Theorie rond Romeinse cijfers .

Theorie rond Romeinse cijfers .
1,2,3,4,5,6,7,8,9,0. Met deze cijfers kunnen wij alle getallen schrijven. Ons systeem is veel handiger dan andere systemen. Een voorbeeld van een onhandig systeem zijn de Romeinse cijfers. Want het maken van voor ons eenvoudige berekeningen als vermenigvuldigingen en delingen, is met Romeinse getallen een hopeloze opgave. Ons systeem is zo handig omdat het een positiesysteem is, dat betekent dat de waarde van een cijfer van zijn positie afhangt. Voorbeeld: met twee cijfers, 6 en 4, kun je verschillende getallen schrijven: 46 en 64. De 6 in 64 staat voor 6 tientallen, dus voor 6 maal 10, maar de zes in 46 staat voor 6 een heden, dus 6 maal 1.

De symbolen van het Romeins getalstelsel:
Romeins Benaming Arabisch
I Unus 1
V Quique 5
X Decem 10
L Quinquaginta 50
C Centum 100
D Quingeti 500
M Mille 1000


Om de overstap van de Romeinse cijfers naar Arabische cijfers te maken, moeten we het gegeven getal opsplitsen in verschillende stukken, die je afzonderlijk noteert. We rekenen ieder stukje uit en tellen dan de bekomen getallen bij elkaar op. We moeten echter rekening houden met een aantal afspraken.

Afspraken: