Home
       Uitnodiging.

        zie ook : begijnhof, kunst en wijnhoeve Elzenbosch
Impressies
Daguitstap Diest 28 april 2004
Niettegenstaande het bar slechte weder te Zelzate  bleek er in Oranjestad Diest  zelfs een waterzonnetje te schijnen !!

De Sint Sulpitiuskerk met zijn "mosterdpot" toren.

Het zijn de Kelten die vermoedelijk aan de basis liggen van de namen Diest en Demer. Volgens onderzoek zou de naam ‘Diest’ afkomstig zijn van de Indogermaanse stam ‘dheus’, hetgeen ‘goddelijk’, ‘heilig’ betekent, plus het achtervoegsel ‘-t’, hetgeen ‘nederzetting’ wil zeggen. De betekenis zou dan zijn : ‘nederzetting bij heilig water’ en wijzen op het feit dat de nabijheid van stromend water voor een primitieve nederzetting van essentieel belang was. Dit is ook wel de reden waarom de Kelten rivieren en bronnen als goddelijke wezens beschouwden.

De riviernaam ‘Demer’ is afkomstig van het Keltische ‘tam’, hetgeen donkerkleurig betekent, plus ‘ara’, wat ‘water’ wil zeggen. Demer zou dan ‘donkere rivier’ betekenen.
De oudste sporen van menselijke bewoning in de streek van Diest dateren uit het Paleolithicum (ong. 70.000 voor Christus). De eigenlijke grondvesten voor het huidige Diest werden gelegd in de Frankische periode. Volgens de overlevering zou de Heilige Remigius in de 7de eeuw een kerkje hebben opgericht ter ere van zijn leermeester, de heilige Sulpitius.

De oudste vermelding van Diest dateert uit 877. Diest was toen een pagus of graafschap van het Karolingische Rijk. In 1087 wordt in een kroniek van Sint-Truiden een zekere Otto, heer van Diest, vermeld. Zijn opvolgers zouden de heerlijkheid Diest besturen tot in 1499, toen Diest in het bezit kwam van Engelbert, graaf van Nassau.

Bijna drie eeuwen lang was de stad in handen van de graven Nassau; de latere prinsen van Oranje-Nassau. De oudste zoon van Willem de Zwijger, Filips-Willem, ligt er begraven in de Sint-Sulpitiuskerk.

Diest is een Oranjestad. Diest maakt samen met Breda (Nl), Dillenburg (D) en Orange (F) deelt uit van de Unie van de Oranjesteden.


Fragmenten uit : ‘Geschiedenis van Diest’ door Michel Van der Eycken, uitgegeven door het stadsbestuur, Diest 1980.

( Voor meer informatie over de geschiedenis van Diest , maar ook over tal van andere onderwerpen kunt U terecht op de zeer mooie websites : toerisme DIEST  en DIEST.  )

Na onze aankomst kunnen we in "De Keizer" direct al een koffie drinken.

Na de koffie wachten de stadsgidsen ons op en de rondleiding kan beginnen.

Ook de jonge DF-Zelzate leden luisteren geboeid naar onze zeer vlot sprekende gids !! 

Na een algemene uitleg over Diest en de rivier de Demer richten we onze  schreden naar het stadshuis ....

... om er het stedelijk museum te bezoeken.

 
Het moet gezegd : een bezoek met uitleg door een Diestse stadsgids is niet te versmaden.
Voor meer informatie : bezoek de zeer mooie website
http://www.toerismediest.be/ !!!!

Na het bezoek aan het stedelijk museum gaat de tocht verder, langs "het spijker" ( graanopslagplaats ) en de lakenhalle ,  ...


...met het kanon de "holle Griet" ... op het plientje voor de Lakenhalle.




Na een wandeling door het centrum van Diest en een bezoek aan het "GEBOORTEHUIS ST-JAN BERCHMANS", alles voortreffelijk becommentariëerd door de stadsgidsen begint de inwendige mens zijn rechte op te eisen en keren we terecht naar het établissement "De Keizer" om er een lekker middagmaal te verorberen.


Na het middagmaal gaat de tocht  verder door de smalle straten van Diest , bestemming begijnhof.


Verder : zie impressies begijnhof Diest