Spelling van het werkwoord: t of d of dt

Gatenvuloefening

Vul de gaten in. Druk dan op "Antwoord controleren" om uw antwoorden te controleren.

Vul in: t, d of dt


Ik wer gisteren door mijn moeder geholpen.

Hij werk in de winkel.

Zij doe elke dag de was.

Ik wor later dokter.

Er gebeur niks in dit saaie dorp.

Lees je moeder veel boeken?

Het lever geen probleem op.

Mijn vriendin wor morgen geopereerd.

Ben u daar zeker van?

Ik heb dat gisteren verander.

Is dat ongeval gisterenmiddag gebeur?

Hij bie zeker 50 euro voor die fiets.

Speel die jongen in de eerste klasse?

Raa jij even hoeveel kilo die koffer is?

U was zich mistens elke dag?

Heef hij dat helemaal alleen ontdekt?

Dui dat aan!

Wor die computer morgen gebracht?

De kok braa het vlees eerst in de pan.

Gaa dat meisje wel naar school?