Hans
Disclaimer: De volgende tekst werd geschreven door Joris Decrock en gepubliceerd in Het Gezin van december 1982.
Op een van die dagen, dat de natuur bloost om de weelde van haar vruchtbaarheid, kwamen zoon en schoondochter met de vraag of ik peter wou worden.
Zoiets overvalt je als een onverwacht geschenk, je ademt plots heel diep, je glimlacht breed en met een stem die je vruchteloos probeert gewoon te houden, zeg je: graag!
Naarmate de tijd verstreek, steeg ook de blijde verwachting in de ganse familie. "Het wordt een mooi verjaardagsgeschenk voor mijn paps" hoopte de toekomstige moeder. Mijn vrouw, die dat geluk ook eens kende, stemde overtuigd in. Maar die verjaardag kwam en ging voorbij. Toen vatte mijn vrouw hoop voor haar eigen verjaardag, over een week. Vier, vijf dagen schoven traag en eentonig voorbij.
Die namiddag was ik in de kelder aan het rommelen toen de telefoon opgewekt rinkelde. Ik wipte naar boven, mijn voet schoot door de haast van een trede en ik bonsde met mijn knie tegen het hout. Toch lette ik niet op de pijn want wie durft er kleinzerig zijn op zulke verheven ogenblikken.
Reeds was ik te laat. "'t Is toch geen aprilvis? Echt? Een flinke zoon!" Wij, die natuurlijk slechts de helft van het gesprek hoorden, vernamen toch voldoende over voorspoedig verloop, tijd, gewicht en alles wat moeders en grootmoeders bij zulke feestelijke gelegenheden terecht interesseert.
We stonden er ontroerd bij, zoals nieuwe grootouders past. Ja, we zijn nu grootouders al is het woord erger dan het feit. Mijn vrouw is nog even kwiek als toen onze kinderen klein waren. En in het diepste geheim heb ik, bij gebrek aan een sportraam, mezelf eens opgetrokken aan een stevige boomtak. 't Was wel geen Olympisch record, maar het ging.
Na die verheugende tijding heeft de R.T.T. aan ons gouden zaakjes gedaan. In de krant heet het dan dat de telefoon roodgloeiend staat. Bij ons bleef het toestel koppig grijs. Wat een allerdaagse kleur voor zo een grootse omstandigheden. En gloeiend was hij ook niet. Hoogstens wat warmer door vriendschappelijk contact met handen en oorschelpen.
De opgeroepenen reageerden enthousiast. Toen ze - voor de eerste maal - als tante aangesproken werd, gilde een zo hard "joepie" dat ik het ook hoorde.
Op het internaat hadden de tweelingzussen waarschijnlijk de klas mee in de telefooncel geperst want alle inlichtingen werden luidop herhaald en beantwoord door een bewonderend en geestdriftig koor. Concerto voor telefoon met volle klas.
Eindelijk waren allen verwittigd. En dat betekent heel wat in een groot gezin.
Wij waren nog net voor het sluiten in de kliniek, en dat voor een bezoek van hooguit een paar minuten. De stralende moeder lag er zielsgelukkig te kijken naar de slapende oorzaak van die algemene vreugde, naar dat nieuwe wonder, naar die nieuwe mens.
Labels: leven en welzijn, taal









