SAMENVATTING VAN DE GESCHIEDENIS VAN DE BRYSSINCK-STAM

De Bryssinck-stam vindt zijn oorsprong in Waasmunster. Daar vinden wij in de oude cijnsboeken van de St.-Baafsabdij anno 1295 en 1325 een eerste verwijzing naar ene Gillis Brictij. Etymologisch betekent dat Gillis, zoon van Brycis. Brycis - of in om het even welke schrijfwijze die men daarvoor wil hanteren - is van oorsprong een Keltische voornaam. Wie die Brycis was, weten wij niet. Later worden de kinderen van Gillis Brycis met de familienaam Brixiis bedacht, nog later wordt dat Brisinc en Briessinck. De afstammelingen met deze laatste naam blijven in Waasmunster verder evolueren. Zij die de vorm Brisinc aannamen hebben zich naar Temse verplaatst, maar de familiebanden blijven nog een hele tijd nazinderen.

In de tweede helft van de 14de eeuw heeft Jan Brisinc zich dus in Temse gevestigd en aangezien hij de man was van Jonkvrouw Beatrijs Ackermans, die van haar vader een niet onbelangrijk leen had geërfd, zat deze Jan Brisinc dicht bij de lage volksadel. Ook zijn zoon, een andere Jan, trouwde met een Jonkvrouw. Zij heette Kateline, maar haar familienaam kennen wij niet. Een verder argument om die stelling te staven ligt in het feit dat het familiewapen schildhouders kreeg toebedeeld, hetzij twee arenden. Tenminste zien wij die arenden vanaf 1417 bij het wapen van de afstammelingen en ook veel later in de 16de eeuw komen die schildhouders nog voor. Zij waren dus erfelijk en dat wijst erop dat zij in de nabijheid vertoefden van deze lage volksadel. Hun functies aan het einde van de 14de en het begin van de 15de eeuw wijzen ook al in die richting. Ze waren schepenen, pachtten grote landerijen, verhandelden grootgrondbezit in de polders, pachtten de tol van Rupelmonde, talrijke charters over hen zijn bewaard gebleven, enzovoort. Dat maakt van deze Brisinc-stam zelf nog geen adellijke familie, wel in tegendeel. Toen aan het begin van de 15de eeuw de Brisincs in een strijd tegen de abt van de St.-Baafsabdij van Gent de zijde kozen van de heer van Temse Vilain, moesten zij het onderspit delven en werden zij voor het gerecht in Rijsel veroordeeld. Van toen af zag het er voor hen wel wat minder rooskleurig uit.

Een van de markantste figuren uit die tijd was Geeraert Brisinc. Hij woonde aan de hoek recht tegenover de kerk van Temse in een huis dat de naam "De gulden Cop" droeg. Tot op de dag van vandaag staat op die plaats een herberg die nog steeds die naam draagt. Hij was een brutale vlerk die van niemand vervaard was. Bovendien pachtte hij de tol van Rupelmonde en schuwde misbruik en kwade trouw niet om de voorbijvarenden onrechtmatig te belasten.

Tegen het einde van de 15de eeuw was hun naam al geëvolueerd tot Bryssinck, maar vanaf ongeveer het jaar 1500 wordt hun naam in Temse verkort tot Brijs of Brys. Die tak hebben wij niet gevolgd. Alleen in Tielrode, een aangrenzende parochie, bleef één nazaat Bryssinck heten, dat was Willem, man van Lijsbet Biestman. Hij overleed omstreeks 1556. Zijn weduwe ontginde de boerderij met haar vijf kinderen, van wie er toch drie voortijdig stierven. De jongste, Andries Bryssinck, bleef in het ouderlijk huis wonen. Dat was gelegen aan de Moortelstraat in de noord-westelijke bocht, dichtbij de grens met Elversele. Intussen waren de meeste leden van de stam hun hoge status kwijt en gingen zij deel uitmaken van de talrijke boerenfamilies, zij het dat die toch niet helemaal onbemiddeld waren, wel integendeel. Het is pas in de 18de en 19de eeuw dat onze stam begon te verpauperen.

Van deze Willem stammen alle thans levende leden van de Bryssinck-stam af. Zij bleven in de 17de eeuw allemaal in Tielrode wonen, verspreidden zich over de rest van het Land van Waas in de loop van de 18de eeuw, maar toen splitste zich een tak af naar Oostende, die daar Brissinck genoemd werd. In de loop van de 19de eeuw begint de groeiende mobiliteit de uittocht uit dat Land van Waas te bevorderen. Sommigen gaan in Noord-Frankrijk werken, maar blijven er niet definitief wonen, anderen vertrekken voor goed naar het Luikse en worden in de kortste keren echte Walen. De schrijfwijze van de naam is voor sommigen geëvolueerd tot Bryssinck, Brijssinck, Brijssinckx, Bressinck, enzovoort. En de kleine tak van Waasmunster met de variant Briessinck telt ook zijn nakomelingen.

Het hele verhaal in al zijn details wordt natuurlijk in mijn boek "Geschiedenis van de Bryssinck-stam" verteld. Het behandelt die geschiedenis tot omstreeks 1880. Het boek is raadpleegbaar in pdf-formaat onder de knop STAMBOOM op de eerste pagina van deze webstek.