De werken van Tejo Van den Broeck zijn voor de oppervlakkige toeschouwer zeer realistisch
uitziende schilderijen van beelden uit zijn eigen wereld en creatieve verbeelding. Maar deze
realiteit is bedrog. Hij heeft dus met vrucht lessen uit het hyperrealisme getrokken. Al wat
je ziet is illusie, zelfs de schaduwen.
We kunnen dus zeggen dat de wijze waarop hij met ruimtelijke dimensies werkt zeer bijzonder
en eigenzinnig is m.a.w. zeer persoonlijk of typisch "Tejo Van den Broeck".
Er zijn invloeden van de trompe-l'oeil aanwezig, maar eveneens van Vermeer, Vlaamse Primitieven,
Giotto en ook van Magritte en David Hockney.
Daarbuiten heeft hij reeds tientallen portretten geschilderd waar hij ook dezelfde vondsten aan
bod laat komen. Hierin is zijn model of hijzelf de aanleiding om weer zijn eigen wereld weer te
geven. Deze werken zijn weer typisch werk van "Tejo Van den Broeck" waar de geportretteerden eerder
toevallig een plaats op vonden. In zijn jongste werken gebruikt hij het zelfportret om al deze
eigenschappen toe te passen. Hierin onderzoekt hij al de problemen die het schilderen van een
portret kan meebrengen maw de schilder schildert de schilder. Nu eens laat hij een schilder zien
die een deel van zijn werk uitwist, dan weer een schilderende hand die een detail van een
zelfportret toont of een schilder die een wassing aanbrengt.
Hij maakt ons duidelijk dat het o zo vertrouwde - het ik of het zelf - ons tegelijk vreemd blijft:
de paradox van de moderne mens, en vooral postmoderne schilder.
Maar soms verrast hij je ook met een gewoon landschapje van zijn geliefd Toscane of van
voorwerpen
uit zijn directe omgeving.
Tejo Van den Broeck is alleszins een kind van zijn tijd en in ieder van zijn werken herken duidelijk je zijn hand.
|