Winterharde Eucalyptussen voor de tuin :
Het eucalyptus geslacht omvat meer dan 700 soorten bomen en struiken ,
die behalve 8 soorten allemaal uit Australië afkomstig zijn . Deze
plantensoort is de nationale plant van Australië en beslaat twee
derden van de hele Australische plantengroei: in dit enorme land bepalen
deze het uitzicht van het landschap : ze overheersen in de bossen en het
eucalyptus blad is het hoofdvoedsel van het koala buidelbeertje .
Het is wereldwijd ook de meest aangeplante boomsoort: o.a. in de drogere
tropen en subtropen als houtleverancier uit snelgroeiende bossen en in
het Middellands zeegebied van Europa voor de drooglegging van moerassen
en ais muggenverdrijver door zijn prikkelende bladgeur . Het betreft ook
een van de allerhoogste bomen ter wereld . De eucalyptus is dus zeker de hoogste
niet-conifeer . In Portugal haalde een Eucalyptus sempervirens in 1972
een recordhoogte van 92 meter : in Europa wordt deze boomsoort niet belaagd
door de insecten en ziekten uit het warmere thuisland en kan hierdoor
soms ongehinderd hoger groeien dan in het inheemse verspreidingsgebied
De minwaarde.
Het zijn sterke , altijdgroene bomen die zelfs op slechte gronden nog
goed en snel groeien.
Ze worden geplant om hun exotisch voorkomen, om de sierwaarde en de contrasterende
kleuren van hun schors en bladeren , en wegens hun langhoudend en welruikend
loof, het hele jaar door beschikbaar in bloemenarrangementen . Zij kleuren
het doffe en bladarme winterlandschap .
Door hun zilverachtig blauwgrijs blad harmoniëren de eucalyptus minder
met ander frisgroen loofblad , doch staan ze zinvol tussen coniferen of
in een exotische tuinhoek met hoge bonte bamboes . De soorten met mooie
veelkleurig gekleurde of vertakte stammen liefst zichtbaar in de tuin opstellen of als solitair planten.
De plantkarakteristieken :
- De bast is meestal glad en na de 2 eerste jaren bij de groei afbladderend
of afschilferend , wat telkens gepaard gaat met een decoratief kleurencontrast
tussen de oude en de nieuwe bast. Dit kleurrijke verschijnsel treedt op
in het groeiseizoen van juli tot september, totdat de oude schors is afgevallen
en vervangen door een nieuwe , veelal van een andere kleur.
- Het blad is aangepast aan de droge subtropen : het heeft een leerachtige
textuur en is met een dunne waslaag bedekt, wat het hittebestendig maakt.
Het volwassen blad hangt vertikaal naar beneden, zodat het minder oververhit
kan worden door de zonnestralen : hierdoor werpt het ook minder schaduw
naar beneden, wat lager gelegen planten zeer ten goede komt.
Het blad vertoont microscopische holten die een sterk ruikende aromatische
olie bevatten .
-De specifieke bladvorm:de meeste eucalyptus kennen een eigenaardige
bladdracht met 2 soorten bladvormen: het juveniele blad is meestal rond,
zonder stengel, soms stengelomvattend en blauw bewaasd ; het volwassen
blad is meestal langwerpig en groen en heeft een bladstengel .
De bladwissel gebeurt meestal met een ouderdomsverschil van 5 tot 20 maanden
, soms met de 2 soorten gemengd : met het jonge blad op het lagere stamdeel
en de volwassen bladsoort in de kruin - Er bestaat zelfs een tussenfase
: na het snoeien van een stam of takscheut vormt zich altijd eerst het
jonge bladtype: dit laatste type vindt men daarom ook meestal in de bloemarrangenienten.
- De bloem is meestal wit of crème-wit, weinig opvallend
en zonder vermeldenswaardige sierwaarde . De eerste bloeitijd treedt gemiddeld
na het vijfde jaar op , doch voor de eucalyptus archeri reeds na het derde
jaar en voor de eucalyptus perriniana soms reeds vanaf het tweede jaar
. De bloemen verspreiden vaak een sterke aromatische geur .Er bestaan
15 soorten aromatische eucalyptus-oliën die ngl.de boomsoort kunnen
verschillen .
- De vrucht komt voor als een kleine verhoute doosvrucht die het zaad
omvat:
hier komt de griekse plantnaam van : "eu" betekent "goed"
en "calyptos" betekent "omhulling" .
De winterhardheid :
Door een ontoereikende plantkennis verwierven-vele exotische planten zoals
o. a. bamboes , camelïa's , palmen en eucalyptussen in het verteden
onterecht een ongunstige reputatie voor wat de winterhardheid aangaat.
Voor de eucalyptus is de hoofdreden hiervan vooral de genetisch zeer variabele natuur van het toegepaste moederzaad .
Zo kan
een eucalyptus gunnii uit zaad van het subtropische laagland van Australië
een winterhardheid vertonen tot -1°C , terwijl deze zelfde soort uit
zaad van de hooggebergten van Zuidoost Australië tot -22°C winterhard
kan zijn . Het is juist deze eucalyptus gunnii soort die wereldwijd het
meest verspreid werd onder zaadvorm , die ook zo'n enorme verschillen
in vorstbestendigheid vertoont.
Sedertdien hebben de gespecialiseerde kwekers de eucalyptus zaadselectie
beter leren beheersen en zijn de botanisten deze soort apart gaan indelen
met onder soorten zoals o.a. de zeer winterharde eucalyptus gunnii ssp.archeri
en de eucalyptus gunnii ssp. divaricata ,
Omdat de winterhardheid van een plant sterk wordt beïnvloed door
nog andere klimaatfactoren dan de laagste vorsttemperaturen, werd voor
elke volwassen plant de winterhardheid -gevarenzone ( GVZ ) bepaald .
Zo kan voor een eucalyptus de duur van de vorstperiode, de diepte van
de grondbevriezing en de uitdroging door de hevige winterwinden soms extra
nadelig zijn voor de vorstbestendigheid . Hierbij betekent een GVZ van
bijvoorbeeld (-12 tot -19)°C dat de plant bij -12°C praktisch
probleemloos stand kan houden, en bij -19°C mogelijk tot aan de grond
afvriest of zelfs kan afsterven. Tussen de 2 waarden in kan er een gedeeltelijke
vorstschade optreden met bladval of takverlies . Meestal zal een bovengronds
afgevroren eucalyptus na de winter terug regeneren zoals voor bamboes
vanuit de dikke ondergrondse wortelknollen, hier lignotubers genoemd in
plaats van de dunnere rizomen voor de bamboes .
De winterhardheid neemt toe met de jaren : dit wordt uitwendig zichtbaar
wanneer het blad wisselt van de juveniele vorm naar de volwassen vorm
en als de stamomtrek toeneemt.
De cultuureisen :
- De standplaats : De eucalyptus is een subtropische plant en verkiest
dus de volle zon, zelfs njdens de winter ; bij onvoldoende zonneschijn
kan deze plant door scheefgroei extra licht opzoeken . Enkele soorten
verdragen echter wat schaduw : dit wordt dan apart per soort aangegeven
.De standplaats zal liefst enige winterbescherming bieden tegen de polaire
noordenwinden en tegen de continentale oostenwinden .
- Steunstokken : Deze zal men liefst vermijden omdat dit aanleiding kan
geven tot zwakke stammen , die bij een hevige wind of sneeuwval kunnen
afbreken . In zeer windrijke zones kan de stam worden gesnoeid in de eerste
groeijaren om deze te versterken ; in deze situatie zal men liefst een
eucalyptus kiezen die minstens in één Usda zone lager kan
groeien . Het eerste groeijaar kan een steunstok van enkele 30cm nuttig
zijn om de eerste groei rechtop te begeleiden . Daarna kan de windwerking
zelf de stam versterken .
-De grondsoort: De meeste soorten kunnen in droge en arme grond groeien
; ze groeien echter meestal beter in voedzame , kalkarme (ph = 4,5 tot
ph = 7,5 ) en waterdoorlatende grond . Bepaalde soorten zijn dan weer
vochteisend . Alle soorten kunnen ook in kleigrond groeien mits deze afwatert
in het zomerse groeiseizoen , in de winter kan een oppervlakkig water
worden verdragen . In feite kunnen de bodemeisen per soort verschillen
en dit aspect wordt dus verder eveneens per plantsoort aangegeven .
- Het planttijdstip : In principe is elke vorstvrije periode van het jaar
geschikt tot in begin september , als gedurende dit eerste jaar de jonge
plant maar voldoende nat is te houden : meestal betekent dit dat in de
droge zomermaanden wel eens moet worden geïrrigeerd . In onze koudere
klimaatregio zal men de minder winterharde soorten toch maar liefst in
de lente planten om tegen de winter een voldoende wortelgroei te verkrijgen
, en aldus ook een betere winterhardheid .
De eucalyptussen komen uit Australische gebieden met lange droogteperioden,
waar ook nachtvorst kan optreden . Zij hebben hierdoor een uitgebreid
en gedeeltelijk diep wortelstelsel ontwikkeld , en ZIJN zeer gevoelig
voor wortelgroeibeperkingen en wortelschade . Zelfs in grote of diepe
potten geplant leidt dit al snel tot een groeiafname : hier wordt
het delicate evenwicht tussen het ondergrondse en bovengrondse plantdeel
verstoord , wat deze snelgroeiende plant moeilijk verdraagt -
Het is daarom essentieel om eucalyptussen zo jong en zo snel mogelijk
in de tuin te planten , liefst als zaailing van 20 tot 45 cm , nog vóór
de wortels de randen of de bodem van de groelpot bereiken .
Zelfs een in de herfst verkregen eucalyptus zal liefst nog vóór
de winter worden uitgeplant, en géén winter lang tegen de
vrieskoude binnenshuis gehouden worden : deze laatste groeit dan in de
pot door in de winter , krijgt wortelbeperkingen en kan hierdoor tot 4
jaren groei verliezen na aanplanten in de tuin . Door deze vertraagde
groei zal deze hogere plant nog tot 4 extra jaren met vorstgevaar moeten
doorkomen , vóór dat deze voldoende winterhard wordt. Een
kleinere plant daarentegen die direct wordt in de tuin geplant, kan ongestoord
en sneller dieper wortels maken , en hierdoor ook sneller groeien en sneller
winterhard worden . Dit aparte plantkenmerk maakt het kweken van de eucalyptus
economisch minder aantrekkelijk . Normaal worden hooggroeiende planten
jaarlijks in een grotere pot geplant en dus telkens duurder. Maar een
eucalyptus van 2 jaar kan reeds een planthoogte van 50 tot 70cm halen
ngl. de soort, en is dan in feite reeds minder interessant om een snelle
winterhardheid te verwezenlijken
Dit zou betekenen dat een eucalyptus kweker alleen kleine exemplaren kan verkopen, en daarna met de niet verkochte hogere exemplaren blijft zitten, wat een eucalyptus slechts aantrekkelijk maakt voor een gespecialiseerde kweker met een voldoende grote jaaromzet, met postverkoop.
- Het aanplanten in de tuin : Uit te voeren
in een ruim plantgat, gevuld met een hoeveelheid compost of mulch om
in de eerste zomers de plant vochtig te houden en om geleidelijk als
plantenvoedsel te dienen . Rondom de stam een cirkel van minstens 60cm
diameter met een scherpe spade diep afsteken om elke concurrentie van
wortels van andere bomen , struiken en gras tijdens de 2 eerste groeijaren
onder controle te kunnen houden .
De meeste eucalyptussen vertonen naast de hoofdwortels nog gezwollen wortels , de zogenaamde lignotubers , die in Australië hun hergroei mogelijk maken na bosbranden, na breken of afzagen van de stam of na afvriezen tot op de bovengrond . Daarom zal de tuinman de nieuwe eucalyptus liefst diep in de grond aanplanten om een mogelijk vorstgevaar in de grond te verminderen . Dit mag voor deze speciale plant zelfs tot 30cm dieper gebeuren dan in de groeipot, zolang er maar niet te veel loofblad mee wordt ingegraven - Voeding en bemesting: Vooral de jonge
planten hebben veel water nodig : ze zullen hierdoor immers sneller
groeien en inwortelen . In deze beginperiode kan de eucalyptus zelfs
géén korte droogteperiode aan . Na de inwortelingstijd
wordt deze wel droogtebestand , doch zal steeds wat water appreciëren
voor een goede groei -
Een bemesting is alleen in de startfase matig aangewezen. Een eucalyptus groeit meestal in arme grond en bij een zware bemesting kan deze te snel groeien en omvallen bij wind of sneeuwval. Desgewenst wel fosformest doch geen stikstoftnest toevoegen omdat deze laatste de bladgroei te veel bevordert ten nadele van de wortelgroei. - De snoei : Is normaal overbodig , doch wordt
wel goed verdragen . Een zware snoei van de hoofdstam is slechts aangewezen
na 2 volle groeiseizoenen of wanneer de stam een diameter van meer dan
5 cm heeft bekomen ; dit is een indirecte aanduiding dat de boom voldoende
is ingeworteld en goed kan regenereren vanuit dit wortelstelsel. Elke
zware stamsnoei liefst uitvoeren tussen begin maart en eind april, nog
vóór de herstart van de lentegroei.
Er zijn hier dan 2 uiteenlopende vormen van zware snoei mogelijk :- Om jonge takken te kweken voor bloemstukken ; de stam op 45cm hoogte en schuin onder 45° snoeien : deze zware ingreep meldt aan het resterende wortelstelsel een zware schade en er zal dus weer juveniel blad worden aangemaakt. Na 6 weken is er al nieuwe scheutengroei, gevolgd door een heviger groei van juli tot september , met takken van 0,6 tot 1,2 meter . Na het afharden van de nieuwe scheuten kan de gewenste taksnoei volgen tussen de maanden oktober en maart.
- Om een oude, scheefgroeiende of beschadigde
eucalyptus in te korten : de stam schuin op 10 tot 13 cm hoogte
boven de grond schuin onder een afwateringshoek van 45° snoeien.
Soms wordt op de windgevoelige standplaatsen de stam in de eerste jaren teruggesneden om nadien een boom met een sterkere stam te verkrijgen die beter windbestand is.
- De vorstafscherming: Zeker voor de eerste twee groeijaren is het aangeraden om de grond rondom de stambasis zwaar af te dekken met mulch of compost. Na een extreem diepe vorst met een bovengronds afvriezen van de plant zal deze hergroeien vanuit het intact gebleven ondergrondse lignoruber . Een bovengrondse vorstafscherming met dekens of een ander isolatiemateriaal, werkt wel vorstbescherrnend voor palmen doch niet voor een eucalyptus : hier kan een winterse afdekking van de boomkruin, deze doen afsterven .
- Het verplanten uit volle grond: De eucalyptus moet liefst meteen op zijn finale standplaats worden geplant: want een latere verplanting na het tweede plantjaar kan deze moeilijk verdragen Als dit toch nodig mocht blijken, moet dit over een periode van twee jaren worden uitgevoerd. Eerst in februari of maart noch vóór de groeihervatting, de stam zwaar inkorten en de wortelkluit rnderaan en in de grond rondom, in een cirkel van 30cm met een scherpe spade diep afsnoeien. Het volgende jaar na een relatief groeiherstel, in de lente de overblijvende wortelkluit met een ciricel van 45cra verplanten en na een 50% bladsnoei tegen transpiratieverliezen, naar de nieuwe standplaats verzetten. Deze nog herstellende plant nog 6 weken daarna irrigeren .
- Cultuur als binnenhuisplant: Een eucalyptus groeit snel: de potcultuur is mogelijk als de snelle groei wordt aanvaardt: hiervoor wordt weldra een pot vereist van meer dan 50cm diameter, na regelmatig jaarlijks verpptten. Deze plant heeft .veel licht nodig , moet dan steeds bij een zuid-raam worden opgesteld en mag in de zomer en zelfs in de winter nooit gans uitdrogen ; beneden 8°C kan het wortelstelsel bevriezen . De potplant heeft wel iets mest nodig. Na enkele jaren wordt ieze plant te groot en moet dan gesnoeid worden : liefst in september of april om de 2 jaren zwaar arugsnoeien om te voorkomen dat de pot onhandelbaar wordt.
- De groeisnelheid: Een eucalyptus
groeit het hele jaar door als er maar water en warmte aanwezig is. Hij
maakt geen winterslaap door en de vorst vertraagt deze groei alleen
maar. Hij wordt hierdoor een zeer snelle groeier. In Australië
groeit hij gemiddeld l tot 3,5 meter per .aar of dus tussen 10 en 35
meter op 10 jaren. Voor jonge planten is de groei beduidend minder en
in de tropen kan deze tot 6 meter per jaar bedragen en wordt daarbij
een van de snelste houtleveranciers ter wereld.
Bepaalde reuzengrassen zoals tropische bamboes kunnen tot 90 centimeter per dag groeien, met 30 meter in een groeiseizoen van slechts 3 maanden : de bamboe blijft dus wereldrekordhouder. - Cultuur in kleine stadstuinen : In kleine tuinpercelen is er vaak onvoldoende plaats voor veel beplanting en kan door zonreflectie op de muren de bodem sneller uitdrogen, zonder nieuwe vochtreserves uit de naburige grond. Hier zijn bomen met uitgebreide worteisystemen zoals populieren, berken en eucalyptussen minder aangewezen om schade aan de andere planten of aan gebouwen te voorkomen. Hier zijn alleen de laagste eucalyptus soorten gewenst of zal deze boom dan best aan een regelmatige hoogtesnoeï moeten worden onderworpen.
- De vermeerdering: De vermeerdering
door stekken is tot op heden slechts mogelijk geweest voor een beperkt
aantal soorten . Vermeerdering van eucalyptus in laboratoria is in 1992
in een universiteit in Wales met positief resultaat onderzocht geweest
.Verder wordt wereldwijd alleen vermeerdering uit zaad toegepast omdat
dit relatief eenvoudig blijkt.
In Groot-Brittannië bestaan er langgevestigde firma's die eucalyptus zaad verkopen met een betrouwbare winterhardheid , met aangaven van lotnummer, en met naam en hoogteligging van de vindplaats in Australië . De zaden worden er geleverd met uitgebreide zaadinstructies voor het noordelijk halfrond , zoals hieronder kort samengevat .
De eigenlijke zaaiperiode is voor februari , maart of april; vooraf moeten de zaden enkele weken worden gestratificeerd zoals per soort apart is aangegeven .Dit kan gebeuren in de huis-koelkast bij -2 tot +4°C , om de slaapperiode van het zaad te beëindigen met een kuur van koude en vochtigheid om een wintersituatie na te bootsen .Gedurende 3 a 4 weken laten ontkiemen rond 20°C en bij een hoge vochtigheid . Dan 2 tot 3 weken bij 20°C in het zonlicht zetten . De zaailingen met l of 2 bladeren in 10cm potten verplanten . Deze laten groeien tot 20cm hoog en in mei of juni in de tuin planten .Zo nodig in een grotere pot verpotten van 15 tot 20 cm in mei tot juni en daarin laten groeien tot in de herfst .In de serre laten overwinteren en het volgend jaar in april in de tuin planten : hierbij zal de plant iets minder snel groeien dan bij de eerste methode.