Gedichten

Home
Welkom
Biografie
Zijn werk
Eerste Wereldoorlog
Gedichten
Boek 'Meesteremy'
Stamboom Alloing

 

Duurbaar Vaderland
Lentezon
Verlangen
Krijgsgevangenenziel
Gedenk

Het duurbaar Vaderland

De morgenlander mint zijn land,
Zijn dichterlijk lief Oosterland;
Hij mint het met zijn bloemenpracht
En met zijn heldre sterrennacht;
Hij mint zijn geurig Morgendland:
Het is zijn duurbaar vaderland.

De zuiderling bemint het Zuid,
Verkiest het boven alles uit;
De zonne zengt wel zwart zijn vel
Doch hij bemint dat zonnespel.
Hij mint zijn zonnig Zuiderland:
Het is zijn duurbaar vaderland.

De noorman van het Noorden houdt
Al is het er zoo bitter koud;
Hij mint den sneeuw, zijn rendierpaard,
Vertelt zijn sagen bij den haard.
Hij mint zijn blanke Noorderland:
Het is zijn duurbaar vaderland.

En wij beminnen Belgenland,
Die perel van het Westerland;
Van Noord of Zuid, van Oost of West
Is ’t heldenlandje ons ’t liefst en ’t best,
Met berg en dal en ’t heerlijk strand,
Het is ons duurbaar vaderland.

Gösloh-bij-Uchte, 1 Mei 1918

< terug naar begin >  

Aan vrouwken en kindertjes

Lentezon

Hoe lieflijk schijnt de Lentezonne
Wijl ‘k hier zoo droevig droom alleen
O, Lieven, welke zaalge wonne
Als eens des Heren vredezonne
Zal koozend droogen ’t droef geween
Ons weder kussen zal bijeen.

Soltau, 22-3-1915

< terug naar begin >

Verlangen

Zuchten, vol verlangen,
Stijgen elken stond
Van den dag, den langen,
Droevig en bevangen,

Op uit ’s herten grond.

‘t Oog benijdend ’t vluchten
Van de wolk bespoort,
Die, door blauwe luchten,
Op der winden zuchten,
Immer vrij ijlt voort.

Hier, waar ’t lustloos dwale,
’t Ziet het ballingsland;
’t Woud komt niets verhalen
Noch de hei, de vale,
Lijk in ’t Vaderland.

Zuchten, zuchten, bange,
Rijzen elken stond
Van den dag, den langen,
Droevig, vol verlangen,
Op naar Vlaandrens grond.

Gösloh-bij-Uchte, 19 Oogst 1915

< terug naar begin >

Krijgsgevangenenziel

Ik weet niet wat er scheelt aan mij,
Doch ‘k voel dat ‘k in mijn ziele lij;
De droefheid hare zwarte sprei
Zoo drukkend op mij nederlei.

Daar komt een briefje van mijn vrouw,
En gauwkens ik het openvouw….
Het beeld der dierbre ik aanschouw !
Mijn ziel wordt blij als ’t hemelsch blauw !

Gösloh-bij-Uchte, 19 April 1916

< terug naar begin >

Gedenk!

Gedenk de dooden, kind, die vielen
Op ’t gruwlijk veld van eer.
Gedenk bij ’t bidden steeds hun zielen
Al knielend vóór den Heer.

Gedenk de moeders, kind, de weezen,
En al het wee doorstaan,
Verminkte, blinde, kreuple wrakken,
Die droef door ’t leven gaan.

Gedenk, mijn kind, naar boven starend,
Het godlijk woord altijd:
"O Menschen lief, bemint elkander
Omdat ge broeders zijt."

Gedenk! En bid voor wereldvrede.
O! Volg des Heeren leer;
Zoo allen dit op aarde deden
Er kwam geen oorlog meer!

Noot van Meesteremy: Bij een gedenksteen aan gesneuvelden uit den grooten oorlog. Moeder wijst het kind naar boven waar staat ‘Gedenk’.

< terug naar begin >

© Copyright gedichten Jan Remy Alloing: Mia Jespers