Petrus Mys - Vermist politieke gevangene WO2

Politiek gevangene, geboren 29 juli 1923 te Moerzeke - "vermist in Duitsland" 1945

Een artikel van Paul Van Den Hende

Petrus Mys werd eind september begin oktober 1942 als 19-jarige opgepakt te Berlare door de Duitse bezetter.
Hij was sinds 1937 ingeschreven in het bevolkingsregister van Berlare als bakkersgast en woonde bij zijn werkgever (Omer Kiekens, Daaldreef 99).
Vermist in Duitsland.
Overleden in het voorjaar van 1945. Bijna 75 jaar geleden!

Zoals wellicht in alle gemeenten en steden van dit land staat er ook in Berlare een oorlogsmonument tot negedachtenis van de gesneuvelden en gestorven opgeëiste burgers.
Op zondag 3 augustus 1930 werd het plechtig ingehuldigd door Luitenant-generaal Baron Michel, die de slag om Berlare (4 tot 8 okt 1914) de 4e legerdivisie aanvoerde.
Tegen de frontzijde van de bredere basis van de sokkel, zijn twee kleine bronzen platen aangebracht ter herinnering van de slachtoffers van de oorlog 1940-45: 3 politieke gevangenen en 3 gesneuvelden van Berlare.

Tijdens een plechtige herdenking aan het monument, ter gelegenheid van de wapenstilstand, valt me voor het eerste de naam op van "MYS P. vermist in Duitschland" op.
Geen Berlaarsre naam, dat is duidelijk. Bovendien, als enige vermist.
Uit een korte navraag onder de aanwezigen blijkt niemand goed van weet wat zijn lot was.
Alfons De Grauwe en Emiel Hertecant kregen elk een straatnaam in Berlare. Beiden werden onthoofd op 15 november 1943 te Gorden-Brandenburg, dicht bij Berlijn.
De urnen van hun stoffelijke resten kwamen in het Pinksterweekend van 1946 aan in Berlare.


het overbrengen van de urnen naar het kerkhof. Vooraan rechts, Jozef De Backer in politie-uniform.

Een eerste onderzoek bracht me bij een publicatie van de HOK Berlare (HOK = Heemkring en Oudheidkundige Kring).
Een getuigenverslag van Hector Vanhouwe, opgenomen door Arthur Merckx in 1987. Ook alweer meer dan 30 jaar geleden.
De lijdensweg van de gedeporteerden is duidelijk. Het artikel van 22 bladzijden geeft een goede kijk op wat er gebeurd is. Na een volle week razia's blijven 5 verzetslieden aangehouden, waaronder ook hector Vanhouwe en Paul Hertecant. Ze werden opgesloten in de gevangenis van Gent, en kort daarop gedeporteerd naar verschillende opeenvolgende kampen.
Slechts twee van hen zullen overleven, Hector en Paul. De ontbering staat op de netvliezen gegrift voor altijd. Petrus komt in een ander kamp terecht. Vanaf dat ogenblik is ook Hector aangewezen op mondelinge bronnen die, in tegenstelling tot zijn eigen getuigenis, minder duidelijk en minder betrouwbaar worden.
Over het lot van Petrus Mys of Mijs (de twee schrijfwijzen komen voor) blijkt dat Hector vernam van andere gevangenen dat hij was overleden in Sonnenburg rond de jaarwisseling 1944-1945. Dat was een voormalig tuchthuis en concentratiekamp waarin vanaf 1933 communisten en sociaaldemocraten werden opgesloten.
Tijdens de oorlog bracht men er vooral verzetsstrijders onder.
Eerst verwijs ik naar het getuigenis van Hector: "Sonnenburg was een munitiefabriek dicht bij de Poolse grens.Toen de Russen naderden lieten de Duitsers de fabriek in de lucht vliegen. Petrus was fysiek volledig onderkomen en lag op de "revier" (ziekenboeg). Die werd niet ontruimd."
Ondertussen weten we dat Sonneburg rond eind januari 1945 moet ontruimd zijn. De Gestapo heeft wellicht tussen de 800 en 1000 gevangenen vermoord.
Toen in maart 1945 het Rode Leger het kamp bevrijdde, was er geen enkele overlevende meer.

Petrus is geen "Berlarenaar" maar geboren en getogen te Moerzeke. De burgelijke stand van Moerzeke, dat nu onder Hamme valt, verwijst me naar een verantwoordelijke van de HOK Moerzeke.
Via hen krijg ik snel een "stamboom" van de familie toegestuurd. het gezin bestond uit de ouders en vier zonen, waarvan drie bakkersgasten. Wanneer ze in Berlare kwamen werken schreef hun eigen gemeente hen uit en werden ze "Berlarenaar". Om dit na te gaan doe ik een beroep op de burgelijke stand van Berlare.
De wet op de privacy gebiedt me een aanvraag te doen bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde. Mijn dossier "het raadplegen van archieven en registers van de burgelijke stand" is ontvankelijk. Ik krijg een toelating.
Wat blijkt: de één jaar oudere broer van Petrus verdween spoorloos in 1941. Zijn jongste broer verdronk op 20 juni 1943 in het Donkmeer op 17-jarige leeftijd.

De vader overleed op 6 maart 1944.
De oudste broer Albert (1920-1998), zou huwen met Alfonsine Bracke (1929-1992) en in Berlare blijven wonen.
Het centrum voor historische doccumenttaie(CHD) van de Krijgsmacht, Kwartier Koningin Elisabeth in Evere, kan me misschien helpen. Ze hebben dossiers over De Grauwe en Hertecant. Niets over Mys. Ik consulteer alvast die files en vind geen linken. Ze zetten me op weg. Het studie- en documentatiecentrum oorlog en hedendaagse maatschappij (Cegesoma) is een federale onderzoeksinstelling over oorlogen en conflicten in de 20steeeuw. Ik stuur een mail met verzoek om informatie over Petrus. Ik krijg vrij snel antwoord: "De man die je zoekt is MYS Peterus, geboren 29/07/1923 te Moerzeke, woonde te Berlare. aangehouden 12/10/1942, verbleef hij in de gevangenissen van gent, Bochum, Esterwegen, Hameln, Vechta, Sonnenburg. Over zijn overlijden bestaat weinig zekerheid: volgens één bericht werd hij op 27/01/1945 weggevoerd uit Sachsenhausen en daarna niet meer gezien."
Zijn aanwezigheid in de gevangenis van Sonnenburg laat de mogelijkheid dat hij één van de slachtoffers is van de massamoord van 30-31/01/1945.
Een andere getuige meldt dat hij omkwam in Lübeck, wellicht werd daarmee de scheepsramp met de Cap Arcona bedoeld (3/5/1945).
Afgaande op deze weinige gegevens, lijkt het eerste scenario meest waarschijnlijk. Het is dus duidelijk dat er een dossier bestaat met verschillende stukken in. Mijn vraag om de files in te kijken wordt negatief beantwood. Wet op de privacy!
Via de HOK in Moerzeke krijg ik adres en telefoonnummer van een nicht van Petrus, Leonarda Mijs wonende te Moerzeke. Ik bel haar en doe beknopt mijn verhaal.
Ik breng haar kort daarop een bezoek. Ze heeft nog wat foto's en het trouwboekje van het gezin Mys.


Petrus Mys op de foto met zijn broer als bakkersgasten. Op de rechtse foto, staat Petrus links, met Fidelius bij de KAJ.

Leonarda is bereid me een volmacht te tekenen vanwege de familie voor verder onedrzoek bij Cegesoma in Brussel. Met de volmacht krijg ik inzage in het dossier. Bloedstollend gewoonweg.
Elke bladzijde opnieuw "Im namen des Deutschen volkes".
Een kopij op een soort van blauwdruk van de veroordeling.
Hertecant, De Grauwe "zum Tode".
Petrus "Zu 8 jahren zuchthaus".
Hij zal het niet overleven.
Ik krijg de originele fiches onder ogen van petrus wanneer hij van het ene kamp naar het andere wordt overgebracht. Op het einde van de oorlog hadden ze blijkbaar niet meer de tijd om alles nauwgezet bij te houden. Dus de vraag zal onbeantwoord blijven.
Na de oorlog start het "Belgische commissariaat voor repatriëring" een "Steekkaart voor het opzoeken der vermisten".
Drie kaarten werden ingevuld. De drie pistes uit het archief na de oorlog zijn tegenstrijdig.
De oudere broer die in 1941 verdween en waar niemand ooit nog iets van gehoord heeft, werkte in verscheidene grote firma's in Duitsland.
De jonge man redde als 15-jarige een man uit de Schelde. Hij kreeg voor zijn heldendaad een erkenning van het "Carnegie Hero Fund" in 1938 en een erkenning van Prins Jean de Merode.
Van Fidelius die verdronk in het Donkmeer vond ik een krantenknipsel uit die tijd.


De bakkerij waar Petrus werkte bestaat al lang niet meer. Het pand was decennia lang een garage en autoherstelplaats en is sinds een paar jaar geleden verkocht en volledig gerenoveerd.
Uiteindelijk neem ik contact op met de enige zoon van de bakkerij van weleer, Antoon Kiekens.
Hij heeft een foto van de bakoven. In die tijd één van de grootste uit de streek, eingenlijk al een industrieel exemplaar. Antoon weet het van zijn moeder en zijn peter. Als de Duitsers de eerste maal binnenvallen verstopt Petrus zich boven de bakoven, via een klein toegangsluik voor het onderhoud.
Wellicht hielden ze het niet voor mogelijk dat zich daar iemand kon schuilhouden. Ze konden hem niet vinden. Bij een tweede inval bedreigen ze de familie. Als ze niet vertellen waar Petrus zit, zullen ze represailles nemen. Omer en zijn echtgenote brengen Petrus hiervan op de hoogte. Hij besluit dan zelf om uit zijn schuiplaats te komen.


Het pand van de bakkerij staat er nog steeds, Hertecantlaan7. Het is compleet gerenoveerd.
Het gedeelte waar de oven stond is nog goed herkenbaar, zonder oven weliswaar.
De kamertjes waar de bakkersgasten sliepen zijn nog intact. Ook de trap naar het luik.
Zelfs het toegangsluik tot de bovenkant van de oven.



Uittreksel van de 8 pagina's langer veroordeling.



De drie kampen waar Petrus achtereenvolgens verbleef: Esterwegen - Hameln - Sonnenburg



Paul Hertecant (1913-1990) getuigt dat Petrus tot het BVL behoorde.



Hector Vanhouwe (1923-1990) getuigt dat Petrus tot het BVL behoorde.



Het Rode Kruis vraagt na de oorlog inlichtingen over de vermiste gevangenen.
Omer Kiekens geeft informatie over zijn opgepakte knecht.



Het vonnis over Alfons De Grauwe, Emiel Hertecant en Petrus Mys.

De moeder van Petrus verliest voor het einde van de oorlog op 3 jaar tijd 3 van haar 4 zonen en haar man.

Na de oorlog tracht ze een uitkering te verkrijgen. Ze is nog alleen. De oudste zoon en enige overlevende van haar gezin is gehuwd.
Hij zal nooit over de oorlog spreken.
Door het feit dat de zonen bakkersgasten uitgeschreven werden naar Berlare en geen "domicilie" meer hadden onder haar dak, kan ze geen aanspraak maken op een financiële tegemoetkoming.
Ze dient dossier na dossier in. Telkens wordt het afgewezen.
Ze overlijdt op 17 mei 1947.
Een schrijnend verhaal.

Artikel gemaakt door Paul Van Den Hende.