Eerste Wereldoorlog

Home
Welkom
Biografie
Zijn werk
Eerste Wereldoorlog
Gedichten
Boek 'Meesteremy'
Stamboom Alloing

 

Begin van de Eerste Wereldoorlog, 90 jaar later... (augustus 1914 - 2004)

We zijn allemaal nakomelingen van mensen die de Eerste Wereldoorlog meemaakten...

De Grote Verhalen over De Groote Oorlog staan geschreven in de Grote Geschiedenis. Sterke verhalen zijn het, over het militaire vernuft en de strategische overmacht van de gehate Duitse indringers. Over heldhaftig weerstand bieden achter het modderige IJzerfront. Over bloedmooie oorlogspoëzie van Britse soldaten die hier kwamen sneuvelen tussen de Vlaamse klaprozen. Het was een wereldoorlog die aan alle oorlogen een einde zou maken...

Meesteremy was krijgsgevangene in Duitsland, zijn vrouw vluchtte met hun twee kinderen naar Engeland. Overleven. Voorzichtige brieven. Gedichten, vredelievende gedichten. In potlood. Gehoorzamen aan de bevelen, niets uitlokken, niet opvallen: de regels volgen om de agressie van de bewakers niet op te wekken. Jarenlang. Volhouden. Geen dagboeken. Wel poëzie. Inhoudelijk vertellen zijn gedichten niet bijster veel over de oorlog, maar wel over overleven. Hoe lang duurt vier jaar en zeven maanden als je aftelt in uren, ‘ballingsuren’?

Nadat het boek klaar was wilde ik ook meer te weten komen over de krijgsgevangenenkampen in Duitsland waar hij verbleef.

Daarom bracht ik een bezoek aan Soltau en Gösloh-bij-Uchte, waar de kampen gelegen waren. Ze liggen in een mooie uithoek van Duitsland, in Niedersachsen. Soltau ligt ten zuiden van een uitgestrekt natuurgebied, de beschermde Lüneburger Heide. In het stadhuis van Soltau worden we hartelijk en bereidwillig ontvangen. De enige vorser die zich met de Eerste Wereldoorlog bezighield (Claus Otte) is enkele maanden geleden plots onverwacht gestorven. Er is geen opvolging. De stad bezit de archiefstukken van het kamp, vooral ‘lijsten’. Er is een afdeling over de Eerste Wereldoorlog in het stadsmuseum. We gaan kijken. Hier zijn voorwerpen te zien die de krijgsgevangenen zogenaamd ‘achtergelaten’ hebben: dagboeken, knutselwerkjes, ontroerende teksten... zoiets laat je niet vrijwillig achter, tenzij je dood bent. Er is een vitrinekast met werk en voorwerpen van een Belgische kunstenaar die verkoos om na de oorlog in Duitsland te blijven, er is de gevangenenuitrusting van een man uit Londerzeel, die zijn familie na diens dood aan het museum geschonken heeft… Het dagboek van een Antwerpse student in militaire dienst ligt er ook...

Alle oorlogssouvenirs worden netjes bewaard en tentoongesteld. Hier is nog veel studiemateriaal aanwezig...

Op de plaats waar eens het kamp ‘Lager Soltau’ gelegen was, is nu een woonwijk en een aardappelveld: alles is weg! Nochtans was dit een goed uitgerust hoofdkamp met echte stadsallures. Alleen de gevangenenbegraafplaats is nog te herkennen. Er staat een groot gedenkmonument, dat door een Belgische kunstenaar tijdens de oorlog ontworpen en opgericht is, maar het was niet af bij het einde van de oorlog... Dit monument wordt goed onderhouden. Het ligt als een stille getuige in het bos.

In Uchte bezoeken we het filiaalkamp, waar de krijgsgevangenen aan het werk gezet werden bij de ontginning van het grote veengebied. Bij het begin van de Eerste Wereldoorlog was men pas begonnen met het steken van turf. De gevangenen moesten de Duitse werklieden vervangen die naar de oorlogsfronten gestuurd werden. Na de oorlog was het opnieuw andersom: de teruggekeerde militairen werden opnieuw in dienst genomen. Zo ontstond na de oorlog op het gebied van het krijgsgevangenenkamp een echt dorp met 300 inwoners. We zijn er heel vriendelijk en tegemoetkomend ontvangen. We treffen hier warempel het eerste huis van het ontginningsgebied aan, dat waar de administrator woonde ten tijde van de Eerste Wereldoorlog. We vergelijken de oude foto die we van Meesteremy hebben met het huis van nu. Het is nog duidelijk herkenbaar. Dan is er ook het stenen gebouw van het kamp in Gösloh. Het draagt een gedenkplaat die verwijst naar het krijgsgevangenenkamp. Ten slotte bezoeken we de enorme uitgestrekte vlakte, het veengebied. Hier in deze desolate afzondering is de leefwereld van de gevangenen nabij. Hier overleefden ze in alle weer en wind, jarenlang werkend in eenzame uitzichtloosheid... Er liggen nog spoorlijntjes van de wagonnetjes waarmee de turfplakken vervoerd werden, er staan enkele wagonnetjes... Hier werden vele gedichten geschreven...

Ik bedenk dat er behalve oorlogshelden, trouwe strijders die heldhaftig sneuvelen, ook vredeshelden zijn. Zij zijn degenen die hoopvol vertrouwend en volhardend overleven en getuigenis afleggen van hun standvastig geloof, ondanks langdurige beproevingen. Zij maken vrede.

90 jaar geleden werd ons land in de Eerste Wereldoorlog meegesleurd. Wij mogen ook niet vergeten hoe onze voorouders hun beste krachten hebben ingezet om ons te behoeden voor nog meer oorlogsleed. Dankbaar moeten we van hen leren dat vechten niet tot vrede leidt, maar tot dieper leed dat generatieslang mensen treft. We moeten erin geloven dat we aan een betere wereld kunnen werken door onze energie te besteden aan heilzame projecten.

Mia Jespers