![]() |
||||
| 7de duik - Wrak van de THISTLEGORM Op de derde dag steken we het 'kanaal' over, op weg naar Gottat El Shebna en de Thistlegorm. Hier gaan de poppen aan het dansen. Iedereen zit binnen stil rond de tafel. We houden elkaar in het oog, kijken wie het eerst bleek, en daarna zeeziek wordt. Ik heb dapper mijn Touristil in mijn kastje gelaten. De boot rolt en stampt en danst in de golven. Door de ramen zie je zee, lucht, zee, lucht... Sommigen klimmen naar boven op het stuurdek - buiten in de wind gaat het veel beter. Maar zelfs binnen went het wel. Ik fixeer mijn blik door de open deur op een schip aan de horizon, en het misselijke gevoel verdwijnt. Nog beter gaat het wanneer we land zien, een stuk rotskust van Gottat El Shebna. Midden op zee liggen enkele boten. Daaronder ligt hij .... de Thistlegorm ! De Thistlegorm is waarschijnlijk het meest bekende wrak van de Rode Zee. Het is een 131 meter lang vrachtschip, gebouwd in 1940 met een tonnenmaat van 9009 ton. Het maakte in totaal 4 reizen, waarvan de laatste volgestouwd met materiaal voor de Britse troepen: Bedford vrachtwagens, Morris personenwagens, motorfietsen BSA type WDM20, kleding, generatoren, vliegtuigonderdelen, veldbedden en medische benodigdheden, rubberboten, Lee Enfield MK III geweren en munitie, explosieven zoals antitankmijnen, artillerieraketten en handgranaten, verder banden, twee kleine tanks MK II Bren-Carrier, twee tankwagons, vier spoorwagons en twee kleine locomotieven. In de nacht van 5 October 1943 werd de Thistlegorm gebombardeerd door een Duitse Heinkel He 111 bommenwerper, die het konvooi zag liggen in het maanlicht, en het grootste schip tot doelwit koos. 5 schutters en 4 zeelieden vonden de dood. Nu ligt zij op de zanderige bodem, het hoogste punt 18 meter onder de wateroppervlak, het laagste punt gaat tot 31 meter diep. De enorme explosie sloeg een groot gat ter hoogte van het vierde laadruim,
en het schip is in twee gebroken. Op het dek staan nog de twee treinwagons, de tanks
ingedeukt door de enorme druk.
In het ruim vinden we de wagens, motors en vrachtwagens, onder een dikke laag slib. Alles was niet te zwaar was en niet te vast zat, zoals koplampen, meters uit het dashboard en dergelijke, is reeds verdwenen aan de hefballons van souvenirjagers.
Er is veel volk op het wrak. Marc en ik zwemmen door het achterste ruim, dat leeg is op een paar kratten na, en zwemmen naar buiten door het grote gat. Daar liggen de kisten met munitie en allerlei materiaal, ook kisten met grote obussen. Er staat weinig stroming, wat een geluk is want de stromingen zijn hier erg verraderlijk en kunnen van minuut op minuut veranderen. Een paar meter van het wrak verwijderd ligt het onderstel van een Bren-Carrier tank op zijn zijkant, nog net herkenbaar aan de contouren van de rupsband. Nog iets verder staat een kleine stoomlocomotief, waarvan alleen de ketel nog op het onderstel staat. Het aandrijfmechanisme is helemaal overgroeid. Ik neem een foto maar het zicht is zo slecht dat de loc nog nauwelijks herkenbaar zal zijn. Het wordt stilaan tijd om de duik te beëindigen. We keren terug naar het ankertouw,
waar we Zoom en de anderen ontmoeten. Samen stijgen we op. Het middageten wacht. |
||||
| 8ste duik - Wrak van de THISTLEGORM Terug de dieperik in, voor een tweede duik op de Thistlegorm. We gaan een kijkje nemen op het achterschip. De grote schroef steekt half in het zand. Op het achterdek kruipt Peter in één van de toiletten. Altijd goed voor een humoristisch kiekje. Op het achterdek staat ook het boordkanon, dat nooit de kans heeft gekregen om terug te schieten. We zwemmen terug naar het gat in de romp. Marc fotografeert de details van een grote obus. Peter poseert met een rubberlaars die al 54 jaar op de bodem ligt. Marc probeert hem aan te trekken maar het is zijn maatje niet. Ik neem een foto van Marc terwijl hij een obus vasthoudt. Daarna geeft hij 'm door aan Peter, die prompt voorover met zijn gezicht in het zand valt. Hij slaagt erin om weer recht te raken, maar verdwijnt daarbij in een dikke wolk zand. Ik neem nog een foto voor de moeite, maar veel is er niet op te zien. Gunther, inmiddels nog nauwelijks zichtbaar in de zandwolk, geeft het na één poging al op en laat de obus voor wat ze is.
Terwijl we terugzwemmen naar het ankertouw zien we op één van de kisten een krokodilvis1 liggen. We wachten aan het touw tot Zoom en Patrik er ook zijn. In de verte zwemt een barracuda2 over het dek. Marc weet hem op foto vast te leggen. Dan stijgen we op. De duikcomputers beginnen in deco3 te gaan, de ene vijf minuten, een andere tien, en ik
steek iedereen weer triestig de loef af met twaalf minuten trappen. De zee is
redelijk woelig geworden, en één na één klimmen ze aan boord. Na een tijdje komt Zoom
naast mij aan het touw hangen om te kijken wat er gaande is. Ik toon hem mijn TRAC.
Wanneer de timer op nul komt geef ik een teken en stijg op. Terwijl ik aan dek kruip, word
ik gezegend met mijn koosnaampje voor deze reis: "deco-boy". |
||||
| 9de duik - GOTTAT EL SHEBNA Reef Derde dag, derde nachtduik. Of beter gezegd, rampduik! Amper tien minuten onder water en Patrik's lamp begeeft het al. Batterij leeg. We zwemmen rond het rif, nemen nog een paar foto's. Dan komt Marc in de problemen. Zijn inflatordarm4 is losgekomen, en hij kan zich niet meer uittrimmen 5. Hij doet z'n lood af en legt het op een zandplek. Patrik neemt het lood mee. Een half uur later begeeft ook mijn lamp, geen stroom meer. Ik heb gelukkig m'n
backup-lampje bij, dat geeft nog verbazend veel licht voor zo'n klein ding. Uiteindelijk
komen we toch allemaal gezond en wel aan boord.
|
||||
| (1) Krokodilvis:
(Cociella
crocodilus) Behoort tot de familie van de Schorpioenvissen (Scorpaenidae).
Is het minder gevaarlijke neefje van de steenvis. (2) Barracuda: (Sphyraena barracuda) Behoort tot de familie van de Barracudas (Sphyraenidae). Heeft een grote, krachtige bek met veel hondachtige tanden. Barracuda's leven meestal in grote scholen en durven naar verluidt in groep ook duikers aan te vallen. (3) Deco: Een duiker kan maar een beperkte tijd op diepte blijven, omdat door de druk zijn lichaam verzadigd raakt met stikstof. Wanneer hij de geen-decompressie tijdslimiet overschrijdt, moet hij tijdens de opstijging bepaalde haltes of 'trappen' in acht nemen om een duikongeval (deco-ongeval of caissonziekte) te vermijden. Deze deco-stops of 'trappen' zijn wetenschappelijk berekend en staan in tabelvorm, de zgn. 'duiktabellen'. NELOS gebruikt de duiktabellen van de U.S. Navy, maar er zijn verschillende tabellen in omloop. Vroeger moest een duiker zelf de duikberekening maken (plannen) en met zijn dieptemeter, horloge en plastic duiktabel het duikplan nauwgezet volgen. Een duikcomputer registreert alle gegevens tijdens de duik en rekent voor jou onmiddellijk de tabelwaarden uit. Bij het opstijgen na de no-deco limiet geeft je computer de decompressiestops aan die je moet maken. Hij toont je de eerstvolgende stopdiepte en tijd. Wanneer je deze stopdiepte bereikt hebt begint hij af te tellen, en geeft indicaties om je op de goeie diepte te houden. Zo werkt hij alle 'trappen' af, en wanneer je deco-tijd nul is mag je naar de oppervlakte. (4) Inflatordarm: Moderne duikers gebruiken BCD's oftewel stabilisatievesten. Deze vesten hebben luchtkamers en werken op de luchtdruk van de duiker's luchtfles. Ze hebben een lagedruk inflatordarm die vanuit de bovenste veiligheidsklep naar beneden loopt, zodat de duiker de hoeveelheid lucht in het vest kan regelen met twee knoppen. In dit geval was de plastic strap rond de darm afgebroken, zodat hij niet meer vastzat aan de besturingsknoppen. (5) Uittrimmen: Een duiker 'trimt zich uit', hij stabilizeert zich op een bepaalde diepte met zijn BCD. Hij pompt precies de juiste hoeveelheid lucht in de vest om zijn totaalgewicht te compenseren. Op die manier kan hij op een bepaalde diepte blijven zweven zonder inspanning.
|
||||