Onderhoud en verzorging

Is in feite niet zo een moeilijke opdracht, bamboe is een gemakkelijke plant.
Elk jaar en zeker elke twee of drie jaar moeten de halmen worden uitgedund en dit om de plant ademruimte te geven en het stimuleren tot aanmaak van dikkere halmen.
Het uitdunnen bestaat uit het verwijderen van oudere, dunne, droge halmen die bijna teneinde zijn.
Hou echter ook rekening met het uitzicht van de plant.
Door meer of juist minder open ruimtes tussen de halmen onstaat er een bepaald ritme. Door de snoei kan er een bepaald landschap gebeeldhouwd worden.
Net als voor alle planten moeten bamboes water krijgen bij grote droogte. (wat bij ons niet veel voorkomt).
Het is dus een misverstand dat bamboes moerasplanten zijn.

 

Meststoffen

Een speciaal woordje dient gezegd over de verbreidingsdrang van bamboes, met name van Phyllostachyssoorten. Er zijn nogal wat misvattingen over dit onderwerp in omloop. Feit is dat bamboes grasachtigen zijn en als dusdanig geen diktegroei kennen zoals bv. bomen. Stengels groeien dus in een volgend seizoen niet verder uit. Er komen daarentegen min of meer ver van de moederplant verwijderd jonge scheuten uit de grond die steeds hoger groeien, totdat de plant zijn volwassen hoogte bereikt heeft in het specifieke microklimaat waarin hij staat. Afhankelijk van de bodem - en vooral van voedingsstoffen - zal de plant sneller de omringende grond koloniseren. In een arme zandige grond zal een bamboe snel ver weglopen op zoek naar een goede voedingsbodem. Hou daarmee rekening.

In zijn natuurlijk areaal groeit bamboe vaak aan rivieroevers die tijdens het regenseizoen rijkelijk bespoeld worden met alluviale materie. Geef uw Phyllostachys bij het inplanten een even rijke voedingsbodem. Praktisch betekent dat een brede, diepe kuil die opgevuld wordt met kompost, verteerde (koe)mest, en bladgrond. Luchtig, vochthoudend en rijk. Regelmatig rondgaan met (kunstmatige) meststoffen is geen luxe voor een plant die in 8 weken tijd van O naar 9 meter hoog dient te groeien.

Van februari tot september mag er om de 6 weken gemest worden. Aangezien bamboe een gras is, hebben zij een voorliefde voor stikstofrijke substanties. Strooi bij voorkeur een meststof die geschikt is voor gazon. Reeds in februari mag men beginnen met een liefst organische bemesting: verteerde paarden- of koeienmest in een flinke laag rond de kluit aanbrengen. Maar dat kan zelfs nog beter aan het begin van de winterperiode. Het beschermende effect dat vanuit een dikke mestlaag uitgaat een goede vorstprotectie. De bacteriologische activiteit in het mest zorgen voor een temperatuursverhoging die een te diepe bodemvorst belet.

Vergeten we niet dat de vorstbestendigheid van bamboes in hun natuurlijk areaal in belangrijke mate beïnvloed worden door de aanwezigheid van een dikke isolerende sneeuwlaag. En die sneeuwlaag laat het bij ons wel eens afweten. Schutbladeren die afvallen en afgeworpen bladeren laat men best liggen rondom de kluit: zij zorgen bij het composteren voor het vrijkomen van grote hoeveelheden silicium, een mineraal dat in grote concentraties voorkomt in bamboes en er de oorzaak van is dat de volwassen stengels met een kettingzaag moeten aangepakt worden.

In de literatuur vindt men wel eens aanbevelingen om siliciumcarbonaat te strooien in de nazomer. Dit zou de jonge scheuten beter bestand maken tegen de komende vorstperioden. Maar er bestaat nog veel onenigheid aangaande deze toediening: bij sommige kwekers en verzamelaars zijn vele planten juist ten gronde gegaan na het toedienen van deze siliciumbron. Een beter product zou Wollastoniet zijn, een grondsoort die hier bij ons moeilijk te vinden en te krijgen is. Voorlopig lijkt het dus beter om het afgestorven organisch bamboemateriaal te versnipperen en rond de kluit te strooien.