Het PAS SYNDROOM (Parental Alienation Syndrome)
OUDERVERSTOTING

Voorwoord

De jongste cijfers van het NIS (Nationaal Instituut voor Statistieken) geven aan dat zeven huwelijken op de tien uitlopen op een echtscheiding.  Het initiatief gaat in 70% van de gevallen uit van de moeder, mogelijk omdat Justitie de moeder verheerlijkt als het om de kinderen gaat.
De cijfers van longitudinale onderzoeken in westerse landen liegen er niet om.  Afhankelijk waar men woont verliest tussen de 10% en de 54% van de kinderen het contact met één van zijn ouder een jaar na scheiding.  In Zweden waarbij o.a. een deurwaarde met bij komende opleiding een boycot omgangsrecht dient vast te stellen, en waarbij een omkering van de zorg in dergelijke gevallen vaker wordt toegepast verliezen +/-10% van de kinderen één van hun ouder bij een scheiding.  In België heb ik tot op heden geen gegevens hieromtrent kunnen vinden.  In Nederland wees een studie van 1985** uit van 40% gemiste oudercontacten uit huwelijkse scheidingen en jaar na scheiding.  Als buurland doet Duitsland het nog slechter met 50% verbroken ouder – kindcontacten (Zeitschrift fur Bevolkerungswissenschaft maart 1995).    In 90%-95% van die gevallen wordt de vader-kind relatie voorgoed afgebroken.  De onderzoeksgegevens wijzen uit dat ongeveer 30% van deze kinderen te maken krijgen met gevolgen op lange termijn (Ursula Kodjoe).  Ze hebben in hun latere leven dan o.a. te maken met stabiliteit van menselijke relaties, slechtere prestaties op persoonlijke professionele en het sociale vlak.  Ze zijn niet in staat zich overeenkomstig hun intellectuele mogelijkheden te ontplooien.  De sociaal-emotionele gevolgen van het verlies of onredelijk verdeeld contact met één ouder en zijn familie kost de samenleving veel geld.  Posttraumatische stress, (psycho)somatische klachten arbeidsongeschiktheid, gedragsproblemen bij de kinderen, en zelfs (zelf)moorden of neigingen daartoe zijn maar al te vaak het gevolg van scheidingsproblematiek.  Omdat kinderen van gescheiden ouders ook vaak last hebben met relaties zal dit patroon mogelijk herhalen.  Volgens een Nederlandse studie van het CBS uit januari 2001, komen er ieder jaar ongeveer 9000 kinderen bij die binnen een jaar het contact met de andere ouder verliezen na echtscheiding (in 2001 is dit dus 25% van het totaal). De totale hoeveelheid aan kinderen zonder contact met de andere ouder wordt geschat, volgens de steekproef, op ca. 150.000 kinderen. Gerekend met een gezinssamenstelling van 2, 2 kind per gezin worden hiermee ca. 70.000 ouders direct getroffen in het verlies met het contact van hun kinderen. Gerekend met overige familieleden, grootouders, ooms en tantes wordt de populatie begroot op ca. 500.000 personen die getroffen worden als gevolg van het verbreken van de familiebanden. In  90% - 95% van de gevallen verliezen vaders het contact met hun kinderen in genoemde situaties.  Laten we aannemen ondanks dat het hier wel in de strafwet staat dat de situatie hier vergelijkbaar is.

Blijkbaar zitten (echt)scheidingen in de lift dus ook de gezagskwesties.  In steeds meer landen laten rechters in het belang van het kind PAS doorwegen in hun vonnissen.

*Bron NIS, CBS, SNO.MYWEB, SCJF

terug naar inhoud

 1.  Wat is PAS?

PAS staat voor Parental Alienation Syndrom in het nederlands het ouderverstotingssyndroom.

Wat is de definitie van een syndroom?

In de medische wetenschap is een syndroom een groep van symptomen die bij elkaar mogen worden geplaatst omdat ze zich gezamenlijk voordoen.  Een goed voorbeeld van een syndroom is het downs syndroom, waarin een combinatie van een geestelijke handicap en een gezichtsuitdrukking die lijkt op die van Aziatische mensen.  De kinderen met dit syndroom hebben ook allemaal een relatief korte vijfde vinger.  Begin jaren ’80 werd het ontdekt door Prof. R. Gardner die zich bezig houd met kinderpsychiatrie.   

Wat is PAS? 

PAS is een verstoring die ontstaat exclusief in een dispuut om het gezag om een kind.  Meestal gaat het om de vader en de moeder, soms ook de grootouders.  Maar het gaat altijd om een gezagskwestie. Het gaat om twee componenten. Ten eerste is er sprake van het systematisch hersenspoelen van het kind, een campagne van denigreren van de ene ouder door de andere.
De tweede component, en dit is belangrijk, is de eigen bijdrage van het kind.

Het syndroom van ouderverstoting is de echtscheidingsziekte bij uitstek.  Elk kind heeft daar in meer of mindere mate last van. Er ontstaat een verwijdering tussen de kinderen en de niet verzorgende ouder. Vaak gebruikt de verzorgende ouder allerlei manieren om die oudervervreemding zo groot mogelijk te maken. Daartoe aangemoedigd zal ook het kind hierin een rol vervullen en ontwikkelt zich bij het kind het zogenaamde Ouderverstotingssyndroom: het Parental Alienation Syndrome (PAS).
 

Dit syndroom kan het verdere hele leven van het kind sterk beïnvloeden, maar kan ook in de volgende generatie merkbaar zijn. PAS is dermate ernstig dat dit in het diagnostisch handboek voor psychische stoornissen (DSM-V) zal worden opgenomen. (WWW.familycourt.com)
Volgens prof. Gardner is PAS een stoornis omdat ‘geen enkel kind door zijn genen geprogrammeerd is om een ouder af te wijzen die van dat kind houdt’. De stoornis bestaat uit hysterie, in ernstige gevallen uit paranoia. Bovendien handelt een kind dat zonder reden een ouder verstoot, consequent tegen zijn belang in en ook dat wijst niet op geestelijke gezondheid. Gardner benadrukt dat PAS niets te maken heeft met die kinderen die om een gegronde reden (b.v. ernstige mishandeling of verwaarlozing) een ouder verstoten. In die gevallen is verstoting immers een normale reactie, zij wordt pas een stoornis als zij niet gegrond is en tegen het eigen belang indruist. 


terug naar inhoud

2.  Gevolgen van PAS! 

Ruzie en agressie

Bij een (v)echtscheiding leert het kind dat ruzie en agressie tussen ouders heel normaal is, en dat het vertellen van onwaarheden over elkaar ook heel normaal is.


Een sterke psychische stoornis

Hoewel het vaderverstotingssyndroom*  geen geestesziekte is, beschouwt Gardner het wel als een sterke psychische stoornis en als een voorbeeld van het zogenoemde ‘folie-à-deux’, een verschijnsel waarbij de ene partij zijn/haar psychische afwijking op de andere overbrengt, zodat zij die dan allebei hebben. Andere Amerikaanse psychiaters delen het PAS dan weer in bij het Munchhausen syndrome by proxy (door overdracht), een stoornis die voor het eerst zo genoemd is door J. Money in l986 naar de bekende fantastische vertellingen van baron von Münchhausen. Het syndroom bestaat daaruit dat een ouder totaal verzonnen verhalen, vaak over ingebeelde ziekten, overal voor waar gaat rondvertellen en dat gestoorde gedrag op haar kind weet over te brengen. Ook valse incestbeschuldigingen worden (voor het eerst in 1989 door D.C. Rand) tot dit Munchhausensyndroom gerekend. Gardner houdt er echter aan vast dat het vaderverstotingssyndroom* iets zelfstandigs is omdat daarin volgens hem veel meer sprake is van een, zij het door programmering op gang gebracht, actief handelen door het kind zelf.

Ernstige, matige en lichte gevallen.

Gardner onderscheidt drie gradaties van het verstotingssyndroom: de ernstige, matige en lichte gevallen. Bij de ernstige gevallen zijn de moeders volkomen fanatiek en soms paranoïde. Kenmerkend voor paranoia is het op een ander projecteren van ongunstige eigenschappen en gedachten die men in zichzelf niet erkennen wil, een bekend voorbeeld hiervan is de valse sexbeschuldiging. Kenmerkend is ook wreedheid. Met de kinderen is een folieàdeux binding ontstaan: zij delen de paranoïde wanen van de moeder en kunnen in totale paniek op de vlucht slaan als zij de vader (moeten) ontmoeten. Bij de matige gevallen zou het niet zozeer om gestoorde vrouwen gaan maar om vrouwen die razend zijn omdat zij door hun man verlaten werden. De binding met de kinderen is gezond te noemen. Vóór de scheiding waren zij vaak goede opvoedsters (in tegenstelling tot de moeders van de ernstige gevallen, die als opvoedsters tekort schoten). Als kinderen uit zichzelf met een sexbeschuldiging komen aanzetten dan kunnen deze moeders toegeven dat die vals is. Kinderen van deze matige gevallen maken weliswaar hun vader zwart maar kunnen die houding nog wel veranderen wanneer zij weer regelmatig met de vader in aanraking komen. Hun afweerhouding komt daaruit voort dat zij de gezonde binding met hun moeder willen verdedigen. Ook bij de lichte gevallen van vaderverstoting hebben de kinderen een gezonde binding met de moeder. Hier gaat het meest om moeders die in de eerste kinderjaren erg goed voor de kinderen gezorgd hebben en nu de kinderen tegen de vader programmeren om als het ware hun eigen positie veilig te stellen.

*Kan net zo goed de moeder zijn.

terug naar inhoud

3.  Oorzaken en signalen van PAS.

  PAS verstoting ontstaat wanneer de verzorgende ouder in het kind haatgevoelens tegen de andere ouder inbrengt, die vervolgens een eigen leven gaan leiden. Om dit alleen als ‘hersenspoelen’ aan te duiden, is het te eenzijdig en passief: kenmerkend is juist dat de door de sociale omgeving opgeroepen krachten daarna in het kind een zelfstandige dynamiek ontwikkelen. 

Acht duidelijke symptomen zouden het syndroom herkenbaar maken: minachtingscampagne tegen de niet-verzorgende ouder, zwakke of onzinnige redenen daarvoor, geen ambivalente gevoelens (de ene ouder is louter goed, de andere louter slecht), een nageprate ‘geheel eigen mening, reflexmatige steun aan de zorgouder in het ouderconflict, afwezigheid van schuldgevoelens, letterlijk citeren van onbegrepen woorden en uitbreiding van de vijandschap tot de familie van de gehate ouder.  In Belgie-Nederland is de verstoten ouder in 90% van de gevallen, de vader en in 10% de moeder. In Amerika was dat tot voor kort ook zo. De psycholoog I.D. Turkat gebruikte in plaats van PAS zelfs de aanduiding Malicious mother syndrome.

Gardner hanteerde in plaats van de neutrale termen ‘verstoten ouder’ of ‘vervreemde ouder’ af en toe ook ter vereenvoudiging het woord ‘vader’ en in Belgie of Nederland is de term ‘Parental Alienation Syndrome’ (PAS) wel vereenvoudigd weergegeven met ‘vaderverstotings­syndroom’. Maar volgens recente indrukken zou zich in somige staten van Amerika een kentering voltrekken: het percentage moeders onder de verstoten PAS-ouders zou zelfs de 50% benaderen.

In Belgie en Nederland is daar nog weinig of niets  van te merken vandaar deze bundel.


*Met dank aan Rob Van Altena

terug naar inhoud

4.  Het PAS kind.

Een ‘Geliefd’ en een ‘gehaat’

Bij een geval van PAS heeft het kind zijn ouderpaar als het ware door-kliefd in een ‘geliefd’ en een ‘gehaat’ deel, aanduidingen die door Gardner bewust tussen aanhalingstekens worden gezet: “De gehate ouder wordt alleen ogenschijnlijk gehaat, er is nog veel liefde aanwezig. En de geliefde ouder wordt soms meer gevreesd dan geliefd.”

Er bestaat met deze ouder echter een sterkere gevoelsbinding dan met de gehate ouder. Een kind heeft een binding met allebei de ouders maar de sterkste binding zou veelal bestaan met die ouder door wie het als baby en als kleuter het meest verzorgd werd. Die binding zou het kind willen bewaren en zodra het denkt dat zij door de scheiding bedreigd wordt, zou het daarom tegen de andere ouder een afwijzings­campagne beginnen. De wapens die het daarbij inzet, zijn vaak kinderlijk en simplistisch. Helaas zijn er moeders die vaak ook van de onzinnigste klachten van het kind met welbehagen kennis nemen. Erger nog: ook advocaten en zelfs rechters laten zich soms door zulke klachten meeslepen in plaats van zich af te vragen of dat nu redenen zijn om een vader nooit meer te willen ontmoeten. 

Een strijd om gezag en zorg

Het verstotingssyndroom gaat zich, volgens Gardner, ontwikkelen zodra het kind beseft dat er een strijd om gezag en zorg aan het ontbranden is. Om in die strijd een rol te spelen, begint het zijn eigen scenario van geringschatting en uitsluiting op te stellen. Na enige tijd kan het kind ervan bezeten raken de ‘gehate’ ouder te kleineren, beschuldigen en uit te stoten - dat alles zonder aanleiding of om aanleidingen die in geen enkele ver­houding staan tot een levenslange afwijzing.  

De gevolgen zijn rampzalig voor de ver­stoten ouder en voor het kind zelf.

Zij uiten zich in gedrags-, prestatie- en ont­wik­kelings­stoornissen die het verdere leven kunnen overschaduwen. Een kind met PAS program­meren is geestelijke kindermishandeling en volgens Gardner zelfs ingrijpender dan lichamelijke mishandeling of seksueel misbruik. “Veel mensen die als kind mishandeld werden, konden over hun pijn en vernederingen heengroeien en dat geldt ook bij seksmisbruik al grijpen de gevolgen daarvan dieper in. Maar wie een kind met een PAS programmeert, verbreekt de band tussen dat kind en de andere ouder voor het leven... Jongens hebben echter een vader nodig als rolvoorbeeld en meisjes een vader voor hun beeldvorming van de man. En op dezelfde manier hebben meisjes een moeder nodig als rolvoorbeeld en jongens een moeder voor hun beeldvorming van de vrouw. Kinderen van beide geslachten hebben ouders van beide geslachten nodig om te leren hoe zij in hun leven met mensen van beide geslachten moeten omgaan... Bovendien krijgen PAS-kinderen problemen met het inschatten van de werkelijkheid. Zij zijn ertoe geprogram­meerd dingen voor waar aan te nemen die totaal niet met hun eigen waarnemingen overeenstemmen. Dat leidt tot verwarring, onzekerheid, gebrek aan zelfvertrouwen, wantrouwen jegens mensen die iets anders zeggen dan de programmeerster en in ernstige gevallen tot een breuk met de werkelijkheid. Beschadigde werkelijkheidszin is een van de kenmerken van een psychose. Veel genoemd in verband met PAS-kinderen worden - paranoïde waanvoorstellingen en die kunnen jaren zoniet het hele leven aanhouden. Soms wordt hun zelfs ronduit psychopatisch gedrag aangeleerd: openlijk vijandelijkheid betuigen en zich van het gevolg daarvan voor het mikpunt niets aantrekken... Dat alles neemt echter niet weg dat een PAS-kind, al kan het er openlijk op snoeven dat het de andere ouder verstoten heeft, diep in zijn hart toch vaak een groot verlies ervaart. Een eens geliefd en gewaardeerd mens is uit zijn leven verwijderd... Dat kan gevoelens van depressie oproepen zonder de vrijheid die te kunnen uiten. Wat zich dan weer voortzet in aanpassingsmoeilijkheden op school en in de verstandhouding met anderen.”  

Ook de verstoten ouder is ondertussen slachtoffer.

vaak wordt hij op een uitge­sproken sadistische manier geschoffeerd, geminacht, beschimpt en belasterd en door zijn eigen kinderen behandeld en gehaat alsof hij geen gevoel zou hebben...  Nu is bezeten haat vaak maar een dunne verhulling van diepe liefde. Echte verwerping is neutraliteit, weinig of niet meer aan iemand denken. Het tegendeel van liefde is niet haat maar onver­schillig­heid. Hier neemt liefde echter de vorm van haat aan omdat kinderen zich tegenover hun moeder schuldig zouden voelen als zij openlijk liefde voor hun vader zouden bekennen... 

Kinderen kunnen met de ouder gaan meetrillen.

Daarnaast kunnen bij de vorming van PAS ook nog oorzaken meespelen als identificatie met de agressieve ouder, overneming (inductie) van haar gevoelens, eenzijdige idealisering en de kans vrijuit woede te kunnen luchten die onder normale omstandig­heden onderdrukt of in banen geleid wordt. Identificatie met een agressor is een verschijnsel dat zich kan voordoen wanneer een zwakkere tegenover een overrompelende en dreigende partij machteloos staat. Hij/zij kan de toestand dan proberen te beheersen door de kenmerken van de sterke over te nemen. Als een razende moeder voor de ogen van het kind constant de vader staat te honen, dan kan het kind aan haar kant gaan staan omdat het bang is die uitbarstingen anders zelf over zich heen te krijgen. Een omgekeerd geval was dat van een jongen die er herhaaldelijk bij was dat zijn vader zijn moeder gemeen sloeg. Om zich daar zelf tegen af te schermen verklaarde hij zijn moeder te haten en veel van zijn vader te houden: lief­des­verklaringen die wel meer met angst dan met genegenheid te maken hadden. Het passief overnemen (inductie) van gevoelens is het best te vergelijken met het verschijnsel dat een trillende stemvork ook een andere stemvork in de buurt spontaan doet meetrillen. Zo kunnen ook menselijke gevoelens vaak heel snel door een ander worden overgenomen. Kinderen die bij een ouder wonen die van woede vervuld is en hysterische uitbarstingen van razernij vertoont, kunnen al gauw met haar gaan meetrillen.” 

Dan wordt het maar al te duidelijk dat zulke kinderen wel geestelijk moeten scheefgroeien…

Een duidelijk symptoom van PAS is als men een kind als ‘geheel zelfstandig’ een mening laat zeggen die uit de ouder zelf voortkomt. Bedoeld wordt b.v. die situatie waarin een ouder er bij het kind op blijft hameren dat het helemaal zelf beslissen mag of het naar de andere ouder toe wil. Het kind, dat maar al te goed aanvoelt hoe de program­merende ouder hier eigenlijk over denkt, zegt dan met nadruk dat het uit zichzelf niet wil. Gardner maakte in zijn praktijk moeders mee die tegen hun kind woorden gebruikten als: ‘Als je niet naar hem toe wilt, dan sta ik helemaal achter je. Al moeten we ervoor naar de rechter, we staan op je mening. Ik laat hem niet met je sollen. Jij hebt het recht om niet te willen en je kan op mij rekenen dat ik daar ook voor opkom’.  “Hoe luidruchtiger en vastberadener deze moeders worden, des te meer verharden de kinderen in hun weigering - niet uit een primair verlangen hun vader niet meer te zien maar om niet tegen de moeder in te gaan. Tegen elke poging van de vader om bij de kinderen betrokken te blijven, wordt door moeder en kinderen een muur opgetrokken. Ondertussen kan men zich maar al te goed de reactie van de moeder voorstellen als dezelfde kinderen niet naar school of naar de tandarts zouden willen of niet ingeënt zouden willen worden. Er is beslist maar één soort weigering waarvoor de moeder de barricaden opgaat en dat is de weigering om de vader op te zoeken.”

Als men ziet om wat voor redenen kinderen de andere ouder of diens familie nooit van hun leven meer willen ontmoeten, dan wordt het maar al te duidelijk dat zulke kinderen wel geestelijk moeten scheefgroeien. ‘Hij zei altijd zo hard dat ik mijn tanden moest poetsen’; ‘Zij zei: ‘niet in de rede vallen’; ‘Oma verwent me: ze geeft me teveel speelgoed’; ‘Ik moet rustig zitten onder het eten’. ‘Ik mag pas televisie kijken als mijn huiswerk af is’; ‘Als ik piano gespeeld heb, klapt hij niet zo hard in zijn handen als mijn moeder’; ‘Ik moet meehelpen mijn bed op te maken’; ‘Ik moest op mijn zusje letten terwijl hij de afwas deed’; ‘De fiets bij mijn moeder is veel beter’; (een kind van zes:) ‘Hij behandelt me als een kind’. Enz. enz. 

terug naar inhoud 

5.  De programmerende ouder.

 Hersenspoelen of programeren..

Hoewel Gardner juist de eigen inbreng van het kind het kenmerk vindt van een PAS-syndroom, laat hij geen twijfel bestaan aan de overheersende rol van de program­merende ouder. “Het woord hersenspoelen wordt niet als een vakterm beschouwd en in strikt wetenschappelijke publikaties niet erg aanvaard maar ik zie het toch wel degelijk als een nuttig woord omdat het heel direct aangeeft dat iemand via een wel­bewust proces het denken van een ander probeert te veranderen.” Van dit hersen­spoelen of programmeren geeft de schrijver dan een bladzijden lange catalogus van voorbeelden waarvan wij er hier maar enkele kunnen overnemen: “Er zijn moeders die zodra hun man vertrokken is, door het huis heen razen en alles vernielen wat nog maar aan zijn bestaan zou kunnen herinneren. Dat geeft de kinderen het gevoel dat hun vader zo’n verachtelijk en minderwaardig individu is, dat al wat van hem is blijven liggen het huis als het ware bevuilt en dat elk bewijs dat hij ooit bestaan heeft, moet worden uitgewist zelfs met inbegrip van b.v. foto’s van leuke gebeurtenissen. Het gebeuren heeft iets van wat er in bepaalde autoritaire staten plaatsvond, waar mensen opeens van de aardbodem verdwenen en elk restant van hun bezittingen in beslag genomen en vernietigd werd.

 Enkele technieken…

 Algemeen is de manoeuvre om de vader voor te schrijven dat hij bij het afhalen van de kinderen in zijn auto moet blijven zitten en zijn aankomst maar kenbaar moet maken door te toeteren: aan de voordeur komen is er niet bij en aanbellen al helemaal niet. Letterlijk iedere andere sterveling die toevallig langskomt, mag gewoon op de deurbel drukken maar de vader als enige niet. Ook het antwoordapparaat is een machtig wapen: het staat altijd aan, ook als moeder en kinderen thuis zijn. Als de telefoon gaat, luistert moeder eerst wie er opbelt voordat zij al of niet opneemt. Voor de vader wordt in elk geval niet opgenomen en zo krijgen de kinderen praktijkles hem maar te laten praten en geen antwoord te geven. Deze gewoonte is zo algemeen dat sommige vaders (het gaat hier over Amerika) de moeder via een gerechtelijk bevel lieten verplichten om als zij thuis was het antwoordapparaat uit te schakelen en de telefoon op te nemen zodat de vader met zijn kinderen kon bellen. “In veel gevallen kon dat bevel helaas ongestraft genegeerd worden, zoals dat met vonnissen tegen PAS-moeders trouwens vaker het geval is.” Maar zodra het om de bezoektijden gaat, houden deze moeders zich juist weer uiterst stipt aan de vonnissen: ‘Als je een minuut te vroeg aan de deur komt, bel ik de politie!’ of ‘Als je een minuut te laat komt, krijg je ze niet mee!’ Ook door sabotage van het bezoek kan een wrede moeder doel­tref­fend haar gram halen: de vader klopt of belt aan de deur maar niemand komt hem opendoen, al zijn moeder en kinderen wel degelijk thuis. Een volgende keer zijn zij echt niet thuis: vóór de afgesproken bezoektijd gewoon zonder bericht weggegaan. Hoe grotere afstand de bezoekvader moet afleggen, des te krachtiger dat wapen is. Gardner: “Ik heb een aantal zaken meegemaakt waarin vaders voor een bezoekrecht naar de andere kant van Amerika reisden, alleen om te ondervinden dat hun kinderen niet op de afgesproken plaats en tijd aanwezig waren.

 Omdat kinderen zo de boodschap meekrijgen dat een bezoek van de vader onbelangrijk is ..

Helaas ondernemen rechtbanken meestal niet veel tegen dit soort wreedheid en dat is van belang voor de vorming van het vaderverstotings-syndroom omdat kinderen zo de boodschap meekrijgen dat een bezoek van de vader onbelangrijk is en ook dat niemand zich er iets van aantrekt als hij gemeen behandeld wordt. 

Hebben alleen vrouwen onvoorwaardelijk recht op een liefdevolle, intieme band met hun kinderen? (4) “Bij schoolvoorstellingen zetten moeders de kinderen onder druk door te zeggen dat zij (de moeders) niet meegaan als de vader komt. Dat geeft het kind het gevoel dat de vader een soort ordeverstoorder is die louter door zijn aanwezigheid alles zal bederven. Naar Gardners ervaring zijn juist dit soort moeders eerder geneigd tot demonstratief gedrag dan hun gehate exgenoten:

 Een mooi voorbeeld van hoe het projectiemechanisme bij deze vrouwen werkt.      

“Wat veel tot het verstotingssyndroom bijdraagt is om elke contactpoging van de gehate ouder als ‘lastig vallen’ te bestempelen. De vervreemde vader blijft immers vaak blijk geven van belangstelling door op te bellen, te proberen de kinderen te zien, cadeautjes te sturen enz. en wanneer dat door de moeder steeds als ‘lastig vallen’ wordt gebrand­merkt, gaan ook de kinderen het op de duur zo zien. Als de vader voor de kinderen opbelt, geeft zo’n moeder antwoorden in de trant van: “Ze zijn bezig”, “Ze gaan net eten”, “Ze zitten net te eten”, “Ze zijn nog niet met hun eten klaar”, “Ze kijken net televisie”, “Ze zitten net hun huiswerk te maken”, “Ze spelen met andere kinderen”, “Ze gaan net naar bed”, enz. De vader schijnt nooit op het goede ogenblik te bellen: wat de kinderen ook doen, ze mogen nooit door hem gestoord worden. Elke bezigheid, hoe onbeduidend of willekeurig ook, is belangrijker dan de vader.” 

Dan zijn er de blijf-van-mijn-lijf huizen of neutrale bezoekruimten. 

In zulke huizen kan men over het algemeen drie soorten moeders met kinderen vinden:  
(1)       Moeders en kinderen die echt mishandeld zijn,  
(2)       Niet-mishandelde moeders en kinderen waarvan de moeder de (soms paranoïde)    

           waanvoorstelling heeft dat zij en de kinderen mishandeld zijn, terwijl daar absoluut geen aanwijzingen  voor  bestaan en

(3)       Niet-mishandelde moeders en kinderen waarvan de moeder het vluchthuis bewust en weloverwogen als een PAS-manoeuvre  gebruikt. Louter omdat zij naar een blijf-van-mijn-lijf huis gaan, raken de kinderen er immers van doordrongen dat zij thuis onveilig waren.

Helaas zijn sommige hoofden van deze huizen echt paranoïde en zien zij geen verschil tussen de drie groepen vrouwen  die er binnenkomen.” In Nederlandse blijf-van-mijn-lijf huizen hoeven zij dat verschil trouwens niet te zien: die zijn er expliciet niet alleen voor mishandelde vrouwen maar voor alle vrouwen ‘met  een uitzichtloze relatie’.

“Series moeders zijn er, die hun kinderen naar een psychiater hebben gebracht zonder dat de vader daar zelfs maar iets van wist. Volgens Gardner gaan heel wat therapeuten daar helaas in mee waardoor zij zonder dat blijkbaar te beseffen het verstotingssyndroom in de hand werken.

Het medisch beroepsgeheim bestendigt hier de stoornis. Verantwoordelijke en verstandige therapeuten werken zo niet.”

Wanneer zulke moeders de juridische veldslag om het gezag ‘winnen’ bereiken zij uiteindelijk ook een totale vervreemding van hun kinderen met de gehate ex-genoot.

Een echt liefdevolle ouder begrijpt heel goed en hoe belangrijk ook de niet-zorgouder voor de kinderen is en de minachtingscampagne waarin deze moeders de kinderen meeslepen, is dan ook niet in het belang van het kind, ja een blijk van hun tekortschieten als ouder... Wanneer zulke moeders de juridische veldslag om het gezag ‘winnen’, bereiken zij niet alleen dat gezag maar uiteindelijk ook een totale vervreemding van hun kinderen met de gehate ex-genoot.

Dat deze zegepraal de kinderen geestelijk kan vernielen, is wat zij diep in hun hart misschien wel willen. En zij voelen dat zij dat door onophoudelijk vechten, programmeren en vervreemden ook kunnen bereiken.” 

Ook de vaders die kinderen van hun moeders vervreemden
, kunnen er trouwens wat van. Toen een moeder haar zoontjes naar hun schoolrapporten vroeg, zeiden die dat zij ‘veel te groot waren dan dat hun moeder nog voor hen op de ouderavonden hoefde te komen’ en dat zij zich trouwens ‘moest schamen om over kinderen van onze leeftijd nog op school navraag te doen’. De jongetjes waren zeven en negen jaar oud. Een andere vader zei de kinderen dat hun moeder hen aan hem had ‘verkocht’ en liet als bewijs daarvan zijn alimentatiekwitanties zien. Toen de moeder de kinderen opbelde, wilden die niets meer van haar weten: ‘je bent onze moeder niet meer, je hebt ons aan vader verkocht!’

Programmerende ouders beschikken over zo’n indrukwekkend repertoire van manoeuvres dat het Gardner niet gelukt is dat in groepen onder te verdelen. “Dat zegt wel wat over de creativiteit van de mensen die al deze kunstgrepen verzinnen. En hoe schandelijk die ook zijn, vernuft kan men hun niet ontzeggen. Mijn lijst van hun manoeuvres zal dan ook nog wel blijven aangroeien. Zoals bekend worden de meeste uitvindingen gedaan in oorlogstijd en dit vechten om kinderen is oorlog. Waarin net als in een echte oorlog de voortbrengselen van het vernuft vooral vernietiging dienen.”

terug naar inhoud

 6.  De verstoten ouder.

Hij doet het altijd fout…

Tegenover de programmerende ouder staat haar of zijn mikpunt: de verstoten ouder. Voor hem geldt dat hij het altijd fout doet. Als hij aandringt om de kinderen te ont­moeten, wordt hij door de programmerende ouder en niet veel later ook door de kinderen beschuldigd van ‘lastig vallen’. En als hij welbewust afstand neemt en niets doet in de hoop dat de kinderen zo tot bezinning zullen komen dan ‘laat hij ze in de steek’, ook weer een kreet die door de kinderen in hun verstotingscampagne kan worden opgenomen.

Dringend?

Waar omgang maanden of jarenlang was stilgezet, is de verstandhouding niet meer te herstellen.

Snelle maatregelen worden door de rechtbank alleen opgelegd als een ouder door de andere van geweld en vooral van seksmisbruik wordt beschuldigd. Andere zaken kunnen soms eindeloos lang blijven liggen, waardoor de programmerende ouder ongehinderd door kan gaan de kinderen met het PAS op te zadelen... Therapeuten hebben in hun opleiding geleerd zich passief en begrijpend tegenover hun patiënten op te stellen... Daarom kan de afgewezen ouder bij goedwillende maar onnadenkende therapeuten nogal eens raad verwachten in de trant van: “Niet te veel doen. Als de kinderen ouder worden, zullen zij begrijpen hoe zij gehersenspoeld zijn en dan draaien zij bij”. Maar in  werkelijkheid werkt de tijd juist in het voordeel van de programmerende ouder en zou de verstoten ouder dus de tegengestelde raad moeten krijgen. Johnston (5) heeft PAS-kinderen gevolgd tot hun jonge volwassenheid en vond dat de meesten van hen ook toen nog niets met de verstoten ouder te maken wilden hebben en aan hun houding van minachting en verwerping vasthielden. De gedachte dat kinderen als zij ouder worden vanzelf tot ander inzicht komen, kan onmogelijk voortkomen uit ervaring. Hoe langer het programmeren doorgaat, des te zwakker wordt namelijk de band met de verworpen ouder en des te onwaarschijnlijker een herstel van de omgang. En waar omgang maanden of jarenlang was stilgezet, is de verstandhouding niet meer te herstellen. Helaas vallen PAS-slachtoffers maar al te vaak in handen van zulke therapeuten en volgen zij lijdzaam hun slechte raad op met als gevolg dat zij hun kinderen voorgoed kwijtraken.


Programmerende ouders zitten hun ex ook via de school dwars.

Zij vragen de schooladministratie hem geen informatie over de kinderen te geven ja zelfs van ouderavonden, schooluitvoeringen e.d. uit te sluiten. Of de kinderen krijgen te horen dat als hij op de schoolavond komt, de moeder niet met hen meegaat. Tegenover de kinderen is dat weliswaar wreed maar programmeerders vallen, ondanks hun liefdesbetuigingen aan de kinderen, niet op door gevoeligheid voor wat die kinderen in werkelijkheid nodig hebben.

Vaders worden bang

dat er aan de waslijst van andere klachten ook nog een seks­beschuldiging zal worden toegevoegd. Dat hangt vooral in de lucht als de uit­stotings­manoeuvres nog niet helemaal gelukt zijn. Voorzichtige vaders gaan dan angstvallig die omstandigheden vermijden waaraan zo’n beschuldiging kan worden verbonden: met name de badkamer en de slaapkamer. Zij zullen hun dochtertje niet meer zelf wassen of op de w.c. doen maar zoiets, hoe onnatuurlijk het ook is, liever aan hun vriendin, zuster, moeder of een andere vrouw overlaten. Nog erger is het dat naïeve vaders dit soort gevaren niet zien aankomen en daar dan soms verschrikkelijk voor moeten boeten.”

“In onze tijd is het erg in de mode om slachtoffer te zijn en sommige mensen kunnen daar zelfs een ziekelijke voldoening aan ontlenen. Werkers in de gezondheidszorg zijn vertrouwd met het verschijnsel van de ‘beroepsslachtoffers’. Helaas heeft dat er toe geleid dat men ook de door hun eigen PAS-kinderen verstoten ouders soms is gaan zien als mensen die op de een of andere manier hun slachtofferschap over zichzelf afge­roepen zouden hebben. Naar mijn ervaring is dat echter niet zo... Ik heb nu l5 jaar met PAS-gevallen te maken gehad en ben er nog niet een tegengekomen waarin de verstoten ouder zijn slachtofferzijn zelf in de hand gewerkt of bevorderd zou hebben.”
Opmerkelijk is ook het grote verschil tussen de soort ouders die door hun kinderen om gegronde redenen (mishandeling of verwaarlozing) worden afgewezen en de door PAS-kinderen verstoten ouders. Ouders die hun kinderen slaan zijn typisch opvliegende mensen en dat blijkt ook op ander gebied. Zij hebben ‘een laag kookpunt’ en kunnen het bij voorbeeld ook vaak niet te lang bij dezelfde werkgever uithouden. Voor verstoten PAS-ouders geldt volgens Gardner zo ongeveer het tegendeel: het zouden veelal mensen met zelfbeheersing zijn, zowel in het gezin als daarbuiten: mensen die vooruit kunnen denken en een regelmatig beroepsleven geleid hebben.  

  
terug naar inhoud 

7.  Rechters en advocaten.

 The winner takes it all.

Het is van belang om stil te staan bij het civiele procesrecht in de Westerse landen. Gardner beschouwt het zelfs als de hoofdschuldige van de mensonterende strijd om de kinderen. Dit procesrecht kan worden omschreven als een conflictsysteem met een hang naar een ‘winner takes all’ uitkomst.

In Aziatische landen zijn daarentegen begrippen als bemiddeling en verzoening veel sterker in de samenleving verankerd. Als twee Japanners een geschil hebben dan gaan zij vaak eerst samen naar een door hen allebei hooggeachte oudere om die om bemiddeling te vragen: wie dat niet zou doen wordt zelfs als een asociale ruziemaker beschouwd. Komt men er zo niet uit dan kan men zich wenden tot buurthuizen voor geschillenbemiddeling en pas als ook daar geen oplossing gevonden wordt dan zal men naar een advocaat stappen. Dat is een van de redenen waarom er in Japan maar een advocaat op de 7.500 inwoners is en in de Verenigde Staten een op de 275 (dat komt neer op bijna 1 miljoen advocaten!). Nederland zit daar met een advocaat op de 1.600 inwoners tussenin. Het systeem van tegen elkaar in procederen scherpt vijandelijkheid aan en drukt de partijen wapens in de hand waarvan zij uit zichzelf geen weet hadden. Het draagt zo sterk bij tot een escalatie van wraakneming dat de procesvoering zelf grotere geestelijke schade kan toebrengen dan het kapotte huwelijk dat het eigenlijk alleen maar had moeten ontbinden.

Het belang van de cliënt.

Civiele procesvoering bewaart nog trekken van de middeleeuwse wet dat bepaalde geschillen namens de partijen in een tweegevecht werden beslecht door beroeps­worstelaars. Naar mijn mening staan wij in sommige opzichten niet echt zover van die middeleeuwse rechtsgewoonte af... Veel  echtscheidingsprocessen zijn een ‘bloedig tweegevecht’. Levens zijn er letterlijk door verwoest, mensen er al hun middelen bij kwijtgeraakt of geestelijk onherstelbaar door beschadigd”. De beroeps­worstelaars van onze tijd zijn de advocaten. Aan hun pleidooien zou tot omstreeks l850 mede de eis zijn gesteld de waarheid te zoeken en het recht te dienen terwijl daarna de nadruk geheel is verschoven naar het belang van de cliënt. Dat men voor dat belang ook recht mag praten wat krom is, ja de rechtbank mag voorliegen, wordt blijkbaar als normaal ervaren (6) . “Het gevolg”, schrijft Gardner nogal cru maar onomwonden, “is dat naar mijn mening studenten in rechtsfaculteiten worden opgeleid tot leugenaars”.

The tender years of presumption.

Een ander verhelderend punt is de geschiedenis van het toewijzen van de kinderen na scheiding. Volgens de Code Civil (van l804 af in veel landen van Europa ingevoerd) bleven kinderen na echtscheiding - die toen praktisch nog niet voorkwam -  automatisch bij de vader: dat vloeide voort uit diens rechtspositie als gezinshoofd. Maar al vrij gauw daarna ging het schuldbeginsel overwegen en zo gold b.v. in Nederland sinds het Burgerlijk Wetboek van 1838 als hoofdregel dat de kinderen bij die ouder kwamen die aan de scheiding onschuldig was  waarbij de rechtspraak moeders op dat punt vaak wat strenger schijnt te hebben beoordeeld dan vaders. Kleine kinderen bleven bij de moeder totdat zij, wat opgegroeid, eventueel naar de vader gingen als die de onschuldige partij was verklaard. Van ongeveer l900 af begon internationaal de opvatting door te breken dat moeders door hun zachtaardigheid wezenlijk beter geschikt zouden zijn om kinderen op te voeden: een vooronderstelling die in Engelstalige landen nog steeds wordt aangeduid met de vakterm ‘tender years presumption’. Nederland liep hierin nogal voorop: al sinds l901 gold er de regel dat het kind na echtscheiding onder eenhoofdig gezag stond van de ouder die ook de dagelijkse zorg mocht geven en dat was steeds vaker de moeder. In Engeland gold hetzelfde sinds l925. Aanvankelijk werd daarbij aan moeders nog wel de eis gesteld de kinderen een goed moreel voorbeeld te geven, waardoor b.v. een vrouw die haar man bedrogen had of veel uithuizig was, vaak niet voor gezag en zorg in aanmerking kwam. Maar die eisen werden steeds meer afgezwakt. Ook in België is het voorrangsrecht van de onschuldige ouder in l965 vervallen. Praktisch elke moeder die bereid en beschikbaar was, kreeg voortaan bij voorrang de kinderen.

De advocatuur

Sinds de jaren 60 begon het aantal scheidingen bovendien de pan uit te rijzen en brak er een tijd aan die, althans voor de advocatuur, wel als de gouden eeuw van de echtscheidingsprocessen kan worden aangemerkt. En hoewel sommige advocaten beseffen wat voor een verschrikkelijk geestelijk trauma er uit lange echtscheidings­processen kan voortkomen, beseffen anderen dat niet. Zij willen een zaakje winnen.  Niet zelden begint de advocaat ermee zijn cliënt(e) op het hart te drukken niet meer met de (ex)genoot te praten, ook niet voor regelingen over de kinderen: “Daar heeft u nu juist uw advocaat voor”. Vervolgens gaat men aan de slag om de exgenoot lukraak te betichten van al wat maar bedacht of opgeblazen kan worden. Ik noem dit de terriërs onder de advocaten. Helaas een aardig groot deel van de beroepsgroep.  Ook moeizaam tot stand gekomen afspraken tussen ouders worden soms teruggedraaid.   De vader die dat meemaakt (7) gaat dan meestal op zoek naar een advocaat om zich hiertegen te verweren maar komt vaak van de drup in de regen. Vermindering van eigen inkomen om mogelijkheden te creëren zich meer met de kinderen bezig te houden, staat vaak gelijk aan alimentatieont­duiking. 

Een rambo-advocaat.

Het Maastrichtse advocatenkantoor W. en F. liet op zijn briefpapier de tekst uittikken dat een meisje van elf met haar vader (die nergens van beschuldigd werd)  geen omgang meer wilde; het Zwolse advocatenkantoor B. en G. maande een grootmoeder per brief om weg te blijven van de derde verjaardag van een kleinkind waar zij in de voorafgaande scheidingsfase geruime tijd thuis voor gezorgd had, ja het kindje ook geen verjaardagskaart te sturen. Enz. enz.

Een Amerikaanse advocaat schrijft in zijn memoires: “Als ik mijn kantoor uitkom op weg naar het gerechtsgebouw, dan weet ik dat daar een zaak wacht waarin geen plaats is voor vergelijk of verzoening of het goede afwegen tegen het slechte. “Het wordt een zaak van erop of eronder, van vechten met klauwen en tanden. En daar geniet ik van” (8).

Een rambo-advocaat, zullen we maar zeggen.

Gelukkig zijn er ook nog andere:

“Zowaar als er fatsoen en rechtvaardigheid is, zowaar kunnen de opstellers van onze grondwet nooit bedoeld hebben dat bij een echtscheiding de beklagenswaardige ouders en hun kinderen in een gerechtelijk strijdperk worden geworpen om daar met hun advocaten als helpers elkaar met woorden te verscheuren en neer te houwen in een door gemoedsbeweging beheerst vechten waar nooit een eind aan komt. Wij zijn menselijk genoeg geweest om hanengevechten, hondengevechten en stierengevechten te verbieden, waarom zoeken wij dan niet naar een manier om deze barbaarse echtscheidingsgevechten te beëindigen?” 9)

Moeder is de beste.

Sinds +/- ‘75 begon de vooronderstelling dat de moeder door haar zachtaardigheid nu eenmaal de beste ouder is, in de VS. terrein te verliezen.  Er kwam een nieuw beginsel op in onze maatschappij met haar totale gelijke kansen waarin ook vrouwen desgewenst straaljagerpiloot, hartchirurg of echtscheidingsadvocaat kunnen worden, moeten vrouw en man ook als moeder en vader gelijke kansen hebben (‘the sex blind rulings’). Toch houden sommige Amerikaanse rechters nog aan het moeder­voorrecht vast en in Europa is dat zelfs onomstreden. In de Verenigde Staten geldt na l980 in de meeste staten bij voorrang het gezamenlijk gezag en een gelijk recht op de dagelijkse zorg. Alleen in sommige Noordoostelijke staten is dat, vooral door het veto van de gouverneurs, nooit van kracht geworden. 

terug naar inhoud

8.  Welzijnswerkers. 

Therapeuten & grootmoeders maatstaven.

Medische deskundigen kunnen bij processen over de kinderen een belangrijke rol spelen. Hun enige goede informatiebron is volgens Gardner echter een gesprek met beide ouders en de kinderen gelijktijdig. Als dat niet mogelijk is omdat een van de partijen het niet wil, valt er niets te bereiken. Alleen uit dat gesprek kan namelijk blijken met welke ouder de kinderen de sterkste geestelijke binding hebben. En die moet worden vastgesteld aan de hand van wat Gardner zo mooi ‘grootmoeders maatstaven’ noemt: dat wat grootmoeder tekenen van goed ouderschap zou vinden als haar geest in de woning kon rondwaren en aan de deskundige verslag uitbrengen. De meeste groot­moeders hadden weliswaar geen doctoraal in de kinderpsychologie en geen benul van de uitgekiende metingen waar wij ons tegenwoordig op laten voorstaan, maar zij letten wel goed op die ouderhandelingen waaruit het gevoel spreekt en die het vlechtwerk van de ouder-kind binding uitmaken: wie maakt de kinderen ’s morgens wakker, zet ze het ontbijt voor, brengt ze naar school, zit ’s middags met ze aan tafel, helpt ze bij het huis­werk en stopt ze ’s avonds in bed; wie is bereid zich wat voor de kinderen te ontzeggen, offers voor hen te brengen. Zo kan de deskundige vaststellen welke ouder-kind binding in de kleuterjaren tot stand is gekomen. Dat is niet alleen van belang in verband met het later gevormde verstotingssyndroom maar ook om vast te stellen wie van de ouders de dagelijkse zorg moet krijgen. 

Gezinstherapie.

Bij duidelijke gevallen van een verstotingssyndroom bepleit Gardner een gerechtelijk bevel tot psychiatrische behandeling van het gehele gezin. Zonder dat bevel zal het nooit tot een behandeling komen en individuele therapie leidt nergens toe. “Dit is niet het soort therapie dat verricht kan worden door een therapeut die er passief bij zit terwijl patiënten hun verzinsels afdraaien, maar door iemand die eventueel niet te benauwd is een dwarsliggende patiënt ermee te dreigen de rechter in te schakelen. Sommige lezers zullen wel onthutst zijn dat Gardner in verband met een patiënt het woord dreigen gebruik maar zonder die mogelijkheid zal therapie van PASgezinnen geen resultaat opleveren”. 

Deprogrammeren.

Volgens Gardner vereisen de drie gradaties van het verstotingssyndroom elk een andere aanpak. In ernstige PASgevallen moeten de kinderen vóór alles aan de dagelijkse zorg van de moeder worden onttrokken en bij de vader komen wonen, in de eerste tijd zelfs zonder enig contact met de moeder. Veel moeders in deze groep zijn uitgesproken paranoïde. Tussen moeder en kinderen bestaat een ongezonde binding en die zal ook door therapie niet verdwijnen zolang de kinderen bij hun moeder wonen en daar zijn blootgesteld aan een spervuur van afkammerij en andere openlijke en heimelijke beïn­vloeding die het syndroom in stand houdt... De geprogrammeerde kinderen moeten gedeprogrammeerd worden, zoals dat ook gebeurt met kinderen die lang in een sekte hebben gezeten. Een wat verder terug liggend voorbeeld is dat van de Amerikaanse soldaten die in Korea krijgsgevangen waren gemaakt, daar gehersenspoeld werden tot haat tegen hun vaderland en na hun terugkeer weer ‘teruggespoeld’ moesten worden.
Als de kinderen bij de vader geplaatst worden, zal hun vijandelijkheid tegenover hem stapsgewijze verminderen. Die plaatsing is hun enige hoop om de band met hem te herstellen en beschermd te zijn tegen het door inductie overnemen van de geestelijke stoornis van de moeder. Zonder dit omdraaien van de zorg zal hun band met de slachtofferouder onherroepelijk verloren gaan en zullen zij voorspelbaar de stoornis van de moeder ontwikkelen.

Helaas zijn veel rechters en gezondheidswerkers niet ontvankelijk voor deze aanbeveling om (vooral wanneer paranoia aanwezig is) de kinderen aan de programmerende ouder te onttrekken.  Dat heeft wel te maken met het diepgewortelde gevoel dat kinderen nu eenmaal niet bij de moeder weggehaald moeten worden, hoe gestoord die ook is. 

Het Hof van Beroep heeft hier een zwaar PAS-geval voorkomen.  

Toch zijn er ook rechters die over dat vooroordeel heen stappen. Zoals dat gebeurde in een geruchtmakende zaak in Antwerpen (de zaak notaris X), waarin de vader na scheiding als omgangsrecht de twee jonge kinderen nog ’s zondags overdag ten huize van zijn ouders mocht ontmoeten en de paranoide moeder dan ’s maandags met het oudste jongetje (7) naar de politie trok waar het verklaarde dat hij en zijn broertje de vorige dag door de vader misbruikt en mishandeld waren. Nadat bewezen was dat de moeder het kind de valse beschuldigingen in de mond had gelegd, heeft het hof van beroep de zorg omgedraaid en de kinderen eerst als overgangsmaatregel aan de ouders van de vader, later aan de vader zelf toegewezen l0). Uit latere mededelingen in de pers van de inmiddels adolescente jongens lijkt naar voren te komen dat die overgang naar de vader niet tot bijzondere moeilijkheden heeft geleid. Het contact met de moeder is bewaard gebleven. Opgemerkt kan worden dat het Hof van Beroep hier een zwaar PAS-geval heeft voorkomen: de jongetjes verstootten hun vader nog net niet maar de haatvorming was al in volle gang.

10.     P. Koeck (1990), Notaris X. Leuven, Kritak. 

Bij meer gematigde PAS-gevallen

acht Gardner het mogelijk de kinderen bij de moeder te laten om van daaruit aan herstel van de omgang met de vader te werken. Als de moeder blijft tegenwerken dan zou men haar kunnen dreigen met omkering van de zorg of met gevangenisstraf hoewel zegt de schrijver erbij, hij in de praktijk wel vaders achter de tralies heeft zien verdwijnen als zij niet aan hun (financiële) verplichtingen voldeden maar geen moeders als die niet aan hun (omgangs)verplichtingen voldeden. De therapeut die met deze situatie aan de slag gaat, moet een neutrale, door de rechtbank aangewezen, deskundige zijn. Zijn behandelkamer kan dan tegelijk als het ‘uitwisselpunt’ dienen waar de kinderen voor de omgang van de ene naar de andere ouder gaan. Moeilijke moeders in deze categorie lijden nogal eens aan neiging tot overbescherming. Als zij naar een verre bestemming willen verhuizen om de kinderen aan de vader te onttrekken, moet de rechtbank hun verbieden de kinderen mee te nemen.

Bij zwakke gevallen van het verstotingssyndroom is therapie meestal niet eens nodig. Gardner denkt dat veelal alleen maar de moeder gerustgesteld moet worden dat de vader de dagelijkse zorg niet krijgt en zijzelf dus wel. Als zij zich maar veilig voelt om te mogen zorgen, zou zij de omgang met de vader niet meer beletten.  Veel vaders komen al procederend geestelijk en financieel totaal aan de grond te zitten. Rechtbanken willen het gezag niet van de moeder aan de vader overdragen en ook geen andere harde maatregelen tegen moeders nemen. Uitdagend negeren moeders hun omgangsverplichtingen in de zekerheid dat de rechtbank daar toch niet tegen zal optreden.

terug naar inhoud

 9.  Behandeling bij PAS.

 Wat kan Gardner de verstoten vaders voor raad geven?

“Sommige vaders verliezen de moed en lijden zoveel verdriet door de verstoting dat zij erover denken zich maar voorgoed van hun kinderen terug te trekken. Vaak wordt hun (soms zelfs door goedwillende therapeuten) aangeraden de wens van kinderen die hen niet meer willen zien, te 'eerbiedigen' omdat die kinderen toch uiteindelijk uit zichzelf weer naar hem toe zullen komen. Zo'n raad is niet doordacht: de raadgever is er niet mee vertrouwd hoe de geestelijke band tussen vader en kind in het geniep verzwakt en zelfs gesloopt kan worden. Mijn algemene raad aan zulke vaders is om redelijke contactpogingen te blijven volhouden, ervan uitgaande dat er ondanks vijandelijkheid van de kinderen nog steeds resten van de vroegere binding doorwerken. Ik probeer de vaders een middenweg te helpen vinden tussen opdringen en opgeven. Ik raad ze aan om per post en via kennissen wat van zich te laten horen bij verjaardagen, diploma-uitreikingen, intrede in de kerkelijke gemeente enz...Ook al worden hun brieven (voor of na lezing) vernietigd en de telefoon op de haak gegooid, ik raad ze aan te blijven schrijven. Nogmaals: vooral niet zo vaak dat het als lastig overkomt. Vaders moeten zich de vroegere band met hun kind blijven herinneren en hopen dat liefde uiteindelijk angst zal overwinnen. Omdat wij geen vervolgstudies over de zo volwassen geworden kinderen hebben, weet ik niet hoe dikwijls deze raad van nut is geweest. Ik vermoed maar in een beperkt aantal gevallen, al mag ook dat er een therapeut nooit van weerhouden zo'n raad te geven.” 

Wanneer justitie en psychiatrie op dit punt samenwerken dan kan hier succes worden behaald.

“Maar bij deze pessimistische noot wil ik het niet laten. Ik ben in wezen optimistisch over de mogelijkheid om kinderen met een ernstig verstotingssyndroom in gezinsverband therapeutisch te behandelen, als de therapeut er de rechtbank tenminste van kan overtuigen dat het om zo’n syndroom gaat en hij daarna de rechtsmacht als stok achter de deur kan inzetten... Wanneer justitie en psychiatrie op dit punt samenwerken dan kan hier succes behaald worden, terwijl elk afzonderlijk bijna tot mislukken gedoemd zijn. “De therapeut heeft nu eenmaal niet de macht van de rechtbank en de rechtbank niet de kennis van de therapeut.” Gardner geeft dan (blz. 341-351) een tien bladzijden lang voorbeeld van de uiterst moeizame therapeutische behandeling van Gloria en Ned en hun kinderen waarin Gloria de zaak in het begin op alle manieren saboteert en de therapeut zachtmoedigheden als “Stomme idioot, je verpest mijn kinderen” naar het hoofd slingert. Maar uiteindelijk weet deze met moed en volharding de kinderen toch weer tot een redelijk normale omgang met de vader te brengen. Al verzucht hij wel: “Sommige lezers hebben bij dit behandelingsvoorbeeld vast gedacht dat er binnen of buiten de psychiatrie waarachtig wel een prettiger manier is om aan de kost te komen. En dat vind ik zelf ook. Het is onsmakelijk en af en toe vernederend... Maar voor ernstige verstotingsgevallen is het de enige behandeling die ik ken. En in alle beroepen moet soms vuil werk gedaan worden... Door dit te verdragen kan het leven van jonge mensen worden beveiligd, kan verhinderd worden dat een kind blijvend vervreemdt van een ouder: zijn kostbaarste bezit.” 

Dat alles is wel afhankelijk van de medewerking van de rechterlijke macht. “Ik ken geen beter voorbeeld van de waarde van de samenwerking van psychiatrie en recht dan de behandeling van het verstotingssyndroom”. 

Nog eens rechters en advocaten

Maar in de praktijk valt dat niet altijd mee: “Een klacht die ik over veel rechters heb, is de traagheid van de uitspraken. Vaak komt dat omdat een rechtbank overbelast is of een advocaat de zaak vertraagt maar ik heb ook te veel zaken meegemaakt waarin de uitstelmanoeuvres van de rechters zelf uitgingen. Veel rechters zijn besluiteloos en vinden steeds weer redenen om het vonnis voor zich uit te schuiven.     

Als het grootste struikelblok ziet Gardner delen van de advocatuur: Advocaten rekken de procesvoering: sommigen voor gewin, anderen omdat zij weten dat de tijd in het voordeel van hun cliënte werkt, vooral wanneer zij het is die de kinderen programmeert. De drang om het met alle macht voor de cliënte op te nemen is groter dan de bereidheid in te zien dat dit schadelijk is voor haar kinderen.  Het probleem zit dan ook diep: Die advocaten die de in dit boek beschreven euveldaden begaan, moeten wel persoonlijkheidsgebreken vertonen. Zij schieten sterk tekort in hun ontvankelijkheid voor anderen en sluiten zich af voor de geestelijke schade die zij cliënten  zowel hun eigen als die van andere advocaten  toebrengen.  In uiterste gevallen worden zulk soort mensen psychopaten genoemd.  Psychopatische typen kunnen erg overtuigend en beminnelijk overkomen: zij zijn vaak meesters in misleiding.  Na jarenlang beroepshalve andere partijen misleid te hebben, beseffen veel advocaten niet meer wat zij zichzelf en hun cliënten aandoen. De waarheid verbergen en weglaten is een deel van hun persoon en hun levensstijl geworden.”

“Liegen kan op twee manieren: door onwaarheid te spreken en door waarheid weg te laten. Een handelaar die een stuk glas te koop aanbiedt en zegt dat het een diamant is, spreekt onwaarheid. Een zwangere vrouw die voor haar man verzwijgt dat hij niet de vader is van het kind dat zij verwacht, laat de waarheid weg. Maar in beide gevallen gaat het om bedrog. De regels van het strijdproces moedigen liegen door weglating aan. Zij leiden ook tot absurde inconsequenties. Dezelfde advocaat die een arts voor het gerecht daagt als die in zijn werk gegevens heeft achtergehouden (omdat ze voor een patiënt schadelijk kunnen zijn), zal in zijn eigen werk en voor datzelfde gerecht als vanzelf­sprekend gegevens achterhouden (omdat ze voor zijn cliënt schadelijk kunnen zijn)... Het strijdproces moedigt het achterhouden van gegevens aan en het argument dat de andere partij daar dan wel mee op de proppen zal komen, klopt niet omdat de andere partij misschien wel niet weet dat zulke informatie bestaat.  Op grond van mijn ervaring in echtscheidingsprocessen zou ik zeggen dat ik 80-90% van alle cliënten zonder aarzeling voor de rechtbanken heb horen liegen. Daarnaast leidt de procedure ook nog tot muggenzifterij, tijdverspilling, vertraging en ondervragingen die het boven water komen van gegevens eer belemmeren dan bevorderen.    

Om beter de waarheid vast te stellen stelt Gardner voor om de partijen over hun verklaringen rechtstreeks met elkaar in gesprek te brengen en dus niet alleen via de advocaten of de rechter. Een gunstige zaak acht Gardner de echtscheidingsbemiddeling. Maar hoewel deze ook in Amerika al een jaar of twintig bloeit, zijn er nog steeds geen algemene normen voor de opleiding. Universiteiten tonen er weinig belangstelling voor.

 Grondonderzoek

Wat Amerika betreft zoekt Gardner de voedingsbodem van het PAS in de echtscheidingswetgeving van de jongste decennia: “Vaak heb ik de laatste jaren het gevoel gehad dat wij in Amerika de vroegere voorrang van de moeder beter niet overboord hadden kunnen zetten.   De nieuwe gelijkheid heeft veel leed berokkend, vooral het gelijke recht van vader en moeder op de zorg en het grote enthousiasme voor het gedeelde gezag. Het vechten om het gezag is sinds het midden van de jaren 70 dramatisch toegenomen en dat is ongetwijfeld het gevolg van die twee ontwikkelingen.

“Naar mijn mening houden de rechtbanken niet genoeg rekening met de krachtige invloed van de prilste levensjaren en van de binding met de ouder die toen het meest voor het kind zorgde... Dat was meestal de moeder...Wanneer die binding bedreigd wordt door een rechter die vader en moeder precies gelijkstelt of door een opgelegd gezamenlijk gezag dan zullen moeder en kind zich daar met alle kracht tegen verweren. De moeder hersenspoelt het kind en daarnaast ontwikkelt het kind, om de binding te handhaven, zijn eigen scenario”.   

De schrijver stelt dan voor om de volkomen rechtsgelijkheid (in Amerika) van vader en moeder in gezag en zorg weer af te schaffen, zonder echter terug te keren naar het oude voorrangsrecht van de moeder. Toewijzing van zorg en gezag zou moeten gebeuren op grond van drie maatstaven: 
1.         Voorrang voor die ouder (moeder of vader) met wie het kind de
            sterkste gezonde geestelijke band heeft.
2.         Die band zal het waarschijnlijk hebben met die ouder (moeder of        
vader) die er in de eerste levensjaren het meest voor gezorgd heeft.
3.         Maar hoe meer tijd er ligt tussen die eerste jaren en het ogenblik van
           de gezagstoewijzing, des te groter is de kans dat latere invloeden de
           overhand krijgen.

“De toewijzing aan die ouder die in de eerste jaren het meest voor het kind gezorgd heeft, zal tot gevolg hebben dat veel moeders automatisch zorg en gezag krijgen en dat zou het getwist om het gezag zoals wij dat nu in Amerika kennen, sterk verminderen.”

Dat laatste lijkt een wensdroom. Want komt PAS wel echt voort uit een afweerslag van moeders die zich in hun oude zorgvoorrecht bedreigd voelen? En hoe zou dat te rijmen zijn met Gardners eigen jongste schattingen dat in Amerika nu al bijna de helft van de PAS-kinderen niet door de moeders maar door de vaders geprogrammeerd worden?

En waarom zou ook een goed drie-punten-plan niet net zo hard tot verbitterde vechtscheidingen kunnen leiden? Want die drie punten gaan sterk in de richting van de manier waarop idealiter in Europa na scheiding de zorg wordt toegewezen. Toch is in Europa de voorrang van de moeder op de kinderen in de praktijk nooit betwist, terwijl het gezamenlijk gezag in Nederland nog maar bestaat sinds l998 (in België sinds l995) en dan nog vaak alleen als ook de moeder het wil. Toch verbreekt ook hier zowat de helft van de scheidingskinderen binnen een paar jaar het contact met de vader - hoe goed die hen ook behandeld, soms ook voor hen gezorgd heeft. Op te merken valt nog dat de afweerslag van kinderen tegen de vader feller wordt naarmate deze langer het huis uit is en de binding met de moeder dus juist minder bedreigd wordt. Vaderverstoting hoeft dus niet te maken te hebben met zich bedreigd voelen in een binding als wel met de haatstemming die, niet zelden feministisch geïnspireerd, door de moeder in het kind op gang wordt gebracht. Het kind past zich aan aan een algemene mentaliteit in onze samenleving waar “niemand zich er nu eenmaal veel van aantrekt als een vader gemeen behandeld wordt”.     

Niettemin verdient The Parental Alienation Syndrome alle lof om zijn grandioze beschrijving van het verstotingsverschijnsel, precieze formuleringen, ruime blik en grote leesbaarheid. Het boek draagt als ondertitel ‘Gids voor werkers in de geestelijke gezondheidszorg en juristen’ en het is te hopen dat die het ook grondig zullen lezen. Ouderverstoting wordt hier bij ons weten voor het eerst systematisch gezien en omschreven als vooral een gezondheidsprobleem. Syndroom, stoornis, scheefgroei of alleen maar ziekelijk? Een ding is zeker: vanuit de geestelijke volksgezondheid zou er wel meer tegen gedaan kunnen worden. Met rechtsmacht als onmisbare hulp voor de moeilijkste gevallen.

rob van altena

 1.        Richard A. Gardner (1998) The Parental Alienation Syndrome, A Guide for Mental Health Professionals, 2de druk. Cresskill, New Jersey, U.S.A. ISBN 0-933812-24-s. Daarop als aanvulling door de schrijver: Addendum I, juni 1999.

2.        Op internet onder r http://www.rgardner.com/refs/pas.thml Ook: http://home.worldonline.nl/csnel/jz/pas.html.voor Duitsland: http://www.pappa.com/recht/pasinfo.htm  

3.        I.D. Turkat (1995), Divorce relatedmalicious mother syndrome. Journal of Family Violence, 10(3): 253-264. klik hier 

4.        A. Burgess (1997) Het vaderinstinct. Amsterdam. Vertaling van Fatherhood Reclamaimed, Londen, 1997.  klik hier

5) J.R. Jonhnston (1993). Children of divorce who refuse visitation. In Nonresidential Parenting: New Vistas in Fammily Living, redactie C.E. Depner en J.H. Bray. Londen, Sage Publications    klik hier

6. mr. G. Sprong (1997). Leugens om bestwil. Amsterdam.  klik hier

7.        P. van de Wiel (1998). De gescheiden man. Elmar; Rijwijk.   klik hier

8.        H.A. Glieberman (1975), confessions  of a Divorce Lawyer. Chicago. Geciteerd in Gardner (1998), The Parental Alienation Syndrome.  klik hier

9.        S.J. Berger (1985). Geciteerd in Garnder; The Parental Alienation Syndrome.   

terug naar inhoud

12.  Krantenartikel.

Vechtende ouders maken hun kinderen KAPOT

Emotionele mishandeling soms ernstiger dan  seksueel misbruik

BREDA -- "Een kind dat wordt ingezet als wapen bij een scheiding, wordt eigenlijk ernstiger beschadigd dan een leeflijdsgenootje dat het slachtoffer is van seksueel misbruik", zegt professor Richard Gardner. "Wie mishandeld of misbruikt wordt, kan aangifte doen. De dader wordt bestraft, de ellende houdt op. Sommige kinderen komen over dat trauma heen Maar jongens en meisjes die door de ene ouder volgepropt worden met negatieve informatie over de andere ouder, hebben levenslang. Die worden gedwongen zogenaamd vrijwillig zonder papa of mama op te groeien en moeten leren leven met leugens die hen zijn opgedrongen."

De Amerikaanse kinderpsychiater Richard Gardner is al 15 jaar bezig met door 'vecht'-scheidingen getraumatiseerde kinderen. Hij probeert hen te helpen ("maar dat kan alleen als ze zijn weggehaald bij de 'programmerende' ouder, anders is het water naar zee dragen") en treedt tevens op als getuige-deskundige bij voogdijen strafzaken waarbij kinderen betrokken zijn die een van de ouders beschuldigen van bijvoorbeeld incest of mishandeling.

"Wanneer twee mensen gaan scheiden en ze gebruiken de kinderen om elkaar zwart te maken, creëren ze het Parental Alienation Syndrome (PAS), vertelt Gardner. "Het kind wordt door de ene ouder geprogrammeerd om nadelig te denken over de ander ouder. In feite is wat er gebeurd te vergelijken met wat een sekte doet met een volgeling; er worden nieuwe ideeën in het hoofd geplant, die zo vaak worden herhaald dat het slachtoffer gaat geloven dat het waar gebeurd is (een kind raakt er bijvoorbeeld van overtuigd dat papa het seksueel misbruikt heeft, terwijl dat niet zo is)."
"Het kind wordt volgestopt met negatieve informatie tot het zelf gaat zeggen: 'ik wil die man of vrouw nooit meer zien.' De programmerende ouder gaat dan bij de zijlijn staan en roept dat hij/zij de wens van zijn kind respecteert en de relatie van de slachtoffer-ouder wordt verbroken. Het kind verliest zo een belangrijk referentiekader. Meisjes en jongetjes die op die manier van hun vader worden gescheiden, krijgen voor de rest van hun leven het idee dat alle mannen engerds en viezeriken zijn. Meisjes kunnen daardoor nooit meer een fatsoenlijke relatie met een man opbouwen, jongetjes zullen blijven worstelen met hun eigen identiteit. Daar zijn heel wat zelfmoorden onder kinderen uit voortgekomen."
Uitgebreid
Volgens Gardner is het niet moeilijk te achterhalen welke kinderen echt last hebben van negatieve ervaringen met een ouder en welke alleen maar denken dat het zo is. "Als ik vermoed dat het in een bepaald gezin om PAS gaat, interview ik alle betrokkenen zeer uitgebreid gedurende een aantal dagen. Ik toets de verhalen aan 66 criteria. Zo gauw een kind bijvoorbeeld zegt: 'ik wil papa nooit meer zien want hij smakt tijdens het eten', weet ik dat er iets niet klopt. Blijkbaar heeft het kind het idee gekregen dat er iets mis is met zijn vader, maar hij weet niet wat en komt met een absurde rede. Die vervolgens door de andere ouder legitiem wordt genoemd.

Ook een kenmerk van PAS is dat er allerlei mensen bij betrokken zijn. "Het slachtoffer roept niet alleen dat papa definitief moet verdwijnen, maar vindt ook oma en alle ooms en tantes van vaders kant plotseling uitschot. Soms worden die ook betrokken bij fictieve incestscenario's. Dan, zegt het kind door een hele rits aan familieleden misbruikt te zijn. Die verhalen zijn vaak ook erg bizar. De ene ouder heeft het kind zover gekregen dat hij de ander van vieze spelletjes beschuldigt, maar het kind (met zijn rijke fantasie), geeft daar vervolgens een eigen draai aan."
"Ik kan me bijvoorbeeld een meisje herinneren dat beweerde dat haar vader haar had verkracht op de veranda, terwijl de buren net de hond uitlieten maar niets zagen. En ooit interviewde ik een kindje van een jaar of 5 over incest: die kwam ook met een raar verhaal en de aanwezige sociaal werkster vroeg 'is dat echtwaar?' 'Ja hoor, echt!', zei het kindje. Om na een paar seconden stilte plotseling te vragen: 'groeit mijn neus nu?'."

Afgelopen donderdag sprak Gardner over zijn bevindingen in de Grote Kerk in Breda in het kader van een congres met betrekking tot scheidingen en omgangsregelingen. Dit symposium werd georganiseerd door de Open Universiteit bedrijfsopleidingen in opdracht van het ministerie van Justitie en het Platform van Samenwerkende Cliëntenorganisaties in Jeugdzorg en Familierecht.

13.  Ouderverstoting: Kind-ouder-vervreemding na scheiding.

T.g.v. de PvdA-conferentie over omgangs(on)recht, 31 mei 2001 te Den Haag

door Ursula Kodjoe  

Inleiding

Zowel in Duitsland als in de Verenigde Staten laat het resultaat van longitudinaal onderzoek zien dat slechts 1 jaar na de scheiding ongeveer 54% van de kinderen het contact verliezen met de ouder bij wie ze niet wonen. Gezien recente cijfers van het CBS in Nederland zal dit percentage in Nederland niet veel lager liggen. In de meeste van die gevallen wordt de vader-kind relatie dan voorgoed afgebroken. De onderzoeksgegevens wijzen uit dat ongeveer 30% van deze kinderen te maken krijgen met gevolgen op lange termijn. Ze hebben in hun latere leven dan problemen met het onderhouden van liefdesrelaties met partners, geworteld in een algemeen wantrouwen in de stabiliteit van menselijke relaties. Ze hebben slechtere prestaties op het persoonlijke, professionele en het sociale vlak, en zijn niet in staat om zich overeenkomstig hun intellectuele mogelijkheden te ontplooien.Een van redenen van contactbreuk tussen de kinderen en een ouder is dat de andere ouder de liefde van de kinderen exclusief voor haar/hemzelf opeist. De manipulatie van de kinderen reikt dan veel verder dan de “normale” hoeveelheid beïnvloeding gericht tegen de vroegere partner ten tijde van de scheiding zelf. De poging de andere ouder te kleineren en de kinderen te instrueren met de bedoeling eigen behoeftes of gevoelens van haat en woede te bevredigen, kan evengoed door vaders als door moeders gebeuren. Vaders vervreemden de kinderen op net zo slechte wijze als moeders, de slechtste situatie ontstaat wanneer kinderen worden verscheurd tussen twee ouders die elkaar kleineren. Het onderwerp van dit document is de vervreemding/verstoting van 1 ouder die in vele gevallen de vader is, die dan contact verliest als de kinderen zichzelf onttrekken aan een ondraaglijk loyaliteitsconflict; door de kant van de moeder te kiezen. We spreken hier NIET over vaders die hun kinderen misbruiken, maar over normale, liefdevolle vaders die gehecht waren aan die kinderen en een liefdevolle relatie hadden voor dat de relatie met de moeder eindigde. Enkele belangrijke aspecten nader uitgewerkt Het gedrag van kinderen tijdens en na scheiding verandert. Vaak kiezen zij voor de ouder die het dichtst bij is (moeder); dit is dan de goede ouder; de andere ouder wordt gezien als aanstichter van alle kwaad.Een scheiding brengt veel spanning, woede en teleurstelling met zich mee en deze wordt door de moeder vaak geprojecteerd op de vader. Er zijn in dit soort situaties twee soorten reacties op de scheiding te onderscheiden. De afwijzing en bijbehorende beschadiging wordt door moeder ervaren als een bedreiging van het hele bestaan. Ze kan dit nauwelijks verdragen. Na het verlies van de man kan de vrouw het verlies van een kind er niet bij hebben Zij wil haar kind niet delen met dezelfde persoon die haar heeft afgewezen. Daarnaast is er nog de vrouw die alles projecteert op de man. Een slechte partner is in haar ogen dus ook een slechte vader/opvoeder. Zij wil haar kind beschermen tegen zo’n slechte man die haar zoveel onrecht heeft aangedaan. De achtergebleven ouder kan de partnerrol en de rol als ouder die de andere ouder speelt niet van elkaar scheiden. Ouders moeten dus leren om de verschillende rollen die zij t.o.v. elkaar en t.o.v. het kind spelen los te koppelen. De rol van het kind is in deze situatie zeer moeilijk. Ten eerste wil het alle partijen behagen en door een natuurlijke liefde die het voor beide ouders voelt zal het geen van beiden afvallen. Daarnaast heeft een kind dat inmiddels bij een van de ouders woont geen keuzemogelijkheid.Kinderen weten dat ze afhankelijk zijn van hun verzorger en zullen zich daar dan ook naar gedragen. Probleem van de meeste ouders is dat ze weliswaar gescheiden zijn maar geestelijk nog niet los van elkaar zijn. Zaken die de vervreemding/verstoting kunnen beïnvloeden

·         situatie van vechtscheiding

·         er was voor de scheiding al sprake van heftige problematiek.

·         veel ouders komen zelf uit 1-oudergezin en daaruit komt ook de angst om mensen te verliezen

·         het kind speelt vaak al een rol in het conflict voor de scheiding.

·         advocaten (en andere betrokken partijen) spelen door hun vechtersmentaliteit vaak een schadelijke rol

·         hoe beleven de kinderen de scheiding? Het kind voelt zich door de vader vaak verlaten.

·         hertrouwen van ouder kan de afgunst/woede van het kind weer aanwakkeren. Gedrag van kinderen die de afwezige ouder verstoten:

·         kinderen laten openlijk hun haat/woede t.o. v. hun andere ouder zien, welke gevoelens echter niet gebaseerd zijn op hun persoonlijke ervaring met die ouder

·         ze weigeren contact met hun andere ouder

·         ze gebruiken onduidelijke argumenten waarom ze de andere ouder haten

·         ze praten openlijk tegen iedereen over wat de andere ouder in hun ogen fout doet.

·         wat de andere ouder ook doet...het is altijd fout

·         ze praten enkel positief over de ouder bij wie ze wonen

·         gedurende gesprekken komt alles er geoefend en voorgeprogrammeerd uit

·         de verhalen die de kinderen vertellen kloppen niet, worden opgeblazen of verzonnen

·         kinderen haten niet alleen hun vader maar de vrienden, kennissen, familieleden, hobby’ s en alles wat maar in verband kan worden gebracht met die vader De beste ouder is de ouder die ziet dat een kind beide ouders nodig heeft en zich over de persoonlijke problemen met de andere ouder heen zet Hoe ouders zich uitlaten en gedragen in het bijzijn van het kind m.b.t. de andere ouder.

·         moeder laat het kind denken dat de vader een gevaarlijke partij is (‘hier heb je een kwartje...je kunt me altijd bellen ‘).

·         moeder ziet het nut van een tweede ouder niet in

·         het kind mag beslissen wanneer ze hun eigen vader willen zien

·         moeder overdrijft de tekortkomingen van de vader

·         alles wat vader doet is slecht; van hobby’s tot vrienden en tot werk

·         alle herinneringen aan vader worden uit huis gehaald

·         brieven, kaarten en pakjes worden niet doorgestuurd

·         beschuldigingen/verdachtmakingen in verband met incest en mishandeling worden ingezet

·         telefoonterreur; moeder belt kind wanneer deze bij vader is.

·         telkens een excuus bedenken op de dag dat vader het kind bij zich behoort te hebben

·         na ieder bezoekje aan vader wordt het kind onderworpen aan een kruisverhoor Gedrag van verstoten ouder:

·         vader wordt te strenge vader doordat hij al zijn opvoedingsideeën in twee uur per twee weken moet stoppen

·         vader draait door in het doen van leuke dingen terwijl het belangrijk is dat de kinderen met hun vader ook heel gewone alledaagse dingen doen.

·         er is vaak sprake van wegloopgedrag, nog overgehouden uit de tijd van de ellende tijdens het huwelijk

·         hij voelt zich aangevallen door de afwijzing van het kind en wijst vervolgens in zijn kwaadheid het kind zelf af.

·         hij stelt zijn eigen benodigdheden centraal en niet die van het kind Oplossing:

·         vroegtijdig voorkomen

·         goede professionele begeleiding zoeken

·         duidelijke uitspraken en afspraken bij de rechtbank Voor andere partijen is het zeer belangrijk om goed te luisteren; en niet op zoek te gaan naar wie van ex-partners gelijkheeft; de twee partijen hebben zoveel met elkaar meegemaakt en hebben zodanig tegengestelde percepties over wat er gebeurd is en wat er gebeurt, dat dit ook al daarom weinig zin heeft.Lange termijn gevolgen voor het kind:

·         psychologische klachten (angst, depressie, agressie, psychosomatische reacties, etc. )

·         verminderd gevoel van eigenwaarde ·    verliezen van contact met eigen gevoelens

·         verminderde prestatie op intellectueel gebied gebrekkige sociale ontwikkeling Steeds meer onderzoek wordt gedaan naar de gevolgen voor het kind De gevolgen voor de verstoten ouder moeten echter niet ondergesneeuwd raken. Aan deze partij moet meer aandacht worden besteed. Onderzoek in Duitsland heeft uitgewezen dat onder deze vaders veel medische klachten; auto ongelukken en zelfmoorden (of pogingen daartoe) voorkomen.

Wat zou moeten worden gedaan?

Tot aan de nieuwe Nederlandse wet van januari 1998 het desorganisatiemodel heersend. Thans gaat het om het recht van de kinderen en de plicht van de ouders om een doorgaande relatie tussen beide ouders en hun kinderen mogelijk te maken. Het gaat om de reorganisatie van het gezin. De vraag is NIET “of” er contact is tussen het kind en de ouder die elders woont, maar HOE het contact tot stand kan worden gebracht en verzekerd indien nodig kan worden geforceerd tegen de wil van de ouder die de dagelijkse zorg heeft. Het is niet langer nodig om te zoeken naar de beste ouder. De beste ouder is simpelweg de ouder die helpt het kind de relatie met de andere ouder te bestendigen en uitdrukkelijk toelaat dat het kind van de andere ouder houdt, precies zoals voor de scheiding.

 Tenslotte

De instellingen zouden vanaf het allereerste contact duidelijk moeten maken aan de programmerende ouder die bijdraagt aan de vervreemding van het kind van zijn andere ouder, dat hij/zij daarmee de rechten van het kind alsook de rechten van de andere ouder schendt. Voorts zouden rechters bedoelde rechten moeten waarborgen. “tolerantie van hechting” is een van de meest belangrijke factoren voor opvoedingskwaliteiten, andere factoren zijn: in staat en bereid zijn om met de andere ouder te komen tot samenwerking in het belang van het kind   

Gegevens Ursu1a Kodjoe

Dipl. Psychologist MA. Dipl. Socialworker B.A, Family Mediator, Therapistsince 1997 Lecturer for the guardian at litem education, supervisorsince 1998 Study on the longterm effects of alienated childrenPractica:WorkFamily Mediation / Evaluator in High Conflict Custody and Visitation Cases / Guardian at litem / Counce11ing for seperation and divorce families.Focus: ResponsabIe parenting after seperation and divorce / The “Parental Alienation Syndrome”: Diagnosis and Intervention in parent-chiId-alienation cases and loss of contact / Seminars for members of Chi1d Care Centers, Lawyers, Therapists, Teachers: Fami1y dynamics, conflict reso1ution, visitation mode1s, reorganisation of the post-divorce family! Case supervsion / Pubtic Re1ations -Work ! Educational SeminarsScientific publications:Kodjoe,U. Je jünger, desto weniger Kontakt? Zur Fragwürdigkeit von Faustrege1n in: Der Amtsvormund (3/1996)Kodjoe, U. & Koeppel, P. Das Parenta1 A1ienation Syndrome. in: Der Amtsvormund (1/1998) SonderdruckKodjoe, U. & Koeppel, P. Früherkennung von E1tementfremdung -Mög1ichkeiten psychologischer und rechtlicher Interventionen in: Kind-Prax (5/1998) S. 138-144Kodjoe, U. Ein Fall von PAS in: Kind-Prax (6/1998)  

terug naar inhoud

14.  'Omgangsrecht is een tandeloze tijger’.

 Duitse psychologe bemiddelt in ‘vechtscheidingen’ 

Hulpverleners moeten speciaal worden opgeleid om te helpen voorkomen dat kinderen na een echtscheiding het contact met één ouder verliezen. Verlies van dat contact kan ernstige gevolgen hebben voor de ontwikkeling van het kind. Dit kan veel vaker dan nu het geval is worden voorkomen. Aldus Ursula Kodjoe, die als mediator werkt met ‘high-conflicted families’.

Bij tweederde van de gescheiden ouderparen die ernstige conflicten hebben over de omgang, zegt de Duitse psychologe Ursula Kodjoe de gestelde doelen te bereiken. De ex-partners leren als ouders samen te werken en hun kinderen houden op een goede manier contact met hen. "Vaak zijn deze ouders officieel wel gescheiden, maar emotioneel nog niet. Onbewust hebben ze liever een negatieve band dan geen band. Als ze dat via de kinderen spelen, kan dat nare gevolgen hebben.

Misschien ken je ze wel, de moeders die zeggen:’ Nee hoor, mijn kind heeft deze vader niet nodig.’ Of de moeder die het kind op subtiele wijze laat merken dat het bij pappa vreselijk eng is:’ Bel maar als er iets is hoor’. Het kind kan uit loyaliteit of uit angst de gevoelens en het gedrag van deze moeder overnemen. Ook als het tegen zijn eigen belang indruist. Want met het verlies van het contact met één ouder, verliest het kind ook de helft van zijn identiteit."

Parental Alienation Syndrome

Kodjoe sprak tijdens de PvdA-conferentie ‘Omgangs(on)recht’ van 31 mei jongstleden over het Parental Alienation Syndrome (PAS). Dit oudervervreemdingssyndroom werd voor het eerst beschreven door de Amerikaanse professor Richard A. Gardner (Hij sprak daar twee jaar geleden in Breda over op een door het Ministerie van Justitie samen met het Platform van samenwerkende Cliëntenorganisaties in Jeugdzorg en Familierecht georganiseerd congres; zie Perspectief nr. 5 van de 7e jaargang). Het gaat om kinderen die de ene ouder (vaak degene bij wie ze niet wonen) gaan haten onder invloed van de andere ouder, hoewel de relatie met die ouder goed was. Soms weigert het kind contact, maar oudervervreemding kan ook ontstaan terwijl er wel omgang is.

Kodjoe benadrukt dat zowel vaders als moeders de kinderen tegen elkaar opzetten. De gevolgen van PAS voor het kind kunnen zijn: een lage zelfwaardering, minder sociale vaardigheden, lagere school- en werkprestaties en problemen met relaties. De Duitse psychologe waarschuwt echter voor al te rechtlijnige conclusies: "De gevolgen van het verlies van contact met één van de ouders na een scheiding kunnen enorm zijn, maar dit hangt ook af van het temperament van het kind. We weten nog te weinig over de lange-termijngevolgen."

Andere aanpak dan de Raad

Het conflict via rechters en advocaten uitvechten biedt geen oplossing. "Het recht is op dit gebied een tandeloze tijger", vindt Kodjoe. Er is een uitspraak over de omgang, maar ouders krijgen van hun advocaat te horen dat ze zich hieraan niet hoeven te houden. Er volgen dan immers geen sancties.

Kodjoe werkt als mediator met gezinnen waarin de echtscheiding is uitgedraaid op een vechtscheiding. Op de vraag wat het verschil is tussen haar werkwijze en die van instanties zoals de Raad voor de Kinderbescherming of het Duitse Jugendamt, zegt Kodjoe: "Ik spreek in mijn werk de krachten van mensen aan. Ik ga ervan uit wat ze allemaal kunnen, wijs ze daar op en dan bouwen we dat samen verder uit. Ik werk ook individueel met de ouder die de omgang saboteert. Dat doe ik door die te wijzen op wat het betekent voor een kind om een ouder te verliezen en op de schadelijke gevolgen die dat heeft.

De Raad en het Jugendamt werken juist vanuit een deficit-model. Die onderzoeken wat ouders allemaal níet kunnen en werken niet samen met de ouder. Dat versterkt de ruzie alleen maar. Bovendien zijn raadsonderzoekers op zoek naar een waarheid die niet bestaat. Wel bestaat de subjectieve beleving van beide ouders. Ik probeer niet de waarheid boven tafel te krijgen, maar destructieve patronen te herkennen. En dan samen naar een oplossing te werken."

Het kind kán gegronde redenen hebben om de andere ouder te haten, zoals lichamelijke of geestelijke mishandeling, verslaving of seksueel misbruik. Onderzoek naar deze zaken moet gedaan worden door goed getrainde specialisten. Kodjoe pleit ervoor dat raadsonderzoekers hun onderzoekspet afzetten. "Ze zouden met het gezin moeten gaan samenwerken aan het versterken van de band van het kind met beide ouders. Daarvoor moeten ze het gezin eerst goed leren kennen, zowel alle gezinsleden apart als de verschillende combinaties."

Positieve ontwikkeling

In Duitsland zijn positieve ontwikkelingen gaande op omgangsgebied. Zo staat in de wet dat ieder kind recht heeft op contact met beide ouders. Beide ouders hebben wettelijk vastgelegd het recht én de plicht om hun kinderen te zien. In sommige echtscheidingsprocedures komt een eigen advocaat op voor de specifieke belangen van het kind. Steeds meer rechters krijgen bij hun zaken supervisie van ervaren mediators, vertelt Kodjoe.

Heeft zij nog andere ideeën om problemen in de toekomst te voorkomen? Allereerst vindt ze het belangrijk om ouders én hulpverleners voorlichting te geven over ontwikkelingsfasen van kinderen en de rol en het belang van beide ouders voor het kind. Ook over eventuele gevolgen van echtscheiding voor kinderen. Als oudervervreemding dreigt, moeten de rechter en de gezinsvoogdij de ouders aanspreken op hun plicht te handelen in het belang van hun kind. Verder pleit Kodjoe ervoor dat advocaten en psychologen samen één praktijk voeren. Zo kan mediation sneller en effectiever ingezet worden.

‘Motherhood mystique’

Kodjoe raakte geïnteresseerd in omgangsproblematiek toen ze tijdens haar studie een seminar over gezin en scheiding bezocht. Ze studeerde van 1989 tot 1994 psychologie aan de Universiteit van Freiburg in Duitsland. Daar was het vóór 1998 (net als in Nederland) zo dat ouders bij echtscheiding niet automatisch allebei het gezag kregen. Onder invloed van de ‘motherhood mystique’ (moederverheerlijking), zoals Kodjoe het noemt, dolven vaders vaak het onderspit. Ze vroeg zich af wat dit eigenlijk voor mannen betekende. "Stel je voor: je loopt de rechtbank in als vader, en een paar uur later ben je dat officieel niet meer. Dat leek me vreselijk. Toen ik op zoek ging naar informatie over de sociaal-emotionele gevolgen van deze gebeurtenis voor vaders, vond ik planken vol over moeders, niets over vaders. Dat vond ik oneerlijk."

Voor haar afstudeerscriptie riep Kodjoe vaders op te vertellen over hun ervaringen. De reacties waren overweldigend. " Met één vader heb ik zestien uur aan de telefoon gezeten. Er had nog nooit iemand naar zijn verhaal geluisterd." Kodjoe wijst erop dat er nog steeds weinig aandacht is voor de gevolgen van het verlies van contact met een kind voor de ouder. "En dat terwijl het de samenleving volgens mij veel geld kost. Ik denk dat deze mensen veel vaker last hebben van posttraumatische stress, arbeidsongeschiktheid, psychosomatische klachten en zelfmoordneigingen. Daarvoor zou veel meer aandacht moeten komen."

Moeite met relaties

Op dit moment doet Kodjoe een onderzoek naar de lange-termijngevolgen van het verbreken van contact tussen het kind en een van de ouders. Op een advertentie reageerden 436 mensen in de leeftijd van 17 tot 82 jaar. "Wat ik tot nu toe heb ontdekt, is dat deze kinderen moeite hebben met relaties, dat het patroon van scheiden en contact verbreken zich bij hun eigen gezinnen herhaalt. Ze geven anderen en het verlies van contact vaak de schuld van hun mislukkingen. Opvallend is ook dat velen er niet in slagen een bevredigende carrière op te bouwen.". Op de vraag of ze in haar onderzoek ook een controlegroep gebruikt van kinderen zonder contact met een van de ouders met wie het wel goed gaat, antwoordt ze ontkennend." Nee, ik wil ook niets bewijzen met dit onderzoek. Ik wil laten zien wat voor negatieve gevolgen het verbreken van contact voor kinderen kan hebben."

Marit van Luijn

terug naar inhoud

15.  Gevonden op de site WWW.minjust.nl.

 Oorzaken en signalen van PAS

Bij PAS spelen volgens Kodjoe drie factoren een belangrijke rol. Ten eerste dragen de persoonlijkheden en de levensgeschiedenis van de ouders bij aan het vervreemdingsproces. Vaak kunnen beide ouders niet omgaan met conflicten, zijn ze niet flexibel en erg gericht op hun eigen behoeften in plaats van die van het kind.

Ten tweede hebben veel van deze ouders zelf niet geleerd op een constructieve manier met anderen te communiceren. Als laatste kunnen er complicerende factoren zijn in het leven van de ouders zoals ziekte en werkloosheid. Ook kan de familie of een gezinsvoogd die een ouder steunt tegenover de ander, het vervreemdingsproces versterken.

Kodjoe onderscheidt een milde, een matige en een ernstige vorm van PAS. Bij de milde vorm kan het kind nog wel zeggen dat het van de ouder houdt, ook als de ander erbij is. Het verzint dingen om de andere ouder niet te hoeven zien, zoals: ‘je geeft ons niet genoeg geld’. Na een scheiding is het kind vaak boos op de ouder die is vertrokken die het gezin in de steek heeft gelaten. Dat is normaal. Hulpverleners zouden op PAS bedacht moeten zijn als de boosheid niet af- maar ernstig toeneemt in de tijd.

Bij de matige vorm durft het kind niet te laten zien aan de ene ouder dat het nog van de ander houdt, uit angst om door de verzorgende ouder afgewezen te worden. Ernstig wordt het als het kind ervan overtuigd is dat de andere ouder slecht is en niet meer in staat is om normaal contact te hebben.

Laatst gewijzigd: 12-07-2001 

Bron:  http://www.minjust.nl/b_organ/dpjs/tijdschriften/perspectief/p94_pas.htm

terug naar inhoud

16.  Gevonden op de site WWW.familycourts.com

Parental Alienation Syndrome

A severe emotional and psychological disorder in children brought on by highly contested custody battles in our Family Court System.

Parental Alienation Syndrome (PAS) is best defined by the well known child psychologist, Dr. Richard Gardner, as "a disturbance in which children are obsessively preoccupied with deprecation and/or criticism of a parent, denigration that is unjustified and/or exaggerated." Children of PAS show negative parental reactions and perceptions which can be grossly exaggerated and entirely lack any ambivalence. Put simply, they profess rejection and hatred of a previously loved parent, most often in the context of divorce and child custody conflicts.

Parental alienation has become an increasingly common element in the "battlefield" of divorce and custody litigation. In the 60’s, the accusation most often used between embittered spouses was infidelity; in the 70’s, homosexuality; in the 80’s we saw allegations of sexual abuse used to "eliminate" the other parent entirely, a situation which has become epidemic in the 90’s.

 

Now the final frontier has been reached. In PAS, children’s psyches are manipulated to make them hate and reject a person they need and love, their mother or their father.

Parental alienation is a form of psychological kidnapping which has a devastatingly destructive effect on a parent-child relationship.

Frequently PAS is found in cases of allegations of physical or sexual abuse and is a major factor in child abduction.

"The most important factor which produces Parental Alienation Syndrome in a child is fear; fear, not of the parent for whom the child professes hatred, but fear of the so-called ‘loved’ parent, the ‘hostage taker.’"

The psychological process of alienation resembles that observed in hostage-takings, where the captive identifies with the aggressor to the point of rejecting all outside influences—the "Stockholm Syndrome," best known in North America in the Patty Hearst case. Cult control methods also produce a similar pathology.

The process of alienation is complex, but the symptoms are remarkably easy to distinguish, although each case has its own particular psychological and legal dynamics. One factor is common to all, however, and that is the destructive effects on both child and parent.

Because of more egalitarian family laws, custody is no longer the presumed right of one parent, (usually the mother) resulting in a huge increase in custody litigation. Although our laws are designed to protect children’s rights and best interests, the opposite is happening more and more. Parental Alienation is being used to distort our family court system’s role and duty to protect both children and parents.

Actually the legal process, with its concomitant evaluations, interventions and delays, may aggravate the pathology, or even create it, the so-called "Iatrogenic Phenomenon."

REINTEGRATION

While the courts tend to hand down judgments favorable to the "hated" parent, the latter is often powerless to implement these because of (a) the alienating parent’s sabotage, (b) the children’s extreme hostility and disregard for any form of authority (another classic symptom of PAS), and (c) the draconian measures that have to be taken to implement any court ruled measures. Successful reintegration is rarely addressed by our legal system and social services.

After a judgment is rendered, the parent is left alone to pick up the pieces of a shattered bond, often dealing with hostile or severely disturbed children.

WHO ALIENATES MORE, FATHERS OR MOTHERS?

Contrary to information from some other sources, our files show a fairly even balance of fathers and mothers who act as "alienators."

Fathers may alienate children from their mother for vengeance or control, or to retain the family residence, or to avoid paying child support. It is seen in various degrees of severity in 90% of cases of conjugal violence. Conversely, women are profoundly threatened by the possible loss of custody of their children, and may go to any lengths to keep them, in both a psychological and biological reaction. Women may be motivated by vengeance or financial issues as well.

Parental Alienation Syndrome, whether induced by a mother or father, produces the same symptoms in a child, but early results of clinical research show important differences in the factors which motivate men and women to alienate their children.

The long-term effects of PAS on a child are extremely serious. Research is currently fragmented among psychiatric institutions and individual specialists. Information tends to support the prognosis that PAS, if not overcome before adolescence, usually becomes permanent.

The effects of parental alienation include long-term depression, inability to function in a normal psycho-social framework, ego and identify dysfunction, despair, uncontrollable guilt, isolation, hostility, disorganization, personality "splitting" and even suicide. Research also shows that adult children of alienation are prone to alcoholism, drug abuse and other symptoms of internal distress. The effects on the rejected parent are equally devastating and permanent if the parent-child bond remains broken, and should be given due attention in our legal and social systems.

TREATMENT OF PAS

Methods are still experimental and professional opinions often vary. Study of the most severe cases shows that successful reintegration can be achieved only by complete separation from the alienating parent, and this for a substantial period (minimum of six months to as much as two years). In many cases recently, re-integration was successfully achieved in severe cases through "implosion" or "immersion" therapy and complete separation from the alienating parent indefinitely. Moderate and mild cases may not require such drastic measures. Much depends on the age of the child, whether pre-adolescent, adolescent or adult, the factor which determines what legal or therapeutic steps can be undertaken.

STRUCTURED REHABILITATION

There is a very urgent need for structured rehabilitation, not normally provided by social services of psychiatric institutions. A parent who succeeds in regaining custody of a hostile, alienated child needs practical and professional support, particularly during the preliminary re-integration period. Traditional therapy is useless in severe cases. What is needed is a 24-hour supervised nurturing environment, supportive to both parent and child and meeting BOTH their needs.

HOW TO SPOT CASES OF SEVERE PAS

The very first thing to look for in severe cases of PAS is irrational behavior in a child who for no good or properly explained reasons, tells you they want nothing further to do with one of their parents. This is the number one tip-off that this child is in severe emotional trouble and is definitely suffering from a well advanced case of extreme PAS.

The second most easily identifiable symptom of PAS is when a child shows no ambivalence whatsoever toward their parents, stating that one parent is all good and the other parent is all bad. This portends something we all know is not right with the child because a lack of ambivalence is unnatural behavior in human beings. No one of any basic intelligence, maturity or emotional stability can support the notion that one thing or one person is all good and the other all bad – we all must have ambivalent feelings or else we couldn’t survive in this world.

And, finally, the third most easily recognized symptom of severe PAS is when the child also displays their unjustified and open hostility, anger and hatred to all of the other members of the so-called "hated" parent’s extended family, also for no good or properly explained reasons. It’s as if both the so-called "hated" parent and their entire extended family were made completely non-existent and rendered totally unimportant in the syndrome induced child’s life. Grandparents, siblings, aunts, uncles, cousins, nephews, nieces all seem to suddenly disappear from the child’s life never to be heard from, spoken to or seen again.

The key to all of this totally unnatural and extreme behavior is this. When such a child who is suffering form a severe case of PAS cannot and will not provide you with a good and plausible and logically intelligent reason why they are behaving in this fashion, then you will know exactly what is going on. A trained psychologist doesn’t have to tell you – plain, good old-fashioned common sense and logic will tell you that you have a severely emotionally disturbed child on your hands who needs help.

Child abuse, which PAS children are definitely victims of, is a very serious matter. Adult victims of child abuse, later on in life, will tell you that they were very good at hiding their abuse, both from others and from themselves. They were able to put on a happy face and put up a good front on the outside, while they died a thousand deaths of extreme anxiety, guilt, emotional turmoil and fear on the inside. It is important, then, that you not allow yourself to be fooled by a child suffering from severe PAS who will tell you everything is just wonderful and happy in their life, but you know from the symptoms I just described that this is just flat out not true. If you should ever encounter such a child, I would urge you to call us for more information and do everything in your power to direct them to some very skilled and professional counseling. You very well might just be saving their life by doing so.

 

For more information on Parental Alienation Syndrome please contact:

The Family Court Reform Council of America
William Kirkendale, Chairman
31441 Santa Margarita Parkway, Suite A184
Rancho Santa Margarita, CA 92688 - (949) 766-0700

  Bron : WWW.familycourts.com/pas.htm  

terug naar inhoud

17.  HET OUDERVERSTOTINGSSYNDROOM.

 Korte samenvatting/boekbespreking van 'The Parental Alienation Syndrome'
Tekst Rob van Altena

Een kind dat zonder reden een ouder verstoot: dat doet zich nogal eens voor na een scheiding. Het kind wil dan met de ouder waar het niet bij woont letterlijk nooit meer iets te maken hebben. Dit is een omvangrijk verschijnsel: in Nederland verliezen minstens 40% van de scheidingskinderen op de duur alle contact met de ouder bij wij zij niet wonen (bijna altijd de vader) en vaak gaat het daarbij om een verstotingssyndroom.

Ouderverstoting is in 1984 voor het eerst als syndroom benoemd en beschreven door Richard A. Gardner, hoogleraar in de toegepaste kinderpsychiatrie aan de Columbia Universiteit van New York, gastprofessor in Sint-Petersburg, Leuven enz. en tevens bekend door ongeveer 35 boeken over kinderen in echtscheiding waarvan sommige ook in het Nederlands zijn. Als standaardwerk over het verstotingverschijnsel geldt Gardners boek "The Parental Alienation Syndrome (1°). Daarnaast is er de laatste tien jaar in Amerika over dit gegeven een steeds grotere stroom van boeken en artikelen in de vakpers op gang gekomen (2°).

Volgens prof. Gardner is Parental Alienation Syndrome (PAS) een stoornis omdat "geen enkel kind het in zijn genen draagt een ouder te willen afwijzen die van hem houdt". De stoornis heeft te maken met hysterie, in ernstige gevallen met paranoia. Bovendien handelt een kind daarmee consequent tegen zijn belang en ook dat wijst niet op geestelijke gezondheid. Gardner waarschuwt dan ook dat PAS mee te maken heeft met kinderen die (bv. wegens ernstige mishandeling) een gegronde reden hebben om een ouder af te wijzen. In zulke gevallen is verstoting immers een normale reactie, zij wordt pas een stoornis als zij niet gegrond is en tegen het eigen belang indruist.

Sommige van Gardners collega's zijn het niet eens met diens omschrijving van de verstoting of met de betiteling ervan als een syndroom maar deze geleerdenstrijd draait nogal eens om definities en lijkt ons van minder belang dan het verstotingverschijnsel zelf. Voor dit verschijnsel zijn volgens prof. Gardner drie factoren nodig: vechtscheiding, programmering en een door deze twee op gang gebrachte derde factor: een actief optreden vanuit het kind zelf. Om deze laatste reden vindt Gardner het begrip 'gehersenspoeld" te passief: kenmerkend is juist dat er door de sociale omgeving opgeroepen krachten in het kind zelf actief werkzaam worden.

Acht duidelijke symptomen zouden het syndroom al in het beginstadium herkenbaar maken: minachtingcampagne tegen de andere ouder, zwakke of absurde reden daarvoor, geen ambivalente gevoelens (de ene ouder is louter goed, de andere louter slecht), ongeloofwaardige "eigen mening", reflexmatige steun aan de zorgouder in het ouderconflict, afwezigheid van schuldgevoelens, letterlijk citeren van onbegrepen woorden en uitbreiding van de vijandschap naar de familie van de gehate ouder.

Na enige tijd kan het kind ervan bezeten raken de "gehate" ouder te kleineren, beschuldigen en uit te stoten - dat alles zonder aanleiding of om aanleidingen die in geen enkele verhouding staan tot een levenslange afwijzing. De gevolgen zijn rampzalig voor de verstoten ouder en voor het kind zelf. Het oproepen van PAS in een kind is geestelijke kindermishandeling en volgens Gardner misschien nog wel ingrijpender dan lichamelijke mishandeling of seksueel misbruik. "Veel mensen die als kind mishandeld werden, zijn over hun pijn en vernederingen heengegroeid en dat geldt ook bij seksmisbruik al grijpen de gevolgen daar dieper in. Maar wie een kind met PAS programmeert, verbreekt de band tussen het kind en de andere ouder voor het leven." Bovendien krijgen PAS-kinderen problemen met het inschatten van de werkelijkheid. Zij zijn ertoe geprogrammeerd dingen voor waar aan te nemen die totaal niet met hun eigen waarnemingen overeenstemmen.

In Nederland is de verstoten ouder in 90% van de gevallen de vader en in 10% de moeder. In Amerika was dit voor kort ook zo. Ter vereenvoudiging hanteerde Gardner dan ook soms het woord 'vader' om niet steeds de juistere maar ook omslachtige woordcombinaties als "verstoten ouder" of "vervreemde ouder" te hoeven herhalen. Van onze kant is het woord PAS af en toe wel weergegeven met "vaderverstotingssyndroom". Maar volgens de jongste gegevens zou zich in Amerika een snelle kentering voltrekken: zoveel vaders krijgen daar van de rechtbank de dagelijkse zorg over de kinderen dat het percentage afgewezen moeders onder de PAS-ouders zelfs tegen de 50% zou lopen.

Bij het PAS heeft het kind zijn ouderpaar als het ware doorkliefd in een "geliefd" en een "gehaat" deel, aanduidingen die door Gardner bewust tussen aanhalingstekens worden gezet: "De gehate ouder wordt alleen ogenschijnlijk gehaat, er is nog veel liefde aanwezig. En de geliefde ouder wordt soms meer gevreesd dan geliefd." Er bestaat met deze ouder echter een sterkere gevoelsband dan met de gehate ouder. Natuurlijk heeft een kind een binding met allebei de ouders maar de sterkste binding zou bestaan met die ouder door wie het als baby en als kleuter het meest verzorgd is. Die binding zou het kind willen bewaren en zodra het denkt dat die door de vechtscheiding bedreigd wordt, begint het daarom tegen de andere ouder een afwijzigingscampagne. De wapens die het daarbij inzet, zijn vaak kinderlijk en simplistisch. Helaas zijn er moeders die vaak ook van de onzinnigste klachten van het kind met welbehagen kennis nemen. En nog eens helaas laten ook advocaten en zelfs rechters zich soms door zulke klachten meeslepen in plaats van te vragen of dat nu redenen zijn om een vader nooit meer te willen ontmoeten. Hoewel Gardner de eigen inbreng van het kind kenmerkend vindt, laat hij ook geen twijfel bestaan aan de aanzwengelende rol van de programmerende ouder (in Nederland bijna altijd de moeder): "Er zijn moeders die zodra hun man vertrokken is, door het huis razen en alles vernielen wat nog maar aan zijn bestaan zou kunnen herinneren. Wat veel tot het syndroom bijdraagt, is om elke contactpoging van de vader als "lastig vallen" te bestempelen en ook diens omgangsrecht niet na te leven… Helaas ondernemen rechtbanken vaak niet veel tegen dit soort wreedheid en zo krijgen kinderen de boodschap mee dat een bezoek van de vader onbelangrijk is en ook dat niemand er zich iets van aantrekt als hij gemeen behandeld wordt."

"Het kind leert het af op eigen waarnemen te vertrouwen en die onder woorden te brengen". "De gevolgen van het trauma uiten zich in gedrags-, prestatie- en ontwikkelingsstoornissen die het verdere leven kunnen overschaduwen."

Bemiddeling op vrijwillige basis kan soms helpen maar voor de moeilijke gevallen ziet Gardner geen oplossing zonder een mate van rechterlijke dwang, liefst door samenwerking tussen gezondheidszorg en rechterlijke macht.

Zijn boek draagt als ondertitel: "Gids voor werkers in de geestelijke gezondheiszorg en juristen"(3*)
Ouderverstoting wordt hier bij ons weten voort het eerst systematisch behandeld als vooral een gezondheidsprobleem. Syndroom, stoornis, scheefgroei of gewoon ziekelijk? Hoe dan ook: er zou meer aan gedaan kunnen worden.

1* Richard A. Gardner, M.D. The Parental Alienation Syndrome. A Guide for Mental Health and Legal Professionals. 2de druk, 1998. Uitg. Creative Therapeutics, Creskill, New Jersey. ISBN 0-933812-42-6
2*Onder internet   http://home.worldonline.nl/csnel/jz/pas.html
 
 

terug naar inhoud

18. Kinderen programmeren om de andere ouder te haten.

 Uit het boek van Prof. Richard A. Gardner nemen we onder vele situaties slechts tien voorbeelden hoe de programmeringsstrategie naar kinderen toe wordt opgezet door de boosaardige ouder tegenover de uitwonende ouder. Vervreemding van die uitwonende ouder is het fatale gevolg.

* Er zijn moeders die zodra hun man vertrokken is, door het huis razen en alles vernielen wat nog maar aan zijn bestaan zou kunnen herinneren.

* Algemeen is het maneuver om de vader voor te schrijven dat hij bij het afhalen van de kinderen in zijn auto moet blijven zitten en zijn aankomst maar kenbaar moet maken door te toeteren: aan de voordeur komen is er niet bij en aanbellen al helemaal niet.

* Ook het antwoordapparaat is een machtig wapen: het staat altijd aan, ook als de moeder thuis is. Als de telefoon gaat, luistert zij eerst wie er belt voordat er al of niet opgenomen wordt. Voor de vader wordt in elk geval niet opgenomen en zo krijgen de kinderen praktijkles hem maar te laten praten en geen antwoord te geven. Deze gewoonte is zo algemeen, dat ik een aantal zaken heb meegemaakt waarbij de vader de moeder via een gerechtelijk bevel moest verplichten om als zij thuis was het antwoordapparaat af te zetten en de telefoon op te nemen, zodat de vader met zijn kinderen kon bellen. In veel gevallen kon dat bevel helaas ongestraft genegeerd worden, zoals dat met gerechtelijke uitspraken tegen PAS-moeders trouwens vaak het geval is.

* Zodra het om de bezoektijden gaat, houden deze moeders zich juist weer uiterst stipt aan de vonnissen: 'Als je een minuut te vroeg aan de deur komt, bel ik de politie!' of 'Als je een minuut te laat komt, krijg je ze niet mee!'

* Ook door sabotage van het bezoek kan een wrede moeder zich doeltreffend wreken en hoe groter de afstand die de bezoekvader moet afleggen, des te krachtiger dat wapen is. Ik heb een aantal zaken meegemaakt waarin vaders voor een bezoekrecht naar de andere kant van Amerika reisden, alleen om te constateren dat hun kinderen niet op de afgesproken plaats en tijd aanwezig waren. Helaas ondernemen rechtbanken meestal niet veel tegen dit soort wreedheid en dat is van belang voor de vorming van het vaderverstotingssyndroom, omdat kinderen zo de boodschap meekrijgen dat een bezoek van de vader onbelangrijk is en ook dat niemand zich er iets van aantrekt als hij gemeen behandeld wordt.

* Bij schoolvoorstellingen zetten moeders de kinderen onder druk door te zeggen, dat zij (de moeders) niet gaan als de vader komt. Dat geeft het kind het gevoel dat de vader een soort ordeverstoorder is die louter door zijn aanwezigheid alles zal bederven. Naar mijn ervaring zijn echter juist dit soort moeders eerder geneigd tot demonstratief gedrag dan hun gehate ex-echtgenoten: een mooi voorbeeld van hoe het projectiemechanisme bij deze vrouwen werkt.

* Wat veel tot het verstotingssyndroom bijdraagt is om elke contactpoging van de gehate vader als 'lastig vallen' te bestempelen. De vervreemde vader blijft immers vaak blijk geven van belangstelling door op te bellen, te proberen de kinderen te zien, cadeautjes te sturen enz. en wanneer dit door de moeder als 'lastig vallen' wordt gebrandmerkt, gaan ook de kinderen het zelf op de duur zo zien. Als de vader opbelt voor de kinderen, geeft zo'n moeder antwoorden in de trant van : "Ze zijn bezig", "Ze gaan net eten", "Ze zitten net te eten", "Ze zijn nog niet met hun eten klaar", "Ze kijken net televisie", "Ze zitten net hun huiswerk te maken", "Ze spelen met andere kinderen", Ze gaan net naar bed" enz. De vader schijnt nooit op het goede ogenblik te bellen: wat de kinderen ook doen, ze mogen nooit door hem gestoord worden. Elke bezigheid hoe onbeduidend of willekeurig ook, is belangrijker dan de vader.

* Series moeders heb ik gesproken die hun kinderen bij een psychiater hadden gebracht zonder dat de vader dat zelfs maar wist. Naar mijn ervaring gaan veel therapeuten daar helaas in mee, waardoor zij zonder dat blijkbaar te beseffen het verstotingssyndroom in de hand werken. Het medisch beroepsgeheim bestendigt hier de psychopathologie. Verantwoordelijke en verstandige therapeuten werken zo niet. Men dient goed te beseffen dat veel van deze moeders heel wat minder liefdevol voor hun kinderen zijn dan een naïeve waarnemer dat op het eerste gezicht zou denken. Ogenschijnlijk willen zij het kind tegen de gevreesde oudere beschermen uit liefde. Maar een echt liefdevolle ouder begrijpt heel goed hoe belangrijk ook de niet-zorgouder voor de kinderen is en de minachtingscampagne waarin deze moeders de kinderen meeslepen, is juist niet in het belang van het kind, ja een blijk van hun tekortschieten als ouder. Wanneer zulke moeders de juridische strijd om het gezag 'winnen', bereiken zij niet alleen dat gezag maar uiteindelijk ook een totale vervreemding tussen hun kinderen en de gehate ex-echtgenoot. Dat deze overwinning de kinderen geestelijk kan vernielen, is wat zij diep in hun hart misschien wel willen. En zij voelen aan dat zij dat door onophoudelijk vechten, indoctrineren en vervreemden ook kunnen bereiken.

* Ook de 10 % vaders die kinderen van hun moeders weten te vervreemden, kunnen er trouwens wat van. Toen een moeder haar zoontjes naar hun schoolrapporten vroeg, zeiden die dat zij "veel te groot waren dan dat hun moeder nog voor hen op de ouderavonden hoefde te komen" en dat zij zich trouwens "moest schamen om over kinderen van onze leeftijd nog op school te gaan navragen". De jongetjes waren zeven en negen jaar oud.

* Een andere vader zei de kinderen dat hun moeder hen aan hem had "verkocht" en liet als bewijs daarvan zijn alimentatiekwitanties zien. Toen de moeder de kinderen opbelde, wilden die niets meer van haar weten: "Je bent onze moeder niet meer, je hebt ons aan vader verkocht!".

Deze voorbeelden onthullen hoe boosaardige ouders het naar hun kinderen aan boord leggen om vijandschap bij hun kinderen te wekken tegenover de andere ouder. Wij halen ze hier opzettelijk aan, opdat ouders die zich in een dergelijke verongelijkte positie voelen gemaneuvreerd, zich daartegenover weerbaar zouden kunnen opstellen, als zij die kans nog krijgen. Ontmaskering van manipulatietechnieken kan soms wel helpen !