Home | Voorwoord | Rasbeschrijving | Verzorging | Aanschaf | Opgroeiende Pup | Opvoeding | Gezondheid | Verhalen & Anekdotes | Foto's | Clubs | Links | Contact | Forum

Gespierde schouders die borstbreedte geven en schuin geplaatst zijn. Ellebogen goed onder het lichaam geplaatst en niet naar binnen noch naar buiten gedraaid.
De schouderbladen liggen plat langs de borstkas en kunnen makkelijk langs de ribben glijden als de hond in beweging is. De bladen moeten dan evenwijdig met de wervelkolom bewegen en niet naar binnen of naar buiten gaan draaien.
De bovenste punten van de schouderbladen moeten dicht tegen de wervelkolom aanliggen. Afhankelijk van de grootte van de hond mag je twee tot drie vingers tussen de schouderbladen kunnen leggen. Als de afstand te groot is zal de hond veel spiermassa nodig hebben alleen om de zaak bij elkaar te houden, waardoor de hond er frontaal erg massief gaat uitzien. Een goede lengte van de bladen zorgt er ook voor dat deze punten ongeveer op gelijke hoogte komen als de ruggengraat zelf, te lange schouderbladen zorgen ervoor dat de punten boven de wervels uitsteken, te korte voor afhangende schouders.
Volgens de meeste literatuur moeten de twee uiterste punten van het schouderblad in profiel in een hoek van 45° liggen. In de praktijk is dit echter achterhaald, de enige honden die deze waarden kunnen voorleggen zijn honden als de Tekkel. Meer realistisch voor een normale hond is een hoeking van ongeveer 55-60°, voor windhonden is dit zelfs nog 10° steiler zodat we voor een goed liggend schouderblad op een waarde komen van 65-70°.
De lengte van de bovenarm moet minstens even groot zijn als de lengte van het schouderblad. Daardoor komen de ellebogen mooi ónder de hond te staan en geeft hij geen "steile" indruk, waarbij de voorborst in profiel bijna niet te zien is. De bovenarm moet ook sterk gespierd zijn.
De voorarmen moeten een zwaar bot hebben. Ze moeten ook volkomen recht ogen. De hond mag niet door zijn polsen zakken en zeker geen voorover gebogen pols hebben, waarbij het lijkt alsof de hond zijn poot niet volledig kan strekken. Ook frontaal moeten de benen volkomen recht zijn, waarbij de voeten niet naar binnen noch naar buiten mogen gedraaid zijn.