
Publicatie krantenartikel: 12/08/2003
BIST
Nog even en de gewestplannen
behoren definitief tot het verleden. U weet wel, die kleurrijke kaarten die
sinds de jaren zeventig het landschap van Vlaanderen netjes – nou ja –
verkavelden. Aan de kleur op de kaart kon je normaliter het ruimtelijk gebruik
in het echte landschap aflezen: wonen, werken, landbouw, groen en recreatie. Al
zat er veel speling op. In stad- en gemeentehuizen sloeg vaak de
kleurenblindheid toe als het werkelijke landschap niet bleek te stroken met de
kaart. Altijd voer voor discussie, die plannen. Munitie ook voor menige
dorpsruzie. Over enkele vierkante meters te veel of te weinig achter deze of
gene haag.
Die gewestplannen zijn nu dood, leve de ruimtelijke structuurplannen. In zowat
elke Vlaamse gemeente naderen ze hun voltooiing. Leg ze allemaal samen en je
krijgt het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Een monumentaal landschappelijk
bouwwerk is dat. De ruimtelijke ordening heet er een stuk logischer op geworden
te zijn. Moderner ook, met meer oog voor evenwichten waarbij vooral de meest
kwetsbare, want minst lucratieve ruimte, de natuur, ontzien en zelfs versterkt
wordt. Al blijft het knokken, getuige de strijd van het Groene Gordel Front in
het Brugse en op de imaginaire (taal)grens van de Vlaamse Ardennen en het Waalse
Pays des Collins.
Hoe verder gevorderd de gemeentelijke structuurplannen, hoe meer burgers wakker
schieten. Want eerst waren die plannen niets meer dan een inventaris van de
bestaande. Dat was niet bedreigend. Daarna kwam er een ‘gewenste’ ruimtelijke
structuur en die nadert nu de fase van de uitvoering. En dan gaat het erom
spannen. Want
‘Mensen van buiten de wijk spreken je aan, want
iedereen is bezig met het ruimtelijk structuurplan. Zo wordt het een vehikel
voor méér’
waar komen de extra woningen nu
precies, waar het groen en waar de bedrijfsruimte? Niets blijkt de afgelopen
jaren een meer mobiliserend effect op de bevolking te hebben gehad dan
ruimtelijke ordening. Logisch ook, want het gaat om eigen grond, dan toch om het
landschap. Niet dat al die protesterende burgers daarom egoïsten zijn. Verre
van. Dichte en verre buren ontmoeten elkaar en zetten een boom op over méér dan
het groen achter hun huis.
“Laat ons nog een restje groen”. Staat op een bordje voor een gerestaureerde
hoeve in de Katerstraat in Nijlen. Van alle borden die de jongste maanden in
deze wijk, de Bist, zijn verschenen, is dit het meest melige. Een relict van een
al veel oudere politieke strijd, de beginjaren van de ‘groene jongens’. De
Vlaamse kleinkunst leverde toen nog de soundtrack. “Vergeet voor één keer
hoeveel geld een miljoen is.” Zéér onder de indruk waren ze daarvan, de politici
en grondbezitters.
De strijd om het landschap vandaag is de naïviteit ver voorbij. De eigenaar van
de hoeve, getrouwd in een boerenfamilie met een stamboom van honderd jaar, is
meer dan mee met zijn tijd. “Eerder en stoemelings vernam de buurt dat het
gemeentebestuur zijn oog had laten vallen op onze achtertuin voor de inplanting
van een kmo-zone”, vertelt Geert Giebens. De zone komt in een omgeving van drie
scholen en smalle toegangswegen. “Er komt wel een nieuwe invalsweg. Maar dat
weten al die gps uitgeruste vrachtwagens en auto’s niet en dus zal het verkeer
toch door de Schoolstraat sluipen.”
Op enkele maanden tijd stampten
Geert en enkele buren een comité uit de grond. Red de Bist. Professioneel
geleid, met Power Point-presentaties en communicatiestrategie incluis. En een
hyperverzorgde website, waarmee het comité al snel een heel netwerk bestreek en
zichzelf omdoopte tot buurtvereniging. “Ervaring met het organiseren van zulke
dingen?” Geert haalt de schouders op. “Nee, dat leer je toch zo. Er bestaat
goede software voor.”
Het is zo professioneel en krachtig dat de lokale politici de website druk
bezoeken. En dat de oppositie al op de dorpel heeft gestaan met warme
steunbetuigingen. In één week tijd werd de Bist zwart bevlagd en beplant met
grote, zwarte protestborden. Elk bord zijn eigen boodschap. “Emma 6 jaar.
Fietsen wordt een gevaar.” “Eén twee drei, mensenkloterij”. “Vier vijf zes,
industrie ander adres”. “Zeven acht negen, gemeente zijt ge niet verlegen”.
“Het is ons te doen om de bedreigde landbouw en de verkeersveiligheid in de
buurt. En om het groen. Als ik even persoonlijk mag worden – ik weet dat het
niet hoort, want dan ben je zogezegd een egoïstische burger – maar toch: ik heb
ook liever weiden dan betonblokken achter mijn rug.”
Heel snel ging het om meer dan
die kmo-zone. “Mensen van buiten de wijk spreken je aan, want iedereen is bezig
met het ruimtelijk structuurplan. Zo wordt het vehikel voor méér. We beseffen
perfect dat de Bist maar een deeltje is van een groter geheel.”
Sinds de strijd begon, mist Geert geen enkele gemeenteraad meer. O ironie. De
burgemeester heeft ‘gedreigd’ met een referendum. Slim gezien, want daar zijn al
die kritische – sommigen zeggen: mopperende – burgers toch voor? “Ja en nee”,
zegt Geert. “Het is maar hoe je de vraag stelt, en wat de intentie is.”
Filip Rogiers
© 2003 Uitgeverij De Morgen n.v.
<
terug