

De honden eenmaal afgericht volgens ons programma worden onderverdeeld in drie categorieën:
De debutanten vangen aan in de derde categorie.
Na het behalen van een quorum gaan zij het volgend seizoen over naar de tweede categorie.
Weerom zij in dat tweede seizoen een minimum behalen belanden zij in de hoogte (eerste) categorie.
In de eerste categorie is de moeilijkheidsgraad van de oefeningen het hoogst.
Het is immers zo dat de honden, in principe vooral de Mechelse Herder, afgericht worden volgens een vast omschreven programma, maar dat de omstandigheden waarin de oefeningen dienen uitgevoerd te worden steeds verschilt van wedstrijd tot wedstrijd. Juist dit gegeven maakt onze discipline zo mooi maar ook zo moeilijk.
Het programma bestaat uit:
1. Gehoorzaamheidsoefeningen
2. Springoefeningen
3. Verdedigingswerk
Via de linken hierboven verneem je meer over deze oefeningen.
Buiten de vernoemde oefeningen wordt er op het terrein lokazen (voedsel) aangeboden en rondgestrooid. Het is uiteraard de bedoeling dat de hond zich hierdoor niet laat verleiden.
Eenmaal het programma afgewerkt beoordeelt de jury de algemene houding van hond en geleider. Zo kan een slordige voorstelling alsnog extra punten kosten.
In het totaal kunnen er 400 punten verdiend worden.
Deze punten zijn als volgt verdeeld:
·Gehoorzaamheidsoefeningen 60 p
·Springoefeningen 60 p
·Verdedigingsoefeningen 240 p
·Voedsel weigeren 20 p
·Algemene houding 20 p
Totaal 400 punten
