Rizoombarrières, wortelbegrenzer

Plant je een Phyllostachys in de tuin dan is het belangrijk dat de plant plaats heeft om zich in de breedte uit te breiden. Kan dat niet dan moet er een rizoomsperring aangebracht worden. De bamboe breidt zich onder de grond uit via een gelede wortelstok, de rizoom. Dit is de voedselreserve van de plant. Heeft de bamboe een flink stel rizomen dan zullen er in het voorjaar ook flinke scheuten naar boven komen die respectabele hoogten zullen bereiken. Die ondergrondse rizoom groeit vanaf september tot aan de vorstperiode in de lengte uit. Komt hij ergens een obstakel tegen, dan groeit hij er rond.

Om een bamboe dus op een beperkte plaats te houden moet men een stevig materiaal - liefst naadloos -ingraven rondom de plant. Allerhande materialen zijn hiervoor reeds beschreven (dikke PVC folie, oude transportbanden, polyethyleenplaten, polyesterplaten,...). Enkele dingen hebben al deze materialen gemeen: ze gaan lang mee onder de grond, en ze zijn zeer stevig. Stevig genoeg om een bamboewortel tegen te houden die in het antieke China werd gebruikt om dieven en moordenaars aan een gruwelijke dood te helpen door ze erboven vast te binden. Afhankelijk van grondsoort en bodembedekking (bv. houtschors) moet men 50 tot 30 cm diep een barrière aanbrengen. Rizomen die deze hindernis "nemen" door even bovengronds te komen kunnen gemakkelijk met de spade tot de orde worden geroepen.

Arbeidsintensief maar zeer doeltreffend en relatief eenvoudig indien vooraf aangebracht. Een andere methode is bv om een 30 - 50 cm diepe gracht te graven rondom de bamboe en ieder voorjaar de rizomen die willen 'oversteken' af te steken met een scherpe spade. Rondsteken van de bamboeplant kan men ook doen als een vorm van beperking, maar dat moet dan wel ieder voorjaar gebeuren. Jonge scheuten die op een ongewenste plaats verschijnen kunnen bij het uitkomen gemakkelijk afgebroken worden tot tegen de grond. De groei stopt dan wel bovengronds, maar de rizoom is onbeschadigd en groeit verder weg.