1. Het ontstaan van de eerste mensen (vanaf ca. 2,5 miljoen v.C.)

In de geschiedenislessen onderzoeken we de daden, de gedachten en de gevoelens van mensen in het verleden.
Willen we met de eerste mensen beginnen dan moeten we weten vanaf wanneer en waarom we sommige levende wezens mensen noemen.


Vanaf wanneer?

Op basis van versteende beenderresten, of fossielen, en werktuigen plaatsten geleerden de mensen en aanverwante wezens in de tijd.
Ze gaven ze Latijnse namen zoals australopithecus voor mensachtige en homo voor mens.
Pas tussen 2,5 en 2 miljoen jaar geleden spreken ze van mensen.
Mensen zouden een afsplitsing zijn van mensachtigen, die zelf omstreeks 1 miljoen jaar geleden uitstierven.
Werktuigen gaven de mensen in hun strijd om voedsel het overwicht over de mensachtigen.



Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de Australopithecus africanus (herseninhoud: ca. 440 ml) en de Australopithecus robustus (herseninhoud: ca. 530 ml).
De herseninhoud van de Homo erectus bedraagde ca. 935 ml. De Homo sapiens doet het met een ca. 1400 ml.



Bovenstaande schets laat een chopper zien, een werktuig dat ca. 2,5 miljoen jaar geleden werd gebruikt en gemaakt door de Australopithecus africanus.

Van aap, over mensachtige naar mens.

In 1978 ontdekten onderzoekers in Centraal-Oost-Afrika, te midden van pootafdrukken van olifanten, neushoorns, giraffen, antilopen enz. ook voetsporen van rechtop lopende, tweevoetige wezens.
De sporen, heel duidelijk afgezet in de zachte vulkanische as, waren onder invloed van de zonnewarmte verhard en zo bewaard gebleven.
De geleerden dateerden die fossiele sporen ca. 3,5 miljoen jaar geleden.
Gelet op de datering kwamen hier dus mensachtigen voorbij.

Waarom gingen de mensachtigen - zelf ontwikkeld uit apen - rechtop lopen?
Waarom vervreemdden de mensachtigen nog in andere opzichten van de apen?
Die evolutie hangt samen met een ingrijpende milieuverandering in Afrika.



De Rift, een breuklijn, doorklieft Oost-Afrika van noord naar zuid.
Zo'n 10 tot 8 miljoen jaar geleden verdiepte die Rift onder vulkanische invloed.
De verhoogde bergkammen aan de breuk veroorzaakten klimaatsverschillen.
Zo bleef het tropische regenwoud ten westen van de Rift in Midden-Afrika bestaan.
Aan de oostzijde werd het droger.
Er ontstond een graslandschap met weinig bomen en struiken of een savanne.



In het regenwoud klommen de apen ongestoord verder in de bomen.
In de savanne gingen de apen de uitdaging met het nieuwe milieu aan.
Om boven het gras uit te kijken o.m. naar naderende aanvallers bleven de apen rechtop lopen.




In het filmpje zien jullie de veranderingen die in Afrika zorgde dat onze voorouders op twee benen begonnen lopen.
Zo leerden ze ook dat ze zich op twee benen sneller uit de voeten konden maken.
Precies dat rechtop lopen onderscheidde de mensachtigen van de apen.
Vluchten in de bomen zat er in de savanne meestal niet meer in.
En tegen een luipaard rennen was een onbegonnen zaak.
Daarom verdedigden ze zich in groep met lukraak gevonden bruikbare stenen en stokken.
Door het rechtop wandelen was namelijk hun handgreep ook gewijzigd.
De duim werd nu de tegenspeler van de vingers.
De hand ontwikkelde zich tot een verfijnd instrument om vele voorwerpen te hanteren.

Vier, vijf miljoen jaar geleden werd heel Afrika bovendien droger.
In de open savanne sloeg de hitte ongenadig toe.
Die situatie werd een bijkomende reden om rechtop te blijven lopen, want het bracht meer afkoeling.
Tegelijk verdween de harige vacht, zodat de afvoer van de lichaamswarmte en het zweten vlugger verliepen.
In plaats van - zoals vroeger - uitsluitend bladeren en vruchten uit het woud te eten, leerden de mensachtigen alles eten wat voedzaam was, ook vlees.
Hun gebit paste zich aan en werd het kauwapparaat van een alleseter.



Het overwinnen van tal van hindernissen bij de aanpassing aan een nieuw milieu leverde een toename van het hersenvolume op ten opzichte van de apen.
Een belangrijke stap, die enerzijds voortkwam uit de toename van het hersenvolume, en anderzijds die toename nog bevorderde, was het doelgericht maken van werktuigen.
De meeste geleerden schrijven het maken van werktuigen nog altijd aan mensen toe.
Volgens de onderzoekers zouden de eerste werktuigen dateren van omstreeks 2,5 miljoen jaar geleden.
Dat waren geen toevallig bruikbare stokken of stenen die zelfs apen in bepaalde omstandigheden hanteren.
Neen, want werktuigen zijn bewust gemaakt naar een bepaald model en gericht op een bepaald doel.