De relatie tussen artiesten en de wetten op de privacy en op de bescherming van geregistreerde benamingen.

1.    De wet op de bescherming van geregistreerde benamingen

1.1.               De wettekst

Wet van 21 DECEMBER 2013. - Wet houdende invoeging van boek VI "Marktpraktijken en consumentenbescherming" in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van de definities eigen aan boek VI, en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan boek VI, in de boeken I en XV van het Wetboek van economisch recht. (onder andere Art VI 124)

TITEL 6. - Bijzondere regels inzake geregistreerde benamingen
Art. VI. 124. § 1. Geregistreerde benamingen zijn beschermd tegen :
a) elk rechtstreeks of onrechtstreeks gebruik door de handel van een geregistreerde benaming voor producten die niet onder de registratie vallen, voor zover deze producten vergelijkbaar zijn met de onder deze benaming geregistreerde producten, of voor zover het gebruik van de benaming tot gevolg heeft dat van de reputatie van deze beschermde benaming wordt geprofiteerd;


1.2.               Interpretatie van de wettekst

1.2.1.   Algemeen

Belangrijke termen zijn hier “door de handel” en “dat van de reputatie van deze beschermende benaming wordt geprofiteerd”.

 

1.2.2.   Handel drijven

Definitie van handel:

Handel is het uitwisselen van producten tussen twee partijen tegen directe of uitgestelde betaling. Bij ruilhandel worden goederen tegen elkaar geruild, maar dit kan ook door gebruik te maken van geld of krediet. Als er geen sprake is van betaling, dan is de uitwisseling geen handel, maar een gift als het product vrijwillig wordt uitgewisseld, of diefstal als het product zonder toestemming wordt toegeëigend.

In de veronderstelling dat een artiestennaam een geregistreerde benaming is, komt het er in de eerste plaats op neer dat niemand handel mag drijven, rechtstreeks of onrechtstreeks, met andermans geregistreerde benaming. Het gebruik van een artiestennaam in een werkstuk (een compositie bijvoorbeeld)  waarmee handel gedreven wordt, mag niet zonder de toestemming van de eigenaar van de geregistreerde benaming.

Echter het vrijwillig ter beschikking stellen van een werkstuk waarin men een geregistreerde benaming gebruikt en waarbij het werkstuk vergelijkbaar is met producten die vallen onder de geregistreerde benaming, is niet strijdig met deze wetgeving. Dit zou bijvoorbeeld een lied kunnen zijn waarin de naam “Elvis Presley” (voor zover deze nog geregistreerd is) gebruikt wordt en waarbij dit lied gratis ter beschikking wordt gesteld. Het wordt anders wanneer men dit lied gebruikt tijdens een optreden waarbij men geld verdiend. In dit laatste geval drijft men handel met de geregistreerde benaming en dit is niet toegelaten tenzij men toestemming heeft.

Een discussie zou kunnen ontstaan wanneer men slechts een gedeelte van de geregistreerde benaming zou gebruiken. Indien men in de liedtekst zou verwijzen naar “Elvis P” terwijl de context duidelijk maakt dat het over “Elvis Presley” gaat, kan men hier problemen verwachten.

1.2.3.   Profiteren van de reputatie van de geregistreerde benaming

Het is evident dat door gebruik te maken van een bekende geregistreerde benaming, men meer aandacht trekt. Hierdoor kan een stijging van verkoop worden verkregen. De wet stelt dat dit niet toegelaten is. Men profiteert van de bekendheid van een geregistreerde benaming om zelf meer bekendheid te verwerven waardoor er meer aanvragen voor optredens zouden komen en dus ook een stijging van inkomsten. Zelfs wanneer het verkrijgen van de bekendheid jaren later komt door gebruik van de geregistreerde benaming, is men in strijd met de wetgeving.

 

2.    De wet op de privacy

2.2.1. De wetgeving

De gecoördineerde grondwet, Titel II Artikel 22:

“Ieder heeft recht op eerbiediging van zijn privé-leven en zijn gezinsleven, behoudens in de gevallen en onder de voorwaarden door de wet bepaald.
De wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde regel waarborgen de bescherming van dat recht.”

Zie ook: http://www.belgium.be/nl/justitie/privacy/

Bij justitie spreekt men voornamelijk over: het beroepsgeheim, de bescherming van persoonsgegevens, de camerabewaking en het internet.

Wat zijn persoonsgegevens?

Onder persoonsgegevens wordt iedere informatie betreffende een geďdentificeerd of identificeerbaar natuurlijk persoon verstaan (de "betrokkene" genoemd). Het kan gaan om de naam van een persoon, een foto, een telefoonnummer (zelfs een telefoonnummer op het werk), een code, een bankrekeningnummer, een e-mailadres, een vingerafdruk, … Het begrip beperkt zich niet tot gegevens die de persoonlijke levenssfeer van personen betreffen. Zelfs de gegevens die betrekking hebben op het professionele of openbare leven van een persoon worden als "persoonsgegevens" beschouwd. Alleen de gegevens die een natuurlijk persoon betreffen worden in aanmerking genomen en niet die betreffende een rechtspersoon of een vereniging (civiele of commerciële vennootschap of een vzw.).

De wet op de bescherming van persoonsgegevens heeft met betrekking tot het gebruik van persoonsgegevens een verplichting tot transparantie ingevoerd: de personen van wie gegevens worden verwerkt, moeten daarvan op de hoogte worden gebracht, en de personen die de gegevens verwerken, moeten zich identificeren en meedelen waarom zij die gegevens verwerken.

Deze wet is niet van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens in het kader van activiteiten met uitsluitend persoonlijke of huishoudelijke doeleinden. In een aantal andere gevallen is alleen voorzien in een gedeeltelijke toepassing van de wet, nl. bij verwerkingen van persoonsgegevens voor uitsluitend journalistieke, artistieke of literaire doeleinden. Een 7 aantal bepalingen mag niet worden toegepast op die verwerkingen in een streven naar evenwicht tussen privacybescherming en de bescherming van de vrije meningsuiting. Ook voor verwerkingen die in het kader van de openbare veiligheid worden verricht (door de Veiligheid van de Staat, …) gelden gedeeltelijke uitzonderingen.

 

2.2.2. Interpretatie met betrekking tot artiesten

Artiesten brengen een groot deel van hun tijd door in de publieke gemeenschap. Hun doel is juist zo veel mogelijk positieve aandacht te trekken om een hogere verkoop te bekomen. Dit maakt hen minder beschermd dan privé-personen. De grens tussen de publieke sfeer en de intieme sfeer ligt op een andere plaats dan voor privé-personen. Waar deze grens ligt, bepaalt de artiest zelf in grote mate. De artiest bepaalt zelf wat hij of zij prijs geeft aan de publieke opinie. Sommige artiesten bepalen deze bijvoorbeeld als volgt: “tot aan de voordeur en niet verder”. Dit belet niet dat er meer geschreven wordt over artiesten dan over privé-personen. De persvrijheid doet hier ook zijn intrede.

Het recht op eerbiediging van privé-leven en gezinsleven blijft geldig.

Gebruik van persoonsgegevens in werkstukken zoals een liedtekst, een verhandeling, een journalistieke tekst:

Zo bepaalt de Privacywet dat:

·         de verwerking van gevoelige gegevens, gegevens met betrekking tot de gezondheid en gerechtelijke gegevens voor uitsluitend journalistieke, artistieke of literaire doeleinden mogelijk is wanneer de verwerking betrekking heeft op persoonsgegevens die kennelijk publiek zijn gemaakt door de betrokken persoon of die in nauw verband staan met het publiek karakter van de betrokken persoon of van het feit waarin die persoon betrokken is;

·         er vrijstelling is van de informatieplicht op verwerkingen van persoonsgegevens voor uitsluitend journalistieke, artistieke of literaire doeleinden wanneer de toepassing ervan de verzameling van gegevens bij de betrokken persoon in het gedrang zou brengen;

·         het recht van toegang en het recht van verzet van de betrokken persoon niet van toepassing is op verwerkingen van persoonsgegevens voor uitsluitend journalistieke, artistieke of literaire doeleinden in de mate dat de toepassing ervan een voorgenomen publicatie in het gedrang zou brengen of aanwijzingen verschaffen over de bronnen van informatie.

·         Deze uitzonderingen hebben deels te maken met de uitoefening van het democratisch controlerecht door journalisten, de zogenaamde "waakhondfunctie" van de pers in een democratische samenleving. Dit controlerecht mag natuurlijk niet misbruikt worden.

 

Het zou echter niet meer dan fatsoenlijk zijn om toestemming te vragen aan de betrokkene alvorens men een tekst over de betrokkene (binnen het kader van de wetgeving) uitbrengt.

Indien men de gegevens puur privé gebruikt (zoals een tekst over een artiest), dient men zeker de bedenking te maken of het respect voor de rust van de artiest niet belangrijker is dan dat men de artiest hiervan op de hoogte brengt. 

 


3.    Recht op afbeelding

Principe:

Aan iedere persoon werd het recht op afbeelding toegekend en daarom komt het alleen aan de betrokken persoon toe te beslissen of van hem een afbeelding mag worden genomen en gebruikt.

Bijgevolg is het nemen van een afbeelding en het (verdere) gebruik van het beeldmateriaal onderworpen aan de toestemming van de betrokken persoon.

De toestemming om van iemand foto’s of videobeelden te nemen betekent niet noodzakelijk dat er toestemming is om deze afbeelding te publiceren of te verspreiden. Beide staan los van elkaar en moeten dus apart gevraagd worden.

 

Publieke personen (bv. politici, sportvedetten, zangers, …) dienen in principe ook geen voorafgaande toestemming te geven. Hier geldt immers het recht op informatie, mits van enkele voorwaarden worden nageleefd. Zo moet de afbeelding van een publiek persoon een informatief doeleinde hebben (dus geen commercieel gebruik) en mag ze het recht op eerbiediging van het privéleven niet schenden. Om dit te beoordelen, wordt rekening gehouden met de concrete omstandigheden (er is bijvoorbeeld geen schending als de beelden werden genomen tijdens de uitoefening van een openbare activiteit). Sommige personen worden slechts tijdens een welbepaalde gebeurtenis als publieke persoon aanzien (bijvoorbeeld naar aanleiding van een ramp of een misdrijf). De afbeelding van deze persoon moet dan ook gerelateerd zijn aan deze gebeurtenis en na verloop van tijd heeft de betrokkene het recht om vergeten te worden.

 

4.    Conclusie

Zowel de wet op de bescherming van geregistreerde benamingen en de wet op de privacy bieden een aantal beschermingsmogelijkheden aan de artiest. Doch men dient er zich bewust van te zijn dat de wetgeving een aantal openingen toelaat tot het gebruik van een geregistreerde benaming en persoonsgegevens.

Het is aan te raden aan de artiest voor zichzelf te bepalen welke gegevens hij of zij wil prijsgeven.

Het vragen van toestemming alvorens iets uit te brengen bevordert de onderlinge relatie en vermijdt problemen in de toekomst. Bij publieke personen is er echter geen schending indien er foto’s van deze personen worden genomen tijdens de uitvoering van de openbare activiteit. Hun toestemming is hier niet noodzakelijk.

 

 

Disclaimer: Deze tekst is puur een eigen interpretatie van de wetgeving. Deze interpretatie kan onvolledige en onjuiste elementen bevatten. De tekst mag niet gebruikt worden in communicatie met andere personen of instanties. Verspreiding van de tekst in zijn geheel of gedeeltelijk is niet toegestaan.

©2015  Hendrik Mathyssen