine uit Engeland - was het nog erger: een dikke laag met hydrauliekolie doordrongen aarde.

Na die grondige poetsbeurt heb ik die trekker eens van wat naderbij bekeken: afgezien van wat doorroeste spatborden bleek die over zijn geheel nog zéér gaaf en goed te zijn. Er stond zelfs nog een originele verlichting op, ook een optie die niet gemakkelijk meer te vinden is. Het plaatwerk had de tijd goed doorstaan, en er waren weinig deuken te bespeuren.
De kabine was er slechter aan toe, maar die moest er so wie so toch af, al was het maar omdat ik hem zo niet in mijn schamel berghokje binnen kon krijgen.
En als ik nu eens tóch die motor zou loskrijgen ......
Maar ja, dan had ik wéér geen heffing voor mijn Super BWD-6, en uiteindelijk had ik die B-450 daarvoor gekocht !

Tegen de avond had ik, met veel zwoegen en zweten ondanks de lage januari-temperaturen, die cabine eraf. De originele schroefbevestigingen waren overal gescheurd, en men had er blijkbaar niets beters op gevonden om die cabine langs alle kanten vast te lassen aan de trekker. Onnoemelijk veel hoekjes en kantjes, op de onmogelijkste plaatsen overal rond de cabine moesten op die manier ervoor zorgen dat ze op de trekker bleef staan.
Vóór ik de trekker opborg, heb ik de motor nog vlug via in- en uitlaatcollector vol gegoten met diesel en afgewerkte olie. Volgend weekend zou ik toch maar eerst eens proberen om die motor los te wrikken.

Gewapend met enkele wringijzers ging ik het volgende weekend dan ook de vastzittende motor te lijf. Na een paar uren vergeefse pogingen op motorpoulie en rechtstreeks op het vliegwiel was ik nog geen stap - of geen 1000ste van een toer - verder.
Als die koppige motor dan toch voor de schroothoop is, dan toch nog maar eerst eens de grove middelen boven halen: ik maakte een lange hefboom van bijna 2 meter, en laste daar enkele tappen op die precies pasten in de plaat van de koppeling.
Eerst nog eens braafjes met de hand geprobeerd, doch geen beweging in te krijgen, een paar vlaamse krachttermen ten spijt.
Dan maar met mijn rug tegen de muur, en mijn voeten op de hefboom. En ja hoor, ik hoorde enig gekreun, al was ik nog niet zeker of het van de motor kwam dan wel van mijn hefboom, want die had het hard te verduren.
Een volgende poging gaf evenwel uitsluitsel: de koppige motor gaf forfait!
Met voorzichtige slingerbewegingen aan het vliegwiel, en nog wat extra smering via in- en uitlaatcollector, kwam de motor geleidelijk los, en kon ik niets abnormaals horen of voelen bij het bewegen van de krukas.

Nu kon ik niet langer meer wachten. Een andere trekker werd ervoor gelegd, en de trekker werd aangesleept, doch vertikte het om op eigen kracht te draaien. Hij had wel enkele vergeefse knallen gegeven, en hij rookte ook voordurend blauw-wit met tussendoor iets zwartere pluimen te teken van goede wil.
Er moest iets verkeerd zijn met de brandstoftoevoer; leidingen nagekeken, filters gecheckt en vervangen en nogmaals geprobeerd: Opnieuw niets !
Dan maar een grondigere inspectie, en dat leverde uiteindelijk een kapotte brandstof-opvoerpomp op. Op die manier kon hij natuurlijk niet draaien, zeker niet nadat ik de leidingen had open gemaakt. Dat verklaarde ook waarom de verkoper zei dat de motor geen vermogen meer gaf, en juist dáárom aan de kant werd gezet.
 
 





De week erop had ik een ander voedingspompje, en dit keer startte de motor zonder al te veel problemen bij de eerste aanloop. Hij draait kordaat en met karakter, en is nog verre van versleten.
Ik begon het van dat ogenblik af écht zonde te vinden om die trekker te slopen, enkel en alléén maar om er de heffing ervan uit te halen. Bovendien zou de heffing het origineel karakter van mijn trekker ernstige schade toebrengen, wat vooral de kenner zou storen.

Aan de B-450 zijn wat technische mankementen op te lossen, o.a. de verdraaibare flens voor de poulie van de waterpomp, het regime van de motor lijkt mij iets te laag, de spatborden moeten bijgewerkt worden, de electrische bedrading is duidelijk in een ver gevorderde staat, .... en in een later stadium zal hij ook wel eens geschilderd raken. Maar dat is stof voor een ander verhaal, los van mijn gerestaureerde Super BWD-6 waar het in deze site eigenlijk om te doen is.
 

En zo komt het dat ik nu ineens wél een tweede trekker heb, maar nog steeds géén heffing voor mijn gerestaureerde Super BWD-6.

*  *  *  *  *  *  *  *

Tijdens de vele contacten die ik hiervoor had met verschillende mensen, heb ik steeds - als volwaardig alternatief - voorgesteld dat ze een zogenaamde rondgaande palkast-ploeg mochten aanbieden. En dat is dan ook wat er begin april 2004 uit de bus is gekomen.
Via de kennissenkring van Gilles GRANIER, de website-beheerder van de Franse zéér uitgebreide IH-site 'Les Tracteurs Rouges' ben ik in Zuid-Frankrijk, nabij Toulouse bij een fruitkweker terecht gekomen die nog een dergelijke ploeg te koop had, een 3-schaar nog wel, van het merk IH en het type F8, bouwjaar ca. 1950-1955.
 
 





De ploeg is uitzonderlijk goed bewaard; naast de goede zorgen zal het drogere klimaat daar wel voor een groot stuk tussen zitten. Bovendien viel de prijs bijzonder mee, en ik heb hem dan ook gekocht via de telefoon, zonder hem ooit gezien te hebben. De man wist ook nog een transporteur aan te wijzen, die de ploeg voor mij wel wat dichter bij huis zou brengen de eerstvolgende keer dat hij naar België kwam.
Uiteindelijk kwam de ploeg 2 weken later terecht in Bastogne, waar ik hem het volgende weekend afhaalde. Het werden dus maar 600 km op en af, in de plaats van 2200 km naar Toulouse over en weer.
 
 





Ik kon het dan ook niet laten om nog diezelfde dag de ploeg uit te proberen. Snel gooide ik wat diesel en afgewerkte olie over de scharnieren en hendels, en maakte die zonodig los. Van de 3 kouterschijven waren er 2 die niet wilden draaien, maar dat gaf niet voor een eerste test. Ook het achterste wiel loopt en draait wat stroef, maar ook dat mocht geen belemmering zijn voor een eerste test. De scharen werden wat opgeslepen, zodat de meeste roest eraf was. In de smeerpunten die nog functioneerden werd ook vlug wat vet gepompt, kwestie van nu geen brokken te maken.
De ploeg funtioneerde prima, ook het vrij delikate palkast-slot in het linker wiel dat voor de heffing van de ploeg moet instaan.
 
 





Zo heeft mijn trekker nu een duchtig speeltje, waar hij eens goed zijn 50 paarden kan laten op botvieren. De tarwestoppels bij mijn broer en schoonbroer voor volgend seizoen zal hij zeker voor zijn rekening krijgen. Daar zal hij wel een paar uur mee zoet zijn.
Wie een evenement voor ploegen heeft, of een vriendschappelijke ploegwedstrijd, mag het me zeker laten weten.

Voor mij wordt het eveneens een nieuw speeltje: alle scharnieren en draaiende delen moeten nog gedemonteerd worden, duchtig gereinigd, eventueel kijken om de speling ervan weg te nemen. Vervolgens staan nog een grondige reiniging, eventueel een zandstraalbeurt en het schilderen van de ploeg op het programma van de komende weken.
Bovendien zal ik nog een kar of iets dergelijks moeten maken om die 550 kg wegende ploeg te vervoeren langs de weg.
Werk aan de winkel dus, en dan spreek ik nog niet over de B-450 van daarnet.
 

Carl DEVLIES,
Wevelgem, 1 juni 2004.
 

5 en  6 juni 2004: Feest op spoorlijn 69 Kortrijk-Poperinge, naar aanleiding van de 150ste verjaardag. Op 20 maart 1854 mocht Poperinge de eerste trein vanuit Ieper verwelkomen, waar de treinen ook pas sinds 1 januari van datzelfde jaar voor het eerst toekomen vanuit Komen-Comines. Het traject Kortrijk-Komen werd ingehuldigd in 1853.
Naar aanleiding van deze festiviteiten zorgt stoomlocomotief 29013 voor de nodige sensatie. Hij werd eind 2003 gerestaureerd, en was voor het laatst op de sporen in 1966 tussen Ath en Denderleeuw. Hij werd in 1945-46 gebouwd in Montreal, Canada, en sleept hier een sliert wagons die allemaal meer als 70 aar oud zijn.


 

Vervolg...
 

Terug...