NAAMGEVING IN LONDERZEEL IN DE 16de , 17de en 18de EEUW

 

door Louis De Bondt

 

 

Personen die naar hun wortels zoeken, met name de genealogen onder ons, dienen zich bewust te zijn van de struikelstenen die hen op hun bochtige pad te wachten liggen.

Het geven van namen was in onze streken tot voor kort nog geen exacte wetenschap. In diverse bronnen wordt dezelfde persoon niet altijd met dezelfde naam benoemd.

Het bijhouden van doopsel, verloving, huwelijk en begrafenis werd pas door het concilie van Trente (1545-1563) uitdrukkelijk verplicht. Door de troebelen van de 80-jarige oorlog (1568-1648) werden die voorschriften slechts laattijdig opgevolgd.

De ene pastoor was bovendien al wat vlugger van aannemen dan de andere. Onze parochieregisters beginnen dan ook niet allemaal op hetzelfde moment. Vanaf circa 1630 werden ze op de meeste plaatsen wel redelijk zorgvuldig bijgehouden. Al mag de stamboomonderzoeker zich al gelukkig prijzen als naast de naam van een boreling ook de naam van de moeder wordt vermeld.

Later (met de Franse revolutie, hier vanaf 1797) werd de registratie van geboorten, huwelijken en overlijdens door de burgerlijke stand van de gemeente overgenomen. Na een moeizame inloopperiode bleek dit uiteindelijk toch een hele vooruitgang te zijn.

Voor de periode voor 1630 zijn we op andere bronnen aangewezen. De documenten van de schepenbank (vierschaar) kunnen ons heel wat informatie over onze voorouders geven. Deze banken traden niet alleen op als rechtbank maar ook als notaris en kwamen tussenbeide bij transacties van eigendommen en erfenissen.

De oudste documenten werden echter dikwijls tijdens de geuzenopstanden vernield. In het begin van de 17de eeuw werd wel vlug opgeschreven wat men zich nog van de oude tijden herinnerde.

De overgebleven archieven van de Schepenbank van Londerzeel verschaffen ons namen vanaf 1555 (ze werden grotendeels door Gaston Roggeman bewerkt).

De documenten van de Schepenbank van Steenhuffel (die ook over Malderen zeggenschap had) gaan tot 1400 en vroeger terug maar werden nog niet systematisch doorgenomen.

 

Wolfijzers en schietgeweren.

 

Tijdens mijn eigen opzoekingen in de oude Londerzeelse pampieren ben ik op volgende  complicaties gestoten.

 

1. De veeltaligheid van onze registers.

Vooreerst dienen we ons goed te realiseren dat we ons in een ingewikkelde streek van onze aardbol bevinden. De taal (niet alleen de spelling) die in de verschillende officiële documenten gebruikt werd is niet altijd dezelfde geweest. De documenten van de schepenbanken en de vroegste volks- en havetellingen gebruikten het Middelnederlands en dikwijls zelfs de roepnaam van de ingeschreven persoon. De pastoors noteerden doorgaans alles in het Latijn. Na het einde van het Ancien Regime werden in de registers van de Burgerlijke Stand aanvankelijk nog de Latijnse voornamen gebruikt maar al snel door hun Franse equivalenten vervangen. Later werden dan weer de Nederlandse voornamen genoteerd.

 

Hieronder een lijstje van de meest opmerkelijke "synoniemen"

Latijns

Frans

Nederlands

Londerzeels

Adriana

Adrienne

Adriana

Naentjen

Amelberga

 

Amelberga

Amele

Angelus

Ange

Engelbertus

Ingel

Antonia

Antoinette

Antonette

Thonijnken

Arnoldus

Arnould

Aernout

Aert

Barbara

Barbe

Barbele

Beyken

Benedictus

Benoit

Benedikt

Benedikt

Catharina

Cathérine

Katelijne

Lijnken

Clara

Claire

Clara

Claerken

Claudius

Claude

Gelande

Gelande

Christianus

Crétien

Christiaen

Kerstiaen

Christophorus

Chrystophe

Christoffel

Stoffel

Christophora

 

Christoffelijne

Stoffelijne

Egidius

Gille

Gillis of Gielis

Gielen

Elisabetta

Elisabeth

Elisabet

Lijsbet, Liesken

Gasparus

Jaspar

Gaspard

Jasper

Gerardus

Gerard

Geeraerd

Geert, Geerden

Gertrudis

Gertrude

Geertruy

Truyken

Godefridus

Godefroid

Godfried

Govaert

Gregoria

Georgine

Gregoria

Jorijne

Gregorius

Georges, Gregoire

Joris

Goris

Guilielmus

Guillaume

Willem

Guilliam

Helena

Hélène

Helena

Heylken

Henricus

Henri

Hendrik

Hennen

Hieronimus

Jerôme

Jeroen

Jeroen

Hubertus

Hubert

Huybrecht

Huybrecht

Jacoba

Jacqueline

Jacoba

Jacomijne

Jacobus

Jacques

Jacob

Jacob

Joanna

Jeanne

Johanna

Jenne of Jenneke

Joannes

Jean

Jan of Hans

Joes

Judocus

Josse

Judocus

Joos

Judoca

Josine

Josijne

Sijnken

Laurentius

Laurent

Lauwereys

 

Leonardus

Léonard

Leonard

Leenaert

Livina

 

Livina

Livijnken

Ludovicus

Louis

Lodewijk

Lonijs

Marcus

Marc

 

Merck

Maria

Marie

Maria

Maaiken

Martina

Martine

Martina

Martijnken

Martinus

Martin

Maarten

Merten

Paschasius

Pascal

 

Passchier

Paulus

Paul

Pauwel

Pauwel

Petronella

Petronille

Peternel

Perijnken, Nelleken

Philipina

Philipine

Philipina

Lopijnken of Lupijnken

Rumoldus

 

Rombout

Rombout

Sebastianus

Sébastiaen

Sebastiaen

Bastiaen

Stephania

Stephanie

Stevijne

Steynken

Susanna

Susanne

Suzanna

Suzijnken

Wenceslasa

 

Wendele

Windelijne

 

2. Verkeerd gehoord, gelezen of geschreven.

We moeten ons er ook goed bewust van zijn dat de mensen in vroegere eeuwen niet zo geletterd waren als wij. Hoe een naam genoteerd werd hing in hoofdzaak van de schrijver af. Tijdens de eerste jaren van het bewind van een nieuwe pastoor is de schrijfwijze van bepaalde familienamen werkelijk desastreus te noemen. Logisch. Probeer als pas afgestuurde seminarist uit pakweg Zichen-Zussen-Bolder maar eens te begrijpen wat een trotse, voldane en mogelijk ook “volgedane”  jonge Lonnesiejelse vader met de naam Moeyersons te vertellen heeft als hij zijn pasgeboren dochtertje komt laten dopen.

De schrijfwijzen Moyensoens, Moesoms, Moeysons en Moyson zijn dan een aantal van de meest voorkomende varianten.

Ook de verschillende verschijningsvormen van de namen Obus, Hobus, Nobus, Piessens en Spiessens zijn ongetwijfeld aan een slecht functionerend oor of spraakorgaan toe te schrijven.

Spijtige misverstanden

Op 2 juni 1826 overleed in Steenhuffel een dochter van Catharina Van Zijkbroek, echtgenote van Petrus Van de Voorde waarvan we sterk vermoeden dat dit een Van Zeghbroeck is geweest.

In het midden van de 19de eeuw ging Steenhuffelnaar Carolus Ludovicus Duchêne (Van Eyck) zijn geluk in Malderen beproeven door er met Maria Anna Segers te trouwen. Wellicht heeft hij het er ook gevonden. Zijn kinderen Angelina en Pieter Jozef hebben echter hun hele leven lang Du Chien (Van den hond) moeten heten en werden er ook onder die naam begraven.

 

De eerste jaren van de burgerlijke stand, toen de administratieve taal het Frans werd en de klerken uit het verre Brussel moesten komen of onze mensen inderhaast nog wat Frans moesten leren, zorgden uiteraard niet voor een opmerkelijke verbetering.

 

Op 14 november 1810 werd Jacques, het zoontje van Petrus Joannes Meys en Maria Theresia Roelants door de klerk van Steenhuffel verkeerdelijk als Jacques Jemelle geregistreerd. Gelukkig is zijn tweelingzusje Rosalie (jumelles=tweeling) een dergelijk lot bespaard gebleven.

 

Ook bij het overschrijven werden veelvuldig fouten gemaakt

De Bont, de Hont / De Bondt en De Budt / Van Nuffel en Van Uffel / Vermaesen, Vermoesen / Tierens en Fierens / Hermans, Heremans, Meremans, Meiremans / Lauwens en Lauwers / Van Haelen en Van Baelen / De Backer en De Becker / Verspeckt en Verspecht / Schelfort en Schelfhout / Van Werchtere, De Werchtere en De Wachter.

De schrijfwijzen van Marievoet moeten we de lezer, vanwege plaatsgebrek, onthouden.

 

3. De vele varianten van de genitief of van de van-vorm.

We weten allemaal dat in onze familienamen zowel de varianten Van de, Van den en Van der aangetroffen worden. Dikwijls wordt Vander ook tot Ver verkort.

De eigennamen Van der Stappen en Verstappen, Van der Meulen en Vermeulen, Vanderlinden en Verlinden, Van de Voorde en Vervoort...  zijn in feite identiek.

Een beetje ervaring helpt om bovenstaande problemen snel te onderkennen. Ingewikkelder wordt het als met het verstrijken van de generaties de genitief-s wordt toegepast.

 

De zoon van Jan wordt dan Jansone of wel "die van Jan" of Jans, geheten. Zijn zoon heet dan weer de zoon van Jans oftewel Janssone of Janssen; nog een generatie later treffen we dan misschien de vorm Janssens aan.

 

De kinderen van De Lathouwer heten dan "die van Lathouwer" of Lathouwers, (of zelfs Slathouwers) maar niet altijd. Eigenlijk had het geen belang, zolang men maar wist wie men bedoelde. Zo heeft, diep in de 19de eeuw, champetter (De) Lathouwer(s) zijn processen verbaal, al naargelang zijn stemming, nog met beide varianten ondertekend.

 

Veel moeilijker wordt het als de verschillende schrijfwijzen niet met dezelfde beginletter beginnen. Zo bestond er ook een genitief (= van) vorm waar de s vooraan werd geschreven, en waar de begin-s zelfs door een andere letter werd aangevuld.

Voorbeelden:

De Wachter en Swachters

De Huysheere, Shuysheere, Tsuysheere...

De Mayer, Smeyers

De Smet, Smets

De Bie en Sbien

De Bleser en Sblesers

Eeraerts en Tseraerts

De Haen en Shaenen

De Lathouwer en Slathouwers

 

4. Nieuwe spelling of nieuwe uitspraak, nieuw woordgebruik.

Vermoedelijk heeft geen taal ter wereld zo dikwijls een andere spelling gekregen dan ons eigen Vlaams. Het aantal keren dat sedert 1830 een “c” door een “k” werd vervangen (en 20 jaar later terug door een “c”) is niet te tellen. De taalcommissie en de taalkommissie hebben geen van beide stilgezeten. Het feit dat, na het vertrek van de Hollanders in 1830 – en in afwachting dat het Frans hier de officiële bestuurstaal werd – uit rancune naar het oude Vlaamsch werd teruggegrepen, heeft ook zijn invloed op de schrijfwijze van onze familienamen gehad. Naast de “modernere” Nederlandse variant is hier doorgaans ook de middeleeuwse variant bewaard gebleven.

- De uitgangen aars, aers en aerts, icks, iks, ix en icx, ck en k.

- Een lange klank werd vroeger met een toegevoegde i of e aangeduid

Van Oisten werd Van Oosten

Buelens werd Bulens en bleef Buelens

Vermoesen moet eigenlijk als Vermoozen uitgesproken worden maar is klankmatig ook Vermoesen geworden. Dit terwijl voor de oorspronkelijke klank nu Vermosen geschreven wordt.

Moelemans (uitgesproken Molemans), dialect zelfs Meulemans

Boykens en Boeykens

- Z of S: vb Zande, Sande, Zegers, Segers

- F of V: vb Franckaert en Vranckaert, Francks en Vranckx, Veerens werd Fierens

- Andere: Ruychevelt en Ruysevelt; Williams, Willaems, Willams en Willems

 

Een typisch geval van hoe een naam mee evolueerde met het taalgebruik is TEUGELS dat vroeger (16 en begin 17de eeuw) nog als De Tengel  werd geschreven en uitgesproken (Tengel en Teugel hebben dezelfde betekenis).

 

Ook de evoluerende schrijfwijze van de verkleinvormen hebben hun invloed op de naamgeving gehad. Zo bijvoorbeeld Scheltiens (uitgesproken als Scheltjens) en Schelkens; Reyntiens, Reyntjens en Reynkens

 

5. Klankverschuivingen.

Een bijkomend fenomeen, hoofdzakelijk tot de plaatselijke dialecten terug te voeren, zijn de veelvuldig voorkomende klankverschuivingen die in onze familienamen terug te vinden zijn.

De meest voorkomende klankverschuiving is die van de ee naar de ei.

Scheers wordt in het dialect uitgesproken als Scheirs en soms ook zo geschreven. Dit terwijl ook de oorspronkelijke vorm is blijven bestaan.

Andere voorbeelden:

Klankverschuiving EE naar EI

Vermeren en Vermeiren; De Beer en De Beir

Klankverschuiving van O naar OE

De Bock en De Boeck; De Cock, Coucke, Coeck

Klankverschuiving van OO naar EU

Van Loven, Van Leuven; Van Molders, van Meulders; Vermolen, Vermeulen; Van de Meutere, Van de Moortere, Van de Moortele

Klankverschuiving EE naar IE

Peeters, Pieters

Diverse iets ingewikkelder klankverschuivingen

De Greve, De Greef, De Groef en De Groof.

De Mayer, De Meyer; De Muyer, De Nayer, De Nuyer

Baeyens en Buyens

Van Impde, Van Um, Van Nummes, Van Nimmen, Vernimmen, elders zelfs Impens

Goens en Guns

Moons en Moens

Machiels en Michiels

Moernay, Moernault, Moerenhout

Van Crombruggen, Vercrommen, Vercammen

Claerbout, Cleirbout, Cleerbout en Clerbout

De oorspronkelijke naam Van AUDERENHAGE werd Van AUDERA en (in dialect) VAN AUWERA

Causbroeck en Caesbroeck

De Decker en Diddekens

 

6. De mens en zijn gemak.

In Londerzeel en Buggenhout woonde in de 16de en 17de eeuw een familie Van Oostenrijk. Vooraleer tot het besluit te komen dat ze nu uitgestorven is moeten we bedenken dat de naam al spoedig tot Oosters of Van Oosten werd afgekort.

Van Diepermeren werd Vermeren

Andere namen die een beetje lijken op mekaar maar aan personen van dezelfde familie gegeven werden:

Coveleers en Covens; Coomans en Cooremans; Leeuwaerts en Van Leeuwen; Paridaens, Perdaens en Parduyns; Goemans en De Goede; Verheyden en Verheyen; Van D'Helm werd (soms) Van Delm; Van (den) [1] Hove  en Verhoeven; Van Gehuchte werd Van Gucht; Van Lierde werd soms Van Lier; Eliaerts werd Elias; Pauly, dat bestond als afzonderlijke naam, werd soms Pauwels; Derblommen en Vanderblommen werd Blommaert(s); Van Bornem werd Borms; Van den Breede werd Van Breem; Van Ginderdeuren werd (soms) Van Ginderen; Andries werd dikwijls gewoon Dries;  Seldeslagh en Selleslach …

 

Sommige vereenvoudigingen hebben ook voor echte misverstanden gezorgd.

Zo worden de apart van elkaar bestaande namen Van Haelen en Alens dikwijls door elkaar gebruikt en bovendien zelfs verkeerd als Van Baelen geschreven

 

Het achtervoegsel -Mans

Van Daele en Daelemans

- Van de Put, Putman, Puttemans

- Van Schel en Schellemans

- Van Meulder en Meuldermans

 

7. De aliassen.

Genealogie wordt pas echt spannend of met andere woorden een detectiveverhaal als men met aliassen te maken heeft. Voor Groot-Londerzeel hebben we volgende aliassen gevonden.

Parochieregisters Malderen

-         1668 - Jan Verhavert, alias Cattenbroeck,

Parochieregisters Londerzeel (begrafenissen)

-         18 mei 1650, Jan Cools, alias Noortgeest senior.

-         30 augustus 1688, Joanna Brusselmans, weduwe van Judocus De Bleser alias Lindemans.

-         26 mei 1698, Anna Impens, de weduwe van Andreas Verstraten (eigenlijk Van Overstraeten), maar in werkelijkheid heette ze Delarue.

Londerzeel - Volkstelling 1702

-         Jan De Smedt, alias De Baeck

Schepenbank Londerzeel

- 1587: Jan Van den Eynde, alias Van Dieven

- 1608: Adriaen Segers, alias Rommens

- 1612: Anna Heyns, alias Smet

- 1568: Frans Heyns, alias Smet

- 1573: Guilliam Heyns, alias Smet

- 1576: Machiel Heyns, alias Smet (Jacques bleef Heyns)

- 1586: Jenneke Vermeren, alias Ceulemans

- 1609: Pieter Roelants, alias Van Merlaer

- 1576: Hendrik Mertens, alias Aerts

- 1617: Jan De Vos, alias Van Thienen

- 1574: Cornelis Mompeliers, alias Tsuys

- 1636: Jacques Van den Vekene, alias Monsieur

- 1599: Maria Van Aken, alias Suetmans

- 1612: Adriaen Van Aken, alias Zoetemont (vergelijk met Suetmans)

- 1587: Elisabet Tsjerjans, alias Huyghe

- 1595: Jan De Bleser, alias Clinckaert

- 1621: Pieter De Bleser, alias Lindemans

- 1657: Joos De Bleser, alias Lindemans

- 1614: Jan Noortgeest, alias Cools

- 1633: Jan Cools, alias Noortgeest

- 1636: Frans Noortgeest, alias Cools

- 1647: Pieter Cools, alias Noortgeest

 

Jan Van Kersbeke, die in 1592 de Eeckhouthoeve bij de berg van Calvarien pachtte, werd niet alleen ook Van Kesbeek genoemd maar ook als CAPPELMAN aangesproken.

In 1674 hebben we een Adriaen FLISSIJN in Londerzeel aangetroffen. We geloven nooit dat dit zijn echte naam kan zijn geweest.

 

Hoe raakt een mens in de loop van zijn leven aan een andere naam. Een treffend voorbeeld is alweer in de documenten van de schepenbank te vinden.

Rond 1580 is in Londerzeel een Hendrik De Smet met Anna De Clerck (of Sclercks) in het huwelijk getreden. Een paar jaar later heeft hij van de schepenen de post van preter bij de schepenbank gekregen. Vervolgens is hij, na de dood van zijn eerste vrouw in 1602 als Hendrik De Pretere met Katelijne De Cuyper (Scuypers) hertrouwd.

 

8. Namen van Vondelingen.

Welke naam moet men aan een vondeling geven. Sommigen hadden het geluk om bij gezin in de buurt van de plaats waar ze gevonden waren opgenomen te worden en kregen dan gewoon de naam van het gezin.

Steenhuffel

Aan andere namen is echter duidelijk te merken dat het om een vondeling ging.

In 1877 overleed in Steenhuffel Coleta Van Onderdevenster. Zelf was ze weliswaar geen vondeling meer maar een van haar voorouders was zeker onder een venster gevonden.

Elisabeth Van der Poorten werd in 1808 in Steenhuffel door Guillaume De Maerschalck gevonden aan de poort van zijn schuur. (met briefje met geboortedatum)

Petrus Van der Poorten werd in 1834 in Steenhuffel gevonden door Michael Sollie (winkelier-landbouwer, 45 j.) en zijn knecht Carolus De Visser (26 j.). Het kind lang onder de keukenvenster naast de stalpoort,

Maria Van den Wegh werd in Steenhuffel in 1803 gevonden langs de weg. Dat gebeurde door Jozef Moyson en zijn blinde vader Gilles. Een paar dagen later werd de vondeling naar het Bijgaardenhospitaal van Brussel gebracht.

Livina Quodegem was in 1795 in Brussel gevonden. men heeft haar daar een mooie toepasselijke Latijnse naam gegeven die we echter niet begrijpen. De mensen van Steenhuffel, waar ze de rest van haar leven doorbracht, begrepen die evenmin en hebben er dan ook snel VAN KWADEGEM van gemaakt.

Londerzeel

-         4 augustus 1694, Anna Maria Traps, kind, vondeling uit Antwerpen.

-         2 februari 1704, Jan Corenhuys, gevonden bij Sebastiaan De Groen.

-         1 oktober 1706, Jan Baptist Verplancken, een vondelingetje uit Antwerpen.

-         21 december 1762, Petronella Vrouckens (het was een vrouwtje), een vondelinge uit Brussel, ongeveer 50 jaar.

-         9 oktober 1763, Walter De Broeder, een vondeling uit Brussel.

-         21 januari 1793, Theresia Maria Duwal, 1 jaar oud, een vondelingetje uit Antwerpen.

 

9. Iets over het verband tussen onze plaats- en familienamen.

Zeer vele familienamen zijn  uit plaatsnamen ontstaan.

Van Londersele, Van Malderen, Van Rossum, Van Impde.

Anderzijds hebben vele families hun naam aan hun woonplaats gegeven.

Voorbeelden:

De oude Schoubroeklinde (momenteel afgekort tot Linde) is genoemd naar de familie Van Schoubroeck.

In de 16de eeuw woonde in Londerzeel, aan een wegsplitsing (waar de weg scheurde), de familie Van Scheurwegen.

De wijk “Moorhoek” is wellicht niet vernoemd naar “moor” of “modder” maar wellicht naar de familie “De Moor” die er in de late middeleeuwen woonde.

De (weliswaar niet officiële maar nog altijd zeer courante) plaatsaanduidingen “aan vageiles”, “aan gillevermeirs”, “aan nolles”, “aan vannummes” en “aan tgreivenhof” hebben hun naam te danken aan de ongetwijfeld populaire maar inmiddels al meer dan 150 jaar geleden overleden heren Van Geel, Gillis Vermeren, Arnold Verspecht, Van Nimmen en De Greef.

 

 

Terug naar de eerste bladzijde van deze website

 

 



[1] Het verschil tussen Van Hove en Van den Hove, Van Steen en Van der Steen, is terug te voeren op een interpretatiefout van onze voorvaderen. Vande, Vanden en Vander werden in de middeleeuwen afgekort als Vañ, hetgeen later niet altijd meer begrepen werd.