Vul steeds het juiste woord of de juiste letter in.

Vul juist in.

Vul juist in en klik daarna op "controleer" om je werk na te kijken. Je kan op "?" klikken om een sleutel te raadplegen.Denk er dan wel aan dat je punten verliest!

Je ouder papa. (worden)
De beer een winterslaap. (houden)
De landbouwer de tuin om. (spitten)
De priester elke morgen in de kapel. (bidden)
Opa heeft een vals .
Het potloo schrijft veel te dik.
Mama zus rekenen. (leren)
Ik zwemmen niet leuk. (vinden)
Oma leeft niet meer. Ze is doo.
De jager de vogels. (doden)
Het bord vol oefeningen. (staan)
Mijn broertje met de koffie. (morsen)
Ik wil wel eens aan die baar trekken.
De koor ligt in de speeltuin.
Paul alles aan de kant. (zetten)
Het licht staat op roo.
We slapen in een zacht be.
De moordenaar heeft die man vermoor.
De schilder de verf op het doek. (spatten)
De spreker het verhaal. (verwoorden)