Algemeen reglement van de brevetten waterwerken


 

1. Doelstellingen

Het doel van dit programma is de liefhebbers en alle hondeneigenaars aan te zetten om hun hond aan een geleidelijke africhting te onderwerpen met als basis de gehoorzaamheid en de natuurlijke aanleg van de hond in het water.

Deze discipline staat open voor Newfoundlanders en Landseer ECT. Het concept waterwerken moet gezien worden als een werk van een onafscheidelijk combinatie (geleider/hond), zoals het werk met lawinehonden en honden die ingezet worden bij rampen.

Aangezien de hond bij een dergelijke vorm van opleiding in contact komt met andere honden en vreemde personen, zal hij meer zelfvertrouwen krijgen. Door de verworven kalmte gehoorzaamheid en verder door zijn onberispelijk gedrag in gezelschap, zal hij zijn geleider allerlei onaangenaamheden besparen, wat er toe zal bijdragen zijn kansen op behoorlijke resultaten bij diverse keuringen te verbeteren. Het zal zijn loopbaan als tentoonstellingshond zeker niet schaden, doch eerder ten goede komen. Het programma kan een uitgangspunt zijn naar andere disciplines in de hondensport vermits de beoefenaars leren geloven in hun mogelijkheden als opvoeders.

De hond mag niet gezien worden als een werknemer voor reddingen, maar als een hulpmiddel, dwz zijn capaciteit, zijn instinct en zijn drang helpen zijn geleider: DE MENS.

De discipline is gebaseerd op volgende punten:

  • Het waterinstinct van de hond
  • De gehoorzaamheid
  • De samenwerking van het team (geleider/hond)
  • De correcte uitvoering van de verschillende proeven

Het is onontbeerlijk dat de watertraining van de hond zeer serieus en geleidelijk aan gebeurt. De hond die deelneemt aan de proeven moet beschikken over: kracht, conditie en weerstand.

Algemeen reglement van de brevetten waterwerken


 

2. Reglement en praktische richtlijnen bij het inrichten van brevetproeven

  1. De proeven tot het behalen van een brevet, vallen onder de algemeen inrichtingsreglementen van de KKUSH op werkproeven en wedstrijden. Verschillende brevetproeven kunnen op 1 dag georganiseerd worden.vallen onder de algemeen inrichtingsreglementen van de KKUSH op werkproeven en wedstrijden. Verschillende brevetproeven kunnen op 1 dag georganiseerd worden.
  2. De keurmeesters die uitgenodigd worden tot het keuren van deze proeven zullen steeds voor ogen houden dat iedere opgelegde oefening een fundamentele overeenkomst moet vertonen met de realiteit. Tijdens het beoordelen van de proeven dienen de keurmeesters vooral rekening te houden met de hierboven vermelde doelstellingen van dit programma.
  3. De oefeningen mogen plaatsvinden in de zee of in een meer. De plaats moet groot en diep genoeg zijn om de opgelegde proeven zonder problemen te kunnen uitvoeren. De brevetproeven zullen doorgaan in alle weersomstandigheden. Doch de keurmeesters hebben het recht de proeven tijdelijk of geheel af te gelasten in overleg met de organisatie bij elke situatie die de veiligheid of de gezondheid van hond of mens in gevaar brengen.
  4. De inschrijvingen gebeuren schriftelijk en zijn steeds vergezeld van het inschrijvingsgeld. Tijdens het verloop van een proef dienen dezelfde oefeningen door dezelfde ploeg keurmeesters beoordeeld te worden voor alle deelnemers. De inrichters hebben het recht om inschrijvingen te weigeren. De uitnodiging van de keurmeesters dient schriftelijk te gebeuren. De keurmeesters dienen ook schriftelijk te antwoorden zowel positief als negatief. De keurmeesters worden niet uitgenodigd vr 8:30 u. De keuringen mogen niet aanvangen vr 9 u. De prijsuitreiking is ten laatste om 18 uur. In samenspraak met de keurmeesters kan hiervan uitzonderlijk worden afgeweken, doch de proeven kunnen enkel doorgaan bij daglicht.
  5. De deelnemende honden leggen hun oefeningen af in volgorde van de catalogus. De clubs moeten het aantal inschrijvingen omrekenen met de tijd en desgevallend of indien nodig beperken. Ongeveer een week voor de proef verwittigt de inrichtende club wanneer de honden aanwezig moeten zijn. Op het inschrijvingsformulier mogen de deelnemers aanduiden op welk tijdstip zij bij voorkeur willen werken. De inrichters zullen hiermee zoveel mogelijk rekening houden doch de deelnemers dienen zich te houden aan de beslissing van de organisatie. Honden die te laat aanwezig zijn worden geweigerd. Loopse teven zijn toegelaten aan het einde van de proeven.
  6. Het werkboekje dient door elke geleider, alvorens aan de proeven te beginnen, overhandigd te worden aan de ringcommissaris of het secretariaat. Indien dit niet gebeurt, wordt de hond geweigerd. Honden zonder erkende stamboom spelen met een doorstreept werkboek. Daarenboven verplichten deze eigenaars zich ertoe dat hun volgende hond raszuiver zal zijn met een door de FCI erkende stamboom. Alle brevetten en prijzen uitgereikt onder toezicht van de KMSH en KKUSH kunnen enkel ten goede komen aan honden met een stamboom die erkend wordt door deze instanties. Honden zonder FCI-stamboom ontvangen een clubbrevet.
  7. De inrichtende club stelt 1 schrijver, 2 stuurlui en 2 medewerkers te water ter beschikking per 2 keurmeesters. De ringhulpen mogen niet meehelpen aan de proeven die ze zelf afleggen. De ringcommissaris aangeduid door de inrichtende club zal instaan voor de juiste volgorde van de deelnemers en het noteren van de punten en opmerkingen van de keurmeesters. De stuurlui dienen de proeven te kennen en volgen steeds de aanwijziging van de keurders. De medewerkers te water die de drenkeling simuleren mogen niet tot de familie of directe omgeving van de deelnemende hond behoren. Zij dienen de proeven te kennen en houden zich ter beschikking van de keurmeesters die aangeven, naarmate de oefeningen, wat ze moeten doen. Voor alle oefeningen is het gebruik van n of twee boten met een wettelijke veiligheidsuitrusting nodig.
  8. De boeien of markeringspunten in het water moeten minstens de afmetingen hebben van een voetbal. Zij dienen stevig en veilig aangebracht te worden zodat zij tijdens de proeven niet kunnen verschuiven en er geen hond in kan komen vast te zitten. Dit moet voor aanvang van de proeven door de keurders gecontroleerd worden.
  9. De aankomstzone wordt door de keurmeesters op het land afgebakend ca. 20m breed.
  10. Een hond kan voorgebracht worden door een ander persoon dan de eigenaar. Dit moet echter wel gemeld worden bij de inschrijving. Tijdens de wedstrijd mag de geleider niet meer vervangen worden. Elke eigenaar en geleider moeten aangesloten zijn bij een club erkend door de KKUSH en dienen deze club ook te vermelden op het inschrijvingsformulier. Per sportjaar mag een geleider met zijn hond slechts spelen onder de naam van n en dezelfde vereniging.
  11. Enkel keurmeesters die voor dit programma benoemd zijn door de Keurmeestersbenoemingscommissie van de KKUSH mogen deze proeven keuren. Zij zullen zich daarbij houden aan de bestaande reglementen en het aangenomen puntenstelsel. Het aantal keurmeesters zal tenminste 2, en steeds even moeten zijn. Zij hebben dan recht op de gebruikelijke vergoeding, zie reglementen KKUSH. Alle niet voorziene gevallen worden opgelost door de keurders, die steeds dienen rekening te houden met de richtlijnen en reglementen van het Officile Waterwerkprogamma. Bij eventuele sancties die worden genomen buiten het puntenstelsel dienen de 2 ambterende keurmeesters samen en eensgezind te beslissen. Een beknopt verslag zal dan doorgestuurd worden naar Sectie 4B en vermeld worden in het werkboek.
  12. De honden die deelnemen aan de waterwerkproeven, voeren hun oefeningen uit onder de volledige verantwoordelijkheid van hun eigenaar. De keurmeesters kunnen op elk moment de proeven onderbreken in geval van vermoeidheid van de hond of door vertoon van slecht gedrag van de hond of zijn geleider tijdens het uitvoeren van zijn oefeningen.
  13. Alle personen die in de boot stappen dienen zich in orde te stellen met veiligheidsregels voorgeschreven door de wet en zich te houden aan de instructies gegeven door de bestuurders of de keurders.
  14. De inrichters zorgen ook voor de beoordelingsbladen stellen de catalogus samen. De catalogus dient goed verzorgd en volledig te zijn: gegevens van de honden en geleiders plus alfabetische lijst van de deelnemers. Het is verboden deelnemers achteraf bij te voegen of te vervangen in de catalogus. De inrichters zullen de behaalde uitslagen (catalogus) doorsturen naar de KMSH, het algemeen secretariaat van de KKUSH en het secretariaat van de Sectie 4B en dit binnen de 14 dagen na de proeven.
  15. Het beoordelingsblad kan eventueel na de wedstrijd worden getoond aan de deelnemers afzonderlijk door een verantwoordelijke die is aangesteld door de inrichters. Wanneer de geleider vermoedt dat er een vergissing gebeurd is, kunnen de keurders hierover na de wedstrijd en op een behoorlijke wijze worden geraadpleegd. De resultaten zullen in de werkboekjes worden geschreven.
  16. De examens voor het behalen van een brevet staan open voor Newfoundlanders en Landsers ECT waarvan de eigenaar en geleider lid is van een club aangesloten bij de KKUSH of bij een organisme aangesloten bij de FCI. Enkel honden met een stamboom erkend door de KKUSH en de FCI krijgen het officile brevet van de KMSH. Er zal een brevet worden afgeleverd met de volgende vermeldingen:
    • Uitmuntend : 85% van de punten
    • Zeer goed : 70% van de punten
    • Goed : 60% van de punten
    Om het brevet te bekomen moet de hond minstens 50% van de punten behalen per oefening en 60% op het totaal van de te behalen punten. De hond die een onvoldoende heeft voor 1 oefening kan dus onmogelijk het brevet bekomen. Maximum 2 mislukte oefeningen mogen 1 maal overgedaan worden. De punten bij de herkansing worden berekend op het totaal der punten, doch maximum de helft van dit totaal kan worden toegekend. Na het afleggen van de examenproeven tot het behalen van een brevet wordt geen klassement gemaakt. De afroeping gebeurt volgens het catalogusnummer met vermelding van de kwalificatie en de punten. Alle voorziene prijzen zijn gelijk. Aan de examenproeven tot behalen van een zelfde brevet kan op verschillende data worden deelgenomen aan een hoger brevet, kan met dezelfde hond brevet niet meer deelgenomen worden aan het vorige brevet. Het deelnemen aan meerdere brevetten met een zelfde hond op dezelfde dag is niet toegelaten indien het maximum aantal honden bereikt is.
  17. Poging tot misleiding van de keurmeesters leidt tot het verlies van alle punten voor die oefening en eventueel ook punten voor de algemeen houding.
  18. De hals -en leibanden. Voor de volgoefening aan de leiband is n correct gedragen halsband toegelaten. Correct is sluiten rond de hals met een lichte speling, zonder loshangende delen. Voor alle andere oefeningen mag de hond geen enkele hals of leiband dragen. De hals en leibanden worden afgegeven of weggeborgen. Vlooienbanden e.d. worden beschouwd als halsbanden. Het dragen van een tuig is toegelaten.
  19. Gebruik of tonen van voedsel kan leiden tot uitsluiting.
  20. Wedstrijden kunnen georganiseerd worden. Voor het organiseren van wedstrijden dienen deze net als de brevetproeven officieel aangevraagd te worden. De wedstrijdvorm wordt later uitgewerkt.
  21. Oefeningen voor de brevetproeven
     

    1. Brevet A

    Deze is toegankelijk voor honden vanaf 12 maanden.
    Voor de proeven van Brevet A zijn nodig:

    • Een boot
    • Een boei op 50 m en op 25 m
    • Een mannequin van ongeveer 30 kg met de afmetingen van minstens een 12-jarig kind, zo gemaakt dat hij drijft in horizontale richting.

     

    Oefening 1 : Volgoefening aan de leiband : 10 punten.

    De geleider stelt zijn hond voor aan de keurder. De keurder zal de hond betasten. De hond moet dan aan de leiband volgen aan de linkerkant van de geleider, 20 m heen, een rechts-omkeer, en terugkeren naar de keurder. In tegenstelling tot andere programma's, mag de hond een kleine ruimte laten tussen hem en zijn geleider, doch max. 0,5 m. De wijze van gedrag (gehoorzaamheid, volgzaamheid, kalmte) zal door de keurders beoordeeld worden.

    STRAFPUNTEN:
    • Bijbevel: - 1 punt
    • Meer dan 0,5 m ruimte: - 1 punt
    • Ruk aan de leiband: - 1 punt

     

    Oefening 2 : Zwemproef over een 50 m : 15 punten.

    De hond wordt samen met een medewerker te water, een keurder en de stuurman in de boot meegenomen naar de 50 m boei. De keurder in de boot geeft een teken aan de keurder op de oever als de boot klaarligt om de oefening te beginnen. Hierop geeft de keurder op de oever het startsein aan de geleider om zijn hond te bevelen naar de oever te zwemmen. De tijdsopnamen begint bij het startsein van de keurder en eindigt bij het passeren van de aankomstlijn. De maximumtijd voor het uitvoeren van deze oefening bedraagt 2 minuten.

    STRAFPUNTEN:
    • Bij de start zijn 10 sec aanmoedigen gratis
    • Als de hond na 15 sec niet zelf in het water springt, zal de medewerker te water in de boot de hond helpen: - 5 punten.
    • Bijbevel: - 1 punt
    • Aankomen buiten de aankomst zone: - 2 punten
    • Aankomen buiten de tijdslimiet: verlies van alle punten

     

    Oefening 3 : Apport vanaf de oever over 50 m : 25 punten.

    Het apporteervoorwerp wordt op de oever aan de medewerker te water overhandigd die samen met een stuurman en een keurder in de boot zich naar de 50m boei begeven. De hond bevindt zich naast zijn geleider op de oever. De keurder in de boot geeft een teken aan de keurder op de oever als de boot klaarligt om de oefening te beginnen. Hierop geeft de keurder op de over het startsein aan de geleider om zijn hond te bevelen het apporteervoorwerp aan de boot te gaan ophalen. Bij dit startsein zal de medewerker te water in de boot gedurende 10 sec de hond lokken evenwel zonder de naam van de hond te roepen. Indien de geleider dit niet wenst, moet hij dit aangeven aan de keurders voor het begin van de oefening. Het apporteervoorwerp mag door de medewerker te water getoond worden vanaf het startsignaal. Wanneer de hond ter hoogte van de boot is aangekomen, geeft de medewerker te water het apporteervoorwerp in de muil van de hond die dit naar de oever dient te brengen. De geleider is vrij in de keuze van het te apporteren voorwerp. De tijdsopname begint bij het startsein van de keurder en eindigt bij het passeren van de aankomstlijn. De maximumtijd voor het uitvoeren van deze oefening bedraagt 4 minuten.

    STRAFPUNTEN:
    • Bij de start zijn 10 sec aanmoedigen gratis
    • Als de hond bij de boot is aangekomen, mag de geleider 1 maal een bevel tot vastnemen van het voorwerp geven
    • Bijbevel: - 1 punt
    • Hergeven van het apport: - 2 punten
    • Lossen en terug vastnemen van het apport door de hond: - 1 punt
    • Het apporteervoorwerp mag niet geworpen worden
    • Aankomen buiten de aankomst zone: -2 punten
    • Niet binnenbrengen van het apporteervoorwerp binnen de tijdslimiet: verlies van alle punten

     

    Oefening 4 : Boottrekken over een afstand van 25 m : 25 punten.

    Het apporteervoorwerp wordt op de oever aan de medewerker te water overhandigd die samen met een stuurman en een keurder in de boot zich naar de 25 m boei begeven. Het apporteervoorwerp wordt door de medewerker te water met een 3 meter lange lijn verbonden aan de voorsteven van de boot. De hond bevindt zich naast zijn geleider op de oever. De keurder in de boot geeft een teken aan de keurder op de over als de boot klaarligt om de oefening te beginnen. Hierop geeft de keurder op de over het startsein aan de geleider om zijn hond te bevelen de boot te gaan ophalen. Bij dit startsein zal de medewerker te water in de boot gedurende 10 sec de hond lokken, evenwel zonder de naam van de hond te roepen. Indien de geleider dit niet wenst, moet hij dit aangeven aan de keurders voor het begin van de oefening. Het apporteervoorwerp mag door de medewerker te water getoond worden vanaf het startsignaal. Wanneer de hond ter hoogte van de boot is aangekomen, geeft de medewerker te water het apporteervoorwerp in de muil van de hond die dit naar de oever dient te brengen. De medewerker te water zal evenwel de koord door zijn hand geleidelijk laten vieren zodat de hond de boot langzaam op gang kan trekken. De geleider is vrij in de keuze van het te apporteren voorwerp. De tijdsopname begint bij het startsein van de keurder en eindigt bij het passeren van de aankomstlijn. De maximumtijd voor het uitvoeren van deze oefening bedraagt 3 minuten.

    STRAFPUNTEN:
    • Bij de start zijn 10 sec aanmoedigen gratis
    • Als de hond bij de boot is aangekomen, mag de geleider 1 maal een bevel tot vastnemen van het voorwerp geven
    • Bijbevel: - 1 punt
    • Hergeven van het apport: - 2 punten
    • Lossen en terug vastnemen van het apport door de hond: - 1 punt
    • Het apporteervoorwerp mag niet geworpen worden
    • Aankomen buiten de aankomst zone: -2 punten
    • Niet binnenbrengen van de boot binnen de tijdslimiet: verlies van alle punten

     

    Oefening 5 : Ophalen van een mannequin op 25 m : 25 punten.

    De stuurman, de keurder en de medewerker te wter begeven zich met de boot en de mannequin naar de 25m boei. De hond bevindt zich naast zijn geleider op de oever. Als de boot aan de 25m boei is aangekomen, geeft de keurder in de boot de opdracht aan de medewerker te water om de mannequin in het water te gooien. Hierop geeft de keurder op de oever het startsein aan de geleider om zijn hond te bevelen de mannequin te gaan ophalen. De boot vaart onmiddellijk verder naar de 50m boei. De hond dient de mannequin bij voorkeur bij de arm vast te nemen. De tijdsopname begint bij het startsein van de keurder en eindigt bij het passeren van de aankomstlijn. De maximumtijd voor het uitvoeren van deze oefening bedraagt 3 minuten.

    STRAFPUNTEN:
    • Bij de start zijn 10 sec aanmoedigen gratis
    • Als de hond bij de boot is aangekomen, mag de geleider 1 maal een bevel tot vastnemen van het mannequin geven
    • Bijbevel: - 1 punt
    • Lokken gedurende 5 sec: - 2 punten
    • Lossen en terug vastnemen van de mannequin door de hond: - 1 punt
    • Vernielen of ernstige beschadigingen aanbrengen aan de mannequin: verlies van alle punten
    • Aankomen buiten de aankomst zone: -2 punten
    • Niet binnenbrengen van de mannequin binnen de tijdslimiet: verlies van alle punten

     

    Algemene houding: - strafpunten

    Voor algemene houding worden geen punten toegekend. Wel kunnen van het algemeen totaal strafpunten worden afgetrokken wegens redenen die verband houden met de algemen houding van de geleider en de hond. Bv. Ongepast gedrag van de geleider of de hond, ongepaste taal van de geleider, onverzordgde hond, enz. Elke vorm van geweld door de geleider of de hond wordt bestraft met uitsluiting, eventueel aaan te duiden in het werkboekje. De keurders maken een kort verslag op over dit voorval, samen en eensgezind. Dit verslag wordt gezonden naar Sectie 4B. De deelnemers moeten ten alle tijden beleefd blijven tegenover de jury, het terreinpersoneel en de medespelers.

    • Geen aftrek van punten zonder vermelding van reden.
    • Te laat komen wordt bestraft.
    • Terrein bevuilen:
          plasje: - 3 punten
          hoopje: - 5 punten
   
- Brevet B -

 
Deze is toegankelijk voor honden vanaf 18 maanden.


Voor de proeven van Brevet B zijn nodig:
  • Twee boten
  • Een boei op 50 m. en op 25 m.
  • Een mannequin met de afmetingen van minstens een 12 jarig kind, zo gemaakt dat ze horizontaal drijft
  • Een drenkeling

Oefening 1 :
Volgoefening aangelijnd en los : 10 punten
De geleider stelt zijn hond voor aan de keurmeester. De keurmeester zal de hond betasten. De hond moet dan aan de leiband volgen aan de linkerkant van de geleider, 20 m. heen, een rechtsomkeer, en stoppen. De geleider neemt de hals - en /of leiband af van zijn hond. Op het sein van de keurmeester keert de geleider met de hond aan zijn zijde terug naar de keurmeester waar de geleider stopt met de hond. In tegenstelling tot andere programma's, mag de hond een kleine ruimte laten tussen hem en zijn geleider, doch max 0,5 m. De wijze van gedrag (gehoorzaamheid, volgzaamheid, kalmte) zal door de keurmeesters beoordeeld worden.

Strafpunten:
  • Bijbevel : - 1 punt
  • Meer dan 0,5 m. ruimte: - 1 punt
  • Ruk aan de leiband : - 1 punt

Oefening 2 :
Boottrekken over een afstand van 50 m. : 20 punten
De stuurman begeeft zich samen met de keurmeester en een medewerker te water naar de 50 m. boei. Aan het voorsteven van de boot is een 3 meter lange koord vastgemaakt. De hond bevindt zich naast zijn geleider op de oever. De keurmeester in de boot geeft een teken aan de keurmeester op de oever als de boot klaarligt om de oefening te beginnen. Hierop geeft de keurmeester op de oever het startsein aan de geleider om zijn hond te bevelen de boot te gaan ophalen. Bij dit startsein zal de medewerker te water in de boot gedurende 10 sec. de hond lokken, evenwel zonder de naam van de hond te roepen. Indien de geleider dit met wenst, moet hij dit aangeven aan de keurmeesters voor het begin van de oefening. Wanneer de hond ter hoogte van de boot is aangekomen, geeft de medewerker te water de koord in de muil van de hond die dit naar de oever dient te brengen. De medewerker te water zal evenwel de koord door zijn hand geleidelijk laten vieren zodat de hond de boot langzaam op gang kan trekken. De tijdsopname begint bij het startbevel van de geleider en eindigt van zodra de hond kan staan. De maximumtijd voor het uitvoeren van deze oefening bedraagt 5 minuten.

Strafpunten:
  • Bij de.start zijn 10 sec. aanmoedigen gratis
  • Als de hond bij de boot is aangekomen, mag de geleider 1 maal een bevel tot vastnemen van de koord geven.
  • Bijbevel : - 1 punt
  • Hergeven van de koord : - 2 punten
  • Lossen en terug vastnemen van de koord door de hond : - 1 punt
  • Aankomen buiten de aankomst zone: - 2 punten
  • Niet binnenbrengen van de boot binnen de tijd limiet : verlies van alle punten.

Oefening 3 :
Onhalen van een mannequin, vertrek vanuit de boot : 20 punten
De stuurman, de keurmeester, de medewerker te water en de geleider met zijn hond begeven zich in de boot naar de 25 m. boei. De boot vaart parallel met de oeverlijn langs de 25 m. boei waar de keurmeester in de boot de opdracht aan de medewerker te water geeft om de mannequin in het water te gooien. Op het moment dat de mannequin in het water ligt, mag de geleider zijn hond bevelen de mannequin te gaan ophalen. De boot vaart nog 15 meter verder en stopt. De hond dient de mannequin bij voorkeur bij de arm vast te nemen. De hond maakt rechtsomkeer en dient de mannequin terug naar de boot te brengen. Binnen grijpafstand van de boot mag de geleider de mannequin van zijn hond afnemen. Indient de geleider dit wenst, wordt de hond terug in de boot genomen. De tijdsopname begint bij het startbevel van de geleider en eindigt bij het afgeven van de mannequin aan de geleider in de boot. De maximum tijd voor het uitvoeren van deze oefening bedraagt 2 minuten. De keurmeesters dienen bij het bepalen van de richting van deze oefening rekening te houden met de stroming in het water, doch de stuurman mag hierop niet anticiperen en zal steeds in dezelfde richting varen. Evenwel kunnen de keurmeesters bij sterke stromingen in het water de tijdslimiet aanpassen.

Strafpunten:
  • Bij de start zijn 10 sec. aanmoedigen gratis.
  • Als de hond na 15 sec. niet zelf in het water springt, zal de medewerker te water of de geleider de hond helpen: - 5 punten.
  • Als de hond bij de mannequin is aangekomen, mag de geleider 1 maal een bevel tot vastnemen van de mannequin geven.
  • Bijbevel: - 1 punt
  • Lossen en terug vastnemen van de mannequin door de hond : - 1 punt.
  • Vernielen of ernstige beschadigen aanbrengen aan de mannequin: verlies van alle punten.
  • Niet binnenbrengen van de mannequin binnen de tijdslimiet : verlies van alle punten.

Oefening 4 :
Ophalen van een drenkeling op 25 m.: 25 punten
De stuurman, de keurmeester en de drenkeling begeven zich met de boot naar de 25 m. boei. De hond bevindt zich naast zijn geleider op de oever. Als de boot aan de 25 m. boei is aangekomen, geeft de keurmeester in de boot de opdracht aan de drenkeling om in het water te springen. Bij het springen zal de drenkeling een hulpkreet schreeuwen. Gelijktijdig mag de geleider zijn hond bevelen de drenkeling te gaan ophalen. De boot vaart onmiddellijk verder naar de 50 m. boei. In het water simuleert de drenkeling een panieksituatie door met zijn armen te bewegen en om hulp te roepen. De drenkeling zal nooit de naam van de hond roepen. Als de hond bij de drenkeling is aangekomen, zal de drenkeling de hond bij de pels, bij voorkeur in de hals - of schouderstreek, vastnemen. De hond maakt rechtsomkeer en dient de drenkeling naar de oever terug te brengen. De drenkeling dient zich op de rug te laten voortdrijven. De tijdsopname begint bij het startbevel van de geleider en eindigt van zodra de hond kan staan. De maximumtijd voor het uitvoeren van deze oefening bedraagt 3 minuten.

Strafpunten:
  • Bij de start zijn 10 sec. aanmoedigen gratis.
  • Als de hond bij de drenkeling is aangekomen, mag de geleider 1 maal een bevel tot terugbrengen van de drenkeling geven.
  • Bijbevel : - 1 punt
  • Grollen of bijten naar de drenkeling : verlies van alle punten.
  • Aankomen buiten de aankomstzone : - 2 punten
  • Niet binnenbrengen van de drenkeling binnen de tijdslimiet : verlies van alle punten.

Oefening-5 :
Ophalen van een stuurloze boot op 25 m. : 25 punten
De stuurman brengt een tweede boot naar de 25 m. boei en vaart zelf verder naar de 50 m. boei. Aan de voorsteven van deze tweede boot wordt een 3 meter lange vlottende koord bevestigd. In deze tweede boot bevindt zich een medewerker te water die plat op de bodem moet liggen zodat hij onzichtbaar is. De hond bevindt zich naast zijn geleider op de oever. Op het startsein van de keurmeesters op de oever beveelt de geleider zijn hond om de stuurloze boot te gaan ophalen. Bij de boot aangekomen dient de hond de drijvende koord te zoeken en vast te nemen. De hond dient de boot terug naar de oever te trekken. De tijdsopname begint bij het startbevel van de geleider eindigt van zodra de hond kan staan. De maximumtijd voor het uitvoeren van deze oefening bedraagt 3 minuten. De keurmeesters dienen bij het bepalen van de richting van deze oefening rekening te houden met de stroming in het water. Evenwel kunnen de keurmeesters bij sterke stromingen in het water de tijdslimiet aanpassen.

Strafpunten:
  • Bij de start zijn 10 sec. aanmoedigen gratis.
  • Als de hond bij de boot is aangekomen, mag de geleider 1 maal een bevel tot vastnemen van de koord geven.
  • Bijbevel : - 1 punt
  • Lossen en terug vastnemen van de koord door de hond : - 1 punt
  • Aankomen buiten de aankomstzone : - 2 punten
  • Niet binnenbrengen van de boot binnen de tijdslimiet : verlies van alle punten.


Algemene houding : - strafpunten
Voor algemene houding worden geen punten toegekend. Wel kunnen van het algemeen totaal strafpunten worden afgetrokken wegens redenen die verband houden met de algemene houding van de geleider en de hond. Bv. Ongepast gedrag van de geleider of de hond, ongepaste taal van de geleider, onverzorgde hond, enz. Elke vorm van geweld door de geleider of de hond wordt bestraft met uitsluiting, eventueel aan te duiden in het werkboekje. De keurmeesters maken een kort verslag op over dit voorval, samen en eensgezind. Dit verslag wordt gezonden naar sectie 4B. De deelnemers moeten ten alle tijden beleefd blijven tegenover, de jury, het terreinpersoneel en de medespelers.
  • Geen aftrek van punten zonder vermelding van reden.
  • Te laat komen wordt bestraft.
  • Terrein bevuilen :
    plasje : - 3 punten
    Hoopje : - 5 punten
- Brevet C -

 
Deze is toegankelijk voor honden vanaf 18 maanden.


Voor de proeven van Brevet C zijn nodig:
  • Twee boten
  • Een boei op 50 en op 25 m.
  • Een drijvende reddingsboei
  • Een vlottende koord van ongeveer 15 mm. dik en minimum 30 m. lang
  • Twee drenkelingen

Oefening l :
Volgoefening los : 10 punten
De geleider stelt zijn hond voor aan de keurmeester. De keurmeester zal de hond betasten. De hond moet dan los volgen aan de linkerkant van de geleider, 20 m. heen, een rechtsomkeer, en terugkeren naar de keurmeester. In tegenstelling tot andere programma's, mag de hond een kleine ruimte laten tussen hem en zijn geleider, doch max. 0,5 m. De wijze van gedrag (gehoorzaamheid, volgzaamheid, kalmte) zal door de keurmeesters beoordeeld worden.

Strafpunten :
  • Bijbevel : - 1 punt
  • Meer dan 0,5 m. ruimte : - 1 punt.

Oefening 2 :
Ophalen stuurloze boot met behulp van een hulplijn op 25 m.: 20 punten
De stuurman, de keurmeester en de medewerker te water begeven zich met de boot naar de 25 m. boei. De hond bevindt zich naast zijn geleider op de oever. De keurmeester in de boot geeft een teken aan de keurmeester op de oever als de boot klaarligt om de oefening te beginnen. Hierop geeft de keurmeester op de oever het startsein aan de geleider om zijn hond te bevelen de drijvende hulplijn naar de boot te brengen. Bij dit startsein zal de medewerker te water in de boot gedurende 10 sec. de hond lokken, evenwel zonder de naam van de hond te roepen. Indien de geleider dit niet wenst, moet hij dit aangeven aan de keurmeesters voor het begin van de oefening. De hulplijn mag door de geleider aan de hond gegeven worden of in het water gegooid worden, doch dit moet gebeuren binnen de aankomstzone. De hond dient de hulplijn naar de boot te brengen. Binnen grijpafstand van de boot zal de medewerker te water de hulplijn in ontvangst nemen en indien gewenst door de geleider, de hond in de boot nemen. De tijdsopname begint bij het startbevel van de geleider en eindigt bij het afgeven van de hulplijn aan de medewerker te water in de boot. De maximumtijd voor het uitvoeren van deze oefening bedraagt 2 minuten.

Strafpunten :
  • Bij de start zijn 10 sec. aanmoedigen gratis.
  • Bijbevel : - 1 punt
  • Lossen en terug vastnemen van de koord door de hond : - 1 punt
  • Niet binnenbrengen van de hulplijn binnen de tijd limiet : verlies van alle punten.

Oefening 3 :
Ophalen drenkeling met behulp van reddings-boei en vertrek vanuit boot : 20 punten
De stuurman van een tweede boot brengt de drenkeling op 40 meter van de oever. Hierop geeft de keurmeester op het land het bevel aan de drenkeling om in het water te springen. Bij het springen zal de drenkeling een hulpkreet schreeuwen. De tweede boot vaart verder tot min. 75 m. van de oever. De stuurman, de keurmeester, de medewerker te water en de geleider met zijn hond begeven zich in de eerste boot naar de 25 m. boei. De keurmeester in de boot geeft het startsein aan de geleider om een reddingsboei in het water te gooien en zijn hond te bevelen de reddingsboei vast te nemen en er de drenkeling mee te gaan ophalen. De hond dient de reddingsboei bij de koord vast te nemen en zwemt ermee naar de drenkeling. In het water simuleert de drenkeling een panieksituatie door met zijn armen te bewegen en om hulp te roepen. De drenkeling zal nooit de naam van de hond roepen. Als de hond bij de drenkeling is aangekomen, zai de drenkeling de reddingsboei vastnemen. De hond maakt rechtsomkeer en dient de drenkeling naar de bootterug te brengen. Binnen grijpafstand van de boot mag de geleider de reddingsboei van zijn hond afnemen. Daarna worden de drenkeling en, indien gewenst door de geleider, de hond terug in de boot genomen. De tijdsopname begint bij het startbevel van de geleider en eindigt bij het afgeven van de reddingsboei aan de geleider in de boot. De maximumtijd voor het uitvoeren van deze oefening bedraagt 2 minuten. De keurmeesters dienen bij het bepalen van de richting van deze oefening rekening te houden met de stroming in het water, doch de stuurman mag hierop niet anticiperen en zal steeds in dezelfde richting varen. Evenwel kunnen de keurmeesters bij sterke stromingen in het water de tijdslimiet aanpassen.

Strafpunten :
  • Bij de start zijn 10 sec. aanmoedigen gratis.
  • Als de hond na 15 sec. met zelf in het water springt, zal de medewerker te water of de geleider de hond helpen : - 5 punten.
  • Bijbevel : - 1 punt
  • Grollen of bijten naar de drenkeling: verlies van alle punten.
  • Lossen en terug vastnemen van de reddingsboei door de hond: - I punt.
  • Niet binnenbrengen van de drenkeling binnen de tijd limiet: verlies van alle punten.

Oefening 4 :
Ophalen van een stuurloze boot met vertrek vanuit een andere boot : 25 nunten
De stuurman brengt een tweede boot naar de 50 m. boei en vaart zelf terug naar de oever. Aan de voorsteven van deze tweede boot wordt een 3 meter lange vlottende koord bevestigd. In deze tweede boot bevindt zich een medewerker te water die plat op de bodem moet liggen zodat hij onzichtbaar is. In de eerste boot bevinden zich de stuurman, een keurmeester, een medewerker te water en de geleider met zijn hond. Zij varen op 10 m. voorbij de stuurloze boot en stoppen 20 m. verder. Op het startsein van de keurmeesters beveelt de geleider zijn hond ont de stuurloze boot te gaan ophalen. Bij de boot aangekomen dient de hond de drijvende koord te zoeken en vast te nemen. De hond dient de boot terug naar de boot te trekken. Binnen grijpafstand van de boot mag de geleider de koord van zijn hond afnemen. Indien gewenst door de geleider wordt de hond terug in de boot genomen. De tijdsopname begint bij het startsein van de keurmeester en eindigt bij het afgeven van de koord. De maximum tijd voor het uitvoeren van deze oefening bedraagt 3 minuten. De keurmeesters dienen bij het bepalen van de richting van deze oefening rekening te houden met de stroming in het water, doch de stuurman mag hierop niet anticiperen en zal steeds in dezelfde richting varen. Evenwel kunnen de keurmeesters bij sterke stromingen in het water de tijdslimiet aanpassen.

Strafpunten :
  • Bij de start zijn 10 sec. aanmoedigen gratis.
  • Als de hond na 15 sec. niet zelf in het water springt, zal de medewerker te water of de geleider de hond helpen : - 5 punten.
  • Als de hond bij de boot is aangekomen, mag de geleider 1 maal een bevel tot vastnemen van de koord geven.
  • Bijbevel : - 1 punt.
  • Lossen en terug vastnemen van de koord door de hond : - 1 punt.
  • Niet binnenbrengen van de boot binnen de tijdslimiet : verlies van alle punten.

Oefening 5 :
Ophalen van twee drenkelingen op 25 m.: 25 punten
De stuurman, de keurmeester en twee drenkelingen begeven zich met de boot naar de 25 m. boei. De hond bevindt zich naast zijn geleider op de oever. Als de boot aan de 25 m. boei is aangekomen, geeft de keurmeester in de boot de opdracht aan de eerste drenkeling om in het water te springen. Bij het springen zal de drenkeling een hulpkreet schreeuwen. De boot vaart parallel aan de oeverlijn verder en 10 m. verder geeft de keurmeester in de boot de opdracht aan de tweede drenkeling om in het water te springen, evenwel zonder geluid te maken. De boot vaart door naar de 50 m. boei. Hierop geeft de keurmeester op de oever het startsein aan de geleider om zijn hond te bevelen eerst naar de bewegende, eerste, drenkeling te zwemmen.

In het water simuleert de eerste drenkeling een panieksituatie door met zijn armen te bewegen en om hulp te roepen. De drenkeling zal nooit de naam van de hond roepen. De tweede drenkeling zal "bewusteloos" op zijn rug in het water drijven. Als de hond bij de eerste drenkeling is aangekomen, zal de drenkeling de hond bij de pels, bij voorkeur in de hals - of schouderstreek, vasmemen. Daarna zal de hond naar de tweede drenkeling zwemmen en deze met de arm vastnemen. De hond dient dan de twee drenkelingen te water naar de oever terug te brengen. De tijdopname begint bij het startbevel van de geleider en eindigt van zodra de hond kan staan. De maximum tijd voor het uitvoeren van deze oefening bedraagt 10 minuten. De keurmeesters dienen bij het bepalen van de richting van deze oefening rekening te houden met de stroming in het water, de stuurman zal steeds in dezelfde richting varen. Evenwel kunnen de keurmeesters bij sterke stromingen in het water de tijdslimiet aanpassen.

Strafpunten :
  • Bij de start zijn 10 sec. aanmoedigen gratis.
  • Als de eerste drenkeling de hond heeft vastgenomen, mag de geleider 10 sec. gratis bevelen.
  • Als de hond de tweede drenkeling heeft vastgenomen, mag de geleiden 10 sec. gratis lokken.
  • Als de hond eerst de "bewusteloze" drenkeling vastneemt : verlies van alle punten.
  • Bijbevel : - 1 punt.
  • Grollen of bijten naar de drenkeling : verlies van alle punten.
  • Aankomen buiten de aankomstzone : - 2 punten
  • Niet binnenbrengen van de drenkeling binnen de tijdslimiet : verlies van alle punten.

Algemene houding : - strafpunten
Voor algemene houding worden geen punten toegekend. Wel kunnen van het algemeen totaal strafpunten worden afgetrokken wegens redenen die verband houden met de algemene houding van de geleider en de hond. Bv. Ongepast gedrag van de geleider of de hond, ongepaste taal van de geleider, onverzorgde hond, enz. Elke vorm van geweld door de geleider of de hond wordt bestraft met uitsluiting, eventueel aan te duiden in het werkboekje. De keurmeesters maken een kort verslag op over dit voorval, samen en eensgezind. Dit verslag wordt gezonden naar sectie 4B. De deelnemers moeten ten alle tijden beleefd blijven tegenover de jury, het terreinpersoneel en de medespelers.
  • Geen aftrek van punten zonder vermelding van reden.
  • Te laat komen wordt bestraft.
  • Terrein bevuilen :
    plasje : - 3 punten
    Hoopje : - 5 punten

 


Geregistreerd bij :
Fédération Cynologique  Internationale Koninklijke Maatschappij Sint-Hubertus
FCI Judge Watertrials
Breedjudge
---> Newfoundland
---> Sint Bernard
---> Berner Sennen
Breesch Rita
Eksaardedorp 9
9160 Eksaarde Belgie
0497/42 98 44